Home / Nieuws / Uitvoeringswet AVG hamerstuk in Eerste Kamer
donderdag 26 april 2018

Uitvoeringswet AVG hamerstuk in Eerste Kamer

De Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) zal, zo heeft de Eerste Kamer op 24 april besloten, als ‘hamerstuk’ passeren. Voorafgaand zijn in de Tweede Kamer, mede op aandringen van VNO-NCW en MKB Nederland, nog de nodige aanpassingen gedaan op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Daarmee is de UAVG op tijd af, en is deze gelijktijdig met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) op 25 mei van toepassing.

In de UAVG krijgt vooral de positie en de bemensing van de Autoriteit Persoonsgegevens een nadere invulling. Ook staan er relevante bepalingen in voor werkgevers. De belangrijkste betreft artikel 30: Uitzonderingen inzake gegevens over gezondheid. Dit is dezelfde tekst als in de huidige, tot 25 mei geldende wetgeving. Gegevens over gezondheidsaspecten van werknemers vallen onder de ‘bijzondere categorieën gegevens’ waarvoor zwaardere eisen gelden (zie desgewenst de toelichting op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens).

De AVG is weliswaar een EU-verordening die rechtstreekse werking heeft in alle lidstaten gelijkelijk, zodat ‘vertaling’ in nationale wetgeving niet nodig is. Wel laat de AVG enige ruimte over om de eisen toe te snijden op de situatie in iedere lidstaat. Niet alle EU-landen zullen op tijd hun wetgeving hebben aangepast. Gezien het grensoverschrijdende karakter van verwerking van persoonsgegevens (door hosting en andere vormen van uitbesteding staan gegevens in datacentra over heel Europa verspreid) zal dat tot onduidelijkheid (kunnen) leiden. Uitgangspunt is dat de AVG domineert over eventuele niet-aangepaste nationale wetgeving.