Home / Nieuws / Nadere uitwerking regels Wet arbeidsmarkt in balans
donderdag 04 juli 2019

Nadere uitwerking regels Wet arbeidsmarkt in balans

Op 28 juni zijn twee besluiten in het Staatsblad gepubliceerd. Deze besluiten geven nadere regels met betrekking tot oproepkrachten en de premiedifferentiatie WW.

Nadere regels voor oproepovereenkomsten

Dit besluit geeft duidelijkheid welke arbeidsovereenkomsten niet worden aangemerkt als oproepovereenkomst. Zo wordt geregeld dat arbeidsovereenkomsten, waarin vergoede consignatiediensten, bereikbaarheidsdiensten of beschikbaarheidsdiensten in de zorg zijn afgesproken, niet worden gezien als oproepovereenkomsten. Hierdoor vallen deze arbeidsovereenkomsten niet onder de oproepmaatregelen en kan de lage WW-premie worden afgedragen (mits sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en de diensten in tijd of geld worden vergoed).

Rekentool transitievergoeding vernieuwd
Met de vernieuwde AWVN-rekentool transitievergoeding berekent u eenvoudig en snel de vergoeding die verschuldigd is bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst. De rekentool geeft twee uitkomsten: de transitievergoeding volgens de huidige regelgeving (tot en met 31 december 2019) en de transitievergoeding volgens de nieuwe regelgeving (ingangsdatum 1 januari 2020). De nieuwe regelgeving geldt alleen voor opzeggingen of procedures vanaf 1 januari 2020. Naar de AWVN-rekentool transitievergoeding

Wijziging van het Besluit Wfsv i.v.m. aanpassing van de premiedifferentiatie WW en afschaffing van de sectorfondsen
Dit besluit regelt in hoofdlijnen drie dingen in verband met de invoering WW-premiedifferentiatie (zie de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans). Ten eerste wordt het vaste verschil tussen de hoge en lage WW-premie vastgesteld op vijf procentpunten. Ten tweede worden vier herzieningssituaties vastgelegd waarin de werkgever met terugwerkende kracht de hoge premie dient af te dragen. Van deze vier situaties worden er slechts twee per 1 januari 2020 van kracht: 1. De dienstbetrekking eindigt binnen twee maanden na aanvang, en 2. De werknemer krijgt binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren verloond dan contractueel voor dat jaar overeengekomen.  Hiervoor is gekozen om de complexiteit van de invoering van de nieuwe premiesystematiek per 2020 te beperken. In 2021 wordt bezien of inwerkingtreding van de overige twee herzieningssituaties alsnog aan de orde moet komen. Ten derde worden in verband met de opheffing van de sectorfondsen enkele lasten overgeheveld naar andere fondsen.