Home / Arbeidstijdenwet: normen rond arbeidstijden en rusttijden

Arbeidstijdenwet: normen rond arbeidstijden en rusttijden

De Arbeidstijdenwet (ATW, wettekst) stelt grenzen aan de maximumarbeidstijd per referentieperiode en geeft normen voor minimumrusttijden. Ook zijn er in de ATW regels te vinden over het werken op bepaalde tijdstippen, zoals werken op zondag en in de nacht, en over consignatie- en bereikbaarheidsdiensten en aanwezigheidsdiensten.

Deze pagina is ook in het Engels beschikbaar; this page is also available in English.

Alle regels zijn samengevat in onderstaande overzichten van de wettelijke normen rond arbeidstijden en rusttijden.

In de tabellen zijn voor werknemers van 18 jaar of ouder schematisch de normen uit de vereenvoudigde Arbeidstijdenwet weergegeven, inclusief de algemene afwijkingen daarop in het Arbeidstijdenbesluit (ATB). De sectorale afwijkingen in het ATB zijn niet in de schema’s opgenomen.

In de meeste gevallen is er in de tabellen sprake van een enkelvoudige norm (standaard- en overlegnorm zijn gelijk), die onder alle omstandigheden van toepassing is. In een beperkt aantal gevallen is sprake van een dubbele normstelling. De standaardnorm is dan het uitgangspunt, maar daarvan kan bij collectieve regeling worden afgeweken tot maximaal de overlegnorm. Een collectieve regeling is zowel een cao als een schriftelijke afspraak tussen werkgever en medezeggenschapsorgaan. Die laatste afspraak mag echter niet strijdig zijn met de inhoud van de cao.

Op deze pagina is voorts een tweede tabel opgenomen: het schema wettelijke normen voor jeugdige werknemers (16- en 17-jarigen). Tenslotte vindt u een overzicht van de sectorale afwijkingen die in de ATB zijn opgenomen.

 Minimumrusttijden [*1] [*2]  Werknemers 18 jaar en ouder
Wekelijkse onafgebroken rusttijd 36 uur per 7 x 24 uur, of 72 uur per 14 x 24 uur, die opgesplitst kan worden in perioden van minimaal 32 uur
Dagelijkse onafgebroken rusttijd 11 uur per 24 uur (1x per 7 x 24 uur in te korten tot 8 uur)
Onafgebroken rusttijd na een nachtdienst [*3] die eindigt na 2:00 uur 14 uur (1x per 7 x 24 uur in te korten tot 8 uur)
Onafgebroken rusttijd na een reeks van drie of meer achtereenvolgende nachtdiensten [*4] 46 uur

[*1]  De referentieperiode van 24 uur of een veelvoud daarvan waarbinnen de voorgeschreven rusttijden moeten worden genoten vangt aan op het eerste tijdstip van iedere kalenderdag waarop de werknemer voor het eerst op die dag arbeid verricht. Indien een dienst begint op de ene dag en eindigt op de volgende dag, is dat tijdstip 0:00 uur van die volgende dag (tenzij op dat moment net gepauzeerd wordt; in dat geval bepaalt het einde van de pauze het tijdstip). Is voorafgaand aan die betreffende dienst op die ene dag niet ook nog in een andere dienst gewerkt, dan is op die ene dag ook het begintijdstip van de dienst het tijdstip waarop de referentieperiode van 24 uur of een veelvoud daarvan aanvangt.
[*2]  Vanwege overdracht van werkzaamheden kunnen de genoemde rusttijden met een kwartier worden ingekort. Rusttijd is de tijd die geen arbeidstijd is (zie ook voetnoot 9).
[*3]  Waar in de tabel gesproken wordt over een nachtdienst wordt bedoeld een dienst waarin meer dan 1 uur arbeid tussen 0:00 uur en 6:00 uur wordt verricht.
[*4]  Een reeks van drie of meer achtereenvolgende nachtdiensten bestaat uit een serie van achtereenvolgende nachtdiensten die niet wordt onderbroken door een andere dienst dan een nachtdienst. Een dergelijke reeks eindigt altijd zodra sprake is van de door de wet na zo’n reeks voorgeschreven onafgebroken rusttijd van 46 uur. Na die rust kan opnieuw met een reeks nachtdiensten worden aangevangen.

Pauze [*5]  Werknemers 18 jaar en ouder
Arbeidstijd per dienst  >5½ uur Standaardnorm
Minimaal ½ uur (op te splitsen in 2x¼ uur)
Overlegnorm
Minimaal ¼ uur [*6]
Arbeidstijd per dienst  >10 uur Standaardnorm
Minimaal ¾ uur (op te splitsen in pauzes van minimaal ¼ uur)
Overlegnorm
Minimaal ¼ uur [*6]

[*5]  Met een pauze wordt in deze tabel een aaneengesloten periode van minimaal 15 minuten bedoeld waarmee de arbeid gedurende een dienst wordt onderbroken en waarin de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid. Dit geldt zowel voor onbetaalde als doorbetaalde pauzes.
[*6]  Als sprake is van alleenarbeid of de aard van de arbeid maakt een pauze onmogelijk, kan bij collectieve regeling worden afgesproken dat de pauze geheel achterwege blijft, mits de gemiddelde arbeidstijd in elke periode van 16 weken niet meer dan gemiddeld 44 uur per week bedraagt.

 Arbeid op zondag [*7] [*8]  Werknemers 18 jaar en ouder
Arbeidsverbod en uitzonderingen Op zondag wordt geen arbeid verricht, tenzij:
(a) het tegendeel is bedongen en uit de aard van de arbeid voortvloeit, of
(b) de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken en het medezeggenschaps­orgaan (of bij het ontbreken daarvan de belanghebbende werknemers) daarmee instemt, en de betrokken werknemer daar voor dat geval mee instemt
 Zondagsbepaling Standaardnorm
In geval van arbeid op zondag minimaal 13 vrije zondagen in elke periode van 52 weken
Overlegnorm
In geval van arbeid op zondag mag alle zondagen gewerkt worden, waarbij uitsluitend op 40 of meer zondagen in elke periode van 52 weken als de betrokken werknemer daar voor dat geval mee instemt

[*7]  Met de zondag wordt in deze tabel de periode van zondag 0:00 uur tot zondag 24:00 uur bedoeld.
[*8]  De werknemer die op grond van godsdienstige of levensbeschouwelijke overwegingen de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag viert, kan de werkgever schriftelijk verzoeken om de bepalingen over de zondag op die dag van toepassing te laten zijn. In dat geval verplaatsen de voorschriften uit de wet over de zondag zich naar die dag.

Maximumarbeidstijden [*9]  Werknemers 18 jaar en ouder
Arbeidstijd per dienst 12 uur [*10]
Arbeidstijd per nachtdienst [*11] Standaardnorm
10 uur (maximaal 5x in elke periode van 14 x 24 uur en 22x in elke periode van 52 weken te verlengen tot 12 uur onder gelijktijdige inkorting van de rust na die verlengde nachtdienst tot minimaal 12 uur)
Overlegnorm
10 uur (tussen vrijdag 18:00 uur en maandag 8:00 uur maximaal 2x te verlengen tot 11 uur [*12] en buiten die periode maximaal 2x in elke periode van 14 x 24 uur en 8x in elke periode van 52 weken te verlengen tot 12 uur onder gelijktijdige inkorting van de rust na die verlengde nachtdienst tot minimaal 12 uur, onder voorwaarde dat 26x in elke periode van 52 weken geen arbeid tussen zaterdag 0:00 uur en zondag 24:00 uur wordt verricht)
Arbeidstijd per week [*13] 60 uur
Arbeidstijd in elke periode van 4 weken Standaardnorm
Gemiddeld 55 uur per week
Overlegnorm
Gemiddeld 60 uur per week
Arbeidstijd per referentieperiode Standaardnorm
In elke periode van 16 weken gemiddeld 48 uur per week; als sprake is van 16 of meer nacht­diensten in die periode gemiddeld 40 uur per week
Overlegnorm
In elke periode van 52 weken gemiddeld 48 uur per week [*14]; als sprake is van nachtdiensten in die periode gemiddeld 40 uur per week

[*9]  Vanwege overdracht van werkzaamheden kunnen de genoemde arbeidstijden met een kwartier worden verlengd. Onder arbeidstijd wordt verstaan de tijd dat de werknemer onder gezag van de werkgever arbeid verricht.
[*10]  Als dit vanwege een feestdag noodzakelijk is, mag de arbeidstijd 2x in de 7 x 24 uur voorafgaand aan die feestdag worden verlengd tot 14 uur. Als feestdag worden aangemerkt Nieuwjaar, Eerste en Tweede Paasdag, Koningsdag, Hemelvaart, Eerste en Tweede Pinksterdag, 5 december, Eerste en Tweede Kerstdag, alsmede andere door godsdienstige of levensbeschouwelijke opvat­tingen ingegeven dagen waarop vergelijkbare condities met betrekking tot de arbeid gelden als op de genoemde feest­dagen. Indien sprake is van noodzakelijke werkzaamheden die geen uitstel gedogen en niet anders zijn te organiseren, mag de arbeidstijd 1x in elke periode van 2 weken worden verlengd tot 14 uur.
[*11]  In afwijking van de getoonde standaard- en overlegnorm mag, indien dit vanwege een feestdag noodzakelijk is, de arbeidstijd 2x in de 7 x 24 uur voorafgaand aan die feestdag worden verlengd tot 14 uur. Als feestdag worden aange­merkt Nieuwjaar, Eerste en Tweede Paasdag, Koningsdag, Hemelvaart, Eerste en Tweede Pinksterdag, 5 december, Eerste en Tweede Kerstdag, alsmede andere door godsdienstige of levensbeschouwelijke opvattingen ingegeven dagen waarop vergelijkbare condities met betrekking tot de arbeid gelden als op de genoemde feestdagen. Evenzo mag, indien sprake is van nood­zakelijke werkzaamheden die geen uitstel gedogen en niet anders zijn te organiseren, de arbeidstijd 1x in elke periode van 2 weken worden verlengd tot 14 uur.
[*12]  Als door alleenarbeid of de aard van de arbeid geen pauze kan worden genoten, mag bij collectieve regeling de nacht­dienst worden verlengd tot 12 uur.
[*13]  Waar in het schema sprake is van een week wordt de periode van zondag 0:00 uur tot de daaropvolgende zaterdag 24:00 uur bedoeld. Is sprake van een veelvoud van een aantal achtereenvolgende weken, dan worden evenzoveel veel­vouden van deze periode bedoeld. Bij het toepassen van arbeidstijdnormen per referentieperiode moet er rekening mee worden gehouden dat de uren waarop de werknemer de bedongen arbeid zou hebben verricht, maar deze door de uitoefening van zijn taak in het kader van het medezeggenschapsorgaan, ziekte, vakantie, de vervulling van door wet of overheid opgelegde verplichting, welke niet in zijn vrije tijd kon geschieden, of als gevolg van zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, niet heeft verricht, worden meegeteld als arbeidstijd.
[*14]  De verlenging van de referentieperiode behorend bij de gemiddeld 48-urige werkweek is uitsluitend mogelijk bij cao. In die cao kan deze bevoegdheid worden gedelegeerd naar het medezeggenschapsorgaan. Indien geen cao van toepassing is, mag de verlenging wel met het medezeggenschapsorgaan worden overeengekomen. De verlenging van de referentie­periode bij de gemiddeld 40-urige werkweek kan zowel door cao-partijen als door de werkgever en het medezeggen­schapsorgaan worden overeengekomen. Voorwaarde voor verlenging is pieken en dalen in het werkaanbod, die langer werken dan de normale norm in 16 weken noodzakelijk maken, of onvoorziene omstandigheden die tot afwijking nopen. In alle gevallen mag het werk redelijkerwijs niet anders te organiseren zijn. Verlenging is zonder voorwaarde mogelijk voor leidinggevenden.

Volume nachtdienst  Werknemers 18 jaar en ouder
Maximumaantal nachtdiensten of nachturen

 

Standaardnorm
In elke periode van 16 weken 36 nachtdiensten eindigend na 2:00 uur
Overlegnorm
In elke periode van 52 weken 140 nachtdiensten eindigend na 2:00 uur, of in elke periode van 2 weken 38 uur arbeid tussen 0:00 uur en 6:00 uur
Maximumaantal achtereenvolgende diensten in een reeks [*15] met één of meer nachtdiensten Standaardnorm
7 diensten
Overlegnorm
8 diensten

[*15]  Een reeks diensten is een serie achtereenvolgende diensten die niet door een wekelijkse rusttijd worden onderbroken. Met andere woorden: voorafgaand en volgend op een reeks is altijd sprake van een wekelijkse rust.

Consignatie [*16]  Werknemers 18 jaar en ouder
Periode zonder consignatie in elke periode van 28 x 24 uur Standaardnorm
14 x 24 uur, op te splitsen in perioden van minimaal 24 uur waarbij ten minste tweemaal gedurende een periode van 48 uur ook geen arbeid wordt verricht
Overlegnorm
14 x 24 uur, op te splitsen in perioden van minimaal 24 uur waarbij ten minste tweemaal gedurende een periode van 48 uur ook geen arbeid wordt verricht;in afwijking hiervan kan elke pauze consignatie worden opgelegd
Consignatie voor en na een nachtdienst 11 uur voor en 14 uur na een nachtdienst niet toegestaan
Maximumarbeidstijd per 24 uur 13 uur
Maximumarbeidstijd per week 60 uur
Maximumarbeidstijd in elke periode van 16 weken Gemiddeld 48 uur per week; bij meer dan 16x consignatie tussen 0:00 uur en 6:00 uur in 16 weken:
(a) gemiddeld 40 uur per week, of
(b) gemiddeld 45 uur per week mits bij arbeid uit een oproep tussen 0:00 uur en 6:00 uur uiterlijk om 24:00 uur daarop 8 uur onafgebroken rusttijd is genoten
Minimumarbeidstijd bij een oproep tijdens consignatie ½ uur; bij een oproep binnen een ½ uur na afloop van de arbeid uit de vorige oproep, wordt de arbeid uit beide oproepen als één beschouwd

[*16]  Consignatie is de bereikbaarheid van de werknemer tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens de pauze om in on­voorziene omstandigheden bij oproep zo spoedig mogelijk aan het werk te gaan. Een dergelijke oproep gaat dan boven de voorschriften over de rusttijden en pauzes. Met andere woorden: via de figuur van consignatie kunnen bij een oproep de voorschriften over de rusttijden en pauzes terzijde worden gelegd. Een oproep wordt niet aangemerkt als (nacht)­dienst, maar vanaf het moment van oproep is wel sprake van arbeidstijd.

Aanwezigheidsdienst [*17]  Werknemers 18 jaar en ouder
Maximumaantal aanwezigheidsdiensten in elke periode van 26 weken Standaardnorm
Niet toegestaan
Overlegnorm
52 diensten
Onafgebroken rusttijd voor en na een aanwezigheidsdienst Standaardnorm
n.v.t.
Overlegnorm
11 uur [*18]
Onafgebroken rusttijden in elke periode van 7 x 24 uur Standaardnorm
n.v.t.
Overlegnorm
1x 24 uur en 6×11 uur (totaal 90 uur), welke aaneengesloten kunnen zijn
Maximumarbeidstijd in elke periode van 26 weken Standaardnorm
n.v.t.
Overlegnorm
Gemiddeld 48 uur per week [*19]

[*17]  Een aanwezigheidsdienst is een dienst van maximaal 24 uur lang waarin de werknemer, eventueel naast de normale bedongen arbeid, verplicht op de werkplek aanwezig is om bij oproep zo spoedig mogelijk aan het werk te gaan. Zowel de normale arbeid als de verplichte aanwezigheid op de werkplek geldt daarbij als arbeidstijd. Het gebruik van dergelijke diensten is alleen toegestaan als de aard van de arbeid dit noodzakelijk maakt en die arbeid redelijkerwijs niet anders kan worden georganiseerd. Een aanwezigheidsdienst wordt niet als nachtdienst aangemerkt. De normale voorschriften over de minimumrusttijden en maximumarbeidstijden uit de tabel zijn niet op aanwezigheidsdiensten van toepassing.
[*18]  In uitzonderlijke gevallen of als dat objectief gerechtvaardigd is kan de rusttijd 1x per 7 x 24 uur worden ingekort tot 10 uur alsmede 1x tot 8 uur, mits de duur van de inkorting direct daaropvolgend aan de volgende onafgebroken rusttijd wordt toegevoegd. Dit werkt ook door in de totale onafgebroken rusttijden in iedere periode van 7 x 24 uur. Het totaal daarvan blijft 90 uur, maar kan in dit geval bestaan uit minimaal 1x 24 uur, 4x 11 uur, 1x 10 uur en 1x 8 uur, waarbij ook nu deze perioden op elkaar mogen aansluiten.
[*19]  Als de werknemer daarmee schriftelijk instemt, kan de maximumarbeidstijd worden verruimd tot gemiddeld 60 uur per week. Een dergelijke instemming geldt voor 26 weken en wordt telkens voor eenzelfde periode verlengd tenzij de betrokken werknemer tijdig voor afloop van de periode aangeeft niet langer in te stemmen met de verruimde arbeidstijd. De werkgever moet de schriftelijke instemmingen van werknemers in een maatwerkregister bewaren.

Slotopmerkingen
De in bovenstaande tabellen opgenomen normen zijn niet van toepassing op werknemers van 18 jaar en ouder die in 2018 een vast jaarinkomen hebben dat hoger is dan € 61.350 bruto. Voor deeltijders geldt dit bedrag naar rato van hun deeltijdpercentage.
Als werknemers arbeid in nacht­dienst plegen te verrichten of arbeid waaraan of in rechtstreeks verband waarmee ernstige gevaren voor de veiligheid of de gezondheid van personen zijn verbonden, dan blijven de normen wel op hen van toepassing.
Tot slot geldt dat alle normen, met uitzondering van arbeid op zondag, de maximumarbeidstijd per referentieperiode en consignatie, niet van toepassing zijn bij plotseling onvoorziene situaties met ernstig gevaar voor personen of goederen. Rusttijd die daardoor niet genoten wordt, moet de werkgever na afloop van die situatie zo spoedig mogelijk compenseren.

  • Wettelijke normen arbeids- en rusttijden 16- en 17-jarigen

    Voor jeugdige werknemers gelden de volgende wettelijke normen rond arbeids- en rusttijden, waarbij in acht moet worden genomen dat schooltijd als arbeidstijd wordt aangemerkt.

    Minimumrusttijden Werknemers van 16 en 17 jaar
    Wekelijkse onafgebroken rusttijd 36 uur per 7×24 uur
    Dagelijkse onafgebroken rusttijd 12 uur per 24 uur, waarin de periode tussen 23:00 en 6:00 uur is begrepen
    Pauze
    Arbeidstijd  >4½ uur Minimaal ½ uur (op te splitsen in 2x ¼ uur)
    Arbeid op zondag
    Arbeidsverbod en uitzonderingen Op zondag wordt geen arbeid verricht, tenzij:
    (a) het tegendeel is bedongen en uit de aard van de arbeid voortvloeit, of
    (b) de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken en het medezeggenschaps­orgaan (of bij het ontbreken daarvan de belanghebbende werknemers) daarmee instemt, en de betrokken werknemer daar voor dat geval mee instemt
    Zondagsbepaling [*20] Standaardnorm
    In geval van arbeid op zondag minimaal 13 vrije zondagen in elke periode van 52 weken
    Overlegnorm
    In geval van arbeid op zondag mag alle zondagen gewerkt worden, waarbij uitsluitend op 40 of meer zondagen in elke periode van 52 weken als de betrokken werknemer daar voor dat geval mee instemt
    Maximumarbeidstijden [*21]
    Arbeidstijd per dienst 9 uur [*22]
    Arbeidstijd per week 45 uur [*23]
    Arbeidstijd per 4 weken Gemiddeld 40 uur per week
    Nachtarbeid
    Nachtarbeid Verboden
    Consignatie
    Consignatie Verboden

    [*20]  De werknemer die op grond van godsdienstige of levensbeschouwelijke overwegingen de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag viert, kan de werkgever schriftelijk verzoeken om de bepalingen over de zondag op die dag van toepassing te laten zijn. In dat geval verplaatsen de voorschriften uit de wet over de zondag zich naar die dag.
    [*21]  Voor de toepassing van de normen wordt de tijd waarop een jeugdige werknemer onderwijs volgt of pleegt te volgen, de onderbrekingen inbegrepen, als arbeidstijd aangemerkt.
    [*22]  In geval van arbeid in het kader van een alternatieve sanctie maximaal 10 uur.
    [*23]  In geval van arbeid in het kader van een alternatieve sanctie maximaal 55 uur.

  • Sectorale afwijkingen Arbeidstijdenbesluit (ATB)

    Voor de volgende sectoren/beroepen zijn in het ATB (de tussen haakjes genoemde) afwijkende regels op bovenstaande schema’s opgenomen:
    • Ambulancezorg (bereikbaarheidsdienst)
    • Artsen (arbeidstijd per week, gem. arbeidstijd per 16 weken bij nachtdiensten en consignatie, aanwezigheidsdienst, bereikbaarheidsdienst)
    • Audiovisuele producties (dagelijkse rusttijd, arbeidstijd per referentieperiode)
    • Baggerwerkzaamheden (arbeidstijd per week en per nachtdienst, rusttijd na een reeks nachtdiensten, volume nachtarbeid)
    • Bioscopen (arbeidstijd per (nacht)dienst, per week en per referentieperiode; dagelijkse rusttijd)
    • Brandweer (consignatie, aanwezigheidsdienst)
    • Brood- en banketbakkerij (rusttijd na een reeks nachtdiensten, volume nachtarbeid, nachtarbeid jeugdige werknemers)
    • Defensie (arbeidstijd jeugdige werknemers)
    • Horecabedrijf (volume nachtarbeid)
    • Inwonend huishoudelijk personeel (alle normen)
    • Lokaalspoorwegen (rusttijd na een nachtdienst en na een reeks nachtdiensten)
    • Mijnbouw (alle normen met uitzondering van arbeid op zondag)
    • Niet-nautisch personeel binnenvaart (arbeidstijd per dienst, wekelijkse rusttijd)
    • Personenchauffeurs (arbeidstijd per (nacht)dienst en per week, dagelijkse rusttijd, nachtarbeid, consignatie)
    • Podiumkunsten (arbeidstijd per (nacht)dienst, per week en per referentieperiode, dagelijkse rusttijd, rusttijd na een nachtdienst)
    • Schippersinternaten (aanwezigheidsdienst)
    • Schoonmaakbedrijf (dagelijkse rusttijd)
    • Sneeuw- en gladheidsbestrijding (consignatie)
    • Tentoonstellingsbouw en scheepsreparatie (arbeidstijd per week en per referentieperiode, dagelijkse en wekelijkse rusttijd)
    • Verpleging en verzorging (dagelijkse rusttijd, bereikbaarheidsdienst)
    • Vrijwillige politie (dagelijkse en wekelijkse rusttijd)
    • Verloskundigen (bereikbaarheidsdienst).

    In het ATB vervoer zijn specifieke voorschriften voor de volgende sectoren opgenomen die in de plaats treden van de normen uit de Arbeidstijdenwet:
    • Binnenvaart
    • Luchtvaart
    • Registerloodsen
    • Spoorvervoer (alleen grensoverschrijdend)
    • Wegvervoer
    • Zeevaart
    • Zeevisserij.