Logo AWVN
23 juni 2026

AWVN: ‘Inflatietrauma achtervolgt cao-partijen’

De eenzijdige focus op inflatie in het cao-overleg is slecht voor het verdienvermogen van Nederland. ‘Het lijkt erop dat de inflatieschok van 2022 een trauma heeft veroorzaakt dat ons achtervolgt nu de inflatie weer oploopt. Dit leidt tot buitenproportionele loonafspraken, ten koste van investeringen in productiviteit, ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid,’ stelt AWVN-beleidsdirecteur Anne Megens vandaag bij de presentatie van de tussentijdse evaluatie van het cao-jaar 2026.

Uit het cao-rapport blijkt dat de gemiddelde loonafspraken voor dit jaar op 3,3% uitkomen. Dat is in een historisch perspectief erg hoog. Ook lopen de loonafspraken sinds maart weer op, waardoor de verwachting is dat het uiteindelijke jaargemiddelde hoger uit zal vallen.

Normaal gesproken volgen cao-onderhandelingen de economie, nu is het omgekeerde aan de hand. De loonafspraken lopen alweer fors op, terwijl de gevolgen van de Iran-oorlog voor de inflatie nog onduidelijk zijn. Al een tijd is duidelijk dat de inflatie mede wordt aangejaagd door ons eigen binnenlandse beleid. Die prijsstijgingen raken nu juist de groepen met lagere inkomens relatief hard – de groepen die de vakbeweging zegt te willen beschermen.

Weinig ruimte voor leren en opleiden

Werkgevers zien dat de vakbonden centraal blijven sturen op zo hoog mogelijke, structurele loonafspraken, ook al gaat dat ten koste van andere zaken en ook al zijn de risico’s groot. Wat volgens AWVN extra problematisch is, is dat de hoge loonafspraken ruimte wegnemen voor andere cruciale onderwerpen, zoals leren en opleiden, gezond richting pensioen en inzet van technologie. Dit zijn onderwerpen die bedrijven op korte termijn geld kosten, maar die uiteindelijk de productiviteit en het verdienvermogen verbeteren en dus de loonruimte van de toekomst veiligstellen.

Ook is opvallend dat het aantal gerichte afspraken voor werknemers die te maken hebben met hoge brandstof- en energieprijzen vooralsnog lager is dan verwacht. AWVN verwijst hierbij naar waarschuwingen die steeds meer economen afgeven. Zo stelde de Nederlandsche Bank onlangs dat een stijging van energie- en importprijzen een tegenvaller is die Nederland collectief armer maakt. Dat verlies moeten we dus ook gezamenlijk dragen. ‘Als betrokken partijen het inkomensverlies volledig op de andere partij proberen af te wentelen, dan vergroot dat het risico op hardnekkige inflatie’, legt Megens uit.

Arbeidsverhoudingen toe aan onderhoud

Megens roept de vakbonden op om de cao-tafel niet alleen te gebruiken voor het gesprek over het verdelen van de taart, maar ook het vergroten ervan. Constructieve arbeidsverhoudingen zijn daarvoor nodig en die staan nu juist onder druk. Vier op de tien akkoorden komen tot stand via een eindbod, zo blijkt uit de cao-analyse van AWVN – een teken dat er weinig ruimte is voor een open gesprek. Voor het verbeteren van de verhoudingen zijn vakbonden én werkgevers aan zet, benadrukt de werkgeversvereniging. ‘Het zou mooi zijn als cao-partijen – ook los van de strijd om loon – elkaar meer opzoeken, nieuwsgierig zijn naar wat hen verbindt en met die blik naar arbeidsvoorwaarden kijken.’

Rapport
Het rapport over de tussenevaluatie van het cao-jaar 2026 is binnenkort beschikbaar via de website van AWVN, www.awvn.nl.

Inlichtingen
Joël Ebeltjes, 06 5701 3284, j.ebeltjes@awvn.nl.

Cijfers uit de cao-evaluatie van AWVN

1. Onderhandelingscontext

Inzet cao-partijen ver uiteen: nieuw record eindboden
De initiële inzet aan de cao-tafels lag in de eerste helft van cao-jaar 2026 nog steeds ver uit elkaar. De looneis van de vakbonden bleef vrij hoog, terwijl de rek er voor veel bedrijven en sectoren uit is. Verhogingen van het Wettelijk Minimumloon (WML), de recordhoge loonstijgingen van de afgelopen paar jaar, in combinatie met opgelopen kosten voor onder andere grondstoffen en energie, maakten dat er vanuit werkgevers een beperkte ruimte was om de lonen weer flink te verhogen. Dit verschil in inzet resulteert in een stroef cao-proces, waarbij onder een bepaald percentage enkel over een eindbod gesproken kan worden. Anders wordt het voorstel niet voorgelegd aan de achterban van de vakbonden. Desalniettemin kwamen cao-partijen er begin 2026 uiteindelijk alsnog uit en de hoogte van de afgesproken loonstijgingen nam langzaam maar zeker af.

Dit veranderde met de oorlog in het Midden-Oosten. Scenario’s over mogelijke gevolgen voor de energieprijzen en de inflatie zorgden voor extra druk aan de cao-tafel en maakten de verschillen in inzet aan tafel groter. Het aantal eindboden nam hiermee snel toe, waardoor het niveau halverwege cao-jaar 2026 voorbij het record van 2025 is gekomen. Maar liefst vier op de tien cao-akkoorden is een geaccepteerd eindbod.

Aandeel principeakkoorden, onderhandelingsresultaten en geaccepteerde eindboden.

Onderhandelingen verlopen stroef, maar stakingen blijven vaak achterwege
Ondanks de stroeve onderhandelingen aan de cao-tafels en de actiedreiging bij sommige tafels, is het aantal stakingen naar aanleiding van het cao-overleg beperkt. De stakingen en acties die nu aangekondigd worden zijn vooral politiek gemotiveerd, zoals de stakingen naar aanleiding van de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Vakbonden hebben aangekondigd dat diverse werkgevers hier in 2026 mee te maken krijgen, ook al richtten deze stakingen zich op de politiek en niet de decentrale cao-overleggen.

Onzekere vooruitzichten en oplopende inflatie stagneren daling looncijfers en looptijd
Op dit moment is de daling van de afgesproken loonstijgingen gestopt, mede door de onzekere vooruitzichten. Normaal gesproken kan voor de economische vooruitzichten gekeken worden naar onder andere de prognose van het CPB.

In haar voorjaarsraming voorspelde het CPB weliswaar initieel een daling van de inflatiecijfers en een gematigde economische groei. De raming kwam echter naar buiten vlak nadat de oorlog in het Midden-Oosten plaatsvond. Om die reden nam het CPB diverse scenario’s op, afhankelijk van de duur en de ernst van de oorlog. Inmiddels blijkt ook uit de cijfers van het CBS dat de inflatie oploopt. De geopolitieke spanningen en onzekerheid maakt het moeilijk om te voorspellen hoe de inflatie en de economie zich verder zullen ontwikkelen. Deze onzekerheid vertaalt zich ook in afspraken met inflatieclausules (“indien de inflatie boven een bepaald niveau komt, gaan cao-partijen weer met elkaar in gesprek”) en kortere looptijden.

Belangrijkste economische ramingen (CEP 2026, CPB).

Weinig ruimte voor een leven lang ontwikkelen
De aanhoudende focus op loon, ongeacht de bedrijfs- of sectoreconomische situatie, biedt weinig ruimte voor afspraken buiten de loonparagraaf. Ter illustratie: vóór 2023 werd er in vier op de tien cao-akkoorden nog een afspraak gemaakt in het kader van een leven lang ontwikkelen. Sinds 2023 schommelt dit aandeel rond de 28%.

De regeling vervroegd uittreden (rvu) was echter wel vaak onderwerp van gesprek. In 56% van de cao-akkoorden is een afspraak opgenomen over de rvu, hetzij een studieafspraak om te onderzoeken of en welke zware beroepen een bedrijf of sector kent, hetzij een nieuwe rvu-afspraak, volgens de regels die gelden sinds januari 2026.

Ook de werk-privébalans stond hoog op de agenda: in 59% van de cao-akkoorden is hierover een afspraak gemaakt. Werktijden, en dan in het bijzonder het verduidelijken van de spelregels rondom overuren (voor parttimers) en opstart-, afsluit-, omkleed- en aanmeldtijd, waren tevens in relatief veel cao-akkoorden een onderwerp van gesprek (40%).

2. Voortgang cao-onderhandelingen

Bijna de helft van de expirerende cao’s vernieuwd
Dit kalenderjaar expireren 422 cao’s voor 2,9 miljoen werknemers. Inmiddels is voor 189 cao’s (1,3 miljoen werknemers) een nieuwe cao afgesproken. Voor 233 van deze 422 expirerende cao’s is op dit moment nog geen cao-akkoord. Dit betekent dat voor 45% van de cao’s die dit jaar expireren inmiddels een nieuw akkoord is afgesproken.

Overzicht voortgang 2026-cao’s.

Looptijden op langjarig gemiddelde, maar lopen ook weer terug
In de eerste helft van het cao-jaar 2026 is de gemiddelde looptijd van de afgesloten cao-akkoorden 19 maanden. Hiermee is de gemiddelde looptijd van afgesloten cao’s weer op het niveau van het langjarige gemiddelde van 19 maanden. De gemiddelde looptijd was de afgelopen jaren laag door aanhoudende hoge inflatie en (geo)politieke onzekerheid en spanningen, maar liet wel weer een langzaam oplopende lijn zien. Door de oorlog in het Midden-Oosten is de verwachting dat de gemiddelde looptijd weer zal stagneren of afnemen, of dat er vaker afspraken gemaakt zullen worden in de vorm van een zogenaamde inflatieclausule waarbij cao-partijen afspreken tussentijds in gesprek te gaan, wanneer de ontwikkelingen in de toekomst een stuk negatiever uitpakken dan van tevoren gedacht.

Gemiddelde looptijd per afsluitmaand.
Gemiddelde looptijd t.o.v. eerdere jaren.

Aantal kwalitatieve afspraken neemt weer toe, maar blijft achter
Vergeleken met cao-jaar 2025 neemt het aantal afspraken buiten de loonparagraaf in 2026 op veel vlakken weer enigszins toe. In eerste instantie lijkt bijvoorbeeld weer meer geïnvesteerd te worden in medewerkersontwikkeling. Wanneer hierop ingezoomd wordt, blijkt het echter vooral te gaan om persoonlijke budgetten. En dan nog specifieker: afspraken om de aflossing van de studieschuld op te nemen als optie in het keuzebudget. Logisch gezien de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is een goed arbeidsvoorwaardenpakket een van de middelen die ingezet kunnen worden om nieuw talent aan te trekken en te behouden. Tegelijkertijd blijft het aantal afspraken rondom een leven lang ontwikkelen al jaren achter ten opzichte van cao-akkoorden vóór 2023 toen cao-partijen vooral met elkaar in gesprek waren over loon naar aanleiding van de enorme inflatiepiek eind 2022. Zorgwekkend gezien de snelle ontwikkelingen op technologisch gebied en het grote aandeel werkgevers dat technieken als AI inzet. Om mee te kunnen met de ontwikkelingen en de vruchten te plukken van nieuwe technieken, is het essentieel om werknemers hierin mee te nemen en te investeren in vaardigheden die hiervoor nodig zijn.

Deel dit artikel via: