Home / Nieuws / Wijziging WML 2018: gevolgen voor overwerk, vakantiegeld en stukloon
maandag 23 oktober 2017

Wijziging WML 2018: gevolgen voor overwerk, vakantiegeld en stukloon

De huidige Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) regelt niets over de uren die de werknemer meer werkt dan de normaal gebruikelijke arbeidsduur. Dat verandert op 1 januari 2018. Over de wijzigingen in de WML en de consequenties ervan voor overwerk, vakantiegeld en stukloon.

  • ​Over- en meerwerk

    De huidige Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) regelt niets over de uren die de werknemer meer werkt dan de normaal gebruikelijke arbeidsduur. Dat verandert op 1 januari 2018.
    In de WML wordt een nieuw artikel 13a opgenomen dat bepaalt dat werknemers over alle gewerkte uren tezamen ten minste het geldende minimumloon dienen te ontvangen. Compensatie in (betaalde) vrije tijd van over- of meerwerk (de Memorie van toelichting gebruikt de term “meerwerk” voor alle uren die de werknemer meer werkt dan de contractueel overeengekomen arbeidsduur) is vanaf 1 januari 2019 alleen nog maar mogelijk als dat in een cao is geregeld. In 2018 is afwijking bij “gewone” schriftelijke overeenkomst nog mogelijk.

    Twee kanttekeningen
    1. Het recht op minimumloon geldt per betalingsperiode. Krijgt een werknemer per maand betaald, dan is compensatie in vrije tijd voor meeruren binnen de maand waarin de meeruren zijn ontstaan nog steeds mogelijk.
    2. Het recht op het minimumloon wordt bekeken over alle uren tezamen. Krijgt een werknemer meer betaald dan het minimumloon, dan is tijd voor tijd nog steeds mogelijk, mits de werknemer over alle uren tezamen ten minste het minimumloon ontvangt. De Memorie van toelichting bij de wet zegt daarover het volgende:
    “De regels die zien op compensatie in betaalde vrije tijd zijn niet relevant als voor het totaal aan verrichte uren arbeid ten minste het minimumloon is betaald, conform het van de normale arbeidsduur (NAD) afgeleide geldende minimumloon per uur. Als bijvoorbeeld sprake is van een bruto uurloon van € 10,00 en een NAD van 40 uur per week (€ 400 per week), dan is bij 5 uren meerwerk 45 uur per week gewerkt. Dit is omgerekend € 8,88 bruto per uur, waarmee dit loon nog steeds boven het van het minimumloon afgeleid loon per uur van € 8,80 bruto ligt. Indien voor deze 5 uren compensatie in vrije tijd zou zijn afgesproken, dan is deze afspraak niet onderworpen aan de vereisten die de WML via het onderhavige wetsvoorstel stelt aan compensatie in betaalde vrije tijd. Immers, voor alle 45 gewerkte uren is reeds ten minste het minimumloon betaald.”

  • Meerwerk, minimumloon en vakantiegeld

    Doordat over- en meerwerk op 1 januari 2018 onder de WML komt te vallen, is de werkgever vanaf die datum in beginsel ook verplicht daarover vakantiebijslag te betalen. Bij cao kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld dat er geen of minder recht is op vakantiebijslag over overwerkvergoeding. In een cao zal (vrijwel) altijd bepaald zijn wat de grondslag voor de vakantiebijslag is. Als overwerk daar niet bij staat, geldt dat ook als een afwijkende afspraak. Wel moet, ook als er een cao is, de som van loon plus vakantiebijslag altijd ten minste 108% van het minimumloon zijn. Is er geen cao (meer) van toepassing, dan moet de werkgever over overwerk altijd vakantiebijslag betalen, ook als de werknemer over overwerk meer dan 100% krijgt betaald, wat veelal gebruikelijk is.

    De werkgever kan hierdoor in overtreding komen met het verbod op onderscheid op grond van arbeidsduur. Dit kan het geval zijn als de parttime werknemer voor meerwerk tot aan de fulltime arbeidsduur een toeslag krijgt waarin de vakantiebijslag al verdisconteerd is, terwijl dat niet expliciet bepaald is (wat vrijwel altijd het geval is). De parttime werknemer krijgt dan over het meerwerk nogmaals 8% vakantiebijslag en krijgt daarmee meer betaald dan zijn fulltime collega.

    In ieder geval maakt deze wijziging van de WML voor ondernemingen waar geen cao van toepassing is, meer- en overwerk in het algemeen 8% duurder. Alleen als een werknemer een overeengekomen loon heeft van meer dan drie maal het wettelijk minimumloon, kan schriftelijk worden overeengekomen dat de werknemer geen recht heeft op vakantiebijslag dan wel recht heeft op een lager bedrag aan vakantiebijslag.
    Andere mogelijkheid is om er bij de honorering van over- en meerwerk rekening mee te houden dat er vakantiegeld over moet worden betaald.

    AWVN vindt dat over meer- of overwerk geen vakantiebijslag verschuldigd zou moeten zijn als de werknemer hiervoor reeds ten minste 108% van het minimumloon krijgt betaald. AWVN heeft het probleem aangekaart, maar de minister van SZW is helaas niet bereid geweest om de wet op dit punt aan te passen.

  • Stuklook

    Vanaf 1 januari 2018 moeten werknemers, die volgens stukloon worden betaald (loon dat per stuk afgeleverd werk wordt betaald), voor ieder gewerkt uur gemiddeld minstens het minimumloon verdienen.
    Stukloon blijft onder deze omstandigheden mogelijk. Voor bepaalde werkzaamheden in een sector is het mogelijk om van de regels af te wijken. Het gaat om werkzaamheden waarbij werkgevers onvoldoende toezicht kunnen houden op de werkzaamheden van een werknemer en de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft om de werkzaamheden in te richten. Om voor deze werkzaamheden toch een beloning te bepalen, stellen sociale partners in een sector een stukloonnorm vast en dienen een verzoek in bij de Stichting van de Arbeid. Het verzoek kan ook alleen worden ingediend door een werkgeversorganisatie in een sector. De Stichting van de Arbeid beoordeelt de stukloonnorm en dient vervolgens het verzoek in bij de minister van SZW. Op de site van de Stichting van de Arbeid is meer informatie over de procedure te vinden.

  • Compensatie hoger minimumjeugdloon

    Op 1 juli 2017 is de leeftijd voor het volwassen minimumloon omlaaggegaan van 23 naar 22 jaar. Het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 21-jarigen is tegelijkertijd verhoogd.

    Werkgevers krijgen voor de hogere loonkosten van 18- tot en met 21-jarigen compensatie via het minimumjeugdloonvoordeel. Deze regeling gaat op 1 januari 2018 in en compenseert werkgevers met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2017. Het minimumjeugdloonvoordeel, over zowel de tweede helft van 2017 als over 2018, betaalt de Belastingdienst automatisch uit in de tweede helft van 2019 op basis van gegevens van het UWV.