Home / Nieuws / WML 2018: overwerk en vakantiebijslag
vrijdag 15 december 2017

WML 2018: overwerk en vakantiebijslag

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) wijzigt op 1 januari 2018 op een aantal punten. De huidige WML regelt niets over de uren die de werknemer méér werkt dan de normaal gebruikelijke arbeidsduur. Dat verandert op 1 januari 2018.
AWVN krijgt veel vragen over de gevolgen van de wetswijziging voor de betaling van overwerk en vakantiebijslag. Daarom hierover nog een nadere uitleg.

Overwerk onder de WML
Tot 1 januari 2018 valt overwerk niet onder de WML. De werknemer die voor zijn standaardarbeidsduur het minimumloon verdient, kan niet met een beroep op de WML uitbetaling van overwerk eisen. Vanaf 1 januari 2018 is dit anders: overwerk valt sindsdien onder de WML. Dat betekent niet dat een werknemer per definitie recht heeft op uitbetaling van overwerk. Het betekent dat de werknemer voor alle gewerkte uren tezamen in een betalingsperiode – dit zal meestal een maand zijn – ten minste het minimumloon moet ontvangen. Het minimumloonbedrag dat de werknemer moet ontvangen wordt daarbij aangepast naar rato van het aantal uren dat de werknemer meer (of minder) werkt dan de geldende voltijdsarbeidsduur. Werkt een werknemer met een voltijdsarbeidsduur bijvoorbeeld 10% over, dan moet hij die maand ook ten minste 110% van het minimumloon per maand ontvangen. Verdient hij standaard al ten minste 110% van het minimumloon, dan kan hij niet met een beroep op de wet (maar mogelijk wel met een beroep op cao of arbeidsovereenkomst) uitbetaling van het overwerk claimen. Voor alle uren tezamen verdient hij immers al 110% van het minimumloon.

Overwerk en tijd-voor-tijd
Is er sprake van een tijd-voor-tijdregeling (voor de uren die de werknemer meer werkt krijgt hij later betaald vrij) dan kan dat er toe leiden dat hij in de betalingsperiode waarin er meer gewerkt is, onder het minimumloon blijft. Hij krijgt immers de uren die hij meer werkt niet uitbetaald. Een dergelijke tijd-voor-tijdregeling kan nu nog schriftelijk met de werknemer worden overeengekomen. Vanaf 2019 is naast toestemming van de werknemer een cao-afspraak nodig waarin dit geregeld is. Ook hier geldt weer dat er wordt gekeken of voor alle gewerkte uren tezamen ten minste het (naar rato aangepaste) minimumloon wordt ontvangen. Werkt bijvoorbeeld de werknemer 20% over, en kan hij die uren op grond van een tijd-voor-tijdregeling die niet in een cao is opgenomen later vrij nemen, dan is er niets aan de hand als hij standaard ten minste 120% van het minimumloon verdient. Neemt hij de tijd-voor-tijduren op in de betalingsperiode waarin de meeruren zijn ontstaan, dan is er ook niets aan de hand: of het minimumloon is betaald wordt per betalingsperiode bekeken.
Bij een tijd-voor-tijdregeling geldt dat de compensatie in tijd uiterlijk voor 1 juli van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin het over- of meerwerk is ontstaan, moet zijn opgenomen. Is dat op 1 juli niet of niet volledig gebeurd, dan moet in de eerstvolgende betalingsperiode na 1 juli het over- of meerwerk dat nog niet gecompenseerd is, alsnog worden uitbetaald.

Overwerk en vakantiebijslag als er een cao is
In artikel 6 van de WML staat opgesomd wat niet onder het loon voor de WML valt. Dat zijn onder meer winstuitkeringen, bijzondere uitkeringen, onkostenvergoedingen en eindejaarsuitkeringen. Over deze loonbestanddelen hoeft dus volgens de wet geen vakantiebijslag te worden betaald. Tot 1 januari 2018 stond overwerk hier ook bij. Op 1 januari 2018 verdwijnt overwerk uit artikel 6.
Doordat overwerk onder het loonbegrip van de WML komt te vallen, moet er over overwerk in beginsel ook vakantiebijslag betaald worden. In beginsel, omdat volgens de WML bij cao kan worden afgeweken van de verplichting om over het loon vakantiebijslag te betalen. Zo kan bij cao worden bepaald dat niet alle looncomponenten deel uitmaken van de grondslag voor de vakantiebijslag, zelfs kan worden afgesproken dat er helemaal geen recht is op vakantiebijslag. Dat betekent ook dat als bij cao de grondslag voor de vakantiebijslag is bepaald, en overwerk daar niet in zit, dit een rechtsgeldige afwijking is van de hoofdregel. Wel geldt er één voorwaarde, namelijk dat er in de referteperiode voor de vakantiebijslag, in de regel is dat 1 juni tot en met 31 mei, over het loon inclusief het overwerk ten minste 108% van het minimumloon wordt betaald. Er hoeft dus niet per betalingsperiode 108% van het minimumloon te worden betaald, de 8% vakantiebijslag wordt in beginsel eenmaal per jaar uitbetaald. Dan moet worden bekeken of over alle gewerkte uren ten minste 108% van het minimumloon is betaald.
Voor de duidelijkheid: ook bestaande cao-afspraken waarin overwerk geen deel uitmaakt van de grondslag voor de berekening van de vakantiebijslag zijn rechtsgeldig. Weliswaar was daarbij niet de bedoeling om met betrekking tot het overwerk af te wijken van het loonbegrip van de WML, overwerk maakte daar immers tot 1 januari 2018 geen deel van uit, maar dat doet niet af aan de geldigheid van de afspraak. Deze is immers niet in strijd met de wet, die afwijking bij cao toestaat.

Afwijken zonder cao slechts beperkt mogelijk
Als er voor een werknemer geen cao van toepassing is, dan kan niet worden afgeweken van de hoofdregel dat over het loon 8% vakantiebijslag moet worden betaald. Er zal dus over alle uren die de werknemer meer werkt dan zijn arbeidsovereenkomst aangeeft 8% vakantiebijslag moeten worden betaald. Dit geldt ook als de werknemer over deze uren zal een toeslag krijgt, wat vaak het geval is. Alleen als de werknemer meer verdient dan driemaal het minimumloon kan met hem schriftelijk van de hoofdregel worden afgeweken. Schriftelijk afwijken is ook mogelijk als de werknemer collega’s heeft op wie wel een cao van toepassing is, en waarin van de hoofdregel is afgeweken. Dan kan met de werknemer schriftelijk dezelfde afspraak worden gemaakt als die volgens de cao voor zijn collega’s geldt.
Voor werkgevers die geen cao hebben zal de wijziging van de WML veelal betekenen dat overwerk en meerwerk 8% duurder worden. Aan die kostenstijging valt te ontkomen door de toeslagen die bij meerwerk en overwerk worden gegeven te verlagen voor de vakantiebijslag. Andere mogelijkheid is om met de werknemers overeen te komen dat voor het overwerk de 8% vakantiebijslag maandelijks wordt betaald, en is inbegrepen in de toeslag die voor het overwerk wordt gegeven. De wet staat toe dat schriftelijk wordt overeengekomen dat van de standaard uitbetaling van de vakantiebijslag in de maand juni wordt afgeweken, mits er ten minste een maal per kalenderjaar wordt betaald. Een maandelijkse uitbetaling van vakantiebijslag is dus toegestaan.

Aandachtspunt is nog de betaling van vakantiebijslag in 2018. Omdat de wet onmiddellijke werking heeft moet de 8% vakantiebijslag ook worden betaald over de over- en meeruren uit 2017 die vallen in de referteperiode waarover in 2018 het vakantiegeld moet worden betaald. Er is wel geopperd dat daar aan te ontkomen valt door nog in december 2017 het vakantiegeld over 2017 uit te betalen. Dat zal echter niet goed mogelijk zijn als er bestaande afspraken zijn over de uitbetaling van vakantiebijslag en de referteperiode die gehanteerd wordt.

Tags: WML