Home / Wet gelijke behandeling op grond van handicap

Wet gelijke behandeling op grond van handicap

Logo AWVN-werkgeverslijnDe Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte is een uitwerking van de Europese kaderrichtlijn over gelijke behandeling in arbeid en beroep, en verbiedt onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.

De wet heeft betrekking op arbeid, beroepsopleiding en openbaar vervoer. Bij arbeid gaat het om het hele arbeidsproces: van werving en selectie tot aan arbeidsvoorwaarden en ontslag. Onder beroepsopleiding wordt begrepen het beroepsonderwijs tot en met het wetenschappelijk onderwijs alsmede om- en bijscholingscursussen. Degene tot wie het verbod zich richt is ook verplicht tot het verrichten van doeltreffende aanpassingen ten behoeve van de gehandicapte of chronisch zieke. Deze aanpassingen moeten wel in redelijkheid kunnen worden gevraagd en mogen geen onevenredige belasting voor de werkgever zijn.

Het verbod op onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte geldt niet in de volgende gevallen:
• het onderscheid is noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid (dit kan zowel de omgeving als de gehandicapte persoon zelf betreffen)
• het onderscheid betreft specifieke voorzieningen en faciliteiten ten behoeve van personen met een handicap of chronische ziekte (permanent noodzakelijke voorzieningen zonder welke zij niet op gelijke voet kunnen deelnemen en integreren in de samenleving)
• het onderscheid heeft tot doel gehandicapten en chronisch zieken te bevoorrechten om feitelijke achterstanden op te heffen of te verminderen (positieve actie).

Direct onderscheid is buiten deze uitzonderingen verboden. Als onderscheid wordt gemaakt op grond van een andere hoedanigheid dan handicap of chronische ziekte wat in de praktijk tot benadeling van gehandicapten of chronisch zieken leidt, is sprake van indirect onderscheid. Dit kan wel toegestaan zijn als daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat.

Strafbaarstelling
Sinds 1 januari 2006 is de Wet strafbaarstelling discriminatie wegens een handicap in werking getreden. Sindsdien kan degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zonder redelijke grond gehandicapten en/of chronisch zieken discrimineert, strafrechtelijk vervolgd worden. Zowel het handelen als het nalaten van handelen kan strafbaar zijn.
Bij het nalaten van handelen kan gedacht worden aan het achterwege laten van aanpassingen, bijvoorbeeld het niet plaatsen van een lift(je) voor rolstoelgebruikers. De straf kan oplopen tot twee maanden hechtenis of een geldboete van de derde categorie op grond van artikel 23 Wetboek van Strafrecht. De strafrechter die beoordeelt of er sprake is van zonder redelijke grond zal aansluiting moeten zoeken bij de criteria die de civiele rechter ontwikkelt. Als een aanpassing kan worden aangebracht om onderscheid overbodig te maken zonder dat deze aanpassing de betrokken werkgever onevenredig belast en deze werkgever laat dit na, is er sprake van strafbare discriminatie.