Inclusief werkgeven: de héle beroepsbevolking koesteren

Er zijn werkgevers die schreeuwen om personeel én mensen die schreeuwen om werk. Waarom lukt het niet om die samen te brengen? Omdat vraag en aanbod niet als puzzelstukjes in elkaar vallen. In de ene regio is de vraag groot, in de andere klein. In het ene beroep zijn de afgestudeerden niet aan te slepen, in het andere beroep moet je ze met een loep zoeken. Toch is het oplossen van de mismatch ook een kwestie van durf. Voor vacatures vragen werkgevers nog vaak het schaap met vijf poten. Dit vergroot de afstand naar de arbeidsmarkt voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking, gaten op het CV of een vluchtelingverleden.

Artikel uit de AWVN-jaarcongresbundel ‘Andere koek. Het beste bakken met wat je hebt’.
Download deze publicatie

Het goede nieuws is dat inzetten op inclusie helpt. Uit de Banenafspraak zijn tienduizenden banen voortgekomen. De aandacht lijkt alleen te verslappen: voor het eerst is het aantal afgesproken banen niet gehaald. Helemaal onlogisch is dat niet: de complexe regelgeving nodigt niet uit om werk te creëren.

Terwijl inclusie zoveel voordelen biedt. Werkgevers die voorbij diploma’s en werkervaring durven kijken, blijken lastig te vervullen functies wél te kunnen invullen. Daar komt bij dat werknemers enorm gemotiveerd zijn, een verrassende kijk hebben en extra waardering van klanten krijgen.

Maar het is niet alleen eigenbelang dat werkgevers drijft om de werkvloer een afspiegeling van de héle beroepsbevolking te laten zijn; het is een maatschappelijke plicht. Werk betekent meer dan het laten draaien van de economie. Werk geeft stabiliteit, contacten, trots en betrokkenheid. Daarom moeten we soms voor lief nemen dat inclusie op gespannen voet staat met de andere doelen die we nastreven. Voor sommigen is de deeltijdbaan juist de opening naar de arbeidsmarkt en is een kleine baan het hoogst haalbare. Voor anderen zit productiever werken er echt niet in. De brede baten van werk wegen dan zwaarder. Hiermee onderscheiden landen met brede welvaart zich bij uitstek van landen met ‘reguliere’ welvaart.