Home / Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie)

Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie)

Logo AWVN-werkgeverslijnDe wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is op 1 mei 2016 in werking getreden. Daarmee verdween de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) om plaats te maken voor een nieuw systeem van modelovereenkomsten.

De VAR was bedoeld om een opdrachtgever bij het inhuren van een zzp’er zekerheid te verschaffen over de vraag of hij loonheffingen was verschuldigd. Bleek er achteraf toch sprake te zijn van een dienstverband, dan kwamen de gevolgen hiervan voor rekening van de zzp’er. Het doel van de DBA is om schijnzelfstandigheid beter te bestrijden en de verantwoordelijkheden van opdrachtnemer en opdrachtgever meer in balans te brengen. De financiële consequenties van een verkapt dienstverband worden voortaan verdeeld over zzp’er én opdrachtgever.

Uit reacties op de wet van opdrachtgevers en opdrachtnemers blijkt dat opdrachtgevers vanwege het ontbreken van absolute vrijwaring en onzekerheid omtrent de gevolgen van de wet DBA terughoudend zijn om zelfstandigen in te zetten. Als gevolg van de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen, is er nogal wat onduidelijkheid over de status van de Wet DBA.

Is de wet nu wel of niet afgeschaft?
Niet. In november 2016 is besloten om handhaving uit te stellen tot 1 januari 2018, het nieuwe kabinet heeft deze periode eerst verlengd tot 1 juli 2018, en later tot 1 januari 2020.
Wat houdt dit (verder) uitstel in?
Dat tot 1 januari 2020 opdrachtgevers zelfstandigen kunnen inzetten zonder risico te lopen op boetes en/of naheffingen van de Belastingdienst, behoudens een zeer selecte groep van kwaadwillenden.
Wanneer vindt de Belastingdienst een opdrachtgever kwaadwillend?
Als een opdrachtgever een zelfstandige inzet waarvan beiden weten dat deze feitelijk in een dienstbetrekking functioneert.
Raadt AWVN aan om modelovereenkomsten  nog voor te leggen aan de Belastingdienst? Afhankelijk van de feitelijke situatie kan het nog steeds aan te raden zijn een overeenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen. Neemt bij vragen daarover contact met AWVN op.
Wanneer gaat de wet veranderen en wat gaat er veranderen?
Aanpassing van de Wet DBA ligt op het bordje van het nieuwe kabinet. Het is op dit moment dus onzeker of, wanneer en hoe de wet zal veranderen. Zie het HR-topic Reageerakkoord Rutte-III hierover op deze site.
Welke risico’s loop ik?
Tot 1 januari 2020 is de handhaving van de Wet DBA in principe uitgesteld. Een uitzondering geldt, zoals gezegd, voor kwaadwillenden.

De Belastingdienst heeft op haar website een aantal voorbeeldovereenkomsten van opdracht (ovo) gepubliceerd. Het gaat om algemene modelovereenkomsten en een reeks voorbeeldovereenkomsten specifiek voor branches en beroepsgroepen. De algemene overeenkomsten zijn bedoeld voor situaties waarin het gezag van de werkgever ontbreekt, situaties waarin de opdrachtnemer zich vrij kan laten vervangen en situaties waarin een intermediair bemiddelt tussen opdrachtgever en -nemer.
De voorbeeldovereenkomsten voor branches en beroepsgroepen zijn bedoeld voor iedereen die werkt volgens de voorwaarden van een branche of beroepsgroep. Deze zijn aan de Belastingdienst voorgelegd door sectoren, branches, ondernemers en zzp’ers. Er zijn bijvoorbeeld overeenkomsten voor de bouw en medische beroepen.

Als opdrachtgever kunt u gebruikmaken van een van deze overeenkomsten, maar u kunt er ook zelf een
(laten) opstellen. Uw zelfgeschreven ovo kunt u ter beoordeling voorleggen aan de Belastingdienst.  Die geeft u vervolgens zekerheid over de vraag of u op basis van uw eigen ovo werkt met een zelfstandige
(geen inhouding van loonheffingen) of een werknemer (wél inhouding van loonheffingen).

De Belastingdienst kan deze beoordeelde overeenkomsten openbaar maken op de website. Als u besluit om uw overeenkomst niet aan de Belastingdienst voor te leggen, kan deze, als achteraf toch sprake blijkt te zijn van een dienstverband, met terugwerkende kracht naheffingen opleggen. Het advies is dan ook om eigen ovo’s aan de Belastingdienst voor te leggen.

Als u op basis van een goedgekeurde overeenkomst en/of voorbeeldovereenkomst een zzp’er inhuurt, is er geen sprake van een dienstbetrekking. Een belangrijke voorwaarde voor vrijwaring van loonheffing is wel dat in praktijk ook wordt gehandeld conform de afspraken. Mocht er op basis van feiten en omstandigheden blijken dat er toch sprake is van een dienstverband, dan kan de Belastingdienst ook in dit geval naheffingen opleggen aan de opdrachtgever. De overeenkomst wordt dan voor de toekomst ingetrokken.

De aanwezigheid van een gezagsverhouding is vaak doorslaggevend om te bepalen of er sprake is van een echte opdrachtsrelatie of een schijnconstructie waarbij feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Download onderstaand artikel van AWVN-advocaat Esther van den Bergh voor meer informatie.

Bronnen hoofdtekst Werkgeven, 2016/1, Vraag ’t de AWVN-werkgeverslijn / Veelgestelde vragen over de Wet DBA, december 2016, webpaper AWVN