De deeltijdcultuur: wat zijn de schaduwzijden?

In geen ander ontwikkeld land ter wereld werken mensen gemiddeld zo weinig uur in betaalde arbeid als in Nederland. De deeltijdcultuur zien veel Nederlanders als verworvenheid. Dat zo’n groot deel van de vrouwen werkt, is waarschijnlijk te danken aan onze tolerante houding ten opzichte van deeltijdwerk. Deeltijdbanen maken bovendien de weg naar de arbeidsmarkt vrij voor mensen met een arbeidsbeperking. In veel omringende landen is dat anders en zijn participatiecijfers lager. Ons welvaartsniveau is bovendien hoog genoeg om de meeste gezinnen op anderhalf inkomen te functioneren.

Deeltijdwerk wordt doorgaans met vrouwen geassocieerd. Twee derde van de vrouwen die de arbeidsmarkt betreedt, werkt in deeltijd: 45% in een grote deeltijdbaan (20-34 uur), 20% in een kleine deeltijdbaan (1-19 uur). De afstand tot mannen wordt groter als er kinderen in het spel zijn. Vooral lageropgeleide vrouwen werken vaak in een kleine deeltijdbaan.

Artikel uit de AWVN-jaarcongresbundel ‘Andere koek. Het beste bakken met wat je hebt’.
Download deze publicatie

Toch is het belangrijk te beseffen dat de deeltijdcultuur breder is. Ook voor mannen geldt dat er nergens ter wereld zoveel in deeltijd wordt gewerkt. Verder werken 50-plussers relatief vaak in deeltijd. Er zijn aanwijzingen dat de nieuwe generaties jongeren – vooral hoogopgeleiden – een kleinere baan verkiezen om hun werk- en privéleven in balans te houden.

De deeltijdcultuur maakt Nederland kwetsbaar. Ongeveer de helft van de vrouwen verdient onvoldoende inkomen om financieel zelfstandig te zijn. In het besef dat veel relaties stranden, is dat een groot risico. Ook gaan hogere functies vaak samen met voltijdbanen, waardoor de loopbanen van vrouwen begrensd worden en een divers samengestelde top van overheid en bedrijfsleven nog toekomstmuziek is.

Daarnaast is de lage urenparticipatie lastig vol te houden gezien de eerder beschreven krapte op de arbeidsmarkt. Ruimte is er wel: bijna 400.000 mensen willen meer uren werken. Acht op de tien werkende vrouwen zouden zelfs meer willen werken als de omstandigheden dat toelieten, stelt het SCP vast. De gemiddelde arbeidsduur zou met een halve werkdag omhoog kunnen. Dan zouden de tekorten in de zorg en het onderwijs zo maar als sneeuw voor de zon kunnen verdwijnen. Aan de deeltijdcultuur liggen verschillende mechanismen ten grondslag.

Zo is het vanuit inkomensoptiek – denk aan de toeslagen en marginale druk – lang niet altijd aantrekkelijk om meer uren te gaan werken. Sociale normen lijken ook een grote rol te spelen. Zo houdt Nederland er een vrij traditioneel rollenpatroon op na als het om zorg voor kinderen en mantelzorg gaat. Ook speelt mee dat veel voorzieningen niet goed berekend zijn op mensen met een volledige baan. Denk hierbij aan de toegankelijkheid van de kinderopvang, maar bijvoorbeeld ook aan de openingstijden van overheidsloketten en zorgverleners.

Tenslotte zijn er omstandigheden binnen het werk aan te wijzen die mensen ervan weerhouden om meer uren te gaan werken. Voor sommige mensen is het werk te zwaar of demotiverend om fulltime uit te kunnen voeren. Soms is gebrek aan flexibiliteit in roosters en uren een belemmering. Ook kan een deeltijdbaan simpelweg de norm zijn en is meer werken geen gespreksonderwerp tussen medewerker en leidinggevende.