Home / Nieuws / Verkorting duur 30%-regeling schaadt vestigingsklimaat
maandag 14 mei 2018

Verkorting duur 30%-regeling schaadt vestigingsklimaat

Het kabinet heeft in april een reactie gegeven op de evaluatie van de 30%-regeling. Zij wil de regeling behouden, omdat deze doeltreffend is en het Nederlandse vestigingsklimaat bevordert, maar stelt ook een aantal aanpassingen voor. Het gaat onder andere om een verkorting van de toepassingsduur van de regeling naar 5 jaar, voor nieuwe én bestaande gevallen. Het is nog maar de vraag of de voorgestelde aanpassingen wenselijk zijn.

Deze regeling maakt het voor Nederlandse werkgevers mogelijk om tot 30 procent van het loon belastingvrije vergoedingen te geven voor noodzakelijke kosten bij het werken in Nederland (zogenaamde extraterritoriale kosten). Hierbij valt te denken aan de kosten van dubbele huisvesting, als die in het thuisland wordt aangehouden. Daarnaast kan een werknemer met een 30%-regeling opteren voor de partieel buitenlandse belastingplicht. Daarmee wordt hij in Nederland voor inkomen in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) en inkomen in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) belast als een buitenlands belastingplichtige, zelfs als hij fiscaal in Nederland woont. De facto betekent dit dat het box 3 inkomen in Nederland niet wordt belast.

Uit de evaluatie blijkt dat de regeling doeltreffend is en goed voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Immers, de regeling reduceert administratieve lasten, stelt werkgevers in staat niet of schaars aanwezige werknemers aan te trekken voor de Nederlandse arbeidsmarkt en houdt het vestigingsklimaat hier aantrekkelijk en competitief.

Het kabinet stelt voor om de regeling aan te houden, maar op belangrijke onderdelen aan te passen. Het gaat om de volgende aanpassingen:

  1. het verkorten van de toepassingsduur van de 30%-regeling van 8 naar 5 jaar voor nieuwe én bestaande gevallen;
  2. het verkorten van de periode met een keuze voor de partieel buitenlandse belastingplicht;
  3. het verkorten van de periode dat de werkelijke extraterritoriale kosten kunnen worden vergoed tot 5 jaar.

De plannen worden opgenomen in het belastingplan 2019 en treden met ingang van 1 januari 2019 in werking, als de Eerste en Tweede Kamer de plannen aannemen.

Uit de evaluatie van de 30%-regeling volgt dat de verkorting van de toepassingsduur is ingegeven vanuit de vaststelling dat 80 procent van de werknemers de 30%-regeling niet langer dan 5 jaar benut. Vanuit die optiek is de verkorting begrijpelijk. De vraag is wat het budgettaire effect is van de verlaging van de duur als het overgrote deel van de werknemers geen gebruik maakt van de volledige duur.

Moeilijker te begrijpen is waarom de aanpassing van de duur ook bestaande gevallen treft. Waarom komt er geen overgangsregeling zoals in 2012? De verkorting van de duur maakt Nederland als vestigingsland minder aantrekkelijk. Dat heeft niet te maken met de verkorting van de duur als zodanig, maar meer met de opstelling van Nederland als betrouwbare partner. Daarbij past niet dat de overheid een besluit om een regeling voor een bepaalde periode toe te passen wijzigt en ingrijpt op de reeds geldende arbeidsvoorwaarden.

Een ander probleem doet zich voor bij het beperken van de periode waarin de werkelijke extraterritoriale kosten kunnen worden vergoed tot maximaal 5 jaar. Een werknemer die niet in aanmerking komt voor de 30%-regeling vanwege het salariscriterium, of vanwege het 150-kilometercriterium, kan van de werkgever een vergoeding krijgen voor de werkelijke kosten. Daarvoor geldt binnen de werkkostenregeling een gerichte vrijstelling die van toepassing is zolang de werknemer uit het buitenland komt, dat wil zeggen een werknemer die naar de feiten en omstandigheden beoordeeld niet in Nederland woont. De reden voor de verkorting van de duur is dat het niet de bedoeling is dat een werknemer na 5 jaar geprofiteerd te hebben van de 30%-regeling overgaat op een systeem van vergoeden van de werkelijke kosten om toch aan de 8 jaar te komen. Bij een algemene vrijstelling is een beperking in tijd moeilijk voorstelbaar. Bovendien zal de werknemer gecompenseerd willen worden voor het nadeel dat hij lijdt van de regeling. Dat kan werkgevers veel geld gaan kosten, wat ongewenst is.

Alles overwegende doet de regering er goed aan het voornemen om de toepassingsduur voor bestaande gevallen in de 30%-regeling, respectievelijk de mogelijkheid de werkelijke kosten te vergoeden tot maximaal 5 jaar te heroverwegen.