Home / Actuele HR-issues / Rijksbegroting 2019

Rijksbegroting 2019

De editie van het tweewekelijkse periodiek CAO-info van woensdag 19 september 2018 (nummer 16) is gewijd aan Prinsjesdag. Bekijk de webversie

Hier vindt u informatie over de Rijksbegroting 2019, zoals gepresenteerd op Prinsjesdag 2018 (dinsdag 18 september), en de analyses en commentaren van AWVN-experts. Toegespitst op de consequenties voor werkgevers. Deze pagina zal in de loop van week voortdurend worden ge-update en uitgebreid.

Beschikbaar
Eerste reactie Gerard Groten
Fiscale maatregelen Jan de Graaf
Loonbelasting en premies • Vergoeding vrijwilligers • 30%-regeling
Sociale zaken en werkgelegenheid Jan Mathies
Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) • Wet invoering extra geboorteverlof (Wieg)
Werknemersverzekeringen Werkloosheidswet • Arbeidsongeschiktheidsregelingen • Premie grondslag werknemersverzekeringen
Arbeidsomstandigheden Programma beroepsziekten • Gedragscode schadeverhaal bij beroepsziekten
Arbeidsmarkt Loonkostenvoordeel LKV • Versterking dienstverlening voor matching op de arbeidsmarkt • Vervanging wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA)
• Gezondheidszorg  Jan Mathies
Stijgende ZVW-lasten •  Zorgakkoorden voor beheerste groei •  Meer aandacht voor preventie • Nominale ZVW-premie omhoog • Hogere inkomensafhankelijke premie • Totale kosten van de zorg

  • Eerste reactie AWVN op de Rijksbegroting 2019

    Grote stappen blijven (nog) uit

    Met interesse hebben wij tijdens Prinsjesdag de presentatie en aanbieding van de Miljoenennota gevolgd. De komende dagen zullen wij druppelsgewijs verdere relevante informatie analyseren en delen met werkgevend Nederland. Graag deel ik alvast een aantal observaties met u.

    Ten eerste: het gaat al geruime tijd goed met Nederland. De economische basis is op orde, met stabiele groeicijfers en een relatief normale inflatie. Je zou bijna gaan wennen aan de meewind van de afgelopen jaren, al weten we maar al te goed dat dit niet voor eeuwig is. Daarom is het goed te zien dat het kabinet oog heeft voor de schokbestendigheid van de overheidsfinanciën, zodat er in geval van minder groei ruimte blijft om de economie draaiende te houden.

    Daarnaast doet het kabinet een aantal nuttige dingen om werken meer lonend te maken, o.a. door de lasten op arbeid te verlagen. Gezien de alsmaar verder verkrappende arbeidsmarkt is het positief om te zien dat werk aantrekkelijker wordt gemaakt zodat de participatie hopelijk verder toeneemt.

    Ten derde spreekt de Miljoenennota van een aantal uitdagingen voor de arbeidsmarkt die wij als AWVN ook delen. Zo constateert het kabinet dat werkgevers behoefte hebben aan flexibiliteit in arbeidsrelaties om productief te zijn en te blijven, maar dat te veel flexibiliteit de Nederlandse economie als geheel ook kan verzwakken. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een scheve verdeling van rechten, plichten en bescherming tussen verschillende contractvormen, stelt de Miljoenennota. Wij ondersteunen die stelling van harte. Tenslotte benoemt het kabinet het belang van concrete afspraken over het pensioenstelsel, op zeer korte termijn.

    Ondanks dat AWVN de analyse van het kabinet onderschrijft, blijf ik zitten met een onrustig gevoel. Er is overduidelijk gemeenschappelijk begrip dat de arbeidsmarkt aan hervorming toe is, met aanpassingen van het stelsel die passen bij deze tijd en bij de huidige economie. Maar waar blijft de concrete actie? Wel is er is veel sprake van intentie. Zo komt er een commissie die het stelsel van sociale zekerheid en arbeidsmarktwetgeving gaat bestuderen, maar echte stappen blijven voorlopig uit. Graag nemen we u op 1 oktober tijdens ons jaarcongres mee in onze ideeën over de toekomst van de arbeidsmarkt.

    Willen we bijblijven, dan zullen we komend jaar vooral de mouwen op moeten stropen. Het is tijd om concreet te worden.

    Gerard Groten
    directeur arbeidsvoorwaardenbeleid en remuneratie AWVN

  • Fiscale maatregelen

    Het pakket Belastingplan 2019 bestaat uit verschillende maatregelen die zien op de koopkracht. Naast dit Belastingplan 2019 zijn er de volgende voorstellen met fiscale maatregelen:
    • het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2020
    • het wetsvoorstel Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019
    • het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2019
    • het wetsvoorstel Wet implementatie artikel 1 richtlijn elektronische handel
    • het wetsvoorstel Wet modernisering kleine-ondernemersregeling
    • het wetsvoorstel Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen.

    Hieronder ga ik in op het wetsvoorstel Belastingplan 2019, voor zover het maatregelen betreffen die zien op de relatie tussen werkgever en werknemer (loonsfeer).

    Loonbelasting en premies
    Het kabinet heeft ingezet op beleid waarin nagenoeg alle doelgroepen hun koopkracht verbeterd zien, maar het zijn vooral werkenden die van de voorgenomen maatregelen profiteren. Ten opzichte van de economische groei (2,6%) is de uiteindelijke koopkrachtverbetering (gemiddeld 1,5%) bescheiden. Ook voor de toekomst ziet de koopkrachtplaat er gunstig uit (1,4% in 2020 en 1,1% in 2021). Waar het kabinet duidelijk op inzet, is om de tarieven in de inkomstenbelasting en loonbelasting fors te verlagen. Daartegenover staan natuurlijk de bijna net zo forse stijging van de belastingen op consumptie (btw, milieu, en energie) en de gestegen zorgkosten. De verlaging van de tarieven in de IB/LB geven het kabinet ook de mogelijkheid om te komen tot een geleidelijk invoering van een tweeschijvenstelsel in 2021. Dit laatste geschiedt door de progressie in de eerste drie schijven (deze loopt tot € 68.507) in 2019 en 2020 te verminderen en in 2021 samen te voegen tot een gecombineerde schijf van 37,05%. Het toptarief gaat dan omlaag van 51,75% in 2019 naar 49,50% in 2021 (in 2020 nog 50,50%).

    Onderstaand een overzicht van de heffingskortingen, tarieven en schijven van de loon- en inkomstenbelasting in 2018 en 2019. (bewerking uit bron: MEV 2019).

    Tarieven loon- en inkomstenheffing (%) 2018 2019
    AOW-premie eerste en tweede schijf
    (niet voor 65-plussers)
    17,90 17,90
    ANW-premie eerste en tweede schijf 0,10 0,10
    AWBZ/Wlz-premie eerste en tweede schijf 9,65 9,65
    Belastingtarief eerste schijf 8,90 9,00
    Belastingtarief tweede schijf 13,20 10,45
    Belastingtarief derde schijf 40,85 38,10
    Belastingstarief vierde schijf 51,95 51,75

     

    Schijven loon- en inkomstenheffing (geboren op of na 1946) in € 2018 2019
    Lengte eerste belastingschijf 20.142 20.384
    Lengte tweede belastingschijf 13.852 13.916
    Lengte derde belastingschijf 34.513 34.207

     

    Heffingskortingen in € 2018 2019
    Algemene heffingskorting 2.265 2.477
    Algemene heffingskorting 65-plus 1.157 1.268
    Arbeidskorting 3.249 3.399
    Aanvullende combinatiekorting 1.052 0
    Inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting 1.749 2.835
    Ouderenkorting 1.481 1.596
    Ouderenkorting boven inkomensgrens 72 0
    Alleenstaande-ouderenkorting 423 429

    Uit de vergelijking van de loonheffingstarieven blijkt dat vooral de verlagingen van de tarieven in de tweede en derde schijf gunstig uitwerken voor de werknemers met een loon boven de € 20.000. Daar staat echter tegenover dat de derde schijf is versmald met ruim € 300, zodat men eerder in het toptarief kan vallen.

    Daarnaast is ook de arbeidskorting verhoogd met € 150 per jaar. Deze maatregel is vooral gunstig voor de inkomens tussen € 20.000 en € 60.000 per jaar.

    De algemene heffingskorting is in 2019 verhoogd met € 212 per jaar (dit inclusief inflatiecorrectie en eerder aangekondigde verhogingen). Deze verhoging ziet vooral op lagere inkomens en  uitkeringsgerechtigden. Voor 2020 en 2021 zijn vergelijkbare aanpassingen opgenomen in het Belastingplan.

    Overige aanpassingen in 2019

    Vrijwilligers
    Voorgesteld wordt om de in de loonbelasting opgenomen bedragen met betrekking tot de vrijwilligersregeling, te verhogen naar € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. Dit houdt in dat als de vergoedingen of verstrekkingen tezamen hiertoe beperkt blijven, de vrijwilliger niet als werknemer wordt aangemerkt. De beoordeling of feitelijk ook sprake is van vrijwilligerswerk is niet gewijzigd. De verhoging is doorgevoerd omdat de bedragen sinds 2001 niet meer zijn geïndexeerd (was € 150 respectievelijk € 1.500).

    30%-regeling
    De verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling per 1 januari 2019 met drie jaar voor zowel nieuwe als bestaande gevallen in het kader van extra territoriale kosten die worden gemaakt als een werkgever een werknemer uit het buitenland in dienst neemt, is opgenomen in het Belastingplan.
    Dit kan, als de looptijd van vijf jaar dan al is verstreken, betekenen dat de werkgever per 1 januari 2019 moet stoppen met het toepassen van de regeling. Er wordt wel voorzien in een beperkt overgangsrecht voor vergoedingen die zien op internationale schoolgelden. Deze kunnen in 2019 worden toegekend als de vergoeding nog plaatsvindt binnen de oorspronkelijke looptijd van de 30%-regeling. De verkorting van de looptijd van de 30%-regeling werkt ook door naar de keuzeregeling voor partiële buitenlandse belastingplicht in de heffing van de inkomstenbelasting.

    AWVN vindt
    De maatregelen in de loonsfeer zijn fors en passen ook in de verschuiving van de directe naar de indirecte belastingen. Duidelijk is dat een groot deel van de nominale stijging van het nettoloon, weg te strepen is vanwege de hogere btw. Het valt voor de individuele werknemer moeilijk in te schatten wat per saldo het effect zal zijn, hetgeen de waardering van de (beloofde) koopkrachtverbetering onder druk zet.

    Wat betreft de 30%-regeling is het uitermate teleurstellend dat, ondanks de aangevoerde bezwaren, het kabinet niet heeft willen voorzien in een eerbiedigende werking voor bestaande gevallen en versterking van het vestigingsklimaat.

    Jan de Graaf, adviseur fiscale zaken AWVN

  • Sociale zaken en werkgelegenheid

    De begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat dit jaar in het teken van optimisme. De meerderheid van de Nederlanders zal volgend jaar meer in de portemonnee hebben. Van alle huishoudens gaat zo’n 96 procent er in koopkracht op vooruit. Ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zijn positief. De werkloosheid daalt in 2019 tot 3,4 procent van de beroepsbevolking, dit is het laagste niveau sinds 2001.

    In de begroting wordt slechts een beperkt aantal nieuwe maatregelen aangekondigd. Vaak gaat het om al eerder aangekondigd beleid dat nu verder uitgewerkt zal gaan worden. Daarnaast wordt van sommige maatregelen ook de stand van zaken van het wetgevingstraject weergegeven. Zo stuurt minister Koolmees de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) dit najaar naar de Tweede Kamer. Dit pakket maatregelen maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om mensen een vaste baan te geven. De Wet invoering extra geboorteverlof (Wieg) ligt inmiddels klaar voor parlementaire behandeling. Deze wet geeft ook de partner van de moeder zorgtijd thuis na de komst van een kindje.

    Werknemersverzekeringen
    Werkloosheidswet
    De verwachting is dat het aantal werkloosheidsuitkeringen in 2019 verder daalt naar 3,4%. Het gaat dan zowel om lopende als om nieuwe WW-uitkeringen. Deze daling is het gevolg van het economisch herstel en reeds genomen maatregelen. Hoewel de premies sinds 2017 weer kostendekkend zijn is er door de crisis nog steeds sprake van een aanzienlijk tekort in het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf). Het tekort in het Awf bedraagt eind dit jaar 13 miljard euro en zal in 2019 waarschijnlijk teruglopen naar bijna 10 miljard euro.

    De WW-premie bestaat feitelijk uit twee delen.
    1) De eerste zes maanden wordt de WW-uitkering gefinancierd uit de sectorale wachtgeldfondsen. De wachtgeldpremie, die de werkgever betaalt, wordt per sector vastgesteld. Het UWV stelt de premie vast op advies van de verschillende sectoren.
    De gemiddelde wachtgeldpremie bedraagt in 2019 volgens het kabinet waarschijnlijk 1,12%. Dit is een verlaging ten opzichte van de 1,28% over 2018. Het gaat hier om een gemiddelde. De feitelijke premie verschilt per sector. De definitieve sectorpremies stelt het UWV komend najaar vast. Als het UWV een andere gemiddelde premie vaststelt wordt de Awf-premie aangepast zodat het effect op de werkgeverslasten neutraal is. De verwachte verlaging van de gemiddelde wachtgeldpremie is waarschijnlijk het gevolg van de aankondiging om de wachtgeldfondsen per 1 januari 2020 af te schaffen. Met het oog op deze afschaffing zullen wachtgeldfondsen via een lagere premie proberen bestaande tegoeden af te bouwen.

    2) Na zes maanden wordt de WW-uitkering betaald uit het Awf. De Awf-premie betaalt de werkgever. De Awf-premie gaat in 2019 omhoog van 2,85% naar 3,25%. Deze premie is ruim voldoende om de uitgaven voor volgend jaar te dekken, maar niet voldoende om het bestaande tekort in één jaar weg te werken.
    – Overheidswerkgevers betalen geen WW-premie maar zijn eigenrisicodrager voor de WW. Zij betalen een Ufo-premie (uitvoeringsfonds voor de overheid). Deze bedraagt 0,78% in 2019en is dus niet gewijzigd ten opzichte van 2018.

    Arbeidsongeschiktheidsregelingen
    Het totale aantal arbeidsongeschikten loopt nog steeds verder terug. Dit is het gevolg van het dalende aantal WAO’ers en mensen met een Wajong-uitkering. Vanaf 2015 komen alleen nog mensen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsdeelname hebben voor instroom in de Wajong in aanmerking. Daardoor is de instroom voor de Wajong in 2019 lager dan de uitstroom.
    • De aangekondigde Aof-premie voor 2019 bedraagt 6,47%. Dit is een verhoging ten opzichte van de premie van 6,27% in 2018. Deze verhoging is opmerkelijk omdat het Aof eind dit jaar een positief saldo heeft van een kleine 10 miljard euro wat naar verwachting eind 2019 kan oplopen tot ruim 13 miljard. Ook zonder verhoging van de premie zou het saldo oplopen.

    Minister Koolmees zal de Tweede Kamer dit najaar informeren over de uitwerking van de regeerakkoordmaatregelen met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. In de begroting wordt in dit verband geconstateerd dat vooral kleine werkgevers de regels rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid als risicovol en belastend ervaren. Het kabinet wil (kleine) werkgevers ontlasten op het gebied van ziekte, zonder de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen te laten oplopen.
    De aangekondigde inkorting van de premiedifferentiatie WGA van 10 naar 5 jaar is een jaar uitgesteld.

    Premie grondslag werknemersverzekeringen
    De maximumpremiegrondslag voor de werknemersverzekeringen en de ZVW wordt voor 2019 verhoogd met 2,41%, namelijk van € 54.614 naar € 55.932.

    AWVN vindt
    AWVN vindt het opmerkelijk dat de Aof-premie (wederom) omhoog gaat nu het fonds al een ruim overschot heeft. Het betreft hier premie voor een werknemersverzekering. Dat betekent dat de hoogte van de premie zou moeten worden afgestemd op de te verwachten lasten, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals bijvoorbeeld een economische crisis. Ook is niet duidelijk waarom de maximumpremiegrondslag zo is gestegen. Wellicht houdt dit verband met de gestegen zorgkosten. Omdat er sprake is van een uniforme heffingsgrondslag voor de werknemersverzekeringen en ZVW kan dit een mogelijke verklaring zijn. Maar ongeacht de reden hiervoor worden werkgevers door de combinatie van hogere premiepercentages voor de werkgeversheffingen en het hogere maximum in de praktijk wel met een lastenverzwaring geconfronteerd, wat ingaat tegen de trend om de reguliere lasten op arbeid juist te verlagen.

    Arbeidsomstandigheden
    Programma beroepsziekten
    In 2018 is het vierjarig programma preventie beroepsziekten gestart. Het programma richt zich de eerste twee jaar vooral op het voorkomen van nadelige gezondheidseffecten van het werken met gevaarlijke stoffen. Hierbij wordt in samenwerking met andere partijen ingezet op het versterken van de bewustwording en de aanpak van gezondheidsrisico’s van het werken met gevaarlijke stoffen. Hiervoor zijn middelen in de vorm van subsidies en opdrachten beschikbaar.

    Ondersteuning ontwikkeling gedragscode schadeverhaal bij beroepsziekten
    Om het proces van afhandeling van schadeverhaal bij beroepsziekten te verbeteren, wordt met financiële ondersteuning van SZW onder regie van de Letselschaderaad in de periode 2018–2020 een (zelfbindende) gedragscode ontwikkeld voor de afhandeling van claims bij (veronderstelde) beroepsziekten. De verwachting is dat met de gedragscode het proces van schadeverhaal door werknemers wordt vereenvoudigd.

    Arbeidsmarkt
    Structureel loonkostenvoordeel LKV voor Banenafspraak en scholingsbelemmerden
    Het loonkostenvoordeel voor de banenafspraak en scholingsbelemmerden is straks niet langer beperkt tot drie jaar, maar geeft per 2020 structureel recht op LKV. De uitbreiding is bedoeld om het arbeidsmarktperspectief van mensen met een arbeidsbeperking duurzaam te vergroten.

    Versterking dienstverlening voor matching op de arbeidsmarkt
    Het kabinet wil het matchen op werk verbeteren voor alle werkzoekenden die daarbij publieke ondersteuning nodig hebben. Dit is een onderdeel van het Actieplan Perspectief op werk. Het kabinet wil afspraken maken om werkgevers te bedienen vanuit één regionaal werkgeversloket, met een geharmoniseerd regionaal pakket van instrumenten en voorzieningen en met een inzichtelijk bestand van alle werkzoekenden. Hiervoor stelt het kabinet tweemaal € 35 miljoen beschikbaar in 2019 en 2020.
    Ook wordt er vanaf 2019 € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor persoonlijke dienstverlening door UWV aan werkzoekenden met een WW-, WIA- of Wajong-uitkering. Dit geeft UWV de mogelijkheid om de dienstverlening op maat verder uit te breiden en de matching op de arbeidsmarkt te versterken. De persoonlijke dienstverlening is voor UWV belangrijk om mensen te helpen op weg naar werk.

    Vervanging wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA)
    Het kabinet werkt in 2019 maatregelen uit ter vervanging van de Wet DBA waarmee, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden, wordt tegengegaan. Daarnaast beogen de maatregelen zekerheid te geven aan zelfstandigen en hun opdrachtgevers dat geen sprake is van een dienstbetrekking.

    Jan Mathies, adviseur juridische zaken AWVN

  • Gezondheidszorg

    AWVN vindt het zorgelijk dat de zorgkosten ook in 2019 weer fors omhoog gaan, naar verwachting met 5 miljard euro. In totaal stijgen de zorgkosten volgend jaar van 66 naar 71 miljard. Dit is een stijging van bijna 7%. Via de inkomensafhankelijke bijdragen betalen werkgevers mee aan deze kostenstijging.

    Algemeen
    Deze kostenstijging wordt onder meer veroorzaakt door demografische ontwikkelingen: door de vergrijzing is meer zorg nodig. Daardoor komen er ook meer banen bij in de zorg. De kostenstijging wordt ook veroorzaakt door technologische ontwikkelingen. Bovendien stijgen de lonen en ook de prijzen in de zorgsector. Als de hogere lonen en prijzen niet meegerekend worden, zouden de zorgkosten volgend jaar met 3,5 procent stijgen.

    ZVW-lasten stijgen
    De extra zorgkosten worden ook veroorzaakt door uitbreiding van het basispakket voor de zorgverzekering. Daarnaast komt er geld vrij voor nieuwe technologische ontwikkelingen. Zo komt er jaarlijks 105 miljoen euro beschikbaar om veelbelovende behandelingen, medische technologie en geneesmiddelen sneller beschikbaar te krijgen voor de patiënt. Met dit geld worden ontwikkelaars van nieuwe zorgideeën geholpen bij het opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.
    Door de invoering van de Wet langdurige zorg in 2015 is een aantal zorgvoorzieningen overgeheveld naar de ZVW. Het gaat hierbij onder meer om taken op het gebied van de verpleging en verzorging. Voor 2019 wordt ruim 1 miljard extra beschikbaar wordt gesteld voor de ouderenzorg.

    Zorgakkoorden voor beheerste groei
    Om de zorgkosten ook in de toekomst betaalbaar te houden, heeft het kabinet dit jaar vier nieuwe zorgakkoorden gesloten over de eerstelijnszorg, medisch-specialistische zorg, de geestelijke gezondheidszorg en wijkverpleging. Deze akkoorden moeten ervoor zorgen dat de zorguitgaven de komende jaren minder stijgen dan eerder geraamd. Hiermee moet deze kabinetsperiode de stijging van de zorgkosten worden teruggebracht van 19 miljard naar 17 miljard euro.

    Meer aandacht voor preventie
    Het kabinet wil meer aandacht voor preventie zodat iedereen in Nederland langer in goede gezondheid kan leven en kan meedoen aan de samenleving. In oktober wordt daarvoor een Nationaal Preventieakkoord gesloten, waarin roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik aangepakt worden.

    Nominale ZVW-premie stijgt, maar met hoeveel?
    Door de hogere zorgkosten stijgt ook de premie voor de ZVW. Jaarlijks raamt het kabinet de hoogte van de zorgpremie voor het komende jaar omdat deze raming nodig is om te kunnen inschatten hoe de koopkracht van mensen zich ontwikkelt. De daadwerkelijke premie voor 2019 wordt pas uiterlijk in november 2018 vastgesteld door de zorgverzekeraars. De raming met Prinsjesdag wijkt daarom vaak af van de daadwerkelijke premie.
    Voor 2019 raamt het kabinet de zorgpremie op 1.432 euro per jaar. Dat komt neer op ongeveer 10 euro extra per maand, of 124 euro op jaarbasis. Ruim 50 euro hiervan wordt veroorzaakt door hogere lonen en prijzen. Het leveren van meer zorg en nieuwe behandelingen, medische hulpmiddelen en medicijnen zorgt voor ongeveer 30 euro aan groei.

    Inkomensafhankelijke premie omhoog
    De zorgkosten worden niet alleen uit de nominale premie gefinancierd. Ze worden voor de helft betaald uit de inkomensafhankelijke premie die werkgevers betalen. Deze inkomensafhankelijke bijdrage gaat in 2018 van 6,90% naar 6,95%. Het maximumbedrag waarover de ZVW-premie wordt berekend zal in 2019 omhoog gaan van € 54.614 naar € 55.932. Hierdoor is sprake van een duidelijke lastenverzwaring voor werkgevers, in totaal stijgen de werkgeverspremies met 300 miljoen euro. Dat betekent dat werkgevers voor iedere werknemer maximaal 325 euro per maand bijdragen aan de financiering van de gezondheidszorg. De lage inkomensafhankelijke ZVW-premie die onder meer van toepassing is op zelfstandigen en gepensioneerden daalt van 5,65% naar 5,70%.

    Verplicht eigen risico
    Het eigen risico blijft 385 euro.

    Totale kosten van zorg
    De gemiddelde volwassene in Nederland betaalt in 2019 gemiddeld 5.490 euro aan collectief gefinancierde zorg.

    AWVN vindt het zorgelijk dat de zorgkosten ook in 2019 weer verder stijgen en dat ook voor de komende jaren een stijging wordt voorzien. De overheveling van een aantal uitgaven voor langdurige zorg naar het basispakket voor de ZVW in 2015 werkt nog steeds door en dat is voor werkgevers geen goede ontwikkeling. Immers door de bestaande verdelingssystematiek van de zorgkosten financieren werkgevers de helft van de totale ZVW-kosten. Door de overheveling zijn de ZVW-kosten structureel gestegen. Deze stijging is de afgelopen jaren slechts ten dele door de overheid gecompenseerd en bedroeg in 2018 een half miljard euro. Vanaf 2019 zal helemaal geen compensatie meer plaatsvinden. Gelet op de enorme kosten van de ZVW is de vraag of het automatisme dat werkgevers de helft van de zorgkosten betalen nog wel houdbaar is.
    De gestegen zorgkosten raken ook werknemers: zij betalen volgend jaar weer een hogere nominale premie, maar de extra zorgkosten voor werkgevers gaat ook ten koste van de loonruimte.

    Jan Mathies, adviseur juridische zaken AWVN

Downloads

Rijksoverheid
september 2018
Download
Rijksoverheid
september 2018
Download
Rijksoverheid
september 2018
Download
Centraal Planbureau
september 2018
Download