Home / Nieuws / Schriftelijk contract noodzakelijk voor lage WW-premie
maandag 09 december 2019

Schriftelijk contract noodzakelijk voor lage WW-premie

De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) eist voor de lage WW-premie een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd. Een eenzijdige bevestigingsbrief voldoet niet! Coulance voor oude contracten geldt tot 1 april 2020.

Vanaf 1 januari 2020 gelden er twee WW-premies: een lage WW-premie voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, en een hoge WW-premie voor alle andere arbeidsovereenkomsten. Het vaste verschil tussen de twee WW-premies is 5 procentpunt. Voor 2020 zijn de premies respectievelijk 2,94% en 7,94%. Met deze maatregel wil de regering stimuleren dat werkgevers meer vaste arbeidsovereenkomsten met hun werknemers aangaan. Een eis om de lage premie te mogen hanteren, is dat er een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd is. Een eenzijdige bevestigingsbrief waarin is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zoals gebruikelijk bij veel bedrijven, voldoet niet.

Schriftelijk contract voorwaarde voor lage WW-premie

AWVN heeft van diverse bedrijven en bedrijfstakken begrepen dat er bij de overgang van bepaalde naar onbepaalde tijd geen nieuwe arbeidsovereenkomst wordt opgemaakt. De overgang wordt veelal per brief of mail bevestigd. Ook zijn er vaste contracten die al decennia geleden zijn aangegaan, en die niet (meer) in de personeelsadministratie aanwezig zijn. Het arbeidsrecht kijkt naar de feitelijke situatie. Wijst die uit dat er sprake is van een contract voor onbepaalde tijd, bijvoorbeeld door een bevestigingsbrief, dan is daarmee de kous af. Hier hebben we echter niet te maken met arbeidsrecht, maar met sociaal zekerheidsrecht, en daar gelden in voorkomende gevallen andere normen. In dit geval stelt het socialezekerheidsrecht de eis dat er een schriftelijk contract moet liggen dat zowel werkgever als werknemer hebben ondertekend. Een bevestigingsbrief van de werkgever voldoet dus niet. Ontbreekt een door beide partijen ondertekend contract, dan loopt de werkgever het risico dat hij alsnog, met terugwerkende kracht, de hoge premie moet betalen.

Wij hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gevraagd hoe heet de soep met betrekking tot deze eis gegeten wordt. Het antwoord is duidelijk. Er moet een schriftelijk contract zijn dat door beide partijen is ondertekend. Zonder schriftelijk (ondertekend) contract is de hoge WW-premie van toepassing.

Logistiek zal het voor veel bedrijven lastig zijn om per 1 januari 2020 voor de reeds lopende contracten alsnog aan de eis van het schriftelijke contract te voldoen. Samen met VNO-NCW en MKB Nederland heeft AWVN de problematiek bij het ministerie van SZW aangekaart. Resultaat is dat minister Koolmees de Tweede Kamer op 9 december heeft meegedeeld dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd krijgen om hun administratie op dit punt in orde te brengen.

Wat betekent de brief van Koolmees voor werkgevers?

Werkgevers mogen de lage WW-premie afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd, of als de arbeidsovereenkomst of een addendum bij de arbeidsovereenkomst nog niet door beide partijen is ondertekend. In zulke situaties kunnen werkgevers in de loonaangifte de indicatierubriek schriftelijke arbeidsovereenkomst invullen met ‘ja’. Deze coulance geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn getreden; voor andere arbeidsovereenkomsten geldt de coulance niet. Een korte schriftelijke bevestiging die door beide partijen is ondertekend volstaat ook als er geen arbeidsovereenkomst meer aanwezig is.

Uiterlijk vóór 1 april 2020 dient voor deze werknemers de door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of het door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum in de loonadministratie aanwezig te zijn. Daaruit moet blijken dat de werknemer al op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Als niet voor 1 april 2020 aan deze voorwaarden is voldaan, maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 31 maart, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

Voorbeeldcontract om aan voorwaarden lage WW-premie te voldoen
AWVN vindt dat de eis van het schriftelijke contract met twee handtekeningen voor contracten uit het verleden een onevenredige administratieve belasting voor werkgevers betekent. Te meer daar ook al in de loonspecificatie moet zijn aangegeven dat er sprake is van een vaste arbeidsovereenkomst. Onze inzet was dan ook dat het schriftelijkheidsvereiste alleen zou gelden voor nieuwe contracten. Dat is niet gelukt, maar met de drie maanden respijt is er in ieder geval meer tijd om aan de administratieve eisen te voldoen.

Om aan de eis te voldoen is dus nodig dat er een door beide partijen ondertekend stuk is, waaruit duidelijk blijkt dat er een contract voor onbepaalde tijd is. Zijn de geldende arbeidsvoorwaarden reeds op een andere manier duidelijk, dan is het niet nodig om deze ook op te nemen. Een voorbeeld van een contract dat u zou kunnen hanteren als de ingangsdatum van het contract voor onbepaalde tijd in het verleden ligt, met daarin uitleg aan de medewerker waarom dit nodig is, treft u hieronder als download (exclusief voor leden, dus achter inlog).

N.B. Neem als datum van ondertekening niet de oorspronkelijke datum op, maar de datum waarop u nu het contract aangaat. In het contract kunt u wel aangeven per wanneer het contract voor onbepaald tijd destijds is aangegaan.

Kunt u hierbij ondersteuning gebruiken, dan staan onze advocaten voor u klaar. Neem contact op met de AWVN-werkgeverslijn, tel. 070 850 86 05.

Afgeschermd; alleen toegankelijk voor geregistreerde gebruikers

Heeft u al een account? Log in via inloggen rechtsboven op deze pagina.
Heeft u geen account? U kunt hieronder een account aanvragen; u krijgt dan voorlopig toegang tot deze site.
Alle velden met een * zijn verplicht.