15 mei 2018

Over de uitleg van cao-bepalingen

Over de uitleg van cao-bepalingen, over schriftelijke toelichtingen en het wel of niet betrekken van voorlichtingsteksten.

 

De uitleg van een overeenkomst geschiedt in het algemeen volgens het zogenaamde Haviltex-criterium, genoemd naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 1981: het komt niet aan op een zuiver taalkundige uitleg, maar op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Cao-norm

Later heeft de Hoge Raad in een aantal uitspraken duidelijk gemaakt dat voor de uitleg van een cao niet het Haviltex-criterium geldt, maar wat bekend is geworden als de cao-norm. De cao-norm is door de Hoge Raad geïntroduceerd in het arrest Gerritse/HAS van 17 september 1993, en in een aantal latere uitspraken verfijnd. Volgens de Hoge Raad zijn bij de uitleg van een cao de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis. De voornaamste ratio van de cao-norm is bescherming van derden die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken waren, en daarom geen weet kunnen hebben van de bedoeling van partijen. Ook de uitleg van een sociaal plan dat niet als een cao kan worden aangemerkt, moet geschieden aan de hand van de cao-norm.

In dit blog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen

Schriftelijke toelichting
Bij de uitleg van een cao kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook de bewoordingen van de eventueel bij de cao behorende schriftelijke toelichting moeten bij de uitleg van de cao worden betrokken. Als de bedoeling van de partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend.

Uitspraak Hoge Raad uitleg begrip ‘woning’
Kunnen cao-partijen ook in een later stadium een toelichting op de cao geven die bij de uitleg van de cao moet worden betrokken? Daarover deed de Hoge Raad op 4 mei jongstleden uitspraak . De casus betrof de uitleg van het begrip ‘woning’ in artikel 55 lid 1 van de Cao Bouwnijverheid. Is dat in geval van in Nederland werkzame buitenlandse werknemers de woning in het thuisland, of de woning in Nederland van waaruit zij hun arbeid verrichten? Volgens FNV moest het de woning in het land van herkomst zijn, waarbij FNV zich onder meer beriep op een gezamenlijke verklaring van cao-partijen die is gepubliceerd op de website van het betrokken handhavingsorgaan en (daarmee) voor iedereen kenbaar is.

De Hoge Raad oordeelde: “Gelet op de bewoordingen van art. 55 CAO in het licht van de overige relevante bepalingen van de CAO, moet het begrip ‘woning’ in art. 55 lid 1 CAO aldus worden begrepen, dat het de plaats betreft waar de werknemer in de periode die het werk duurt, zijn reguliere verblijfplaats heeft. Dit kan de tijdelijke verblijfplaats zijn waarnaar de werknemer dagelijks na het werk terugkeert en waar hij slaapt, maar dit kan ook een verder van het werk gelegen woning of verblijfplaats zijn. Bij het bepalen welke van de verblijfplaatsen van de werknemer is aan te merken als ‘woning’ in de zin van art. 55 lid 1 CAO komt het aan op alle omstandigheden van het geval, waarbij onder meer van belang is waar de werknemer tijdens de duur van het werk doorgaans in het weekeinde, of tijdens een daarmee gelijk te stellen wekelijkse werkonderbreking, verblijft, en welke reisafstand bestaat tussen het werk en de mogelijk als ‘woning’ in aanmerking te nemen plaatsen.”

Voor wat betreft de toelichting van cao-partijen oordeelde de Hoge Raad: “Anders dan het middel betoogt, kan bij de toepassing van de cao-norm geen betekenis worden toegekend aan andere stukken dan de tekst van de cao en de eventueel daarbij behorende toelichting. Dat wordt niet anders indien dergelijke andere stukken algemeen kenbaar zijn, afkomstig zijn van de gezamenlijke cao-partijen en bedoeld zijn om werkgevers en werknemers voor te lichten over de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. Zij vormen ook dan immers geen deel van de uit te leggen rechtsbron (de tekst van de cao), en hebben evenmin de status van een bij die tekst behorende toelichting. Bij een andere opvatting zou voor degenen voor wie de cao geldt onvoldoende duidelijk zijn welke bronnen wel en welke niet bij de uitleg mogen worden betrokken. Gelet op de bestaansgrond van de cao-norm (bescherming van derden, MV) kan dit niet worden aanvaard.”

Conclusie
Cao-partijen kunnen dus wel een bij de cao behorende, voor iedereen kenbare schriftelijke toelichting geven, die dan bij de uitleg moet worden betrokken. Maar de voorlichtingstekst die in een later stadium uitlegt wat cao-partijen met bepaalde cao-bepalingen bedoeld hebben, zal door de rechter niet bij de uitleg van cao-bepalingen mogen worden betrokken.
In dat licht moet ook worden afgevraagd wat de waarde is van een veelvoorkomend cao-artikel dat zegt dat de uitleg van cao-bepalingen aan cao-partijen is. Als cao-partijen achteraf verklaren wat zij met een bepaald cao-artikel bedoeld hebben, heeft deze verklaring niet de status van de een bij de cao behorende toelichting. De uitleg van het artikel volgens de cao-norm, zal dan voor de rechter meer waarde hebben dan de uitleg van cao-partijen achteraf.

Tekst Marco Veenstra

Deel dit artikel via: Deel dit artikel via Whatsapp Deel dit artikel via Twitter Deel dit artikel via Facebook Deel dit artikel via Linkedin Deel dit artikel via Mail
aanmelden