maandag 10 september 2018

Hof strikter in toepassing voorwaarden voor detachering (A1-verklaring)

Het Hof van Justitie heeft weer een arrest gewezen waarbij de waarde van een afgegeven detacheringsbewijs aan de orde was (zaak C-527/16 van 6 september 2018). Het Hof heeft geoordeeld dat een formulier A1 (de verklaring die aangeeft welke sociale verzekeringswetgeving in een bepaalde situatie van toepassing is) dat is afgegeven door het bevoegde orgaan van een lidstaat, bindend is voor zowel de sociale zekerheidsorganen als de rechterlijke instellingen van de lidstaat waar de werkzaamheden worden verricht. Ook heeft het Hof een beslissing genomen over het vervangen van gedetacheerde werknemers. Hiermee lijken de voorwaarden voor detachering strikter te worden toegepast.

De feiten
In Oostenrijk is een bedrijf gevestigd waarin slacht- en uitbeenwerkzaamheden worden verricht. Voor een deel voert Oostenrijks personeel deze werkzaamheden uit, maar daarnaast worden voor deze werkzaamheden overwegend vanuit Hongarije werknemers gedetacheerd naar Oostenrijk door in Hongarije gevestigd bedrijven. Twee Hongaarse bedrijven hebben commerciële overeenkomsten gesloten met het Oostenrijkse bedrijf voor de periode van 2007 tot en met 31 januari 2012, resp. 1 februari 2012 tot en met 31 januari 2014. Vanaf 1 februari 2014 heeft het Oostenrijkse bedrijf opnieuw commerciële overeenkomsten gesloten.
Voor alle Hongaarse werknemers zijn detacheringsbewijzen aangevraagd, verkregen en afgegeven voor de periode van 1 februari 2012 tot en met 13 december 2013. Voor een deel zijn deze detacheringsbewijzen met terugwerkende kracht verstrekt. Dit is gebeurd in een periode waarin de Oostenrijkse sociale verzekeringsinstantie oordeelde dat de Oostenrijkse sociale verzekeringswetgeving van toepassing was en niet de Hongaarse.

De prejudiciële vragen
Het Hof van Justitie kreeg de volgende prejudiciële vragen voorgelegd:

  1. Geldt de in artikel 5 van [verordening nr. 987/2009] neergelegde bindende kracht van documenten in de zin van artikel 19, lid 2 van [diezelfde verordening], ook in een procedure voor een rechterlijke instantie in de zin van artikel 267 VWEU?
  2. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
    a. geldt de genoemde bindende kracht ook dan, wanneer een procedure voor de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels niet tot het bereiken van overeenstemming heeft geleid en er evenmin toe heeft geleid dat de omstreden documenten zijn ingetrokken?
    b. geldt de genoemde bindende kracht ook dan, wanneer een document A1 pas wordt afgegeven, nadat de ontvangende lidstaat formeel de verplichte verzekering krachtens zijn wetgeving heeft vastgesteld? Geldt die bindende kracht in dit geval ook met terugwerkende kracht?
  3. Voor het geval dat onder bepaalde voorwaarden de bindende kracht van documenten in de zin van artikel 19, lid 2 van [verordening nr. 987/2009] beperkt is:
    Is het in strijd met het vervangingsverbod van artikel 12, lid 1 van [verordening nr. 883/2004], als de vervanging plaatsvindt in de vorm van detachering, niet door dezelfde werkgever, maar door een andere werkgever? Is het daarbij van belang:
    a. of deze werkgever in dezelfde lidstaat als de eerste werkgever is gevestigd, dan wel;
    b. of de eerste en de tweede detacherende werkgever op personeel en/of organisatorisch vlak met elkaar zijn verweven?

De antwoorden van het Hof van Justitie
De bindende kracht van het A1-formulier
Het Hof van Justitie geeft antwoord op de eerste twee vragen met betrekking tot de bindende kracht van het detacheringsbewijs door te bepalen dat een formulier A1 dat is afgegeven door het bevoegde orgaan van een lidstaat bindend is voor zowel de sociale zekerheidsorganen als voor de rechterlijke instellingen van de lidstaat waar de werkzaamheden worden verricht, zolang dit formulier niet is ingetrokken of ongeldig verklaard door de lidstaat waar het is afgegeven. Dit geldt zelfs wanneer de bevoegde autoriteiten van de twee lidstaten de zaak hebben voorgelegd aan de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels en deze heeft geconcludeerd dat dit formulier onterecht was afgegeven en zou moeten worden ingetrokken. Bovendien stelt het Hof van Justitie vast dat een formulier A1 met terugwerkende kracht kan gelden, ook al had het bevoegde orgaan van de lidstaat waar het werk wordt verricht op de datum van afgifte van dit formulier beslist dat de betrokken werknemer zou moeten worden onderworpen aan de wetgeving van die lidstaat.

Vervanging van werknemers
Het Hof van Justitie heeft met betrekking tot deze vraag een ander oordeel dan de Advocaat-Generaal. De Advocaat-Generaal oordeelde dat de detacheringsbepaling niet restrictief moest worden uitgelegd, dat deze bepaling er is om administratieve rompslomp te voorkomen en dat opvolgende werkgevers in dezelfde of andere lidstaten ook van het detacheringsprincipe gebruik zouden moeten kunnen maken. Het Hof van Justitie daarentegen is van mening dat de bepaling juist wel restrictief moet worden uitgelegd en dat vervanging niet is toegestaan. Als gevolg daarvan is de sociale verzekeringswetgeving van het werkland van toepassing.

Commentaar AWVN
De antwoorden van het Hof van Justitie ten aanzien van het respecteren van het detacheringsbewijs sluiten aan bij eerdere arresten die het Hof heeft gewezen. De bevoegde instanties en de rechterlijke macht van het werkland moeten de A1-formulieren respecteren.
Met betrekking tot het verbod op vervanging van werknemers wordt opgemerkt dat deze bepaling jarenlang een dode letter is geweest. De reden hiervoor was, dat wanneer een werknemer op basis van een artikel 16 overeenkomst gedurende vijf jaar gedetacheerd mag worden, het als vreemd wordt ervaren wanneer gedurende korte periodes individuele werknemers bij vervanging niet gedetacheerd kunnen worden. Het Hof van Justitie heeft een vrij letterlijke benadering van het detacheringsartikel gekozen. In dit artikel staat dat een werknemer niet mag worden vervangen.

0 reacties