Home / Opzegtermijn

Logo AWVN-werkgeverslijnAls de werknemer de arbeidsovereenkomst wil opzeggen, geldt volgens de wet (artikel 7:672 BW) een opzegtermijn van één maand.

De opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen, is afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op het moment van opzegging. De opzegtermijn van de werkgever bedraagt bij een duur van de arbeidsovereenkomst van:
• korter dan vijf jaar: één maand
• vijf jaar of langer, maar nog geen tien jaar: twee maanden
• tien jaar of langer, maar nog geen vijftien jaar: drie maanden
• vijftien jaar of langer: vier maanden.
Alleen bij cao is het mogelijk de opzegtermijn voor de werkgever te verkorten. Deze kan echter nooit korter zijn dan de termijn die voor de werknemer geldt, en ook niet korter dan één maand.

De opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen bij een AOW-gerechtigde werknemer is per 1 januari 2016, op grond van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd, in alle gevallen beperkt tot één maand (art. 7:672 lid 3 BW).

Als er sprake is van een omzetting van een reeks arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dan telt de gehele reeks, inclusief eventuele onderbrekingen, mee voor de berekening van de opzegtermijn.

Verlengen opzegtermijn werknemer
De opzegtermijn van de werknemer kan schriftelijk worden verlengd tot maximaal zes maanden. Maar als de opzegtermijn voor de werknemer wordt verlengd (dus langer dan één maand), dan moet in de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen dat voor de werkgever ten minste een dubbele opzegtermijn geldt. Geldt voor de werknemer bijvoorbeeld een opzegtermijn van twee maanden, dan moet de werkgever een opzegtermijn van vier maanden in acht nemen.
Alleen bij cao is het toegestaan van het vereiste van die ‘dubbele termijn’ af te wijken, bijvoorbeeld door te bepalen dat voor zowel werkgever als werknemer een opzegtermijn van zes weken geldt. Maar let wel: de opzegtermijn voor de werkgever kan nooit korter zijn dan de opzegtermijn die voor de werknemer geldt.

Overgangsregime opzegtermijn oudere werknemers
Voor werknemers die op 31 december 1998 45 jaar of ouder waren en vanaf dat moment in dienst zijn gebleven bij dezelfde werkgever, geldt een afwijkende regeling. Om een arbeidsovereenkomst met een werknemer die aan die voorwaarden voldoet op te zeggen, moet de werkgever ten minste de opzegtermijn in acht nemen zoals die op 1 januari 1999 voor die werknemer gold.

Tags: opzegtermijn