dinsdag 22 juni 2021

Cao-jaar 2021: moeizaam overleg

Het cao-jaar 2021 is halverwege. Tijd dus voor een volledige tussenevaluatie. Eerder berichtten we op deze site over de stand van zaken op het gebied van hybride werken, de crisclausule, duurzame inzetbaarheid en de RVU-vrijstellingsregeling. In deze aflevering over het cao-jaar 2021 aandacht voor het overleg in het algemeen, en het meest heikele bespreekpunt – de loonparagraaf.

Tussenstand cao-jaar 2021


2021-akkoorden
Het aantal afgesloten 2021-akkoorden is 195 in totaal. Daarvan zijn er 150 in de eerste helft van 2021 tot stand gekomen, de resterende 45 dateren van voor 1 januari 2021.
Van 173 van de in totaal 195 2021-akkoorden is op dit moment de contractloonstijging te berekenen.

Achterstallig onderhoud In 2021 zijn tot nu toe ruim 175 cao’s verlopen zonder dat cao-partijen overeenstemming hebben bereikt over een nieuwe cao (1,2 miljoen werknemers). Daarnaast zijn er nog ruim 80 cao’s (410.000 werknemers) die reeds in 2020 zijn verlopen, maar waarover nog geen overeenstemming is.

De tussenevaluatie
Download de volledige tussenevaluatie cao-jaar 2021: ‘Vergeten toekomst’

Het lijkt erop dat er in het cao-overleg in het eerste halfjaar van 2021 sprake is van twee heel verschillende perspectieven.
Vakbonden komen met een looneis van 5% en wijzen vooral op bedrijven waar het goed gaat. Werknemers zien dat we de coronacrisis achter ons laten en verwachten een flinke loonstijging.
Werkgevers daarentegen wijzen erop dat er, naast goed draaiende bedrijven, ook veel bedrijven en bedrijfsonderdelen zijn waar het (nog) niet goed gaat. Bovendien hebben de werkgevers te kampen met economische onzekerheden die het herstel kunnen belemmeren, zoals de afbouw van de steunmaatregelen, de mogelijkheid dat er nieuwe virusvarianten ontstaan, problemen met de aanvoer van materialen en grondstoffen, en stijgende inkoopprijzen. Daarom zijn zij veel voorzichtiger. En in een aantal gevallen is de arbeidsvoorwaardenruimte voor 2021 beperkt, omdat eerder gemaakte loonafspraken in 2020 – als gevolg van de coronacrisis die vorig jaar maart inzette – (veel) te hoog bleken. Het resultaat is moeizaam cao-overleg.

Het verschil in perspectief vertaalt zich ook in de status van de onderhandelingsresultaten. Het blijkt heel lastig om een principeakkoord te sluiten met de vakbonden. Het gaat vooral, en bovendien vaker dan gewoonlijk, om eindboden.

Cao-jaar 2021 beleidsarm tot nu toe

Tot nu toe is 2021 vooral een beleidsarm jaar, het zijn in het algemeen nogal kale cao-akkoorden die tot stand komen. Het overleg beperkt zich doorgaans tot de loonparagraaf en de looptijd, over kwalitatieve thema’s maken onderhandelaars relatief weinig afspraken. Cao-partijen zijn vooral bezig met de afwikkeling van de coronacrisis en houden zich nog weinig bezig met de uitdagingen van de toekomst, zoals de waarschijnlijk weer snel verkrappende arbeidsmarkt en de noodzaak om wendbaarder te worden om beter op (onverwachte) ontwikkelingen in te kunnen spelen.

Looptijd
In de vroegste akkoorden van dit jaar was de onzekerheid nog extreem groot en kozen cao-partijen vaak voor een kortlopende cao van één jaar. Op dit moment zijn langer lopende cao’s in opmars. De meeste cao’s, 33 procent, hebben nog een eenjarig karakter, maar het percentage tweejarige cao’s staat inmiddels op 30 procent. De gemiddelde looptijd is met 20 maanden zelfs een fractie hoger dan normaal.

Loonparagraaf
De meest afgesproken contractloonstijging is zowel 2 procent (23 keer) als 0 procent (21 keer) – hetgeen een goede weerspiegeling vormt van de economische ontwikkeling, de ‘twee gezichten van 2021’:
• 0 tot zo’n 1 procent in bedrijven en sectoren waar het slecht gaat (meestal hard geraakt door – de naweeën van – corona; denk met name aan horeca, cultuur, sport en de evenementenbranche)
•  2 procent of meer waar het goed gaat, met name in industrie en pakketbezorging.

Tabel Aantal werknemers (x1.000) met contractloonstijging afgerond op kwarten

Cao-jaar 2021, tussenevaluatie cao-jaar 2021, loonontwikkeling

Noot Er zijn 110.000 werknemers met een cao-loonstijging van 2,00% (preciezer gezegd: tussen de 1,875% en 2,125%).

De gemiddelde contractloonstijging over de eerste maanden van 2021 komt uit op 1,72 procent. Achter dat gemiddelde gaat een patroon naar afsluitdatum schuil. Akkoorden voor cao’s die per 1 januari 2021 van kracht waren, kenden een duidelijk lagere contractloonstijging als ze eind 2020 al waren bereikt. Nederland keerde op dat moment weer terug naar een lockdown en de vooruitzichten waren toen uiterst onzeker.
De hogere loonstijging in de in januari 2021 bereikte akkoorden kwamen tot stand na veel vakbondsacties. In de loop van 2021 nam de gemiddelde contractloonstijging per afsluitmaand toe. In de maand mei was de gemiddelde contractloonstijging opgelopen tot 2,2 procent. De afbouw van de lockdownmaatregelen en de oplopende inflatie hebben hierbij een belangrijke rol gespeeld.

Tabel Contractloonstijging op twaalfmaandsbasis naar afsluitmaand

Cao-jaar 2021, tussenevaluatie cao-jaar 2021, loonontwikkeling

Tabel Contractloonstijging op twaalfmaandsbasis naar sector

Cao-jaar 2021, tussenevaluatie cao-jaar 2021, loonontwikkeling

Eenmalige uitkering Eén op de vijf (20%) akkoorden kent een afspraak over een eenmalige uitkering. Deze worden zowel uitgekeerd in centen als in procenten, maar de meerderheid heeft betrekking op een vaste uitkering in euro’s. De gemiddelde uitkering bedraagt € 604, het gemiddelde percentage is 0,8. Meest voorkomende afspraak is € 300 eenmalig (0,5 en 1 procent).
De contractloonstijging op twaalfmaandsbasis ligt in akkoorden met een eenmalig bedrag lager (1,5%) dan in akkoorden zonder eenmalige uitkering (1,8%). Daarmee lijkt van de eenmalige uitkering als bedrag een ventielwerking uit te gaan: in dergelijke akkoorden is de contractloonstijging gemiddeld 0,3 procentpunt lager.

Kwalitatieve thema’s
Het aantal afspraken over de zogeheten kwalitatieve thema’s, valt deze eerste helft van 2021 tegen.
Trends zijn:
• sterke toename in het aantal afspraken over hybride werken, de RVU-vrijstellingsregeling in relatie tot zware beroepen, het voorkomen van verlofstuwmeren en rouwverlof.
• afname in het aantal afspraken over stageplaatsen en het vergoten van de wendbaarheid van de organisatie.

Al eerder deze maand berichtte AWVN op deze site al uitgebreid over de afspraken in het eerste jaar van 2021 over hybride werken, de RVU-vrijstellingsregeling en duurzame inzetbaarheid en de crisisclausule. Voor meer informatie over de overige ontwikkelingen op kwalitatief gebied: download het eindrapport over de tussenevaluatie van het cao-seizoen.

AWVN vindt…
Werkgevers maken zich zorgen over de twee heel verschillende percepties van de huidige ontwikkelingen die werkgevers en vakbonden erop nahouden, over de discussies over de loonontwikkeling waartoe het overleg vaak beperkt blijft en de verharding tussen partijen die hier het gevolg van is. Dit kan de arbeidsverhoudingen niet alleen op korte, maar ook op lange termijn schaden.

AWVN roept werkgevers en vakbonden op om de blik vooral op de toekomst te richten. Dit is niet alleen nodig om transities op de arbeidsmarkt in goede banen te leiden, maar kan werkgevers en vakbonden ook dichter bij elkaar brengen. Zowel vakbonden als werkgevers hebben belang bij een goed opgeleide beroepsbevolking die voorbereid is op het werk van de toekomst.

Er moeten nog veel cao’s worden afgesloten: in 2021 zijn tot nu toe ruim 175 cao’s verlopen zonder dat cao-partijen overeenstemming hebben bereikt over een nieuwe (1,2 miljoen werknemers). Daarnaast wachten nog ruim 80 reeds in 2020 verlopen cao’s (410.000 werknemers) op vernieuwing. De loonparagraaf blijkt tot nu vaak het meest heikele punt in de onderhandelingen. We kunnen uit de impasse die de loonparagraaf voortdurend veroorzaakt komen door veel meer werk te maken van afspraken over de inzetbaarheid van werknemers (bijvoorbeeld het gebruik van een persoonlijk keuzebudget stimuleren), en over mee-ademende beloningen (in het bijzonder de crisisclausule en het bloeitijdbeding).

Laurens Harteveld
juni 2021
Download
Slot
0 reacties