Waarom blijft de arbeidsproductiviteit achter?

Niet alleen het aantal mensen dat werkt en hun arbeidsomvang is cruciaal voor economische groei, maar ook wat werkenden in werktijd gedaan krijgen. Met andere woorden: de arbeidsproductiviteit.

Naarmate we meer technologie tot onze beschikking hebben en slimmere manieren vinden om het werk te doen, worden we productiever. Kon een bakkerij op de hoek van de straat vroeger hoogstens enkele honderden koekjes per uur bakken, nu kan een team van bakkers in een koekfabriek er tienduizenden afleveren dankzij machines als mixers, kneders en industriële ovens en dankzij een optimale inzet van medewerkers op hun vaardigheden en expertise.

Artikel uit de AWVN-jaarcongresbundel ‘Andere koek. Het beste bakken met wat je hebt’.
Download deze publicatie

Een wetmatigheid is dat technologische vooruitgang een stijging van de arbeidsproductiviteit met zich meebrengt. Maar de afgelopen periode gaat die regel niet op, ook al is bijna elk domein van ons leven beïnvloed door digitalisering en producten als de smartphone. De arbeidsproductiviteitsgroei stagneert in Nederland sinds medio jaren ’90 en volgt daarmee de trend die in meer West-Europese landen en in de VS te zien is.

Hoe dat komt? We weten het niet goed. Wat lijkt er mee te spelen?

• De uitvindingen van het begin van de twintigste eeuw, zoal elektriciteit, auto’s en telefonie, hebben veel meer impact op ons dagelijks leven dan recentere innovaties. De eerdere perioden van extreme arbeidsproductiviteitsgroei zouden dus uitzonderlijk zijn, niet de begrensde groei van de afgelopen decennia.

• Grote verschillen tussen koplopers en achterblijvers. Van de recente technologie zouden bedrijven ongelijkmatig profiteren. Een paar bedrijven – zoals de internationale techreuzen – zetten de toon en opereren in markten waarbij het principe van winner takes all geldt.

• Ook zou de verdienstelijking van de economie een rol spelen: de grootste productiviteitswinsten werden tot nu toe in productieomgevingen geboekt.

• Een groter aandeel in de totale economie van sectoren met relatief weinig productiviteitswinst, zoals de zorg.

• Hoge transactiekosten. Het kost veel tijd en geld om nieuwe technologieën als artificial intelligence op grote schaal toe te passen.

• Digitale technologie vraagt geregeld om kannibalisering van bestaande producten en diensten. Bedrijven moeten dan eerst afscheid nemen van bestaande producten.

• Afnemende investeringen per medewerker. Zeker is dat voor een hogere arbeidsproductiviteit samenspel van mens en technologie nodig is. Technologie die niet goed wordt begrepen en gebruikt door medewerkers, kan zijn beloften niet inlossen. De opgave voor bedrijven en organisaties – en hun HR-afdelingen – is daarom om medewerkers mee te nemen in technologische transities, door in hun (digitale) skills te investeren en hen te betrekken bij innovaties (sociale innovatie).