Home / Zelfroosteren

Logo AWVN-werkgeverslijnZelfroosteren (ook wel: individueel roosteren) is het door de werknemer zelf plannen van werktijden (zonder dat daarbij wordt uitgegaan van vooraf gedefinieerde diensten), op basis van door de werkgever per uur aangegeven bezettingseisen. Het is een fenomeen dat veel aandacht trekt. Zelfroosteren zou zowel de werkgever als de werknemer voordelen bieden. Maar kan dat wel, dienstroosters zonder nadelen? De werkelijkheid is ingewikkelder dan een simpele win-winsituatie.

Er zijn verschillende vormen van individueel roosteren: van relatief simpele tot tamelijk complexe vormen – afhankelijk van de mate van diversiteit in werktijden (zie onderstaand schema op de Y-as) en de mate van zeggenschap over de werktijden (X-as).

  • Vier soorten zelfroosteren

    Welke vormen en varianten van individueel roosteren zijn er zoal? Enkele varianten een korte beschrijving ervan. Daarbij is het overigens goed om onderscheid te maken tussen twee fasen van het roosteren: het maken van het rooster, en het beheer ervan nadat het gepubliceerd is. In beide fasen is het mogelijk om werknemers invloed te geven.

    ❶ Voorkeurrooster
    Hierbij houdt de roostermaker zoveel mogelijk rekening met de wensen van werknemers. Dat kan door werknemers in een groep te plaatsen die alleen vroege diensten of juist voornamelijk late diensten draait. Er wordt ingespeeld op individuele wensen zolang dat een rooster oplevert dat aan de bezettingseisen voldoet. In de zorg gebeurt dit vaak door harde en zachte wensen van werknemers te onderscheiden, waar de roostermaker zoveel mogelijk rekening mee houdt.
    ❷ Shiftpicking
    Ook bekend als intekenroosters. Dit is de eerste variant waarbij niet de werkgever het rooster maakt, maar de werknemer. Hierbij levert de werkgever een leeg rooster op met daarin aangegeven aantal en soort van de benodigde diensten. Werknemers die aan de eisen voldoen, kunnen inschrijven op bepaalde diensten of uit die diensten hun persoonlijk rooster samenstellen. Vaak gaat dit in rondes, bijvoorbeeld in ronde 1 intekenen door werknemers, in ronde 2 herschikken door werknemers en in ronde 3 goedkeuring van het rooster door de leidinggevende, eventueel na een laatste herschikking door de roostermaker.
    ❸ Matching
    Deze variant van individueel roosteren lijkt op shiftpicking. Het verschil is dat de werkgever hierbij niet vooraf de diensten benoemt. Wel zijn voor de verschillende tijdstippen de bezettingseisen bekend. De werknemers voeren hun wensen in met betrekking tot de tijdstippen waarop zij wel of niet willen werken (dus geen diensten) en het systeem of de roostermaker gaat deze wensen proberen te ‘matchen’ met de bezettingseisen.
    ❹ Zelfroosteren
    Hierbij bepaalt het team of de afdeling alles zelf, zowel wat de inhoud betreft (wat doen we) als de tijd (wanneer doen we het), zolang dat binnen de doelstellingen van de organisatie gebeurt. Daarbij kan men het werk blijven vertalen in diensten, maar ook de roosters organiseren vanuit de activiteiten die verricht moeten worden of de output die men wil realiseren.

    Deze vier varianten geven werknemers invloed op het ontwerp van het rooster. Voor alle vier geldt dat elke werknemer evenveel kans heeft om bepaalde werktijden te kiezen. Wie het eerst komt wie het eerst maalt, is daarbij dus niet aan de orde. Wel moeten ergens tijdens het roosterontwerpproces knopen worden doorgehakt, waarbij de ene werknemer iets wel krijgt en de ander niet – vraag en aanbod van arbeidscapaciteit moeten immers in balans zijn. Om dat zo eerlijk mogelijk te doen, zijn bepaalde spelregels nodig. Individueel roosteren is daarmee een systeem waarin werknemers niet altijd krijgen wat ze wensen, maar waarbij wel op een eerlijke en evenwichtige manier een rooster ontstaat dat zo dicht mogelijk bij hun eigen wensen in de buurt komt.

    Na publicatie van het rooster gaat de tweede fase in, die van het beheer van het rooster. Ook dan hebben werknemers nog invloed op het bijstellen van het rooster door middel van ruilen. Ook is het mogelijk om in deze fase eventuele extra diensten of overwerk, of juist extra vrij, aan te bieden.

    Het kernpunt van individueel roosteren is daarmee de invloed van de individuele werknemer op de eigen werktijden. De werktijden plant de werknemer zelf in, en dus niet de planner of roostermaker. Het gebeurt wel allemaal binnen kaders die de werkgever vaststelt. Het gesprek over werktijden wint daarmee aan belang. Je moet er met elkaar zien uit te komen: met collega’s en met de leidinggevende.

    Bron: Peter Vos, uit: ‘Individueel roosteren in ploegendiensten’ (2015)