Geschiedenis AWVN

Chronologisch overzicht van belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de werkgeversvereniging

1919 Oprichting

Op 20 juni vindt op initiatief van een groep Zaanse industriëlen (E. Honig, H.P. Dekker en W.F. Bloemendaal) de oprichting plaats van de Zaanse Werkgevers Vereniging. Deze moet tegenwicht geven aan de groeiende macht van de vakbonden in de regio. Veertien fabrikanten uit heel verschillende nijverheidssectoren sluiten zich aan bij de Zaanse Werkgevers Vereniging. Ondernemer J.W. Dekker (foto links) neemt het voorzitterschap op zich. Voor de functie van secretaris heeft de vereniging in de oprichtingsperiode een advertentie geplaatst. Daarop solliciteert mr. dr. J.J.M. Noback, een Haarlemse leraar Staatsinrichting en Staatshuishoudkunde, met succes. Noback zou tot aan z’n overlijden, eind 1935, als secretaris aan de werkgeversvereniging verbonden blijven.

1919 Naamsverandering

Omdat de werkgeversvereniging haar activiteiten niet wil beperken tot de Zaanstreek, verandert in oktober – al vier maanden na de oprichting, dus – de naam: Zaanse wordt Algemene.

1920 Lonen en arbeidsvoorwaarden

Een jaar na oprichting telt AWV 71 leden. De werkgeversvereniging wilde zich in eerste instantie ook richten op het behartigen van de commerciële belangen van de leden en het beïnvloeden van het overheidsbeleid op het gebied van handel en industrie. Daarvoor blijkt echter de heterogeniteit van de achterban te groot, de belangen lopen te veel uiteen. Daarom beperkt AWV zich tot datgene wat alle leden bindt: de factor arbeid. AWV concentreert zich op lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Leden wordt op het hart gedrukt daarover zelf geen onderhandelingen te voeren met de bonden. Dit doet AWV – dat wil zeggen de leden van het Dagelijks Bestuur. Uitgangspunt met  betrekking tot de loonvorming is dat dit niet wordt bepaald ‘door de wet van vraag en aanbod voor elke onderneming afzonderlijk’. AWV streeft naar ‘algemeen loonbeleid voor een streek’.
De contributie bedraagt 100 gulden, en daar bovenop heft AWV een bijdrage van 1% van de loonsom.
      
Links de pakpapierfabriek van de N.V. Vereenigde Kon. Papierfabrieken der Firma Van Gelder & Zonen in Wormer (1923); rechts de Nederlandsche Linoleum Fabriek (NLF; tegenwoordig Forbo) in Krommenie. Beide ondernemingen sloten zich vrijwel direct aan bij AWV(N). H. Smidt van Gelder van de Koninklijke Papierfabrieken was de tweede voorzitter in de geschiedenis van AWV (1940-1951, onderbreking voorzitterschap in de periode 1942-1945 als gevolg van Duitse bezetting).

1920 Centraal Overleg in Arbeidszaken voor Werkgeversbonden

AWV neemt het voortouw bij de oprichting van het Centraal Overleg in Arbeidszaken voor Werkgeversbonden. Dit orgaan wordt in het leven geroepen op advies van ondernemersorganisatie VNW (Vereniging van Nederlandse Werkgevers; opgericht in 1899, vanaf 1926 Verbond van Nederlandse Werkgevers – één van de voorlopers van het huidige VNO-NCW). AWV-secretaris Noback neemt de taak als secretaris van het Centraal Overleg op zich.
Het Centraal Overleg verzamelt gegevens over arbeidsvoorwaarden en brengt door middel van discussie met collega-werkgeversbonden (zoals de Metaalbond, de Houtbond en de Scheepvaart Vereniging Noord) eenheid in het werkgeversstandpunt op sociaal gebied. Het VNW treedt met die standpunten naar buiten en maakt problemen waar ondernemers mee te kampen hebben aanhangig bij overheid en publiek.
Later, in 1945, zal het Centraal Overleg in Arbeidszaken voor Werkgeversbonden fuseren met de sociale afdeling van het VNW tot het Centraal Sociaal Werkgevers Verbond (CSWV; uit de fusie van VNW en CSWV ontstaat in 1968 uiteindelijk VNO, Verbond van Nederlandse Ondernemingen).

1920 Groei organisatie

Om de snel uitdijende hoeveelheid werkzaamheden het hoofd te kunnen bieden, is een tweede secretaris bij AWV in dienst getreden: mr. F.H.A. de Graaff. Er komt dat jaar zelfs nog een derde secretaris. Ook groeit de kantoororganisatie – sinds de allereerste dag het koninkrijk van mejuffrouw Duyf. Zij krijgt drie assistentes.

1921 Eigen kantoor

AWV betrekt haar eerste eigen kantoorruimte, aan de Schotersingel 9 in de Haarlemse binnenstad. Tot die tijd had AWV haar bureau in eerste instantie gevestigd aan de Kenaustraat in Haarlem, waar ze twee sober ingerichte kamers huurde. Toen in het gezin waarvan AWV de kamers huurde (en dat zelf ook in het pand woonde) een besmettelijke ziekte uitbrak, verhuisde het kantoor – tijdelijk – naar het privéadres van secretaris Noback. Daarop besloot AWV het pand aan de Schotersingel te kopen. Overigens koopt AWV jaren later ook het belendende pand (nummer 11), en, in een nog later stadium, nummer 13.

1924 Acties gericht tegen AWV-bestuurders

Vakorganisaties van fabrieksarbeiders richten in het najaar hun pijlen op de leiding van AWV. Langdurige stakingen treffen eerst NV Koninklijke Pellerij Mercurius v/h Gebroeders Laan en enkele weken later Firma Jan Dekker - bedrijven van AWV-bestuurders. Inzet is verhoging van het minimumloon met twee gulden per week. Het pas opgerichte Instituut van het College van Rijksmiddelaars doet vergeefs pogingen het conflict te beëindigen. Pas eind februari 1925 keert de rust in de bedrijven van de AWV-bestuurders terug, overigens zonder dat de looneisen van de stakers zijn ingewilligd.

1926 Steunfondsen

AWV richt regionale steunfondsen op. Bedrijven storten geld in deze potjes die het collega-ondernemers die door een staking getroffen worden, mogelijk moet maken hun verzet vol te houden.

1927 Collectieve arbeidsovereenkomsten en de Wet op de CAO

De wet op de CAO wordt van kracht. Het is tot dan niet ongebruikelijk dat ongeorganiseerde werknemers met ongunstigere arbeidsvoorwaarden genoegen moeten nemen dan in de collectieve arbeidsovereenkomst is afgesproken. De Wet op de CAO maakt daar een einde aan: de wet verplicht werkgevers om, als er sprake is van een CAO, de arbeidsovereenkomst op alle werknemers toe te passen, dus zowel georganiseerde als ongeorganiseerde.
Collectieve arbeidsovereenkomsten zijn dan voornamelijk nog contracten op ondernemingsniveau, bedrijfstak-CAO’s zijn zeldzaam. AWV heeft in de eerste decennia van haar bestaan niets op met CAO’s; ze richt zich – in een tijd waarin wat betreft de totstandkoming van de lonen en andere arbeidsvoorwaarden volledige vrijheid heerst – op het afsluiten van mondelinge, stilzwijgende overeenkomsten tot wederopzegging. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat in 1927 bij slechts een enkel AWV-lid sprake is van een CAO (ter vergelijking: Nederland telde in 1923 reeds 876 CAO’s!). AWV beschouwt de CAO als ‘een jaarlijks abonnement op moeilijkheden’. Bonden zouden bij de vernieuwing ervan steeds nieuwe en hogere eisen stellen, is de vrees, het zou onmogelijk zijn om verworvenheden terug te draaien in tijden van laagconjunctuur. Bovendien grijpen bonden de CAO aan om medezeggenschap te verwezenlijken, meent AWV. AWV propageert als alternatief de bedrijfskern: een vrijwillig door de werkgever ingestelde uit werknemers bestaande raad, zonder medezeggenschapsbevoegdheden.

1929 Tienjarig bestaan

AWV viert haar tienjarig bestaan. Ondanks de onvermijdelijke conflicten met werknemersorganisaties, heeft AWV de nodige goodwill opgebouwd bij de bonden en andersom is dat ook het geval, constateert eerste secretaris Noback. Er lijkt sprake te zijn van wederzijdse erkenning.
Inmiddels heeft Nederland andere zorgen: in de Verenigde Staten tekent zich een zeer ernstige crisis af die Europa niet onberoerd zal laten.

1934 Crisistijd

Er heerst grote werkloosheid in Nederland – het gevolg van de economische crisis. Het totale aantal werklozen bedraagt op het hoogtepunt bijna 450.000. Degenen die wel werk hebben, worden voortdurend geconfronteerd met loonsverlagingen. Daar is begrip voor aan werknemerszijde. Veel werkgevers proberen de gevolgen van de crisis voor de arbeiders zoveel mogelijk te verzachten. AWV neemt het standpunt in dat wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden, in het bijzonder de beloning, niet mogen worden doorgevoerd alvorens daarover de bonden eerst te hebben geraadpleegd.

1935 Noback overleden

Eerste secretaris J.J.M. Noback (of de foto hiernaast rechts; naast hem voorzitter Dekker) overlijdt, vlak na de kerstdagen. Tweede secretaris mr. F.H.A. de Graaff schuift een plaatsje in de hiërarchie van AWV op.

1936 Licht herstel

Het gaat in economisch opzicht weer wat beter, al blijft het aantal werklozen groot. De gulden devalueert. Alom vinden loonsverhogingen plaats. Stakingen zijn in deze periode geen onbekend verschijnsel, maar van grote arbeidsonrust is geen sprake. Inmiddels voeren niet langer de bestuursleden van AWV die arbeidsvoorwaardenbesprekingen, maar is dat de taak van de secretarissen.

1937 Veranderend standpunt t.o.v. CAO

De Wet op het Algemeen Verbindend en Onverbindend Verklaren van Collectieve Arbeidsovereenkomsten wordt aangenomen. De minister van Sociale Zaken kan met deze wet in de hand de bepalingen van een CAO wettelijke kracht geven door de CAO algemeen verbindend voor een bedrijfstak te verklaren. In dat geval is de CAO van toepassing op alle werknemers en werkgevers in de gehele bedrijfstak.
Binnen AWV is de afkeer van de CAO op z’n retour, maar de werkgeversvereniging heeft er nog geen enkele afgesloten. Het bestuur blijft wijzen op de nadelen, maar neigt langzaam maar zeker naar het standpunt dat de totstandkoming van een CAO een zaak is waarover de betrokken partijen dienen te besluiten – en niet AWV.

1940 Model-CAO

In de meidagen, vlak voor de inval van de Duitsers, bereikt AWV met de vakbonden in grote lijnen een akkoord over een model-CAO. Leden kunnen deze gebruiken als zij zich tegenover de bonden bereid verklaren de arbeidsvoorwaarden in de vorm van een CAO te gieten.

 
Illustratie hierboven: fragment uit het stripboek Het Van Walraven Testament

1940 Bezetting

De Duitsers bezetten Nederland. Vakorganisaties worden uiteindelijk opgeheven en ingelijfd door het Nationaal Arbeidersfront (NAF), een overkoepelend orgaan voor werknemers en werkgevers op nationaal-socialistische grondslag. Voor J.W. Dekker, voorzitter van de AWV sinds de oprichting, is de Duitse bemoeienis reden er al in 1940 op te houden. Hij kan zich niet langer verenigen met zijn taak, ‘daar vijandige invloeden zich bij de bepaling van de lonen en verdere arbeidsvoorwaarden doen gevoelen’.

1941 Waardering

Een citaat uit De Rooms-Katholieke Fabrieksarbeider over (inmiddels ex-)voorzitter Dekker en AWV, waaruit veel7Medewerkers-AWV-1941.jpg waardering spreekt voor de werkgeversvereniging: ‘Al moge het jammer zijn dat in zijn vereniging zo goed als geen CAO werd afgesloten. Al moge het waar zijn dat ook de voorzitter in zijn hart niet veel moest hebben van medezeggenschap. Het is een feit dat de arbeidsvoorwaarden in tal van bedrijven der AWV behoorden tot de beste in het land.’
De eerste tijd van de bezetting richt AWV zich op het inventariseren van functies en de daaraan gekoppelde beloning, en het beschrijven en indelen van deze functies. In 1941 treedt mr. ir. B.W. Haveman als secretaris bij AWV in dienst. Foto links: AWV-medewerkers in 1941. Op de voorgrond, tweede van links (zittend op de stoel) eerste sectretaris De Graaff.

1942 Ondergronds

Ook voor AWV valt het doek. Om te voorkomen dat de AWV ingelijfd wordt door het Nederlandse Arbeidersfront (NAF) laat AWV zich als economische organisatie voor liquidatie voordragen. De vereniging draagt haar bezittingen over aan de Hoofdgroep Industrie. De Graaff en Haveman zetten de verenigingsactiviteiten evenwel ondergronds voort in ‘Het Kantoor’; zo’n zeventig procent van de leden sluiten zich daar uiteindelijk bij aan. ‘Kantoor mrs de Graaff en Haveman’ houdt zich vooral bezig met het tegenwerken van het NAF en met verzet tegen de tewerkstelling van Nederlandse arbeidskrachten in Duitsland. 

1944 Interne breuk

Haveman stapt uit de (ondergrondse) AWV. Aanleiding is het ontwerp van de Stichting van de Arbeid die na de oorlog het levenslicht moet zien.
Reeds in de jaren dertig was er sprake van toenadering tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, maar onder invloed van de bezetting intensiveren die contacten en ontstaat er een sterk solidariteitsgevoel. Het informele, geheime overleg tijdens de oorlog komt na verloop van tijd in het teken komen te staan van de inrichting van Nederland na de bevrijding, en leidt tot het idee om de Stichting van de Arbeid op te richten – een permanent samenwerkingsverband op sociaal gebied tussen werkgevers en werknemers. Haveman vreest echter dat de werknemersorganisaties te veel macht krijgen.
De Graaff blijft wel voor de ondergrondse AWV werkzaam en zamelt onder de leden geld in om de periode na de bevrijding financieel te kunnen overbruggen.

1945 Heroprichting

Op 20 juni vindt in het schaftlokaal van de Zaanse puddingfabrikant De Bij, de heroprichting van AWV plaats. De vereniging – waar vrijwel alle bedrijven die voor de bezetting lid waren, zich weer hebben aangemeld (in totaal 106 individuele bedrijven en zes brancheverenigingen) – zal alle bezittingen die ze tijdens de oorlog heeft moeten afstaan, terugkrijgen.
Mr. F.H.A. de Graaff, vrijwel vanaf het prille begin aan AWV verbonden, stopt met z’n werkzaamheden als secretaris van AWV. Hij wordt directeur van Van Gelder Zonen N.V. Koninklijke Papierfabrieken.
Ook juffrouw Duyf (links op de foto, aan het werk in het kantoor aan de Schotersingel), die sinds de oprichting het secretariaatswerk op zich had genomen, besluit AWV te verlaten.  Duyf, ‘het vooroorlogse administratieve factotum van de AWV’, neemt op 1 november afscheid. Eind 1945 heeft AWV tien personen in dienst.

1945 Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen

Het kabinet-Schermerhorn/Drees kondigt het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen, BBA, af. Het BBA legt drastische beperkingen op aan het opzeggen van dienstverbanden, stelt de werkweek vast op 48 uur en brengt een nationale loonregeling met zich mee. Er komt een soort minimumloon (‘loonvloer’), dat gebaseerd is op het bedrag dat volgens de overheid nodig is voor het minimale levensonderhoud (voor een gezin met twee kinderen is dat 33 gulden en 52 centen). Voort stelt de overheid dat de lonen voor geoefenden en geschoolden tien tot respectievelijk twintig procent hoger mogen zijn dat die voor ongeschoolden. Als de prijzen van het levensonderhoud stijgen, zal de overheid een algemene loonverhoging (‘loonronde’) afkondigen.
De maatregel is bedoeld om het economisch herstel in goede banen te leiden en te bespoedigen. De geleide loonpolitiek moet voor een stabiele arbeidsmarkt zorgen. Door de lonen te beheersen kunnen werknemers niet met hogere lonen door andere bedrijven of sectoren weggelokt worden, is het idee. Bovendien moet beheerste loonvorming ertoe leiden dat er bij bedrijven voldoende financiële ruimte ontstaat om weer investeringen te doen – om aldus de werkgelegenheid op de langere termijn te bevorderen.

1946 Consolidering

‘Door de AWV wordt niet gestreefd naar uitbreiding van haar ledental doch naar consolidering van haar werkzaamheden’, meldt het jaarverslag. AWV is namelijk druk bezig de organisatie opnieuw op poten te zetten. Het is geen eenvoudige tijd: leden zijn zelf ook bezig met de herinrichting van hun bedrijf en willen daarom graag zo snel mogelijk hulp van AWV, maar de hoeveelheid deskundigen op het gebied van de arbeidsvoorwaarden waarover AWV beschikt is nog gering. Bovendien zijn de verbindingen slecht en laat de mobiliteit van AWV te wensen over: de werkgeversvereniging beschikt over één automobiel.

1947 Functiewaardering

AWV begint met functiewaardering, destijds werkclassificatie geheten. Dit gebeurt op verzoek van de leden – zij willen, na de invoering van de geleide loonpolitiek, mogelijkheden hebben om variatie in de lonen te kunnen brengen.
De geleide loonpolitiek brengt een loonstop met zich mee – een verbod op loonsverhogingen. Er is echter sprake van een tenzij. De loonstop is niet van toepassing op achtergebleven beroepen en beroepsgroepen. Dat zet de deur open naar loonvorming op basis van werkclassificatie – een legale manier om de geleide loonpolitiek (deels) te kunnen omzeilen.
Drie arbeidsanalisten vormen tezamen binnen AWV het Bureau Werkclassificatie. Zij maken gebruik van het zogeheten AWV-classificatiesysteem, afgeleid van een werkclassificatiesysteem dat op dat moment in gebruik is binnen de Belgische chemische nijverheid en bij Unilever.
Bureau Werkclassificatie staat onder leiding van A.W. Worm. Worm komt van AWV-lid Rubberfabriek Vredestein; z’n overstap leidt tot een conflict tussen AWV en Vredestein. Dat dreigt z’n lidmaatschap op te zeggen, maar de zaak wordt uiteindelijk gesust.

1949 Groei dankzij werkclassificatie

AWV groeit, en dat is voor een groot deel te danken aan de populariteit van werkclassificatie. Bedrijven die gebruik willen maken van het AWV-systeem, dienen namelijk bij de werkgeversvereniging als lid aangesloten te zijn. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn er 24 lid-ondernemingen bij gekomen (totaal zijn er nu 135 lid van AWV) en 11 lid-verenigingen (totaal nu 17).
De werkzaamheden die AWV op het gebied van de werkclassificatie voor de leden verricht, vallen niet onder de contributie. AWV vindt dat niet fair, omdat niet alle bij AWV aangesloten bedrijven gebruikmaken van deze dienst. Leden die wel van deze dienst gebruikmaken, krijgen daarvoor dus een rekening. 
Inmiddels is AWV definitief over de bezwaren tegen de CAO heen gestapt. In 1949 is AWV betrokken bij de totstandkoming van ruim twintig CAO’s. 

1950 Medezeggenschap

De Wet op de ondernemingsraden treedt in werking, vijf jaar nadat minister Drees de Stichting van de Arbeid had gevraagd advies uit te brengen over de vraag of er een wettelijke regeling met betrekking tot ondernemingsraden diende te komen, en, als het antwoord op die vraag bevestigend was, hoe die er dan uit zou moeten zien. Het overleg binnen de Stichting van de Arbeid spitste zich vooral toe op de beslissingsbevoegdheden – de mate van medezeggenschap – en de kandidaatstelling. Werknemersorganisaties wilden dat alleen leden van erkende vakbonden zich konden kandideren, werkgevers stond vrije kandidaatstelling voor ogen.
De uiteindelijke wet draagt dan ook het karakter van een compromis. De bevoegdheden van de OR zijn beperkt tot overleg en advisering; de werkgever houdt het laatste woord. Vakbonden krijgen grotendeels hun zin met betrekking tot de kandidaatstelling. Zij hebben het eerste recht OR-leden voor te dragen; in tweede instantie, als er onvoldoende kandidaten voor de OR zijn, is vrije kandidaatstelling mogelijk.

1951 Einde tijdperk

W.F. Bloemendaal – een van de drie oprichters van AWV en die sindsdien diverse bestuursfuncties bekleedde – verlaat na 32 jaar de werkgeversvereniging. Een jaar later neemt ook T. Duyvis, sinds 1921 bestuurslid van AWV, waaronder 25 jaar als penningmeester, afscheid. Het betekent het einde van een tijdperk: alle mannen van het eerste uur zijn van het toneel verdwenen.

1952 Sociale verzekeringen

Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog bouwt Nederland aan een indrukwekkend stelsel van sociale verzekeringen, dat pas in de jaren zestig met de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (1967) voltooid wordt verklaard. Er komt een stelsel van volks- en werknemersverzekeringen tot stand. Volksverzekeringen gelden in beginsel voor iedere Nederlandse ingezetene, werknemersverzekeringen zijn sociale verzekeringen waarvoor alleen werknemers in aanmerking komen. 
In 1952 wordt de Organisatiewet Sociale Verzekeringen van kracht. Die bepaalt dat bedrijfsverenigingen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van werknemersverzekeringen. Dit heeft consequenties voor AWV: voor wat betreft de bij AWV aangesloten bedrijfstakken wordt AWV als ‘oprichtende en instandhoudende instantie’ van de betreffende bedrijfsvereniging aangewezen.
AWV is in de jaren vijftig (en in de jaren zestig) niet alleen in praktische zin betrokken bij de totstandkoming van het sociale stelsel. AWV geeft direct advies aan de Stichting van de Arbeid, de Raad van Bestuur in Arbeidszaken en het College van Rijksmiddelaars. Bovendien heeft AWV zitting in tal van commissies, zoals de commissie sociale zaken, de wachtgeldcommissie en de commissie tot bestudering der vrouwen- en meisjeslonen. En tenslotte beïnvloedt AWV de politieke besluitvorming via het in 1945 opgerichte CSWV (Centraal Sociaal Werkgevers Verbond; zie ook in deze feitenlijst het jaartal 1920), waarin de werkgeversvereniging zwaar vertegenwoordigd is.

1953 Loontechnisch Bureau

De taken van Bureau Werkclassificatie zijn sinds de oprichting in 1947 verbreed. Dat krijgt nu ook steeds vaker9AWV-Loontechnisch-bureau.jpg het verzoek om zich over beloning uit te spreken. Op 1 januari verandert de naam in Loontechnisch Bureau (LTB).  Het LTB vormt een afzonderlijk onderdeel van AWV ‘doch ressorteert onder het hoofd van de Afdeling Arbeidsvoorwaarden’. Binnen het AWV-bureau spreekt men van stofjassen (arbeidsanalisten en loonadviseurs) en sigaren (de secretarissen die met directieleden overleg voerden over de arbeidsvoorwaarden in de bij AWV aangesloten bedrijven en bedrijfstakken).

1953 Juridische hulp aan leden

AWV roept het Juridisch Bureau in het leven. Deze afdeling – in de beginjaren bestaande uit twee personen, onder wie ‘juffrouw mr. Mien Hekket’ – staat de leden bij ‘met adviezen en voorlichting omtrent de talloze kwesties die kunnen rijzen met betrekking tot de wetgeving op sociaal gebied, zoals ontslagkwesties, fabriekreglementen, reglementen voor ondernemingsraden, moeilijkheden bij de uitvoering van Ziektewet, Invaliditeitswet, Werkloosheidswet en zo voort, en zo voort’.

1956 Dienstverlening dijt verder uit

AWV besluit haar leden te gaan adviseren en voorlichten over personeelsbeleid. In jarenvijftig-jargon: ‘Waar de kleinere en middelgrote bedrijven niet altijd de beschikking hebben over deskundigen op het gebied van het personeelswerk, was het bestuur tot de conclusie gekomen dat onze vereniging haar leden een belangrijke dienst zou kunnen bewijzen als zij over een deskundige kracht kon beschikken die op dit nieuwe terrein van advies en voorlichting zou kunnen dienen’.
Overigens is dit initiatief, dat pas in 1958 werkelijk vorm krijgt, geen succes; in 1967 wordt de – tweekoppige – afdeling al weer opgeheven. Het laat wel zien dat AWV voortdurend bezig is haar dienstverlening uit te breiden en aan te passen – aan de eisen van de tijd, aan de wensen van de leden. Zo zal AWV een jaar later, in 1957, de afdeling Documentatie en Research in het leven roepen, dat zich onder andere met productiviteitsberekeningen zou gaan bezighouden.

1957 Verhuisplannen

De AWV-organisatie telt inmiddels 43 medewerkers, zes jaar eerder waren dat er nog 21. De verdubbeling leidt tot huisvestingsproblemen op de Schotersingel, waar AWV– na een reeks eindeloze verbouwingen sinds de Tweede Wereldoorlog – drie oorspronkelijk belendende panden als kantoor in gebruik heeft. AWV wil weg uit de Haarlemse binnenstad en zet z’n zinnen op een geheel nieuw kantoor. De vereniging zet voor dat doel geld apart in een speciaal bouwfonds.

1958 Contactgroepen

Al sinds 1954 is er sprake van ‘verschillende groeperingen van leden die periodiek informele bijeenkomsten beleggen’. AWV besluit nu deze bijeenkomsten te institutionaliseren en noemt ze contactgroepen. Deelnemers aan de verschillende contactgroepen zijn tot ‘de ledenkring van AWV behorende ondernemers die belangstelling hebben voor en bereid zijn tijd te geven aan de bestudering van actuele onderwerpen op sociaal-economisch gebied.’
De contactgroepen zijn de voorlopers van de huidige netwerken. De doelstelling is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd. In 1958 luiden die: ‘De tweezijdige communicatie tussen Dagelijks Bestuur en secretariaat enerzijds en de bij onze vereniging aangesloten bedrijven anderzijds te bevorderen en daardoor het Dagelijks Bestuur in staat het beleid der vereniging aan te passen aan de actuele behoefte van de leden. Behalve dat op deze wijze waardevolle adviezen uit eigen kring tot stand kunnen komen, betekent een en ander voor de ondernemers die aan het werk van deze contactgroepen deelnemen, dat zij samen met collega-werkgevers de gelegenheid krijgen de problemen waarmede zij nu in hun bedrijf geconfronteerd worden of binnen afzienbare tijd te maken krijgen, te benaderen.’

1959 Jubileum: royaal geschenk van leden

AWV viert haar veertigjarig bestaan. Het bouwfonds van AWV krijgt een forse injectie: de leden schenken de vereniging ter gelegenheid van het jubilieum een bedrag van 235.780 gulden en 79 cent. Het staat vast dat AWV een nieuw te bouwen kantoor zal betrekken, maar de vestigingsplaats is nog onderwerp van discussie.

1960 Naar Den Haag?

AWV zoekt nog naar een geschikte locatie voor het nieuwe kantoor, maar er heeft zich een ‘nieuw element’ aangediend. Het CWSV en het Verbond van Nederlandse Werkgevers (VNW) hebben plannen om te fuseren (hetgeen op 1 januari 1968 ook inderdaad realiteit zou zijn; beide organisaties gingen toen op in het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, VNO). Zij hebben AWV-voorzitter Beukema toe Water laten weten een kantoorpand in Den Haag te willen betrekken. Er is een lobby gaande om AWV ook in dat pand onder te brengen. Een belangrijk voordeel van inwoning zou zijn dat AWV meer invloed krijgt op de besluitvorming in het Haagse. Het hoofdbestuur van AWV, dat zich in februari over de verhuismaterie buigt, aarzelt. Verschillende leden achten het tegenovergestelde denkbaar: dat de invloed van de centrale werkgeversorganisaties op AWV zo groot wordt dat de – relatieve – onafhankelijkheid van AWV verloren gaat. Twee maanden later, tijdens de HB-vergadering in mei, beslecht de zelfstandigheidsdrang het pleit. AWV kiest voor een eigen kantoorpand en blijft in Haarlem. AWV laat aan de Liedsevaart, hoek Westelijke Randweg een nieuw kantoor verrijzen dat ontworpen zal worden door het architectenbureau van professor H.T. Zwiers. Hem staat ‘een bescheiden doch doeltreffend, modern pand’ voor ogen.
Overigens was dit niet de eerste keer dat er vanuit Den Haag pogingen zijn gedaan AWV naar de Hofstad te halen. Al in 1923, zo blijkt uit de notulen van de HB-vergadering van 20 juni van dat jaar, wil de Vereniging van Nederlandse Werkgevers (vanaf 1926 Verbond van Nederlandse Werkgevers, in 1945 opgegaan in het CWSV) dat AWV bij hen komt inwonen. De VNW betaalt namelijk gedeeltelijk de kosten van het Centraal Overleg dat dan nog bij AWV is ondergebracht, maar kampt met budgettaire problemen. Een verhuizing van AWV naar het kantoor van de VNW zou die kunnen verlichten. Het HB-bestuur van AWV bedankt daarvoor.

1960 Aanhoudende groei

AWV blijft groeien. De vereniging telt 234 individuele leden, 28 lid-verenigingen en 10 buitengewone leden. Het aantal CAO’s waarbij AWV is betrokken, is inmiddels opgelopen tot 150. 
AWV telt nu vijftig personeelsleden, onder wie 19 die voor het Loontechnisch Bureau werken.

1961 Vakbondstientje

De industriële bonden – AWV is op dat moment nog vooral actief in industriële sector – willen georganiseerde werknemers andere (lees: betere) arbeidsvoorwaarden toekennen dan ongeorganiseerde. Van de uitkomsten van het CAO-overleg profiteren immers, zonder dat zij daarvoor een financiële bijdrage leveren, ook de niet bij de vakbonden aangesloten werknemers, luidt de redenatie. En ook de werkgevers spinnen garen bij het georganiseerde overleg: zij hoeven niet met werknemers afzonderlijk afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden. AWV vindt discriminatie tussen georganiseerde en ongeorganiseerde werknemers binnen de onderneming onaanvaardbaar en wijst het voorstel af. Een commissie, waarin AWV en de (drie) industriële bonden zitting hebben, wordt in het leven geroepen die zich over het vraagstuk gaat buigen. 
Vijf jaar later, in 1966, is de commissie eruit. AWV erkent het belang van het georganiseerd overleg en acht voor het goed functioneren daarvan een gezonde vakbeweging noodzakelijk. Er komt een afspraak tot stand die bekend wordt als de AWV-werkgeversbijdrageregeling (in de wandelgang: het vakbondstientje). AWV-leden betalen, op basis van vrijwilligheid, tien gulden per werknemer die onder de werkingssfeer van de CAO vallen. De op te richten Stichting Fonds Industriële Bonden int de bijdragen en financiert daarmee bepaalde, regelmatig opnieuw te omschrijven vakbondsactiviteiten.
De regeling tussen (zoals de betrokken organisaties nu heten:) AWVN, FNV Bondgenoten, CNV BedrijvenBond en De Unie bestaat tot op de dag van vandaag. De hoogte van het vakbondstientje is inmiddels wel opgelopen (in 2016: € 20,06).

1964 Nieuw kantoorpand gereed

Het nieuwe kantoorpand van AWV is gereed. De officiële opening vindt plaats op 3 juni. AWV is nog een typische vereniging, de band met de leden is diep. Niet alleen de gift die AWV in 1959 ontving voor de bouw van het kantoor van de leden, getuigt daarvan. Tal van leden hebben belangeloos materialen beschikbaar gesteld om het kantoor te bouwen en in te richten. De leden en de AWV-medewerkers duiden het kantoorpand aan de Leidsevaart bij de opening liefkozend aan met ons eigen home.

Bouwrijp maken van het terrein op de hoek van de Leidsevaart en de Randweg in Haarlem (1962). De strenge winter van 1962/1963 zorgde voor vertraging, maar de
achterstand werd in het voorjaar en de zomer snel ingelopen.​
Op 15 juli 1963 was het hoogste punt bereikt.    Voorjaar 1964, het AWV-kantoor is gereed en ingericht, en wacht op de officiële
ingebruikname.
Verhuizing van de Schotersingel naar het nieuwe pand aan de Leidsevaart, laat in het voorjaar van 1964.Officiële opening, 3 juni 1964. De vergaderzaal bleek niet groot genoeg om alle genodigden te ontvangen. Dus verrees er een tent op de parkeer-plaats.

1968 Organisatiebureau AWV

Het Loontechnisch Bureau van AWV (zie 1953), dat inmiddels 25 man in dienst heeft, verandert van naam: Organisatiebureau AWV.

1969 Einde geleide loonpolitiek

Er komt, met de zogeheten Loonwet-Roelvink, een officieel einde aan de na de Tweede Wereldoorlog ingevoerde geleide loonpolitiek – die in de praktijk al lang niet meer te handhaven bleek. De jaren zestig stonden bekend als de periode van koppelbazen en zwarte lonen; loonexplosies als die in 1964 (die gingen dat jaar met 15% omhoog) kwamen feitelijk dan ook neer op het witten van zwarte lonen.
Het definitief loslaten van de geleide loonpolitiek betekent werk aan de winkel voor AWV. Doordat de verantwoordelijkheid voor de af te sluiten arbeidsovereenkomsten – en dus ook voor het benutten van de ontstane loonruimte – vrijwel geheel bij de contracterende partijen komt te liggen, komen er meer CAO’s tot stand. Eind 1969 is AWV betrokken bij 212 CAO’s.

1974 Maatregelen in verband met oliecrisis

Inwerkingtreding van de Machtigingswet op 12 januari. Deze maatregel is volgens de overheid nodig in verband met de situatie die ontstaan is doordat de OPEC de olie-export heeft beperkt (‘de oliecrisis’) en vanwege de sterke stijging van het algehele prijsniveau. De wet, die uiteindelijk van kracht is tot 1 januari 1975, maakt het mogelijk een pakket arbeidsvoorwaarden bindend vast te stellen. Daarnaast maakt de wet het mogelijk ook in te grijpen op andere terreinen van inkomensvorming, zoals de salarissen van ambtenaren en tarieven van vrije-beroepsbeoefenaren en de huren. Door deze overheidsingreep ontstaat er op arbeidsvoorwaardelijk vlak betrekkelijke rust. Maar niet voor lang: al snel is automatische prijscompensatie, APC, onderwerp van onderhandelingen.
De jaren zeventig zijn bijzonder roerig. Er vinden forse herstructureringen plaats in vele bedrijfstakken, die tot tal van arbeidsconflicten leiden. Vooral in de scheepsbouw, de metaal- chemische, papier-, karton- en de baksteenindustrie doen zich sluitingen en inkrimpingen voor. AWV is betrokken bij opstellen van sociale plannen

1979 ORBA

AWV presenteert z’n eigen functiewaarderingssysteem ORBA®. ORBA – de naam is afgeleid van Organisatiebureau AWV – is gebaseerd op de Uitgebreide Genormaliseerde Methode (UGM). Het zal uitgroeien tot de meest toegepaste functiewaarderings- en indelingsmethode in Nederland: tegenwoordig is van zo’n anderhalf miljoen werknemers de functie volgens ORBA beschreven en gewaardeerd.

1980 Regionalisatie

Op 22 oktober opent AWV z’n eerste vestiging buiten Haarlem: kantoor Haren (later verhuisd naar Groningen). Het is het begin van de regionalisatie. Twee jaar later heeft AWV ook een kantoor in Zutphen (later: Apeldoorn).
Tegenwoordig heeft de werkgeversvereniging, behalve in Groningen en Apeldoorn, vestigingen in Rotterdam, Roermond – en sinds de verhuizing van het hoofdkantoor naar Den Haag in 2007 – Haarlem.

1980 Zelf een ondernemingsraad

AWV telt 100 werknemers; nummer 100 is Lilian Barends. Nu de magische grens van 100 werknemers is bereikt, krijgt ook de werkgeversvereniging zelf een ondernemingsraad. Door het uitdijende personeelsbestand is een nijpend huisvestingsprobleem ontstaan; zelfs in de bergingskelder zijn werkplekken ingericht. In 1981 zal een deel van het kantoorpersoneel naar een dependance verhuizen, dat zich eveneens aan de Leidsevaart bevindt. Ook worden er dan plannen ontwikkeld om het hoofdkantoor uit te breiden, maar vanwege de economische recessie waarin Nederland zich bevindt, verdwijnen die (tijdelijk) in de ijskast.

1982 Voorzitter-directeur

Rudy van Wijk treedt aan als voorzitter-directeur: de voorzitter van de vereniging krijgt dus als directeur ook de dagelijkse leiding over het bureau van AWV. Van Wijk, afkomstig van sigarenfabrikant Ritmeester, is de eerste voorzitter-directeur in de geschiedenis van AWV(N). Zijn latere opvolger, J.P. Munting, is ook voorzitter-directeur. Mees Hartvelt, afkomstig van Crown Van Gelder is, in de periode 2010-2013, de laatste voorzitter die tevens de functie van algemeen directeur bekleedt.

1982 Akkoord van Wassenaar

Nederland bevindt zich in een diepe recessie. Het werkloosheidscijfer is opgelopen tot 12%. Eind november komt het Akkoord van Wassenaar tot stand. In grote lijnen komt het erop neer dat werkgevers, werknemers en de overheid loonmatiging overeenkomen in ruil voor arbeidsduurverkorting.
Met dit akkoord, officieel ‘Centrale aanbevelingen inzake aspecten van een werkgelegenheidsbeleid’ geheten, komt er een einde aan de periode van arbeidsonrust die al begin jaren zeventig inzette. Het Akkoord van Wassenaar betekent een belangrijk keerpunt in de arbeidsverhoudingen; werkgeversorganisaties en vakbonden weten elkaar weer te vinden.

1985 Kantooruitbreiding

Het DB en het HB geven groen licht voor de plannen ‘tot uitbreiding van het AWV-kantoor en aanpassing van het bestaande pand’. Het plan komt er op neer dat er een nieuwe vleugel zal verrijzen, die vrijwel haaks op het bestaande pand komt te staan. Het nieuwe deel zal qua opzet en vormgeving nauw aansluiten op het oude deel.
Op 12 en 13 juni 1987 vindt de officiële ingebruikname van de nieuwbouw aan de Leidsevaart 594 plaats.    
In de jaren die tot aan de verhuizing naar Den Haag volgen, zal het kantoorpand nog twee uitbreidingen ondergaan. In 2000 wordt de naast het hoofdkantoor gelegen conciërgewoning bij het pand getrokken; in 2001 komt op de parkeerplaats een fors uitgevallen portocabin te staan die een rechtstreekse verbinding krijgt met de entree van het hoofdgebouw.

1995 Industrie én dienstverlening

AWV schaft een belangrijke statutaire beperking af. Niet langer is AWV gebonden aan de industriële sector, ook bedrijven en organisaties uit de dienstverlening kunnen zich bij de werkgeversvereniging aansluiten. Overigens was al vanaf halverwege de jaren zestig het strikt hanteren van de scheiding tussen industrie en diensten in de praktijk vaak niet meer goed mogelijk.

1997 Fusies

AWVN logo-klein.pngNadat op 1 januari 1996 Scheepvaartvereniging Noord en scheepvaartvereniging Zuid in AWV zijn opgegaan, volgt op 1 januari 1997 het Adviesbureau Arbeidszaken NCW. Deze fusie is aanleiding voor een naamsverandering: AWV wordt AWVN. Dat staat voor Algemene Werkgeversvereniging VNO-NCW (voluit: Verbond van Nederlandse Ondernemingen – Nederlandse Christelijke Werkgeversvereniging). Kortweg AWVN, dus…
Door deze fusies en door autonome groei, zijn bij AWVN ruim 850 bedrijven aangesloten en bijna zestig brancheverenigingen. Het aantal AWVN-medewerkers schommelt rond de 180 m/v.

2000 Wijziging contributiestelsel

Grondige herziening van het contributiestelsel. Deze is nodig vanwege de afnemende solidariteit tussen grote en kleine leden. De kosten van het lidmaatschap voor kleine ondernemingen stijgen door de veranderde contributiesystematiek, waarop een aantal van die kleinere bedrijven het lidmaatschap opzeggen. Voor het eerst in de historie van AWVN daalt het aantal aangesloten bedrijven. Daar staat tegenover dat enkele grote organisaties uit de dienstverlenende sectoren (o.a. gezondheidszorg en banken) zich bij AWVN aansluiten.

2005 Sociale innovatie

De AWVN-Innovatietrofee wordt voor het eerst uitgereikt. Het is een jaarlijkse prijs waarvoor door het jaar heen elk kwartaal een bedrijf of organisatie wordt genomineerd. Aan het einde van elk kalenderjaar bepaalt de jury wie van de vier kwartaalwinnaars de jaarprijs wint. De AWVN-Innovatietrofee is in het leven geroepen om inspirerende voorbeelden van sociale innovatie zichtbaar te maken. Op deze wijze wil AWVN bedrijven en branches stimuleren hier ook mee aan de slag te gaan. Winnaars van de trofee, die in 2010 voor de laatste keer is uitgereikt, zijn Tejin Twaron (2005), Albron (2006), Nederlandse Spoorwegen (2007), Xerox Venray (2008), Nissan MPC (2009) en SCA Gennep (2010).
Sociale innovatie – in eerste instantie slimmer werken geheten – was in de periode 2003-2010 het belangrijkste speerpunt van AWVN. Sociale innovatie staat voor vernieuwing van het arbeidsproces, met als doel de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie te verhogen. Investeren in mens en organisatie, dus – bijvoorbeeld door het arbeidsproces anders te organiseren, door gezondheidsbeleid in te voeren, werk te maken van employability, of door modernisering van het arbeidsvoorwaardenvormingsproces (door sociaal beleid aan de bedrijfsdoelstellingen te koppelen). Er zijn vele manieren om sociale innovatie in de onderneming of de branche vorm te geven. Uitgangspunt is dan ook: geen sjablonen, maar de eigen weg bewandelen – sociale innovatie is maatwerk.
AWVN was in 2006 een van de grondleggers van het expertisecentrum NCSI – het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie. Op 1 april 2012 stopte het NCSI met haar activiteiten.

2006 Naar Den Haag94Malietoren.jpg

Eind 2006 valt het besluit AWVN naar Den Haag te verplaatsen: AWVN zal het kantoor in Haarlem verkopen en zich vestigen in de Malietoren, het kantoorpand van VNO-NCW aan de Bezuidenhoutseweg. AWVN heeft de samenwerking met de ondernemersorganisatie de afgelopen tien jaar sterk geïntensiveerd. De verhuizing moet op korte termijn leiden tot één geïntegreerde bureauorganisatie.
Op 1 mei 2007 betrekt AWVN de zestiende en zeventiende etage van de Malietoren in Den Haag. In Haarlem opent AWVN een nieuw regiokantoor, vlakbij NS-station Haarlem-Spaarnwoude.

2008 Integratie afgeblazen

De integratieplannen met VNO-NCW zijn van de baan, zo blijkt in februari. Belangrijkste geschilpunt is de positie en de financiering van de beoogde nieuwe adviesorganisatie die na de integratie van verschillende organisatieonderdelen van AWVN en VNO-NCW tot stand moet komen.
Het afblazen van de integratie heeft geen consequenties voor de bestaande, intensieve samenwerking tussen AWVN en VNO-NCW.

2011 Sociaal manifest

Begin 2011 publiceert AWVN samen met de vakbonden FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen, De Unie het manifest ‘Naar nieuwe arbeidsverhoudingen. Mensen maken het verschil, mensen realiseren groei’. Partijen beloven daarin dat duurzame inzetbaarheid van werknemers de leidraad zal zijn in het – lopende én toekomstige – overleg tussen werkgevers en werknemers. De gezamenlijke visie vloeit voort uit de behoefte van werkgevers en werknemers om overeenkomsten en gezamenlijke doelen te zoeken in plaats van onderlinge verschillen uit te vergroten.

2011 Herinrichting bureauorganisatie

Medio 2011 krijgt een grondige herinrichting van de bureauorganisatie z’n beslag. Leidend bij de herinrichting is het onderscheid tussen de hoofdprocessen, advies en beleid. In grote lijnen bestaat de organisatie voortaan uit een Adviesorganisatie en een Beleidsorganisatie, die allebei actief worden ondersteund door de afdeling Business Development, Marketing & Communicatie (BDMC). Deze nieuwe afdeling heeft als opdracht de activiteiten van de Advies- en de Beleidsorganisatie optimaal op elkaar af te stemmen, en om aldus de ontwikkeling van nieuwe advisering en beleidsactiviteiten een impuls te geven.

2013 Nieuwe bestuursvorm

AWVN laat de traditionele bestuursstructuur van de vereniging los. De getrapte opbouw – Algemene Ledenvergadering (ALV), Hoofdbestuur, Dagelijks Bestuur en directie – werd alom als gedateerd ervaren en bleek in de praktijk te vaak tot onduidelijkheden te leiden op het gebied van mandaten en verantwoordelijkheden. Een andere belangrijke reden is het feit dat de belangstelling voor het verenigingswerk en het verenigingskarakter is afgenomen; de relatie met de leden heeft, net als bij andere verenigingen, in toenemende mate een zakelijker karakter gekregen.
In de nieuwe structuur fungeert de algemeen directeur als bestuurder van de vereniging. Hij is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het beleid en voor de dagelijkse leiding van de AWVN-organisatie. De algemeen directeur rapporteert aan de Raad van Toezicht. De ALV blijft als hoogste orgaan de kern van de vereniging. De ALV benoemt de leden van de RvT (maximaal zeven). Daarnaast zijn er een aantal commissies gevormd, waarvan de Beleidscommissie de belangrijkste is. Deze fungeert als klankbord voor de AWVN-directie op het gebied van de inhoudelijke beleidsthema’s, de politieke en maatschappelijke actualiteit en ontwikkelingen op het gebied van arbeidsverhoudingen.

2013 Statutaire naamswijziging

Tegelijkertijd met het aanpassen van de bestuursvorm van de vereniging, wijzigt de statutaire naam in Algemene Werkgeversvereniging Nederland.

2013 Regiokantoren sluiten, introductie HNW

In de loop van 2013 sluiten de regiokantoren in Haarlem, Groningen, Apeldoorn en Barendrecht hun deuren (Roermond was reeds in 2011 gesloten), en doet Het Nieuwe Werken (HNW) definitief z’n intrede bij AWVN. Dat betekent dat medewerkers, veel meer dan in het verleden al het geval was, vanuit eigen huis opereren, en dat op het hoofdkantoor in Den Haag in principe niemand meer beschikt over een eigen kamer of eigen bureau. Omdat in de praktijk grote behoefte blijft bestaan om met elkaar samen te werken en te vergaderen, zijn er, verspreid over het land, flexibele ontmoetings- en werkplekken in gebruik genomen.

2015 Nieuw logo
AWVN_Logo_Blue_WEB-800px.pngTijdens het jaarcongres 2015 vindt de presentatie van het nieuwe logo plaats. Het oude is zo'n vijftien jaar oud, en in de tussentijd heeft AWVN ingrijpende veranderingen ondergaan. Zo zijn er belangrijke nieuwe adviesgebieden bij gekomen – pensioen, arbeidstijdmanagement, advocaten, arbeidsverhoudingen, internationaal – en is AWVN op het gebied van de advisering steeds verder opgeschoven van het instrumentele naar het tactische/strategische niveau. Daarnaast heeft AWVN zich ontwikkeld van een traditionele vereniging tot een vernieuwende en trendsettende netwerkorganisatie. Het nieuwe logo en de daarmee gepaard gaande nieuwe huisstijl geven uitdrukking aan de metamorfose die AWVN de afgelopen jaren heeft ondergaan.