Home / Nieuws / Wijziging NOW voor concerns met minder dan 20% omzetdaling
vrijdag 01 mei 2020

Wijziging NOW voor concerns met minder dan 20% omzetdaling

De tweede wijziging van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) is op 1 mei 2020 gepubliceerd. De wijzigingsregeling is per 5 mei 2020 van kracht. Inmiddels zijn er reeds 104.000 goedgekeurde aanvragen voor de NOW. Er is voor 1,9 miljard euro aan voorschotten verstrekt.

Belangrijkste wijziging is dat werkmaatschappijen van een concern op grond van de eigen omzetdaling een beroep kunnen doen op de NOW, als het concern minder dan 20% omzetdaling heeft. Daar zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden. In het bericht hieronder schetsen wij de wijzigingsregeling op hoofdlijnen. Daarna een paar wijzigingen die los staan van de wijziging voor concerns.

Minister Koolmees en staatssecretaris Van Ark informeerden de Tweede Kamer op 1 mei ook over de huidige stand van zaken met betrekking tot het beroep op de NOW en de Tozo, en over de stand van zaken op de  arbeidsmarkt.

Uit de Kamerbrief blijkt dat tot en met 30 april er ongeveer 114.000 aanvragen voor de NOW ingediend, waarvan er ongeveer 104.000 zijn goedgekeurd. Er is voor 1,9 miljard euro aan voorschotten verstrekt. Dit komt neer op een totaalbedrag aan aangevraagde subsidie van 7,2 miljard euro voor een periode van drie maanden. De verwachting is dat dit bedrag de komende tijd nog zal stijgen, onder andere vanwege de concernbepaling in de NOW. Volgens het UWV worden met de uitkeringen omstreeks 1,7 miljoen werknemers bereikt en is het gemiddelde opgegeven omzetverlies gelijk aan 70,63%. Ongeveer 68% van de toekenningen is voor werkgevers met 1 tot 10 werknemers.
Het totale aantal aanvragen voor de Tozo, die door de gemeenten wordt uitgevoerd, wordt op ongeveer 343.000 geschat. Dit zijn aanvragen voor ondersteuning in levensonderhoud of voor een lening voor bedrijfskapitaal.

Hoofdlijnen van de wijziging van de NOW van 1 mei 2020
Nota bene Waar er in de regeling wordt gesproken over de (subsidie)aanvraag, wordt gedoeld op de initiële aanvraag op grond van een te verwachten omzetdaling. Wordt gesproken over (een verzoek tot) vaststelling dan gaat het om de definitieve opgave na de periode waarin de omzetdaling zich daadwerkelijk heeft voorgedaan.

Concern – werkmaatschappij
Aanpassing van de regeling
Individuele werkmaatschappijen van een concern kunnen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij als bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat werkmaatschappijen gebruik moeten maken van de hoofdregel waarbij de omzetdaling bepaald wordt op concernniveau. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet. Het moet gaan om dezelfde referentieperioden: maart-april-mei, april-mei-juni of mei-juni-juli. Als verschillende werkmaatschappijen van het concern apart aanvragen zullen zij ook dezelfde periode moeten opgeven.

De werkmaatschappij die in aanmerking wil komen voor de afwijkingsmogelijkheid moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben en mag geen personeels-bv zijn. Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van de omzetdaling op het concernniveau.

Voorwaarden aan het concern/de werkmaatschappij om in aanmerking te komen
De voorwaarden om van de nieuwe regeling gebruik te kunnen maken zijn in de NOW opgenomen in een nieuw artikel 6a.

a. De subsidieaanvraag is gedaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging. Aanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van de wijziging komen hiervoor niet in aanmerking.

b. De werkmaatschappij heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten, en is geen personeels-bv.

c. Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers sluit voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, een akkoord heeft over werkbehoud. Hierbij wordt aangesloten bij de ‘belanghebbende verenigingen van werknemers’ in de zin van de Wet melding collectief ontslag (WMCO). Dit zullen veelal de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is op bedrijfs- dan wel sectorniveau. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers.
Nota bene Niet is geregeld wat er gebeurt als vakbonden niet (tijdig) reageren op een uitnodiging hiertoe, of geen overeenkomst willen tekenen.

d. Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de nieuwe regeling, moeten voorafgaand aan de aanvraag verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren aan het bestuur of de directie van het concern of de werkmaatschappij of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. Toekenning van bonussen aan overige personeelsleden zijn wel toegestaan.
Nota bene Niet is geregeld wat geldt als het boekjaar niet gelijk is aan het kalenderjaar.
Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de nieuwe regeling, moeten voorafgaand aan de aanvraag verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren aan het bestuur of de directie van het concern of de werkmaatschappij of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard.

e. De andere werkmaatschappijen binnen een groep mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste kunnen gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij. Hiermee wordt voorkomen dat de omzet van de rechtspersoon waarvoor subsidie wordt aangevraagd, kunstmatig laag wordt gehouden.

f. De omzetdaling van het concern in totaal moet minder dan 20% bedragen in de gekozen periode waarover de omzetdaling wordt berekend.

Controlewaarborgen
Over vrijwel alle gestelde voorwaarden moet bij het verzoek tot de definitieve vaststelling van de subsidie door een accountant worden gerapporteerd. In de nog op te stellen standaarden van accountants wordt nog uitgewerkt hoe de controle van de accountant hierop plaatsvindt. Accountants zullen over deze en de eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing van deze voorwaarden door de werkmaatschappij en dit dus ook meenemen in de controle.
Naast de hierboven reeds gemelde voorwaarden gelden ook nog de volgende voorwaarden.
– Bij uitlening van werknemers wordt de omzetdaling gecorrigeerd
Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een ander entiteit binnen het concern, dan dient bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij te worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet.
– Het transferpricing systeem mag niet worden aangepast
Het transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Dit voorkomt ten dele dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelastingen.
Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet van de werkmaatschappij toegerekend
Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden.

 

Onderstaande wijzigingen staan los van de wijzigingen m.b.t. concerns
Openbaarmaking
Vanwege het forse beroep op de publieke middelen voor de financiering van de NOW, vindt het kabinet transparantie over de besteding van deze middelen van groot belang. De werkgever wordt daarom geacht ermee in te stemmen dat de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden:
a. de naam en het adres van werkgever
b. het verstrekte voorschot
c. de vastgestelde subsidie.

De mogelijkheid dat deze gegevens openbaar worden, volgt overigens niet uit de NOW, maar vloeit voort uit de algemene verplichtingen op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Met de in de NOW opgenomen bepaling wordt voorkomen dat bij een eventueel verzoek in het kader van de WOB onnodige administratieve lasten ontstaan, nu niet eerst een zienswijze van de subsidieontvanger behoeft te worden gevraagd.

Nota bene Deze bepaling heeft terugwerkende kracht en geldt ook voor aanvragen die zijn gedaan voordat deze wijzigingsregeling in werking is getreden.

Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
Werkgevers die een loonkostensubsidie ontvangen o.g.v. art. 10d van de Participatiewet, moesten de toekenning van de NOW-subsidie melden aan de gemeente. Dit omdat dan de gemeente de loonkostensubsidie kon bijstellen. Dit blijkt bij nader inzien niet uitvoerbaar. De verplichting tot melding komt dan ook te vervallen, en daarmee ook de verrekening van de NOW-subsidie met de loonkostensubsidie.

Buitenlands rekeningnummer
Als voorwaarde voor werkgevers met een buitenlands rekeningnummer was opgenomen dat deze de aanvraag binnen vier weken moesten aanvullen met de Nederlands rekeningnummer. De termijn van vier weken blijkt in de praktijk niet haalbaar. Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren. Wel zullen zij via de website van het UWV nog niet automatisch een aanvraag kunnen indienen. Tot het moment dat het UWV het aanvraagproces opnieuw heeft ingericht, wordt werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer geadviseerd contact op te nemen met het klantcontactcentrum van UWV.

Accountantscontrole
De aanvraag van de vaststelling van de definitieve subsidie gaat vergezeld van een verklaring over de naleving van de subsidievoorwaarden, afgegeven door een accountant. Onder een bepaald subsidiebedrag is de accountantsverklaring niet vereist. Het proces om te komen tot een geschikte grens is op dit moment nog niet afgerond. De regeling zal op dit punt dan ook zo spoedig mogelijk worden aangepast.