“Woorden beschrijven niet alleen wat we zien, ze roepen ook een praktijk op waarin we werken en leven”, zegt Mark van Twist, hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Volgens hem is taal meer dan een neutraal middel om de werkelijkheid te benoemen; het beïnvloedt hoe organisaties zichzelf begrijpen en veranderen.

Een voorbeeld uit zijn proefschrift over de hervorming van de Rijksdienst illustreert dit: “In die tijd kwamen begrippen als verzelfstandiging en kerndepartementen op. Die woorden riepen niet alleen een fenomeen op, ze veranderden de context waarin mensen werkten. Zoals Cruijff zei: Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”
Wat Van Twist 30 jaar geleden nog ‘verbale vernieuwing’ noemde, heet tegenwoordig framing. “Frames schetsen het kader waarin feiten betekenis krijgen”, legt hij uit. Zo worden maatschappelijke debatten beïnvloed door termen als ‘casinopensioen’ of ‘deeltijdprinsesjes’. Zulke woorden zijn nooit onschuldig. “Ze stellen grenzen aan wat acceptabel is en welke opties denkbaar zijn.”
Dat leidt soms tot verhitte taaldebatten. Hij ziet dit zowel in de politiek als in het bedrijfsleven. “Neem de FNV, die zichzelf opnieuw probeert uit te vinden. Of beursgenoteerde bedrijven die in hun jaarverslag niet meer over gender mogen schrijven, maar alleen nog over sekse. Sommige woorden raken besmet, of worden zelfs verboden.”
En framing beperkt zich niet tot woorden. Ook cijfers vertellen verhalen, benadrukt Van Twist. “Het maakt nogal uit of je percentages of absolute getallen noemt. Toen werd gezegd dat Rusland 9% van zijn BNP aan defensie uitgeeft en de Europese landen nog geen 3%, leek het alsof wij enorm achterlopen. Maar in absolute cijfers gaf Rusland nauwelijks meer uit dan alleen Frankrijk en Duitsland samen. Afhankelijk van hoe je rekent, trek je totaal andere conclusies.”
In de politiek signaleert Van Twist wereldwijd een nieuwe stijl: “Het is de taal van de overtreffende trap. Ik noem dat brutalisme. De kunst is je voorganger te overtreffen met nog stevigere teksten. Het gaat niet meer om nuance, maar om wie het hardst roept en het meest blijft hangen op sociale media.”
Een actueel voorbeeld waarin woorden botsen, is het begrip sociale veiligheid. “Wat de één ziet als bescherming tegen grensoverschrijdend gedrag, ervaart de ander als een poging om zijn leiderschap te ondermijnen. Dan hoor je ineens: dit is inquisitie, je mag hier ook niks meer zeggen.”
Volgens Van Twist is dit geen detaildiscussie, maar een strijd om betekenis. “Ik noem dat een framing contest. Sociale veiligheid is geen rationeel, klinisch thema. Het is emotioneel, het werkt in de onderstroom van een organisatie.”
Hij waarschuwt voor de valkuil van technocratisch meten. “Indicatoren, checklists en standaarden zijn de klassieke manier om grip te krijgen. Maar wie denkt dat sociale veiligheid alleen een rationeel vraagstuk is, mist de emotionele laag die in organisaties doorsijpelt.”
Niet alleen in maatschappelijke debatten, ook in leiderschapstaal klinkt de kracht van woorden door. “Of je zegt ‘wij’ of ‘zij’ als het over je organisatie gaat, zegt veel over verbondenheid,” legt Van Twist uit.
En woorden hebben vaak een langer leven dan leiders zelf. “Een bestuurder die zegt: we moeten draagvlak creëren, kan worden geprezen om zijn samenwerking of worden weggezet als iemand die pappen en nathouden doet. En wie zegt: ‘ik ga doorpakken, en wie niet meedoet gaat maar weg’, kan opluchting brengen, maar ook enorme weerstand oproepen. Mensen vragen zich vaak af: ‘waarom kom ik steeds in dezelfde situatie terecht?’ Heel vaak heeft dat te maken met de echo van hun eigen taal.”
Taal speelt ook tussen collega’s een rol. In Oost-Nederland stuitte Van Twist op de uitdrukking joa, joa. “Dat betekent eigenlijk: ja, ik hoor je, maar ik doe het niet. Iedereen weet wat er speelt, maar niemand spreekt het hardop uit. Dat noem ik de ‘unsaid known’. In elke organisatie bestaan zulke codes.”
Daarom benadrukt hij het belang van alert zijn op stilzwijgende afspraken en beladen termen. “In elke organisatie bestaan jubelwoorden die applaus oproepen, maar ook taboewoorden die je beter kunt vermijden.”
Zelfs schijnbaar open taal kan een andere lading hebben. “Een leidinggevende die zegt: mijn deur staat altijd open, denkt betrokken te zijn. Maar in feite schuif je de verantwoordelijkheid bij medewerkers. Als er iets is, hadden ze maar moeten aankloppen en binnenlopen.”
Nog een sprekend voorbeeld: de taal rond organisatieverandering. “Noem je iets een reorganisatie, dan gelden er verplichtingen richting ondernemingsraad en medezeggenschap. Maar als je het een doorontwikkeling noemt, hoeft dat vaak niet.” Volgens Van Twist is dat geen detail. “Dat je iets anders noemt, is allesbehalve onschuldig. Het is een strategische keuze. Taal bepaalt welke verantwoordelijkheden je neemt of juist ontwijkt.”
Door zijn werk luistert Van Twist anders dan de meeste mensen. “Ik hoor eigenlijk niet zozeer meer de inhoud, maar de woorden die mensen kiezen om hun boodschap te brengen.” Toch wil hij niet cynisch worden. “De wereld wordt er ingewikkelder, maar ook interessanter door. Je hoeft overigens niet overal verborgen boodschappen achter zoeken. Niet alles is slecht bedoeld. Ik ben gewoon gefascineerd door de linguïstische vingerafdruk die een ieder achterlaat.”
Zijn kernboodschap is glashelder: “Woorden zijn nooit onschuldig. Ze doen dingen. Hoe je spreekt, bepaalt niet alleen hoe je gezien wordt, maar ook hoe je de werkelijkheid zelf vormt.”
Mark van Twist was 21 augustus gastspreker op een interne bijeenkomst van AWVN. Wie meer wil lezen over dit onderwerp, kan terecht bij zijn boek Woorden wisselen (2023). Daarin laat Van Twist zien hoe taal, verhalen, cijfers en zelfs dramaturgie bestuur en organisaties sturen.
Niets missen? Abonneer je op dit onderwerp en ontvang nieuwe artikelen automatisch in jouw persoonlijke overzicht!
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail