woensdag 18 januari 2023

Deze 5 sociaaleconomische trends kleuren 2023

Aan het begin van een nieuw jaar buitelen de economische voorspellingen over elkaar heen. Welke daarvan moet u als werkgever in het vizier houden? Dit zijn de 5 meest relevante sociaaleconomische ontwikkelingen voor 2023.

 

  • 1. De inflatie is over het recordniveau heen, maar blijft hoog.

    We hebben een jaar van extreme inflatie achter de rug. De Consumenten Prijs Index (CPI) voor 2022 kwam volgens het CBS op maar liefst 10 procent uit: een niveau dat in de afgelopen vijftig jaar niet is vertoond. Het CPB schat de inflatie voor 2023 een stuk lager in: op 3,5 procent. Dat heeft te maken met de gasprijzen die niet meer zo extreem zijn, maar ook met het prijsplafond dat het kabinet voor energierekeningen heeft ingevoerd. Door die maatregel alleen al ligt de verwachte inflatie ongeveer 2,5 procentpunt lager.

    Het is daarbij belangrijk te beseffen dat de extreme inflatiecijfers van de tweede helft van 2022 overschat zijn, omdat de wijze waarop energieprijzen zijn meegenomen in de rekenmethode van het CBS geen correct beeld geeft. In de methode wordt namelijk uitgegaan van wat een nieuw energiecontract kost en die kosten liepen vorig jaar extreem op, terwijl veel mensen in realiteit die hoge bedragen niet kwijt zijn vanwege een lopend vast contract. In 2023 zullen steeds meer vaste energiecontracten zijn beëindigd, waardoor de energiekosten in de huidige methode juist wat onderschat worden. Met de rekenmethode was in tijden van een stabiele energiemarkt niks mis, maar is in tijden van hevige energieprijsfluctuaties te onnauwkeurig. Het CBS komt daarom medio 2023 met een ‘nieuwe’ inflatiemethode waarin de reële energiekosten zijn opgenomen. Wanneer precies is onduidelijk. De CPB-raming voor de inflatie gaat nu nog uit van de oude methode, maar zal vermoedelijk in de loop van het jaar iets bijgesteld moet worden.

    Energie is de afgelopen periode een cruciale component geweest in de opbouw van de inflatie. In 2023 zijn het ook fikse prijsstijgingen van andere producten en diensten die de inflatie opstuwen. De reden daarvoor is dat producenten de hogere energie- en grondstofprijzen (moeten) doorberekenen in hun aanbod. Denk maar aan de kosten van voedingsmiddelen; deze waren afgelopen december 14 procent hoger dan een jaar eerder. Ook de kerninflatie – waarbij uitsluitend wordt gekeken naar prijsstijgingen van andere producten en diensten dan energie en voedsel, zoals schoonmaakproducten, auto-onderdelen, kleding en horecabezoeken – is in 2023 hoog.
    Kortom, voorspellingen zijn altijd met grote onzekerheid omgeven, maar juist dit jaar is het extra belangrijk om niet blind op de inflatieramingen af te gaan.

  • 2. De economie kruipt uit een dal, veel bedrijven alleen nog niet.

    Het CPB raamt de economische groei voor 2023 op 0,9 procent, de DNB zit daar dichtbij met 0,8 procent. Beide voorspellingen liggen flink lager dan de ruim 4 procent waarmee het BBP de afgelopen twee jaar groeide. Dat komt overigens vooral omdat de economie fors groeide aan het begin van 2022; eind 2022 is de Nederlandse economie juist in een krimp terechtgekomen. De verwachting voor de komende maanden is dat de economie langzaam uit het dal kruipt, maar dat de groei daarna niet bijzonder hoog zal zijn.

    IMF-directeur Kristalina Georgieva waarschuwt dat Europa een zwaar economisch jaar tegemoet gaat en dat de klappen heftiger zullen zijn dan in andere economische blokken. De helft van de Europese landen zal in een recessie terechtkomen, denkt zij. Nederland springt er relatief gunstig uit. Hoe dat kan? Dat heeft te maken met de overheidsconsumptie. De overheid geeft niet alleen forse bedragen uit aan steunpakketten, maar trekt ook meer geld uit voor openbaar bestuur, zorg en onderwijs. Zo jaagt zij de binnenlandse economie aan.

    De vraag is wel of de overheid de portemonnee in 2023 kan blijven trekken. Door de hoge, onverwachte uitgaven van de energiemaatregelen is er een gat op de begroting. Minister Kaag van Financiën gaf eind 2022 aan dat ze hoopt bezuinigingen te kunnen vermijden, maar ze ook niet uitsluit. In het voorjaar zal duidelijker worden hoe de gasprijzen zich deze winter hebben ontwikkeld, wat de energiemaatregelen hebben gekost en voor welk bedrag dekking ontbreekt.

    Een ander aandachtspunt bij de groeicijfers is dat de overheidsuitgaven maskeren dat grote delen van het bedrijfsleven wel degelijk lijden onder de stagnerende wereldeconomie. Bedrijven die gericht zijn op de export zullen bijvoorbeeld met minder vraag naar Nederlandse producten te maken krijgen, zo voorspellen de economen van ABN-Amro. Ook bedrijfsinvesteringen nemen vermoedelijk wat af. Daarnaast zetten onder andere de stikstofbeperkingen en personeelstekorten een rem op de productie en groei van bedrijven.

  • 3. De koopkracht gaat achteruit, maar de verschillen zijn groot.

    De stevige prijsstijgingen hebben ook in 2023 invloed op de portemonnee van de burger. Hoewel de cao-lonen fors omhoog gaan, kan de loonontwikkeling de inflatie niet bijbenen. De ergste koopkrachtklap is achter de rug, maar ook in 2023 is er nog gemiddeld genomen sprake van koopkrachtverlies. Een doorsnee huishouden gaat er in de jaren 2022 en 2023 samen ongeveer 4 procent op achteruit. De laagste inkomens hebben gemiddeld genomen het kleinste koopkrachtverlies omdat zij het meest gecompenseerd worden door de overheid. Die compensatie bestaat uit het energieplafond, maar ook uit verlaging van de belastingen, verhoging van de toeslagen en verhoging van het minimumloon, de AOW en de bijstand.

    Ook bij de koopkrachtcijfers hoort een stevig voorbehoud. In de regel zijn koopkrachtplaatjes al erg geabstraheerd, maar nu komen daar extra grote verschillen tussen huishoudens bij. Waar het ene huishouden met extreme lastenstijgingen te maken heeft omdat het een variabel energiecontract heeft, een groot woonoppervlak om te verwarmen en enkel glas, heeft het andere huishouden een vast contract, zonnepanelen en dubbel glas. Deze verschillen zijn in de koopkrachtplaatjes niet terug te zien.

  • 4. De werkloosheid zal oplopen, maar krapte domineert.

    De economie koelt weliswaar af, toch zal dat voor de werkloosheid niet al te grote gevolgen hebben. DNB schat de werkloosheid in 2023 in op 4,2 procent en het CPB op 4,4 procent, een toename van 0,6 respectievelijk 0,8 procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Dat is historisch gezien nog altijd een bijzonder laag werkloosheidspercentage.

    De structurele krapte is niet weg en zal 2023 blijven domineren. Dat heeft onder andere te maken met de personeelsvraag in publieke sectoren als de zorg en het onderwijs die blijft toenemen. Daarnaast zijn voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken rond woningbouw en klimaatverandering veel mensen nodig, onder andere in de bouw en techniek. Tel daarbij op dat de arbeidsmarkt blijft vergrijzen. Er zijn momenteel 3,3 miljoen gepensioneerden in Nederland, bijna 19 procent van de bevolking. De afgelopen jaren steeg hun aandeel in de bevolking steeds met 0,2 procent. Ook in 2023 zal het aantal mensen dat de pensioenleeftijd bereikt weer iets groter zijn. Tegelijkertijd staan voor vrijkomende arbeidsplaatsen niet zomaar nieuwe mensen klaar.

  • 5. Hoge werkdruk gaat als een sluipmoordenaar over de arbeidsmarkt.

    Eén van de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt is de hoge werkdruk. In bedrijven en organisaties waar vacatures (lang) niet vervuld zijn, komt het werk terecht bij een kleiner aantal mensen, terwijl de drukte vaak juist is toegenomen sinds het aflopen van de coronacrisis. De werkdruk vertaalt zich onder andere in hoger ziekteverzuim. Het aantal verzuimmeldingen lag in 2022 30 procent hoger dan in 2021, volgens Arbo Unie. Dat is zeker niet alleen te wijten aan psychische klachten, maar Arbo Unie en andere arbodiensten waarschuwen dat in 2023 hoger psychisch verzuim een groot risico is.

    Psychisch verzuim is meestal langdurig. Daardoor komt er extra druk op een toch al hoog belast team te liggen en zouden er zomaar meer mensen overspannen kunnen raken. Zo komt de arbeidsmarkt, als we niet oppassen, in een negatieve spiraal van uitval terecht. Volgens traditionele indicatoren als de arbeidsparticipatie en werkloosheid kan de arbeidsmarkt dan in goede conditie zijn; ondertussen is er een sluipmoordenaar bezig in de vorm van hoge werkdruk. Het is daarom van groot belang om in 2023 indicaties als burn-out en psychisch verzuim nauwlettend in de gaten te houden.

0 reacties