Actuele ontwikkelingen

De ontslagprocedure bij reorganisaties sinds de Wwz

Op 1 juli 2015 is het tweede deel van de Wet Werk en zekerheid (Wwz) inwerking getreden. Dat heeft consequenties voor het ontslagrecht - en daarmee ook voor reorganisaties. Meer informatie over de Wwz vindt u elders op deze site.
Een beknopt overzicht het ontslagrecht, van belang bij reorganisaties, sinds de invoering van de Wwz:
• De (verplichte) ontslagroute is afhankelijk van de ontslagreden: 
-  bedrijfseconomisch (reorganisaties) en langdurige arbeidsongeschiktheid via de ontslagvergunningsprocedure bij het UWV (art. 7:669 lid 3 sub a en b BW).
-  overige redenen via de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter (art. 7:669 lid 3 sub c t/m h BW).
-  beëindiging met wederzijds goedvinden (zonder gevolgen voor de WW) blijft mogelijk. Hierbij heeft de werknemer wel een bedenktermijn van twee weken na ondertekening.
• Ontslagregels van belang bij reorganisaties zijn met name in het BW en de Ontslagregeling opgenomen.
• Voor de ontslagvergunningsaanvraag is de werkgever verplicht formulieren te gebruiken die op de site van het UWV te vinden zijn.
• Voor zieke werknemers geldt een opzegverbod bij reorganisaties. Ook de rechter moet zich hier aan houden.
• Bij cao kan een van de werkgever onafhankelijke en onpartijdige ontslagcommissie worden ingesteld, die in plaats van UWV oordeelt over ontslagen om bedrijfseconomische redenen. Bij cao kan dan ook van het afspiegelingsbeginsel worden afgeweken.
• Na een negatieve beslissing van het UWV kan de werkgever de kantonrechter om ontbinding vragen, deze toetst aan dezelfde criteria als het UWV. Na ontslag na een positieve beslissing van het UWV kan de werknemer de kantonrechter vragen de arbeidsovereenkomst te herstellen.
• Tegen de uitspraken van de kantonrechter is hoger beroep (gerechtshof) en cassatie (Hoge Raad) mogelijk.
• De opzegtermijnen zijn niet gewijzigd, en zij gelden ook voor de kantonrechter. Proceduretijd bij UWV of rechter wordt van de opzegtermijn afgetrokken, zij het dat er altijd een termijn van ten minste één maand geldt.
• Bij ontslag of niet verlenging van een of meer arbeidsovereenkomsten van in totaal 2 jaar of langer op initiatief van de werkgever, is deze een transitievergoeding verschuldigd.
• Voor werknemers van 50 jaar en ouder met ten minste 10 dienstjaren is er een overgangsregeling:
-  tot 2020 ontvangen zij voor de dienstjaren vanaf de leeftijd van 50 jaar 1 maand per dienstjaar. Dit overgangsregime geldt niet voor MKB-bedrijven met minder dan 25 werknemers.
• Bij ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de werknemer is de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd, bij ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de werkgever kan de kantonrechter een aanvullende, niet gemaximeerde vergoeding toekennen. Van ernstige verwijtbaarheid is slechts in uitzonderingsgevallen sprake.
• Kosten voor van-werk-naar-werkconstructies, outplacement, scholing etc. in het kader van het ontslag in overleg met de werknemer gemaakt, kunnen op de transitievergoeding in mindering worden gebracht.
• Bij cao kan van de transitievergoeding worden afgeweken als er een vergelijkbare voorziening is. Deze moet op geld gewaardeerd ten minste gelijk zijn aan de transitievergoeding.
• De transitievergoeding is wettelijk niet verschuldigd als de arbeidsovereenkomst eindigt door een beëindigings- of vaststellingovereenkomst. Werkgever en werknemer kunnen dan andere afspraken maken.

WMCO

Bij een reorganisatie tellen (sinds 1 maart 2012) ook beëindigingen met wederzijds goedvinden mee bij de vraag of de Wet melding collectief ontslag (WMCO) van toepassing is.   
Als er bij een reorganisatie sprake is van het voornemen om 20 of meer arbeidsovereenkomsten te beëindigen binnen 3 maanden en binnen één werkgebied van het UWV, dan is de WMCO van toepassing. Niet van belang is of de werkgever ontslagvergunningen wil aanvragen bij UWV, ontbindingsverzoeken wil indienen bij de kantonrechter of beëindigingsovereenkomsten wil sluiten: alle vormen van beëindigingen tellen mee, mits het er in totaal ten minste 20 zijn.
Als de WMCO van toepassing is, moet de reorganisatie gemeld worden bij UWV, en moeten vakbonden geraadpleegd zijn voordat er sprake kan zijn van een gang naar UWV, of het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. De melding aan het UWV moet verplicht gedaan worden via een formulier dat op de site van het UWV te vinden is.
Voldoet de werkgever niet aan zijn verplichtingen conform de WMCO, dan kan de werknemer de kantonrechter verzoeken de opzegging of beëindigingsovereenkomst te vernietigen.

De werkgebieden van het UWV zijn:
1. Friesland, Groningen en Drenthe
2. Overijssel en Gelderland
3. Noord-Brabant en Limburg
4. Zuid-Holland en Zeeland
5. Flevoland en Utrecht
6. Noord-Holland.