Home / Rijksbegroting 2021

Rijksbegroting 2021

De Miljoenennota, Belastingplan, begrotingen en bijbehorende stukken kunt u als pdf downloaden op de site van de Rijksoverheid.

Hier vindt u informatie over de Rijksbegroting 2021, zoals gepresenteerd op Prinsjesdag 2020 (dinsdag 15 september), en de analyses en commentaren van AWVN-experts. Toegespitst op de consequenties voor werkgevers.

Dit jaar door corona geen Gouden of Glazen Koets met paarden en andere rijtuigen maar een verlengde Audi A8. Geen hoedjes, maar mondkapjes. Geen groot militair ceremonieel, wel een erewacht. Geen Ridderzaal, wel de Grote Kerk in Den Haag. Wat blijft? De troonrede, het koffertje en de reactie van AWVN.

Klik op de onderwerpen voor analyses op thema. 

  • NOW, commissie Borstlap, leven lang ontwikkelen, ouderschapsverlof

    2021 staat in het teken van werk houden of vinden
    De impact van het coronavirus op de economie houdt aan en zal ook in 2021 bepalend zijn voor de arbeidsmarkt. Naar verwachting herstelt de economie zich deels, maar de werkloosheid loopt in 2021 verder op. Het kabinet richt zich het komend jaar dan ook op het behoud van werkgelegenheid. Tegelijk ondersteunt het kabinet mensen en bedrijven bij de omschakeling naar de veranderde economie. En er is aandacht voor de mensen die bovenmatig worden getroffen door deze veranderingen, zoals jongeren en mensen met een arbeidsbeperking. De aanpak Breed Offensief, waarvan het wetsvoorstel dit najaar wordt behandeld in de Tweede Kamer, moet ervoor zorgen dat het voor werkgevers eenvoudiger wordt om mensen met een beperking in dienst te nemen. Dankzij de vereenvoudiging van de Wajong gaat werken meer lonen voor mensen met een Wajong-uitkering.

    NOW
    De begroting van SZW bevat geen maatregelen die niet al eerder waren aangekondigd. De verlenging van de NOW en Tozo tot 1 juli 2021 was al gemeld in de Kamerbrief van 28 augustus 2020. Beide regelingen worden naar verwachting eind september 2020 gepubliceerd. Ze worden in fases aangescherpt en specifieker gericht, met meer ruimte voor herstructurering als die nodig is. Naast het verlengen van de overbruggingsmaatregelen treft het kabinet een omvangrijk sociaal pakket met aanvullende maatregelen. Onderdelen van het pakket zijn een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, bij- en omscholing, de aanpak van jeugdwerkloosheid en de bestrijding van armoede en schulden. Voor dit aanvullend sociaal pakket reserveert het kabinet over de jaren 2020-2024 cumulatief ongeveer € 1,4 miljard.

    De belangrijkste wijzigingen van de NOW-3 ten opzichte van de NOW-2
    • NOW-3 geldt tot 1 juli 2021 (3 tijdvakken van 3 maanden).
    • Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling, gaat vanaf het tweede tijdvak omhoog van 20% naar 30%.
    • De steun over 9 maanden kent een geleidelijke afbouw van vergoedingspercentages: van 80%, naar 70% naar 60%.
    • Tegenover de afbouw van de vergoeding, bestaat de mogelijkheid om de loonsom geleidelijk te laten dalen met 10%, 15% en 20% zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie.
    • De korting, die in de NOW-2 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag, wordt losgelaten.
    • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1x het dagloon.

    Aandacht voor het toekomstbestendig maken van de arbeidsmarkt
    Volgens de Commissie Regulering van werk (commissie-Borstlap) worden in het huidige stelsel duurzame arbeidsrelaties te veel ontmoedigd, externe flexibiliteit te veel gestimuleerd en is het stelsel van contractvormen onoverzichtelijk en moeilijk te handhaven. De regering hoopt in het najaar met een reactie te komen op de voorstellen die de Commissie heeft gedaan voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt.

    Het kabinet blijft inzetten op leven lang ontwikkelen
    Ontwikkeling tijdens de loopbaan is van groot belang om ervoor te zorgen dat mensen inzetbaar blijven op een veranderende arbeidsmarkt. De coronacrisis onderstreept dat belang. Door te blijven ontwikkelen in werk en zo nodig bij of om te scholen blijven vaardigheden up-to-date en kan werkloosheid worden voorkomen. Het kabinet streeft er daarom naar dat het vanzelfsprekend wordt te investeren in de ontwikkeling van mensen tijdens de hele loopbaan. Naast de scholingsmaatregelen die voortkomen uit het steun- en herstelpakket werkt het kabinet door aan de invoering van de STAP-regeling (Stimulans Arbeidsmarktpositie). Deze regeling vervangt de huidige fiscale aftrek voor scholing. Ook is er in 2021 weer circa € 50 miljoen beschikbaar vanuit de SLIM-regeling, waarmee werkgevers in het MKB, maar ook grotere werkgevers in de sectoren horeca, landbouw en recreatie, worden gestimuleerd om te investeren in de ontwikkeling van werkenden. Het meerjarig programma voor Leven Lang Ontwikkelen loopt ook in 2021 door.

    Negen weken betaald ouderschapsverlof voor beide ouders
    Het verlof voor partners is naar vijf dagen direct na de geboorte gegaan in 2019, en naar vijf weken in het eerste halfjaar per 1 juli 2020 (middels de WIEG, de Wet Invoering Extra Geboorteverlof). De Europese richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers voorziet onder andere in het recht van werknemers op twee maanden betaald ouderschapsverlof. Om hieraan te voldoen komt het kabinet met de Wet invoering betaling ouderschapsverlof. Deze wet geeft beide ouders gedurende het eerste jaar na de geboorte recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. Het gaat om een uitkering van 50% van het (maximum)dagloon via het UWV. De beoogde inwerkingtreding van de wet is 2 augustus 2022.

  • WW, Awf-premie, Aof-premie, loondoorbetaling bij ziekte, arbo, banenafspraak e.d.

    Werkloosheidswet
    Het CPB verwacht dat het werkloosheidspercentage nog verder oploopt naar 5,9% van de beroepsbevolking in 2021, ofwel 550 duizend mensen. Het kabinet verwacht daarom dat WW-uitgaven de komende jaren zullen stijgen. Hoewel de premies de laatste jaren kostendekkend zijn, is er door de (vorige) crisis nog steeds sprake van een aanzienlijk tekort in het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf). Dit tekort zal volgend jaar weer oplopen. Het vermogenstekort in het Awf bedraagt eind dit jaar ongeveer 6 miljard euro en zal in 2021 waarschijnlijk oplopen met 374 miljoen euro tot ongeveer 6,5 miljard euro.

    Awf-premie
    Het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) financiert de WW-uitkeringen van marktwerkgevers. Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 1 januari 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden. Het lage tarief is voor 2021 voorlopig vastgesteld op 2,7% (is 2,94% in 2020) en het hoge tarief op 7,7% (7,94% in 2020. De gemiddelde Awf-werkgeverspremie in 2021 daalt iets ten opzichte van 2020: van 4,19% naar 3,95%. De definitieve vaststelling van de Awf-premie vindt plaats in oktober.

    Overheidswerkgevers betalen geen WW-premie maar zijn eigenrisicodrager voor de WW. Zij betalen een Ufo-premie (uitvoeringsfonds voor de overheid). Deze is ten opzichte van 2020 ongewijzigd en bedraagt 0,68%.

    Arbeidsongeschiktheidsregelingen
    Het totale aantal arbeidsongeschikten loopt nog steeds iets verder terug. Dit is het gevolg van het dalende aantal WAO’ers. In 2021 zijn er voor het eerst meer werknemers met een WGA-uitkering dan WAO‘ers.

    Aof-premie
    Uit het arbeidsongeschiktheidsfonds worden de uitkering voor de WGA (na 10 jaar), IVA, WAO, WAZ, WAZO en ZW betaald. De aangekondigde Aof-premie voor 2021 bedraagt 7,03%. Dit is een verhoging ten opzichte van de premie van 6,79% in 2020. Deze verhoging is opmerkelijk omdat het Aof al jaren een, steeds toenemend, vermogensoverschot kent. Het vermogensoverschot zal volgens de begroting oplopen van 16,6 miljard euro eind 2020 naar 21,6 miljard eind 2021.

    Premie grondslag werknemersverzekeringen
    De maximumpremiegrondslag voor de werknemersverzekeringen en de ZVW wordt voor 2021 verhoogd van € 57.214 naar € 58.311.

    AWVN vindt…
    AWVN vindt het opmerkelijk dat de Aof-premie de laatste jaren telkens omhoog blijft gaan terwijl het fonds al een ruim overschot heeft. Het betreft hier een premie voor een werknemersverzekering die door werkgevers wordt betaald. Dat betekent dat de hoogte van de premie zou moeten worden afgestemd op de te verwachten lasten, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals bijvoorbeeld een economische crisis.

    Maatregelen loondoorbetaling bij ziekte
    Met het wetsvoorstel RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen wordt geregeld dat in 2021 het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de RIV-toets door UWV. Deze maatregel komt voort uit de afspraken die in december 2019 door de minister van SZW gemaakt zijn met werkgevers en werknemers over het alternatieve pakket voor de regeerakkoordmaatregelen

    Loondoorbetaling bij ziekte en WIA
    De RIV-toets zal in 2021 volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. Als werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het medisch advies van de bedrijfsarts, kan een RIV-toets niet meer leiden tot een sanctie. Hiermee wordt onzekerheid voorkomen over het te voeren re-integratietraject voor werkgever en werknemer.

    Scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden
    Conform het regeerakkoord wordt het scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden voorbereid. Doel van het scholingsexperiment is om in de praktijk na te gaan in hoeverre gerichte scholing WGA-gerechtigden dichter bij de arbeidsmarkt brengt en hun werkhervattingskansen vergroot.

    Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
    Eind dit jaar of begin volgend jaar zal er een uitgewerkt voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Dat is een uitwerking van het advies van de Stichting van de Arbeid om zelfstandigen zonder personeel verplicht te verzekeren tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico. Er komt een ‘standaardverzekering’ die voor iedereen toegankelijk is, maar zelfstandigen blijven ook de keuze houden voor een eigen, beter passende optie om dit risico af te dekken. Momenteel werken we dit voorstel verder uit en worden verschillende mogelijkheden voor de uitvoerbaarheid bekeken.

    Arbeidsomstandigheden
    Werk mag niet leiden tot gezondheidsschade. Goede arbeidsomstandigheden zijn daarbij essentieel. Het kabinet werkt daarom aan Arbovisie 2040, waarvan momenteel de beleidsvoorbereiding in samenwerking met het veld in volle gang is. De Tweede Kamer zal hierover in oktober 2020 een hoofdlijnennotitie ontvangen en daarnaast zal advies worden gevraagd aan de SER.
    In 2021 zal verder gewerkt worden aan de uitwerking van de reactie van het kabinet op het rapport van de commissie-Heerts om het proces van schadeafhandeling bij beroepsziekten door blootstelling aan gevaarlijke stoffen te verbeteren. Er wordt in dat kader onder meer gewerkt aan een tegemoetkomingsregeling voor werkenden die een ernstige beroepsziekte hebben opgelopen als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
    In 2021 wordt verder gewerkt aan de maatschappelijke beweging aanpak burn-out, waarbij onder andere de hernieuwde aandacht voor thuiswerken en de consequenties daarvan voor de vitaliteit en het welbevinden van werkenden worden betrokken.

    Verder wordt in 2021 prioriteit gegeven aan de voortzetting van het beleid op het terrein van gevaarlijke stoffen – inclusief de uitwerking van de beleidsreactie Asbest – en de versterking van de handhavingsketen.

    Vanuit het Meerjarenprogramma Risico- Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zullen bedrijven worden ondersteund bij het opstellen en naleven van de RIE om de naleving van deze verplichting te verbeteren.

    Banenafspraak
    • Aanpassing besluit SUWI
    Op 1 januari 2021 wordt het Besluit SUWI aangepast zodat werkgevers en werkzoekenden elkaar makkelijker kunnen vinden en meer mensen (duurzaam) aan het werk geholpen kunnen worden. Gemeenten en UWV bieden in iedere regio één gezamenlijk aanspreekpunt voor werkgevers met één basispakket aan dienstverlening.
    • LKV
    Om de duurzaamheid van de banen voor mensen uit de doelgroep banenafspraak te
    vergroten, zullen er per 2024 twee wijzigingen plaatsvinden in het LKV banenafspraak. Het
    LKV banenafspraak wordt structureel beschikbaar in plaats van tot maximaal drie jaar na in
    dienst treden. Daarnaast kunnen werkgevers het LKV banenafspraak vanaf 2024 toepassen
    voor alle werknemers die ze in dienst hebben.
    • Breed Offensief
    Om de arbeidskansen van mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet een breed offensief gelanceerd. Het breed offensief bevat verschillende maatregelen die ervoor moeten zorgen dat meer mensen met een beperking aan het werk komen en blijven. Belangrijke onderdelen zijn het vereenvoudigen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, en het werken lonender maken voor mensen met een beperking. Hiervoor is dit voorjaar een wetsvoorstel ingediend. Het streven is dat het wetsvoorstel op 1 juli 2021 wordt ingevoerd.
    Het wetsvoorstel waarin de reeds eerder aangekondigde vereenvoudiging van de Wet banenafspraak en quotumheffing is uitgewerkt zal naar verwachting eind 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden worden.

    Gezondheidszorg
    Ook het komende jaar stijgen de zorgkosten door de vergrijzing en nieuwe technologie. Daarnaast wordt de kostenstijging veroorzaakt doordat het kabinet 6,7 miljard euro uittrekt aan crisismaatregelen in verband met het corona-virus.

    De zorg in de toekomst
    De zorg in Nederland staat op een hoog niveau en dat wil het kabinet behouden. Door onder meer de vergrijzing zal de vraag naar zorg in de toekomst toenemen, terwijl het aantal beschikbare mantelzorgers afneemt. Met deze toenemende zorgvraag zijn er ook meer mensen nodig die gaan werken in de zorg, terwijl de arbeidsmarkt krap is. Het kabinet wil het werken in de zorg aantrekkelijker maken zodat meer mensen kiezen om in de zorg te (blijven) werken: minder werkdruk, minder administratieve lasten, meer autonomie en meer zeggenschap, en een beter ontwikkel- en loopbaanperspectief. Het al bestaande actieprogramma Werken in de Zorg wordt uitgebreid en structureel gemaakt.
    Aanvullend wil het kabinet aandacht besteden aan specifieke knelpunten én kansen, ook op het terrein van de arbeidsvoorwaarden, bij het aantrekken en behouden van zorgprofessionals. Een speciale SER-commissie wordt gevraagd een verkenning op te stellen met een analyse en mogelijke varianten.

    Nominale ZVW-premie stijgt, maar met hoeveel?
    Door de hogere zorgkosten stijgt ook de premie voor de ZVW. Jaarlijks raamt het kabinet de hoogte van de zorgpremie voor het komende jaar omdat deze raming nodig is om te kunnen inschatten hoe de koopkracht van mensen zich ontwikkelt. De daadwerkelijke premie voor 2021 wordt pas uiterlijk in november 2020 vastgesteld door de zorgverzekeraars. De raming met Prinsjesdag wijkt daarom vaak af van de daadwerkelijke premie.
    Voor 2021 raamt het kabinet de zorgpremie op € 1476 op jaarbasis (€ 123,00 per maand). Dat komt neer op ongeveer € 4,50 extra per maand, of € 54 op jaarbasis ten opzichte van de gemiddelde premie over 2020. Om de kosten voor burgers beperkt te houden blijft ook in 2021 het eigen risico € 385. Om de gevolgen van de gestegen ZVW-premie op te vangen wordt de zorgtoeslag verhoogd. Die stijgt daardoor met € 44 voor alleenstaanden en € 995 voor meerpersoonshuishoudens.

    Inkomensafhankelijke premie omhoog
    De zorgkosten worden niet alleen uit de nominale premie gefinancierd. Ze worden voor de helft betaald uit de inkomensafhankelijke premie die werkgevers betalen. Deze inkomensafhankelijke bijdrage gaat in 2021 van 6,70% naar 7,00%. Het maximumbedrag waarover de ZVW-premie wordt berekend zal in 2020 omhoog gaan van € 57.214 naar € 58.311. De lage inkomensafhankelijke ZVW-premie die onder meer van toepassing is voor zelfstandigen en gepensioneerden stijgt in 2021 van 5,45% naar 5,75%.

  • Pensioen

    In de Miljoenennota wordt geen nieuw beleid aangekondigd met betrekking tot het aanvullende tweede pijlerpensioen. Naast de uitwerking van het pensioenakkoord komen het nieuwe nabestaandenpensioen, de waardeoverdracht van kleine pensioenen en het terugdringen van ‘witte vlekken’ aan de orde.

    Pensioenakkoord
    Het kabinet is aan de slag met de uitwerking van afspraken uit het pensioenakkoord tot concrete wetsvoorstellen. Het kabinet streeft ernaar om in het tweede kwartaal van 2021 de wet- en regelgeving die nodig is voor de vernieuwing van het pensioenstelsel bij de Tweede Kamer in te dienen. Het nieuwe wettelijke en fiscale kader zou daarmee per 2022 in werking kunnen treden. In de planning van SZW is ook voorzien in een eerste versie van een wetsvoorstel ‘vernieuwing pensioenstelsel’ dat eind 2020 ter consultatie aan het pensioenveld kan worden voorgelegd.

    De afspraken in het pensioenakkoord die inmiddels nader zijn uitgewerkt, zorgen voor een duurzaam houdbaar pensioenstelsel dat beter aansluit bij ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Zo wordt het pensioen straks transparanter en persoonlijker. Ook biedt het nieuwe pensioenstelsel perspectief op een koopkrachtig pensioen, wat betekent dat het pensioen meer meebeweegt met de economie. Bij indiening van het wetsvoorstel zal een ingroeipad voor pensioenfondsen naar het nieuwe stelsel worden vastgelegd. Pensioenfondsen kunnen uiterlijk in 2026 overgaan naar een moderner, persoonlijker pensioenstelsel.

    Nieuw nabestaandenpensioen
    Het nabestaandenpensioen wordt gestandaardiseerd, waardoor risico’s voor nabestaanden van deelnemers worden verkleind. De belangrijkste wijziging is dat het partnerpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum alleen nog maar mogelijk is op risicobasis. De dekking wordt fiscaal gemaximeerd op 50% van het salaris, zonder rekening te houden met een franchise, en deze wordt onafhankelijk van diensttijd. Ook zal een wijziging worden voorgesteld ter verbetering van het wezenpensioen. De dekking daarvan wordt verhoogd naar 20% van het salaris en er gaat een vaste eindleeftijd van 25 jaar gelden. Voor het partnerpensioen bij overlijden na de pensioendatum worden geen wijzigingen voorgesteld. De benodigde wijzigingen van wet- en regelgeving worden meegenomen in het wetstraject dat nodig is voor de vernieuwing van het pensioenstelsel. Het kabinet verwacht hier in 2021 verdere stappen in te kunnen zetten.

    Waardeoverdracht kleine pensioenen
    Pensioenuitvoerders krijgen het wettelijk recht om alle kleine pensioenen, ongeacht of deze zijn ontstaan door baanwisseling of niet, over te dragen. Hiervoor wordt wetgeving in gang gezet met het oog op inwerkingtreding op 1 januari 2022.

    Terugdringen ‘witte vlekken’
    In het pensioenakkoord zijn oplossingen aangedragen om het aantal werknemers dat geen pensioen opbouwt te reduceren. Dit is uitgewerkt in het ‘Aanvalsplan witte vlek’ van de Stichting van de Arbeid. Één van de maatregelen is het inkorten van de wachttijd voor pensioenopbouw in de uitzendsector van 26 weken naar 8 weken, in lijn met wat voor andere sectoren geldt. Het kabinet neemt deze aanbeveling over. De wijziging van de wachttijd in de uitzendsector zal naar verwachting meelopen met de wet- en regelgeving voor het pensioenakkoord en gaat in per 2022.

    AWVN reageert
    Het kabinet is voortvarend aan de slag gegaan met de uitwerking van het pensioenakkoord en de afspraken die eerder in de Stichting van de Arbeid zijn gemaakt. Wij zien uit naar de consultatieversie van wetsvoorstellen aan het einde van dit jaar. Er resteert dan nog een jaar om deze belangrijke wetgeving door het parlement te loodsen. Ambitieus, dat wel, maar het getuigt van een voortvarende aanpak van minister Koolmees. We hopen dat het nieuwe pensioenstelsel op 1 januari 2022 daadwerkelijk wordt ingevoerd.

  • Fiscaal: belastingtarieven, wkr, zelfstandigen aftrek, grenswerkers

    Het pakket Belastingplan 2020 bestaat dit jaar uit acht wetsvoorstellen, waarvan alleen het wetsvoorstel Belastingplan 2021 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2021 van belang zijn voor de veranderingen met betrekking tot de relatie werkgever-werknemer (loonsfeer).

    Tarieven loon- en inkomstenbelasting
    Onderstaand een overzicht van de heffingskortingen, tarieven en schijven van de loon- en inkomstenbelasting in 2020 en 2021 (jonger dan AOW-leeftijd).

    Tabel 1: Overzicht IB-parameters voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd
    Prinsjesdag 2020 Fiscaal 1

    Prinsjesdag 2020 Fiscaal 2

    Tabel 2: Overzicht IB-parameters voor belastingplichtigen ouder dan de AOW-leeftijd
    Prinsjesdag 2020 Fiscaal 3
    Prinsjesdag 2020 Fiscaal 4

    Overige aanpassingen in 2021

    Uitbreiding gerichte vrijstelling scholing
    De gerichte vrijstelling voor scholing gaat ook gelden bij vergoedingen en verstrekkingen ten behoeve van scholing die door de ex-werkgever worden aangeboden.

    De gerichte vrijstelling voor scholing is in de Wet op de loonbelasting 1964 gekoppeld aan de aanwezigheid van tegenwoordige arbeid. Door de verruiming vallen vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van wie afscheid is genomen ook onder de reikwijdte van de gerichte vrijstelling voor scholing. Dat betekent ook dat vergoedingen van scholingskosten die werkgevers willen geven als onderdeel van een sociaal plan en nog niet benutte voorwaardelijke toegekende studiebudgetten die bij einde dienstverband terugvloeien naar de werkgever fiscaal vriendelijk kunnen worden aangewend.

    Het doel van de maatregel is om de arbeidsmarktpositie van werknemers te verbeteren.

    Vrije ruimte Werkkostenregeling
    In het besluit noodmaatregelen coronacrisis van 6 mei 2020 is vooruitlopend op een wetswijziging goedgekeurd dat de vrije ruimte 2020 in plaats van 1,7% van de loonsom tot € 400.000 3% bedraagt. De verruiming was bedoeld om werknemers die (extra) werden getroffen door de gevolgen van de crisis een hart onder de riem te steken door het verstrekken van een cadeaubon.

    Over de loonsom vanaf € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,2%. Voorgesteld is het percentage permanent te verlagen tot 1,18%.

    Overgangsregeling levensloop
    Per 1 januari 2012 is de fiscale levensloopregeling in beginsel komen te vervallen. Er geldt overgangsrecht voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden, waarvan de waarde in het economische verkeer op die datum € 3.000 of meer bedroeg. Dit overgangsrecht eindigt met ingang van 1 januari 2022. Indien aan het einde van 2021 een levenslooptegoed bestaat, de waarde van de aanspraak op 31 december 2021 (fictief genietingstijdstip) wordt belast.

    Voorgesteld wordt om dat overgangsrecht op enkele punten te wijzigen. Ten eerste om de relevante datum circa twee maanden naar voren te halen door deze op 1 november 2021 te stellen. Daarmee wordt voorkomen dat de waarde van de aanspraak voor een hogere waarde wordt opgenomen in de box 3 inkomensbestanddelen, omdat de instelling de verschuldigde loonheffing nog niet heeft kunnen verhalen op de werknemer. Door het vervroegen van het heffingsmoment heeft de instelling 2 maanden om de loonheffing te verhalen.

    Daarnaast wordt voorgesteld te regelen dat in dit kader de instelling die de regeling uitvoert, optreedt als inhoudingsplichtige. Onder de huidige wetgeving kan de instelling die de levensloopregeling uitvoert niet als inhoudingsplichtige optreden, maar kan alleen de ex-werkgever dat doen. Dat leidt tot problemen als de ex-werkgever niet meer bestaat en er geen huidige werkgever is.

    Ten slotte wordt voorgesteld, om doelmatigheidsredenen, te regelen dat de standaardloonheffingskorting niet wordt toegepast en dat geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet is verschuldigd. Tenslotte is voorgesteld dat na 31 oktober 2021 geen fiscale faciliteiten meer gelden voor (nieuwe) inleg in een levensloopregeling. Tot en met 31 oktober 2021 blijft de huidige mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever uit laten betalen van de aanspraak.

    Op het fictieve genietingstijdstip wordt de aanspraak belast als loon uit tegenwoordige arbeid. Als de deelnemer aan het begin van het kalenderjaar 61 jaar oud is, is de aanspraak loon uit vroegere arbeid. De tabel voor bijzondere beloningen moet worden toegepast.

    Aanpassen zelfstandigenaftrek
    In het belastingplan 2020 is begonnen met de afbouw van de zelfstandigenaftrek om het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen. Voorstel is om de zelfstandigenaftrek versneld af te bouwen van nu € 7.030 tot uiteindelijk € 3.240 in 2036.

    Overeenkomsten België en Duitsland voor grenswerkers i.v.m. Corona
    In verband met de Coronacrisis zijn door Nederland met Duitsland en België aparte afspraken gemaakt over de belastingheffing met betrekking tot het loon toerekenbaar aan de thuiswerkdagen. Onder de belastingverdragen is het loon toerekenbaar aan de thuiswerkdagen belast in het woonland, waar zonder inreisbeperkingen, het loon belastbaar was in Nederland. Om compliance issues en administratieve lastenverzwaring te voorkomen, hebben Nederland en Duitsland afgesproken dat inkomen wordt belast in de staat waar normaal gesproken de werkzaamheden zouden zijn verricht. Er vindt, kortom, door de thuiswerkdagen geen verschuiving van de belastingplicht van het werkland naar het woonland plaats. De overeenkomst met Duitsland wordt telkens automatisch verlengd.

    Met België zijn vergelijkbare afspraken gemaakt/. De overeenkomst met België moet, anders dan de regeling met Duitsland, expliciet worden verlengd. Als onderdeel van het belastingplan is de intentie opgenomen om de afspraken te verlengen tot en met 31 december 2020.

    Versoepeling vaste (reiskosten)vergoedingen
    In het besluit noodmaatregelen Coronacrisis van 6 mei 2020 is aangeven dat de vaste (reiskosten)vergoeding onbelast mag worden doorbetaald naar het reispatroon van vóór maart 2020. Deze afspraak geldt in beginsel zolang het besluit nog niet is ingetrokken. Als onderdeel van het belastingplan is aangegeven dat deze maatregelen van toepassing zijn tot en met 31 december 2020. Het genoemde besluit zal daarvoor moeten worden ingetrokken.

  • Wet normering topinkomens

    Het algemene bezoldigingsmaximum in het kader van de Wet normering topinkomens (WNT) is voor 2021 vastgesteld op € 209.000. Dit maximum wordt jaarlijks aangepast aan de loonontwikkeling bij de overheid in het voorgaande jaar.

    Ook de bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking zijn voor 2021 geïndexeerd. De eerste twaalf kalendermaanden mag de bezoldiging niet meer bedragen dan de som van € 27.700 per maand voor de eerste zes maanden en € 21.000 per maand voor de volgende zes maanden waarin de functie wordt vervuld. Het maximumuurtarief bedraagt vanaf 2021 voor de eerste twaalf kalendermaanden € 199.
    De sectorale regelingen voor 2021 in de sectoren onderwijs, zorg, zorgverzekeraars, woningcorporaties, ontwikkelingssamenwerking en in de cultuursector worden uiterlijk in november 2020 vastgesteld en gepubliceerd.

    Een toelichting op de totstandkoming van de nieuwe bedragen kunt u vinden in de Staatscourant van 15 september 2020.

  • Eerste reactie AWVN op de Rijksbegroting 2021

    Prinsjesdag 2020 / Rijksbegroting 2021

    ‘Goede maatregelen, maar vooral óók investeren in leercultuur’

    AWVN is blij dat het kabinet onomwonden kiest om de economie te blijven ondersteunen. Dankzij de maatregelen die het kabinet op Prinsjesdag en eerder aankondigde, staat er een rem op de oplopende werkloosheid en het aantal faillissementen. Maar het kabinet moet vooral niet vergeten ook te investeren in de Nederlandse leercultuur.

    AWVN bij BNR: ‘Goede leercultuur ontbreekt in Nederland’BNR
    AWVN is tevreden met de kabinetsplannen om ondernemingen in leven te houden deze coronacrisis, maar had liever gezien dat de grotere bedrijven niet meer belasting moeten gaan betalen. Bovendien is een grote opknapbeurt voor de Nederlandse leercultuur nodig, bijvoorbeeld via fiscale maatregelen, zegt arbeidsmarktdeskundige Anne Megens van AWVN.
    Beluister het radiofragment.

    De overheidssteun kan zeker niet voorkomen dat bedrijven en banen verdwijnen, maar het is een onmisbare steun in de rug van werkgevers die er voorafgaand aan de coronacrisis goed voor stonden en daarmee voor de mensen die bij hen in dienst zijn. Goed is ook dat van-werk-naar-werk en scholing steeds meer aandacht krijgen in de steunpakketten, vindt AWVN.

    Leercultuur
    AWVN vindt wel dat het kabinet oog moet hebben voor de kwetsbaarheid van de Nederlandse leercultuur. Al jaren is er achterstallig onderhoud op de arbeidsmarkt op dit vlak, waardoor in bepaalde sectoren en beroepsgroepen grote krapte is, terwijl in andere sectoren de uitstroom en mismatches steeds nijpender worden. Het is daarom dringend gewenst dat structureel meer in scholing en ontwikkeling van volwassenen wordt geïnvesteerd – niet alleen in geld, maar ook in randvoorwaarden en prikkels. Dat dit nodig is, blijkt ook wel uit het feit dat onlangs de door de overheid beschikbaar gestelde ontwikkeladviezen binnen een maand waren ‘uitverkocht’. Werkenden staan klaarblijkelijk open om te bewegen als de urgentie er is, maar weten niet in welke richting.

    Het gaat er om structurele maatregelen te nemen die de leercultuur ondersteunen. De coronacrisis zou daar volgens AWVN de katalysator in moeten zijn. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van fiscale ontmoediging voor werkgevers om te scholen of op een andere wijze ontwikkeling te ondersteunen, aan het vergemakkelijken van de toegang voor volwassen tot regulier onderwijs en aan het faciliteren van een centraler punt waar werkenden en werkzoekenden terechtkunnen voor ontwikkeladviezen.

    Cao-overleg
    AWVN probeert via het cao-overleg al vele jaren om stappen te maken in de richting van een leercultuur, want met alleen overheidsbeleid komt die er niet. De werkgeversvereniging roept daarom behalve het kabinet ook vakbonden, opleiders, onderwijsinstellingen en medewerkers op om mee te werken aan een moderne leercultuur. Dat betekent niet alleen meer ontwikkelbudgetten afspreken voor meer mensen, maar ook leerbeleid afspreken dat mensen stimuleert om daadwerkelijk aan hun ontwikkeling te werken en eens een kijkje te nemen buiten hun eigen baan of beroep.


    Kabinet investeert

    Het kabinet kiest voor investeringen in plaats van bezuinigingen om de coronacrisis te boven te komen. Dat is de rode draad in de Rijksbegroting 2021 die het kabinet op Prinsjesdag 2020 heeft gepresenteerd. Kozen de kabinetten Rutte-I en Rutte-II tijdens de kredietcrisis er voor om flink te snijden in de rijksbegroting, nu laat het kabinet Rutte-III de overheidsschulden oplopen om het economisch herstel te stutten. Ze wordt daarin gesteund door een groot deel van de economische wetenschap, die ervan overtuigd is geraakt dat dit de beste strategie is om met zo min mogelijk schade uit de crisis te komen en dat de Nederlandse overheidsfinanciën hiertegen bestand zijn.


    Koopkracht

    Het kabinet wil de koopkracht van burgers zoveel mogelijk op peil houden. Dat wordt onder andere gerealiseerd door de inkomstenbelasting in de eerste schijf te verlagen en de arbeidskorting te verhogen. Dit is goed voor 1 miljard lastenverlichting voor werkenden en gepensioneerden wat helpt om de consumptie te stimuleren. Voor zzp’ers staat daar wel tegenover dat de zelfstandigenaftrek sneller wordt afgebouwd dan vorig jaar al was aangekondigd.


    Minder winstbelasting

    Het kabinet wil bedrijven aanmoedigen om te blijven investeren. Bedrijven gaan minder winstbelasting betalen, maar dit geldt alleen voor kleine en middelgrote bedrijven. Daarnaast komt er een belastingaftrek voor investeringen. Ook wordt er 2 miljard euro vrijgemaakt om te besteden aan verbetering van de infrastructuur. Het vorig jaar aangekondigde investeringsfonds om het groeivermogen van Nederland te vergroten (in de wandelgangen het Wopke-Wiebesfonds genoemd) komt er ondanks de crisis gewoon, al is het budget met 20 miljard voor vijf jaar minder riant dan gehoopt. Daarnaast was al bekend dat het kabinet per 1 oktober een derde steunpakket invoert om bedrijven en banen te behouden, waartoe onder andere een aangepaste versie van NOW-regeling behoort die doorloopt tot en met juni volgend jaar.


    Onzekerheid

    Het CPB schetst een iets positiever economisch beeld dan in augustus, maar de onzekerheid over het komende jaar blijft groot. De economische groei wordt voor 2021 iets hoger (3,5%) en de krimp in 2020 iets lager geraamd dan in augustus. De krimp blijft evenwel enorm met -5%. Deze positieve bijstelling komt doordat in deze raming het nieuwe steunpakket inclusief NOW 3.0 en de belastingverlaging is meegenomen. Daardoor blijft de stijging van de werkloosheid ook beperkt ten opzichte van de eerdere raming (5,9 procent) en is er sprake van een voorzichtig positief koopkrachtbeeld. De stijging van de contractlonen wordt geraamd op 1,4%.

    Deze cijfers geven enig houvast, maar nog steeds geldt dat het verdere economische verloop van de crisis veel onvoorspelbaarder is dan eerdere crises is: los van een nieuwe uitbraak is het hersteltempo onzeker en de verdere verspreiding van de pandemie (inclusief mogelijke nieuwe beperkende maatregelen) vormt natuurlijk de grote wildcard. Lees in deze blog van Koen van Schie-Akdag meer over wat deze raming betekent voor werkgevers en wat ze hiervan kunnen leren voor het arbeidsvoorwaardenoverleg.


    Verkiezingen

    Deze rijksbegroting is natuurlijk belangrijk voor de huidige aanpak van de crisis, maar politiek gezien zullen de komende debatten vooral in het teken staan van de Tweede-Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.
    De verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen zijn (bijna) af. Dit najaar zal blijken welke thema’s het debat gaan bepalen en welke voorstellen partijen gaan doen voor het volgende kabinet. De uitkomst van de formatieonderhandelingen zal voor de komende vier jaar in grote lijnen bepalen welke keuzes worden gemaakt wat betreft de overheidsbegroting, belastingen en werkgeverslasten en welke stappen worden gezet op het gebied van de hervorming van de arbeidsmarkt.
    AWVN heeft op dat laatste punt al wat voorwerk gedaan voor het nieuwe kabinet – zie bijvoorbeeld de voorstellen van het Platform Toekomst van Arbeid.

0 reacties