Bijna vier op de tien cao-onderhandelingen stranden al voordat ze echt beginnen. Door de sterke coördinatie van de vakbonden op een centrale looneis is er minder oog voor sectorspecifieke en bedrijfsmatige omstandigheden. Maatwerkafspraken blijven daardoor uit, terwijl die broodnodig zijn. Dat blijkt uit de eindevaluatie van het cao-jaar 2025 van AWVN.
Cao-evaluatie 2025
De lonen stegen in 2025 flink. Aan het begin van het jaar bleven de cao-maandgemiddelden hardnekkig boven de 4 procent op twaalfmaandsbasis. Na april zette een geleidelijke daling in, met uiteindelijk een gemiddelde loonafspraak van 3,9 procent over 2025. Hoewel dit lager was dan in 2024 (5,3 procent), blijft het historisch gezien hoog.
Afgelopen jaar liep een recordaantal aan onderhandelingen vast. Bij 39 procent van de afgesloten cao’s werd een laatste voorstel neergelegd. Dit wordt ook wel een eindbod genoemd. In zulke gevallen is er nauwelijks ruimte om afspraken zorgvuldig uit te onderhandelen of aan te passen aan sectorspecifieke of bedrijfsmatige omstandigheden.
“Eindboden negeren niet alleen de realiteit in bedrijven, ze zetten ook de arbeidsverhoudingen onder druk. Juist die goede verhoudingen zijn cruciaal om samen afspraken te maken over de toekomst van een bedrijf of een hele sector,” legt Jena de Wit, beleidsadviseur bij AWVN, uit.
Het hoge aantal eindboden werd mede veroorzaakt door sterke vakbondscoördinatie op centrale loonafspraken. FNV zette in op een loonstijging van 7 procent en CNV hanteerde een bandbreedte van 3,5 tot 6 procent. Voorstellen onder een bepaald percentage konden alleen als eindbod worden voorgelegd, ook wanneer bedrijfs- of brancheomstandigheden om lagere loonafspraken vroegen.
Het gebrek aan ruimte voor sectorspecifieke en bedrijfsmatige afwegingen leidde voor werkgevers tot extra onzekerheden, hogere kosten en meer administratieve lasten. Dat terwijl sommige sectoren al te maken hadden met een verslechtering van het werkgeversklimaat, onder meer door stikstofbeperkingen, netcongestie en oplopende loonkosten. Uit de adviespraktijk van AWVN blijkt dat bedrijven vaker activiteiten naar het buitenland verplaatsen of reorganiseren.
De aandacht voor kwalitatieve arbeidsvoorwaarden bleef achter. Denk aan een leven lang ontwikkelen, duurzame inzetbaarheid en de impact van technologische ontwikkelingen (AI). Een onderwerp dat in 2025 wél nadrukkelijk op de cao-agenda stond, was de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Mede ingegeven door de aanpassing van de RVU-regeling zijn in ruim de helft van de afgesloten cao’s afspraken gemaakt over de RVU.
Om de forse loonstijgingen van de afgelopen jaren te kunnen blijven bekostigen en het werk met de beschikbare mensen gedaan te krijgen, is groei van de arbeidsproductiviteit noodzakelijk. Volgens AWVN vraagt dit om toekomstbestendige cao-afspraken die passen bij de financiële draagkracht van een onderneming of sector en ruimte laten voor investeringen in scholing, technologische ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.
Niets missen? Abonneer je op dit onderwerp en ontvang nieuwe artikelen automatisch in jouw persoonlijke overzicht!
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail