Prinsjesdag vond dit jaar plaats op dinsdag 15 september. De regering maakte de Rijksbegroting voor 2027 bekend. Het beleid dat uit de Rijksbegroting voortvloeit, kan gevolgen hebben voor jou als werkgever.
Deze pagina wordt komende dagen doorlopend geactualiseerd. Laatste update: dinsdag 15 september.
Wat betekent Prinsjesdag voor werkgevers?
Om te voorkomen dat je de hele begroting uit moet pluizen, vind je op deze pagina een duidelijke analyse met daarin een overzicht van de belangrijkste plannen en voorstellen. Zo weet je als werkgever precies waar je aan toe bent.
DEN HAAG – Het koffertje met daarin de rijksbegroting en miljoenennota in de Tweede Kamer op Prinsjesdag. ANP BART MAAT
Van Rijksbegroting tot miljoenennota: wat kun je op deze pagina vinden?
Een eerste reactie op de kabinetsplannen
Een samenvatting van de belangrijkste plannen voor werkgevers
Wat werkgevers moeten weten over de nieuwste CPB-raming
Een overzicht van relevante (netwerk)bijeenkomsten
Wat moeten werkgevers weten over de nieuwste CPB-raming?
Het Centraal Planbureau (CPB) publiceerde op Prinsjesdag de Macro Economische Verkenning (MEV) 2027. Het betreft een actualisatie van het concept dat in augustus is gepubliceerd (de cMEV). Met deze ramingen geeft het CPB een nieuw beeld van de economische ontwikkelingen in 2026 en 2027. Belangrijke informatie voor werkgevers, zeker met het oog op de voorbereiding van arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.
Dit zijn de belangrijkste bevindingen voor werkgevers. Hieronder gaan we er nader op in:
De economie blijft groeien in 2026 en 2027, maar gematigd
Inflatie valt hoger uit dan eerder verwacht, rond de 3% per jaar
De geraamde loongroei loopt weer op, rond de 4% per jaar
De koopkracht stijgt licht in 2026 dankzij loongroei, lichte daling in 2027
Arbeidsproductiviteit groeit relatief sterk (wel minder dan de lonen)
Overheidsfinanciën verslechteren en lasten voor bedrijven nemen toe
Inschatting indexatie wettelijk minimumloon per 1 januari 2027
Conclusie: de economie is veerkrachtig, maar het beeld verslechtert en onzekerheid blijft groot
De economie blijft groeien, maar gematigd
De Nederlandse economie blijkt ondanks de internationale onrust veerkrachtig. Het CPB verwacht dat de Nederlandse economie in 2026 met 1,4% groeit en in 2027 met 1,2%. Daarmee blijft de economische groei gematigd. De economische groei is breed gedragen, dat wil zeggen dat alle categorieën eraan bijdragen: de uitvoer groeit, investeringen nemen toe, de overheid geeft meer uit en huishoudens beschikken over financiële buffers waardoor de consumptie blijft stijgen.
Voor 2027 is de verwachting iets positiever dan in maart, toen het CPB nog uitging van 1,1% groei. Daar staat tegenover dat het economische beeld onzeker is. Internationale risico’s, zoals nieuwe handelsbelemmeringen en mogelijke onrust op financiële markten, kunnen ertoe leiden dat de groei lager uitvalt. Voor werkgevers blijft het daarom belangrijk om bij investerings- en arbeidsvoorwaardelijke keuzes rekening te houden met verschillende scenario’s en met de specifieke situatie van onderneming of sector.
Inflatie valt hoger uit dan eerder verwacht, rond de 3% per jaar
De opvallendste verandering in de nieuwe raming is de inflatie. Het CPB verwacht nu een consumentenprijsinflatie van 3,3% in 2026 en 2,7% in 2027. In het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart werd nog gerekend op respectievelijk 2,3% en 2,1%. De belangrijkste verklaring is de stijging van de energie- en brandstofprijzen. Deze werken de komende periode bovendien door in de prijzen van onder meer voedsel en andere producten, is de verwachting. Ook hier geldt dat de ontwikkeling van energieprijzen uitzonderlijk onzeker is en daarmee de inflatieverwachtingen.
De afgeleide inflatie is naar verwachting 2,9% in 2026 en 2,7% in 2027. De afgeleide inflatie wordt vaak gebruikt bij cao-onderhandelingen, omdat deze de prijsontwikkeling door fiscale overheidsmaatregelen (bijvoorbeeld btw en accijns) buiten beschouwing laat. Daarmee wordt voorkomen dat de rekening van het kabinetsbeleid wordt doorgeschoven naar werkgevers.
De geraamde loongroei loopt weer op, rond de 4% per jaar
Ook relevant voor werkgevers is dat het CPB de loonraming naar boven heeft bijgesteld. Voor de marktsector verwacht het CPB nu een cao-loonstijging van 4,3% in 2026 en 3,8% in 2027. In maart ging het nog uit van respectievelijk 4,0% en 3,5%. De loonvoet bij bedrijven, waarin naast cao-lonen ook incidentele loonontwikkeling en werkgeverslasten meetellen, stijgt volgens de raming met 4,5% in 2026 en 4,4% in 2027.
De loongroei vlakt geleidelijk af, maar blijft hoog vergeleken met de periode vóór 2022. Dit komt door een krappe arbeidsmarkt en hardnekkig hoge inflatie. Ondanks afnemende loongroei en hogere inflatie blijven de reële lonen stijgen in 2026 en 2027. Dat wil zeggen dat de cao-loongroei hoger is dan de inflatie.
De koopkracht stijgt licht in 2026 dankzij loongroei, lichte daling in 2027
De koopkracht blijft ondanks de hogere inflatie op peil, maar groeit minder dan eerder verwacht. Het CPB verwacht nu dat de mediane koopkracht in 2026 met 0,6% stijgt en in 2027 met0,1% daalt. In beide jaren stijgen de lonen meer dan de inflatie, maar in 2027 zorgt de lastenverzwaring in box 1 voor een lichte daling van de koopkracht. Die lastenverzwaring blijft in de miljoenennota grotendeels staan, ondanks lastenverlichtende maatregelen, waaronder verhoging van de arbeidskorting en verlaging van de geplande verhoging van het tarief in de eerste en tweede schijf.
Voor werkgevers en cao-partijen is een belangrijke nuance op zijn plaats. Koopkracht wordt niet alleen bepaald door het loon dat een werkgever betaalt. Ook inflatie, belastingen, toeslagen, pensioenen en andere overheidsmaatregelen spelen een belangrijke rol. Het koopkrachtcijfer kan daarom niet één-op-één worden vertaald naar de benodigde loonstijging in een cao.
AWVN ondersteunt de constatering van het CPB dat generieke koopkrachtsteun niet past bij de energieschok. Investeren in verduurzaming is verstandiger. Huishoudens met een lager inkomen zijn kwetsbaarder bij hogere brandstof- en energieprijzen. Gerichte steunmaatregelen zijn dan ook effectiever dan generieke maatregelen. Toch heeft het kabinet in de miljoenennota 2027 besloten om de verlaging van de dieselaccijns met een jaar te verlengen. Dit leidt tot een lagere inflatie en heeft een positief effect op de koopkracht.
In de ramingsjaren zet de daling van de werkgelegenheid door. De groei van het aantal mensen dat werkt of op zoek is naar werk vlakt ook af. De oploop van de werkloosheid is dan ook beperkt: van 3,9% in 2026 naar 4,0% in 2027. In maart rekende het CPB nog op respectievelijk 4,1% en 4,3%.
Het CPB constateert dat de spanning op de arbeidsmarkt inmiddels wel is afgenomen: het aantal vacatures is teruggelopen en ligt niet langer boven het aantal werklozen. Maar van een ruime arbeidsmarkt is nog altijd geen sprake. Voor werkgevers betekent dit dat personeelsschaarste in veel sectoren waarschijnlijk een belangrijk vraagstuk blijft. De ruimte om knelpunten uitsluitend via extra personeel op te lossen, blijft daarmee beperkt.
Arbeidsproductiviteit groeit relatief sterk (wel minder dan de lonen)
Tegenover de daling van de werkgelegenheid (in uren) staat een relatief sterke stijging van de arbeidsproductiviteit. Het CPB raamt de productiviteitsgroei bij bedrijven op 2,5% in 2026 en 1,2% in 2027. Dat is relevant omdat productiviteitsontwikkeling uiteindelijk een belangrijke basis vormt voor duurzame loon- en welvaartsgroei. Zeker bij een arbeidsmarkt die structureel krap blijft, wordt het belangrijker om economische groei niet alleen uit meer gewerkte uren te halen, maar vooral uit slimmer en productiever werken.
Arbeidsproductiviteitsgroei vormt op de lange termijn de belangrijkste economische basis voor duurzame reële loongroei. Voor werkgevers onderstreept dit het belang van investeringen in technologie, innovatie, vaardigheden en organisatie van werk. Zeker bij arbeidsvoorwaardenonderhandelingen is het daarom verstandig niet uitsluitend naar loon te kijken, maar ook naar afspraken die de inzetbaarheid van medewerkers en productiviteit op langere termijn kunnen versterken.
Overheidsfinanciën verslechteren en lasten voor bedrijven nemen toe
De overheidsuitgaven aan onder meer defensie, sociale zekerheid en rente nemen toe. Het kabinet verhoogt tegelijkertijd de lasten voor huishoudens en bedrijven. Voor bedrijven gaat het onder andere om een verhoging van de Aof-premie. Voor werkgevers is daarom niet alleen de loonontwikkeling relevant voor de ontwikkeling van de totale arbeidskosten. Ook wijzigingen in werkgeverspremies en andere lasten moeten worden meegenomen.
Inschatting indexatie wettelijk minimumloon per 1 januari 2027
Nu de cao-loonraming is gepubliceerd, kan een inschatting worden gemaakt voor de indexatie van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2027. Naar verwachting zal deze ongeveer 2,05 procent bedragen. Dit betekent dat het bruto minimumuurloon zal stijgen van € 14,99 naar ongeveer € 15,30 per uur. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de indexatie over enkele weken officieel bekendmaken.
Conclusie: de economie is veerkrachtig, maar het beeld verslechtert en onzekerheid blijft groot
De nieuwe CPB-raming laat een economie zien die veerkrachtiger is dan de internationale omstandigheden in eerste instantie doen vermoeden. De economische groei blijft positief en de werkloosheid laag. Tegelijkertijd is het beeld sinds maart op een belangrijk punt verslechterd: hogere energieprijzen zorgen voor meer inflatie, minder koopkracht en hogere nominale loonstijgingen.
Zowel de geopolitieke situatie als de minderheidsstatus van het kabinet zorgen voor een verhoogde onzekerheid rondom de raming. Juist de brandstof- en energieprijzen, die een groot deel van de bijstelling sinds maart verklaren, hangen sterk af van internationale ontwikkelingen. Ook handelsconflicten en financiële onrust kunnen de ramingen beïnvloeden.
Voor werkgevers betekent dit dat de nieuwste cijfers waardevolle input bieden, maar slechts één onderdeel vormen van de afweging. De economische situatie, productiviteitsontwikkeling, concurrentiepositie en financiële draagkracht van de eigen onderneming of sector blijven minstens zo belangrijk.
AWVN over Prinsjesdag: ‘Kabinetsbeleid blijft halverwege steken’
Nieuwsbericht: Eerste reactie AWVN op Rijksbegroting 2027
De plannen van het kabinet-Jetten geven de juiste richting aan, maar dreigen te verzanden in een politieke impasse. Het kabinetsbeleid blijft halverwege steken: de ambities zijn helder, maar dat steekt af tegen de beleidsarme Rijksbegroting. Politieke partijen moeten over hun eigen schaduw heenstappen en helpen om het verdienvermogen van Nederland te vergroten.
Lees de volledige reactie
Dat stelt AWVN in een eerste reactie op de gepubliceerde kabinetsplannen. De werkgeversvereniging constateert dat Nederland afglijdt in de internationale economische ranglijsten. Hoewel voor de korte termijn de economie robuust is, blijkt er een negatieve onderstroom in de economie, die de welvaart van de volgende generaties bedreigt. De werkgeversvereniging verwijst onder meer naar een recent rapport van de ING over de staat van de Nederlandse economie.
AWVN stelt dat het kabinet de belangrijke sociale en economische vraagstukken benoemt, maar dat de antwoorden nog niet krachtig genoeg zijn. Bij veel internationaal opererende werkgevers vallen investeringsbeslissingen tegenwoordig in het nadeel van Nederland uit. Daardoor verdwijnen goedbetaalde banen naar andere landen. AWVN doet een beroep op de Tweede Kamer om constructief mee te denken over het toekomstige verdienvermogen van Nederland: “Daar moet het over gaan – over de grote lijn.”
AWVN over de belangrijkste punten uit de Prinsjesdagplannen
AWVN praat je bij over de belangrijkste thema’s voor werkgevers. We besteden in het bijzonder aandacht aan de volgende onderwerpen:
1. Productiviteit, arbeidsmarktkrapte & scholing
Wat ziet AWVN?
Het kabinet zet in op het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Dat dit van groot belang is, werd wel duidelijk op het AWVN-jaarcongres 2026. Arbeidsproductiviteitsgroei is een belangrijke voorwaarde voor economische groei en het behoud van onze welvaart.Werkgevers moeten inzetten op slimmer werken om hun werkkracht te vergroten via technologie, organisatie en medewerkers. Het is aan de overheid om te zorgen voor de juiste randvoorwaarden.
De belangrijkste aangekondigde maatregelen
Dit zijn de belangrijkste aangekondigde maatregelen binnen het thema productiviteit, arbeidsmarktkrapte & scholing:
Banenafspraak Het kabinet wil dat meer mensen kunnen meedoen, bij voorkeur via betaald werk. Daarbij is er specifieke aandacht voor de baankansen van mensen met een arbeidsbeperking en nieuwkomers, en voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld bij objectieve werving en selectie. Het kabinet bereidt daarnaast plannen voor om 75.000 nieuwkomers aan werk te helpen.
Er wordt een nieuwe banenafspraak aangekondigd waarin de ondersteuningsbehoefte centraal staat en een betere doelgroepdefinitie wordt gehanteerd. Het kabinet wil het voor mensen makkelijker maken om te wisselen tussen dagbesteding, beschut werk, een baan binnen de banenafspraak en regulier werk, zodat zij kunnen meedoen op de plek die het beste bij hen past. Daarnaast wil het kabinet ervoor zorgen dat iedere arbeidsmarktregio een Werkcentrum heeft waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terecht kunnen voor ondersteuning bij scholing en werk.
Tegelijkertijd onderkent het kabinet nog onvoldoende dat voor deze doelstellingen ook een betere uitvoering nodig is. Er worden nog geen stappen gezet om werklozen in een kwetsbare positie voor werkgevers goed in beeld te brengen, met informatie over hun competenties, werkervaring en opleiding. Het kabinet zegt de ondersteuningsbehoefte centraal te stellen, maar maakt daarvoor niet de noodzakelijke middelen vrij. Werkgevers worden daardoor in veel gevallen wel uitgenodigd om mensen in een kwetsbare positie in dienst te nemen, zonder dat in de benodigde ondersteuning wordt voorzien.
AWVN steunt de keuze van het kabinet om werk en participatie meer centraal te stellen, maar roept het kabinet op om ook boter bij de vis te doen: er moet worden voorzien in de benodigde ondersteuning voor werkgevers. Daarnaast dient het kabinet de publieke dienstverlening door te ontwikkelen tot een niveau dat past bij de ambitie om meer mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt te laten participeren.
2. Arbeidsmarkt(hervorming)
Wat ziet AWVN?
Het kabinet werkt door aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt en wil zorgen voor een gezonde balans tussen werkzekerheid voor werkenden en wendbaarheid voor ondernemers. Het kabinet gaat verder met de uitvoering van het arbeidsmarktpakket.
De belangrijkste aangekondigde maatregelen
Dit zijn de belangrijkste aangekondigde maatregelen binnen het thema arbeidsmarkt(hervorming):
Zelfstandigenwet In de troonrede kondigde de koning het voornemen aan de Zelfstandigenwet in te voeren. Met deze wet beoogt het kabinet meer duidelijkheid en zekerheid vooraf te geven over wanneer je als zelfstandige of met zelfstandigen kunt werken.
De wet moet een veilige haven bieden die rust en duidelijkheid brengt en zelfstandigen de erkenning geeft die ze volgens het kabinet verdienen. Ook vindt het kabinet het belangrijk om de schaduwkanten van de wet aan te pakken, zodat zelfstandigen bijvoorbeeld adequaat verzekerd zijn en schijnzelfstandigheid wordt voorkomen.
Er wordt blijvend voorlichting gegeven over hoe zzp wél kan en hoe schijnzelfstandigheid wordt bestreden met het rechtsvermoeden van werknemerschap en de implementatie van de nieuwe Europese platformwerkrichtlijn. Het kabinet wil vaart maken en de wet voor de zomer van 2027 naar de Tweede Kamer sturen. Afhankelijk van de uitwerking zou er voor opdrachtgevers meer duidelijkheid en zekerheid kunnen bestaan over het werken met zelfstandigen in hun onderneming, zonder het risico hier later op aangesproken te worden.
AWVN is blij met de erkenning van de zelfstandige ondernemer en met het streven naar meer duidelijkheid en zekerheid voor opdrachtgevers en zelfstandigen. AWVN denkt mee met de verdere uitwerking van de wet.
Cao en AVV-stelsel Het kabinet werkt aan het versterken van het cao-stelsel. Het vereiste van onafhankelijkheid van vakbonden wordt in de wet verankerd. Werkgevers kunnen dan geen geldige cao’s meer afsluiten met vakbonden die niet aan de wettelijke vereisten voldoen.
Het afsluiten van een cao met een onafhankelijke bond was op grond van internationaal recht al verplicht. Door deze eis in de wet op te nemen kan discussie worden vermeden en wordt duidelijk dat cao’s alleen afgesloten kunnen worden met daadwerkelijk onafhankelijke bonden. AWVN ondersteunt dit.
Uitzendarbeid Het kabinet bereidt een wet voor die moet waarborgen dat het inlenen van uitzendkrachten tijdelijk blijft.
Het kabinet pakt daarnaast naar eigen zeggen misstanden aan. Zo is het vanaf 1 maart 2028 in de vleessector verboden om met uitzendkrachten te werken. Een algemene maatregel van bestuur die een verbod regelt voor de vleessector wordt naar verwachting medio 2027 vastgesteld.
Ook op breder niveau worden misstanden aangepakt. Zo gaat het kabinet verder met het uitvoeren van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. Het kabinet verhoogt boetes bij overtreding van arbeidswetten, treft maatregelen om oneigenlijke detachering van derdelanders tegen te gaan en zet zich Europees in voor versterking van de Europese Arbeidsautoriteit.
In 2027 treedt ook de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in werking. Deze wordt namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitgevoerd door de nieuwe Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).
De Wtta heeft als doel de positie van kwetsbare arbeidskrachten, waaronder arbeidsmigranten, te verbeteren en een gelijk speelveld te creëren voor uit- en inleners. In het eerste jaar na inwerkingtreding worden focusgroepbijeenkomsten georganiseerd om praktijkervaringen op te halen. Daarnaast wordt de Wtta jaarlijks gemonitord en wordt deze drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Daarna wordt elke vijf jaar een verslag gedeeld over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. De eerste tussenevaluatie is in 2030.
Voor opdrachtgevers is het van belang dat zij niet langer uitzendkrachten kunnen inlenen van uitzendbureaus die niet zijn toegelaten tot het register. Dit is te controleren in de registers bij de NAU. AWVN juicht het aanpakken van misstanden toe. De Wtta is ingesteld op aanraden van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten om misstanden aan te pakken. AWVN meent dat het instellen van het uitzendverbod, voordat het effect van de Wtta bekend is, voorbarig is.
Concurrentiebeding
Het kabinet wil het concurrentiebeding moderniseren. Dit heeft onder andere tot doel dat werknemers makkelijker van baan kunnen wisselen en werkgevers makkelijker aan personeel kunnen komen. Naar verwachting wordt het wetsvoorstel eind 2026 of begin 2027 naar de Tweede Kamer gestuurd.
De eisen voor het opnemen van een geldig concurrentiebeding worden aangescherpt. Er komt onder andere een maximumduur van 12 maanden en een verplichting om een geografisch bereik op te nemen. Wanneer een werknemer aan het concurrentiebeding wordt gehouden, moet de werkgever een vaste vergoeding betalen van 50% van het maandsalaris voor elke maand dat het concurrentiebeding duurt. Op dit moment is het nog een wetsvoorstel. Als het wordt aangenomen, zullen werkgevers hun werkwijze rondom concurrentiebedingen moeten aanpassen aan de nieuwe wet.
Voor de arbeidsmobiliteit is het van belang onnodige concurrentiebedingen te beperken. Wel dient er voldoende evenwicht te zijn in de belangen van werkgevers en werknemers en moeten werkgevers de mogelijkheid behouden om hun bedrijfsdebiet te beschermen. AWVN meent dat de balans in het huidige wetsvoorstel te veel doorslaat naar de werknemer. Zo houdt de vaste, hoge vergoeding geen rekening met de vraag of de vrije arbeidskeuze van een werknemer daadwerkelijk wordt belemmerd en/of schade wordt geleden. Dit blijft onze aandacht hebben.
Compensatie trans LAO
Het streven is om per 1 januari 2028 de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid geheel af te schaffen. Dit betekent dat de beoogde afschaffing met één jaar wordt uitgesteld.
Werkgevers kunnen in elk geval in 2027 nog compensatie aanvragen wanneer een transitievergoeding is betaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Het wetsvoorstel ziet ook op compensatie bij bedrijfsbeëindiging als gevolg van pensionering of overlijden. Ook die compensatie blijft nog tot 2028 behouden.
AWVN heeft eerder dringend verzocht de compensatieregeling van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid in stand te houden. Het betalen van een transitievergoeding na twee jaar arbeidsongeschiktheid wordt als onrechtvaardig ervaren, omdat er al twee jaar loon is doorbetaald en in re-integratie en transitie is geïnvesteerd. Het zorgt bovendien voor een nog zwaardere belasting van het arbeidscontract. De compensatie dient in elk geval behouden te blijven totdat de hervorming van de transitievergoeding (in samenhang met LLO) is afgerond.
Verlofwet
In de Wet arbeid en zorg zijn de verlofregelingen opgenomen. Dit verlof kan worden gebruikt bij de zorg voor kinderen en naasten en bij calamiteiten. Er wordt gewerkt aan het vereenvoudigen van het verlofstelsel. In het najaar van 2026 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het nieuwe, vereenvoudigde verlofstelsel.
De nieuwe verlofwet kent vereenvoudigingen van administratieve aard, waarbij verschillende voorwaarden en eisen van de verlofsoorten zoveel mogelijk gelijk worden gemaakt. De uitkeringshoogte en verlofduur blijven zoveel mogelijk ongewijzigd. Daarnaast worden de verschillende verlofregelingen geclusterd. De internetconsultatie is op 10 augustus 2026 gesloten. Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen.
Er is een breed gedragen wens om de verlofregelingen te vereenvoudigen. Dat maakt de verlofregelingen ook voor werkgevers overzichtelijker en werkbaarder. Uiteraard is het daarbij zaak ervoor te waken dat de diverse belangen van werkgevers voldoende gewaarborgd blijven. We blijven hierover de komende tijd in overleg met onder andere het ministerie en de sociale partners.
Wet meer zekerheid flexwerkers Het kabinet gaat verder met de uitvoering van het arbeidsmarktpakket. Met de Wet meer zekerheid flexwerkers krijgen uitzendkrachten wettelijk recht op gelijke of gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Ook wijzigt de ketenregeling en wordt de tussenpoos 36 maanden. Daarnaast mogen geen nulurencontracten meer worden afgesloten (behoudens enkele uitzonderingen) en worden bandbreedtecontracten geïntroduceerd.
De Wet meer zekerheid flexwerkers is inmiddels door de Eerste Kamer aangenomen. Uitzendkrachten krijgen vanaf 31 december 2026 wettelijk recht op gelijke of gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Per 1 januari 2028 gaan de wijzigingen rondom de ketenregeling en de oproepcontracten in.
De wet leidt tot wijzigingen in het werken met flexibele arbeid. Dit vraagt niet alleen om aanpassing van arbeidsovereenkomsten en cao’s, maar allereerst om een bredere afweging over het werken met flexibele arbeid in de onderneming, mede gelet op andere relevante lopende onderwerpen (waaronder zelfstandigen, de implementatie van de platformrichtlijn en uitzenden). Meer over de Wet meer zekerheid flexwerkers is hier te lezen. Ook kun je ons webinar over dit onderwerp op 28 oktober volgen.
AWVN vindt het goed dat het kabinet verder gaat met de uitvoering van het arbeidsmarktpakket. Er moet niet alleen voortgang worden geboekt met de Wet meer zekerheid flexwerkers, maar ook met de andere onderwerpen die deel uitmaken van het arbeidsmarktpakket. Het is goed dat de impact van het arbeidsmarktpakket wordt gemonitord.
Loontransparantie Met het wetsvoorstel loontransparantie wordt gewerkt aan het bevorderen van gelijk loon voor vrouwen en mannen. Hiermee wordt de Europese richtlijn loontransparantie geïmplementeerd. Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen. Werkgevers dienen onder andere te beschikken over een objectief systeem van functiewaardering en -indeling om verschillen in inschaling tussen mannen en vrouwen tegen te gaan.
Het wetsvoorstel introduceert tevens diverse transparantieverplichtingen voor werkgevers, waaronder een informatierecht voor werknemers en een rapportageplicht voor werkgevers met 100 of meer werknemers. Daarnaast worden handhavingsmechanismen versterkt. Zo moet de werkgever aantonen dat geen sprake is van ongelijke behandeling indien hij bepaalde wettelijke verplichtingen niet heeft nageleefd. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2027. Meer weten over de uitwerking van de verplichtingen? Lees dan hier verder.
AWVN steunt het doel van de Europese richtlijn loontransparantie, die moet bijdragen aan gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk tussen mannen en vrouwen en daarmee gendergelijkheid bevordert. Tegelijkertijd blijven er zorgen bestaan over de uitvoerbaarheid en administratieve lasten van het wetsvoorstel. AWVN is blij dat rekening wordt gehouden met de uitvoerbaarheid voor werkgevers. De concept-AMvB loontransparantie en de conceptregeling loontransparantie bieden ook steeds meer duidelijkheid. Toch blijven er de nodige zorgen over de uitvoerbaarheid en duidelijkheid. Daarover blijven we het gesprek voeren met het ministerie en de sociale partners.
Meer uren werken
Het kabinet wil meer uren werken aantrekkelijker maken door belemmeringen weg te nemen. Zo verkent het kabinet een aantal specifieke maatregelen om meer uren werken te laten lonen. Als voorbeeld wordt een voltijdbonus genoemd, een meerurenvoordeel en een arbeidskorting per uur. Dit wordt samen met werkgevers en werknemers opgepakt in het project ‘Meer uren werkt’ van het Nationaal Groeifonds.
Financieringsstelsel voor kinderopvang De herziening van het financieringsstelsel voor kinderopvang wordt doorgezet. Deze maatregel moet kinderopvang voor alle werkende ouders bijna gratis maken. Dit moet ingaan per 1 januari 2029. Per 2027 wordt een volgende stap gezet in de verhoging van het vergoedingspercentage voor kinderopvangtoeslag, om stapsgewijs toe te groeien naar één vast vergoedingspercentage. In 2027 wordt een kleinere stap gezet dan eerder voorgenomen.
AOW en pensioen Het voornemen uit het regeerakkoord om de AOW-leeftijd één-op-één te koppelen aan de levensverwachting gaat definitief niet door. Wel blijft het kabinet de waarde inzien van een gesprek met sociale partners over het bredere vraagstuk van de oudedagvoorziening.
Pensioenbeleid 2027 Praktisch gezien is er in 2027 geen nieuw pensioenbeleid. Komend jaar is vooral een cruciaal uitvoerings- en overgangsjaar, waarin de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel centraal staat.
Veruit de meeste deelnemers aan pensioenregelingen bij pensioenfondsen zijn al overgeheveld naar het nieuwe pensioenstelsel. Helemaal als ook de groep wordt meegeteld die op 1 januari 2027 de overstap maakt. Wel moet voor een enorm aantal beschikbare premieregelingen de overstap nog worden gemaakt. Dat betreft zo’n 44.000 pensioenregelingen, veelal voor het mkb. Dat wordt nog een enorme operatie.
3. Koopkracht
Wat ziet AWVN?
Koopkracht wordt niet alleen bepaald door het loon dat een werkgever betaalt. De lonen stijgen sterker dan de inflatie. Toch daalt de koopkracht in 2027 door overheidsmaatregelen. Zonder deze maatregelen zou de koopkracht hoger zijn geweest. Koopkrachtcijfers kunnen niet één-op-één worden vertaald naar cao-looneisen. Ook de draagkracht, concurrentiepositie en productiviteit van de onderneming of sector moeten meewegen.
Gerichte steun heeft de voorkeur boven generieke koopkrachtsteun. AWVN staat dan ook achter de hulp aan kwetsbare huishoudens en investeringen in verduurzaming. Brede accijnsverlichting past minder bij die benadering, al zorgt die wel voor een iets lagere inflatie en een positief effect op de koopkracht.
De belangrijkste aangekondigde maatregelen
Dit zijn de belangrijkste aangekondigde maatregelen binnen het thema koopkracht:
Koopkrachtpakket en hogere premielasten De koopkracht stijgt licht in 2026 dankzij loongroei. In 2027 daalt deze juist weer iets door lastenverzwaring. Het koopkrachtpakket verzacht de lastenverzwaring voor werknemers, maar werkgevers krijgen ook te maken met hogere premielasten.
De mediane koopkracht stijgt met 0,6% in 2026 en daalt in 2027 met 0,1%. Voor werkenden stijgt de koopkracht in 2026 met 0,4% en daalt deze in 2027 met 0,2%.
In beide jaren stijgen de lonen sterker dan de inflatie, wat zorgt voor koopkrachtverbetering. In 2027 zorgt de lastenverzwaring in box 1 echter voor een lichte daling van de koopkracht. Die lastenverzwaring blijft grotendeels staan in de Miljoenennota, ondanks maatregelen die de koopkracht verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan een hogere arbeidskorting (€ 173) en een beperking van de geplande tariefverhoging in de eerste en tweede schijf. Hierdoor wordt de geplande lastenverzwaring uit het coalitieakkoord iets verminderd. Datzelfde geldt voor de iets lagere inflatie als gevolg van het verlengen van de accijnsverlaging op diesel.
Indexatie hoogste belastingtarief en ouderenkorting Er is sprake van een lastenverzwaring door het niet indexeren van de grens voor het hoogste belastingtarief en een verlaging van de ouderenkorting. Ook het uitstellen van de verhoging van het eigen risico heeft een negatief effect op de mediane koopkracht, omdat hierdoor de zorgpremies stijgen. Daarnaast worden de Aof-premie en de premie voor de Werkhervattingskas verhoogd, waardoor de werkgeverslasten verder stijgen.
Steun voor mensen met lage inkomens Het aantal mensen dat in armoede leeft, blijft met 2,6% naar verwachting gelijk. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede neemt naar verwachting af met 0,1%.
Mensen met een laag inkomen en een hoge energierekening kunnen deze winter weer steun krijgen via het Noodfonds Energie. Daarnaast worden de accijnskortingen op benzine en diesel verlengd om de prijzen te drukken. Deze generieke maatregel leidt tot een iets lagere inflatie en heeft een positief effect op de koopkracht.
Kinderopvangtoeslag De kinderopvangtoeslag wordt voor alle werkende ouders die nog geen recht hadden op de maximale vergoeding geleidelijk verhoogd. Het kabinet heeft voor de begroting van 2027 besloten de toeslag minder te laten toenemen dan in het coalitieakkoord was voorzien.
De kinderopvangtoeslag is in 2027 wel hoger dan in 2026. Zo krijgt een gezin met twee kinderen, een inkomen van twee keer modaal en twee dagen opvang in 2027 zo’n € 700 meer toeslag dan in 2026. Na 2028 stijgt de toeslag verder, totdat in 2029 alle werkende ouders een hoge vergoeding voor kinderopvang ontvangen.
4. Sociale zekerheid
Wat ziet AWVN?
Al sinds de publicatie van het regeerakkoord is er veel te doen rondom de bezuinigingen op sociale zekerheid. Vóór Prinsjesdag lekte al een akkoord van het minderheidskabinet uit.
De bezuinigingen op de AOW en het maximumdagloon zijn definitief van tafel. Bij de WIA, WW en de compensatieregeling transitievergoeding (CRTV) zet het kabinet voorlopig geen onomkeerbare stappen. De inkorting van de WW-duur en de afschaffing van de CRTV zijn uitgesteld. Hiermee wil het kabinet ruimte maken voor een open gesprek met sociale partners.
De belangrijkste aangekondigde maatregelen
Dit zijn de belangrijkste aangekondigde maatregelen binnen het thema sociale zekerheid:
Algemeen De bezuinigingen op de AOW en het maximumdagloon zijn van tafel. Bij de WIA, de WW en de compensatieregeling transitievergoeding (CRTV) zet het kabinet voorlopig geen onomkeerbare stappen. De inkorting van de WW-duur en de afschaffing van de CRTV zijn uitgesteld. Hiermee wil het kabinet ruimte maken voor een open gesprek met de sociale partners.
WW-duurverkorting Het kabinet wil binnen de WW meer nadruk leggen op activering en een snelle terugkeer naar werk. Als mensen onverhoopt werkloos worden, wil het kabinet ervoor zorgen dat de periode van werkloosheid zo kort mogelijk is en dat werklozen in die periode voldoende zekerheid en rust hebben om een passende baan te vinden.
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de maximale WW-duur per 2028 wordt ingekort van 24 naar 12 maanden. Dit is een aanscherping van de referte-eis, een verhoogde uitkering in eerste twee maanden en een vertraagde opbouw van WW-rechten per 2030. De maatregel om de maximale duur van de WW-uitkering in te korten wordt met één jaar uitgesteld. Deze maatregel moet nu ingaan op 1 januari 2029.
Arbeidsongeschiktheid De aangekondigde verkorting van de maximale duur van de WW- en loongerelateerde WGA-uitkering van 24 naar 12 maanden wordt met een jaar uitgesteld. Het kabinet wil in gesprek met de vakbeweging en werkgevers om te werken aan een ziekte- en arbeidsongeschiktheidsstelsel dat beter werkt, nu en in de toekomst. Het moet daarbij volgens het kabinet ook gaan over de IVA (voor volledig en permanent arbeidsongeschikte mensen) en het duurzaamheidscriterium in de WIA.
Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat dit criterium een goede uitvoering van het stelsel belemmert, als gevolg van de complexiteit van de duurzaamheidsbeoordeling. Om de uitvoering van de WIA toekomstbestendig te maken, is het noodzakelijk dit criterium af te schaffen. Voor de lange termijn werkt het kabinet aan een toekomstvisie voor het stelsel van arbeidsongeschiktheid.
Het kabinet werkt aan beleidsopties om loondoorbetaling bij ziekte werkbaarder te maken voor werkgevers, met name voor het mkb. Met het wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket voor kleine en middelgrote werkgevers wordt het mogelijk om de re-integratie in het tweede ziektejaar volledig te richten op werkhervatting bij een andere werkgever. Daarnaast is een wetsvoorstel ingediend waarbij het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer leidend wordt bij de toetsing van de re-integratie-inspanningen door UWV. Met een knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter wil het kabinet kijken hoe de administratieve lasten voor werkgevers kunnen worden beperkt.
Gezond en veilig werken Het kabinet wil samen met werkgevers en werknemers inzetten op meer aandacht voor preventie om gezonde en veilige arbeidsomstandigheden te stimuleren. Hiermee zet het kabinet de ambitie uit de Arbovisie 2040 voort. Het kabinet verkent onder andere de introductie van financiële prikkels zodat bedrijven meer investeren in preventie.
Ook de sociale partners hebben een belangrijke rol bij preventie. Het kabinet werkt aan meerdere thema’s uit de Arbovisie 2040. Gezond en veilig werken is niet altijd vanzelfsprekend. De Arbovisie 2040 heeft dan ook als doel het aantal doden door werk terug te brengen tot nul en het aantal ongevallen en zieken door werk fors te verminderen. Zo worden de beschikbaarheid en kwaliteit van risico-inventarisaties en -evaluaties (RI&E’s) verbeterd. Daarnaast richt het kabinet zich op het vergroten van de werkbaarheid van arboregelgeving. Dit moet de regeldruk voor werkgevers verminderen. Dat moet ook gebeuren op het terrein van de RI&E en van gevaarlijke stoffen.
5. Werkgeversklimaat en regeldruk
Wat ziet AWVN?
AWVN stelt dat het kabinet de belangrijke sociale en economische vraagstukken benoemt, maar dat de antwoorden nog niet krachtig genoeg zijn. Bij veel internationaal opererende werkgevers vallen investeringsbeslissingen tegenwoordig in het nadeel van Nederland uit. Daardoor verdwijnen goedbetaalde banen naar andere landen.
Het kabinet wil maatregelen treffen om regeldruk te verminderen. AWVN heeft in het rapport regeldrukreductie aanbevelingen gedaan aan de ministers Herbert en Aartsen.
De belangrijkste aangekondigde maatregelen
Dit zijn de belangrijkste aangekondigde maatregelen binnen het thema werkgeversklimaat en regeldruk:
Belastingplan voor werkgevers Het belangrijkste nieuws is wat er niet in het belastingplan staat. Bij het doornemen van de nieuwe belastingplannen valt op dat het kabinet over een aantal onderwerpen geen beslissing heeft genomen, of een eerder aangekondigd voornemen niet in wetgeving omzet.
Het meest in het oog springt dat het kabinet een aantal aanbevelingen uit de evaluatie van de werkkostenregeling vooralsnog niet in wetgeving omzet. Het gaat onder meer om de aanbeveling om werkgevers toe te staan een onbelaste thuiswerkvergoeding en een onbelaste reiskostenvergoeding voor dezelfde dag te betalen. Ook de aanbeveling om de vrije ruimte van de werkkostenregeling aan te passen wordt vooralsnog niet in wetgeving omgezet. Ook volgt er geen aanpassing van de gebruikelijkheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar en wordt er op dit moment geen nieuwe gerichte vrijstelling ingevoerd voor de kosten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.
Ook heeft het kabinet blijkbaar besloten om de diensttijdvrijstelling vooralsnog te handhaven. Deze houdt in dat de werkgever bij een jubileum van 25 of 40 jaar een onbelaste uitkering mag doen ter grootte van maximaal een maandloon. Wellicht worden deze maatregelen nog opgenomen in de Vereenvoudigingswet, een nieuwe jaarlijkse wet waarin het kabinet vanaf dit jaar een aantal regels wil afschaffen of vereenvoudigen.
Wat er wel in het belastingplan voor werkgevers staat, lees je hieronder.
Afschaffen gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten De gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten wordt afgeschaft. Deze vrijstelling geldt voor maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer van deze producten, met een maximum van € 500 per werknemer per kalenderjaar.
Het gaat bijvoorbeeld om de personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtickets, hypotheekadvies of verzekeringspremies. Het voornemen om deze vrijstelling af te schaffen was eind mei al aangekondigd en volgt op een negatieve evaluatie van de regeling. Daaruit blijkt dat de regeling geen maatschappelijk doel dient, dat de branche-eigen producten geen zakelijke kosten zijn en niet bijdragen aan een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Vanaf 2027 zal de werkgever daarom een korting alleen nog onbelast kunnen verstrekken als deze ten laste komt van de vrije ruimte in de werkkostenregeling.
Voor het bepalen van de hoogte van de korting moet de werkgever kijken naar de waarde in het economisch verkeer van het product. Die regel blijft gelden. Ook blijft de regel gehandhaafd dat een korting die verleend wordt aan voormalige werknemers altijd onder de werkkostenregeling valt. Deze moet dus vanaf 2027 verplicht ten laste van de vrije ruimte komen.
AWVN betreurt het vervallen van de gerichte vrijstelling, met name omdat hier geen compensatie in de vorm van een verruiming van de vrije ruimte tegenover staat. De vrijstelling wordt veel gebruikt door werkgevers in de detailhandel, waar dit een belangrijke arbeidsvoorwaarde is. Bovendien is de korting op eigen producten vaak opgenomen in arbeidsvoorwaardelijke regelingen met een langere looptijd, zoals een cao. Daardoor kunnen veel werkgevers niet per 1 januari 2027 inspelen op de gewijzigde fiscale behandeling door de kortingsregeling aan te passen.
Verhogen onbelaste kilometervergoeding voor zakelijke reizen Zoals eerder aangekondigd, wordt het bedrag dat de werkgever onbelast mag vergoeden per zakelijk gereisde kilometer verhoogd van € 0,23 naar € 0,25. Onder zakelijke kilometers vallen ook woon-werkkilometers. Deze wijziging werkt terug tot 1 januari 2026. De verhoging is in april 2026 aangekondigd als reactie op de sterke stijging van de brandstofprijzen, maar is niet tijdelijk en geldt dus ook voor het jaar 2027.
AWVN ondersteunt de oproep van de Stichting van de Arbeid om in cao-onderhandelingen aandacht te besteden aan de hoogte van de onbelaste reiskostenvergoeding. Een uitruil van belast loon tegen een onbelaste vergoeding behoort daarbij tot de mogelijkheden. AWVN wijst erop dat een verhoging van de reiskostenvergoeding anders ten laste gaat van de ruimte voor loonontwikkeling.
Aanpassingen in de youngtimerregeling In het belastingplan van vorig jaar is opgenomen dat de zogenaamde youngtimerregeling aangepast wordt en vanaf 2027 uitsluitend geldt voor auto’s die ouder zijn dan 25 jaar. De youngtimerregeling houdt in dat de bijtelling voor privégebruik van een ter beschikking gestelde auto 35% bedraagt van de waarde in het economisch verkeer van de auto. Deze wijziging wordt afgezwakt. Voor 2027 geldt de regeling voor auto’s die ouder zijn dan 17 jaar. Voor de auto die uiterlijk op 31 december 2025 al aan de werknemer ter beschikking stond, geldt dat deze regeling ingaat per 1 januari 2027. Anders geldt deze vanaf het moment waarop de auto 17 jaar oud is. Voorgesteld wordt om de regeling vervolgens vanaf 2028 te laten gelden voor auto’s die ouder zijn dan 20 jaar.
Stelt een werkgever na 1 januari 2027 een fossiele auto van de zaak ter beschikking aan een werknemer die deze ook privé gebruikt? Dan is de werkgever een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde van de auto verschuldigd. Onder privégebruik valt ook het woon-werkverkeer.
In het Belastingplan 2027 (overige fiscale maatregelen) wordt ingegaan op de voorgenomen aanpassingen van de regeling. De aanpassingen moeten tegemoetkomen aan de diverse uitvoeringsproblemen in de praktijk.
De eerste aanpassing geldt bij een tijdelijke vervanging van een vaste auto. Bij schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel wordt de vervangende auto uitgesloten van de pseudo-eindheffing. Deze uitzondering geldt voor maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen per periode van vervanging voor onderhoud of reparatie.
Bij overschrijding van de termijn van 14 dagen geldt de uitzondering vanaf de vijftiende dag niet meer. De pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s is dan verschuldigd over de hele maand waarin die vijftiende dag valt. Voor de goede orde: daarbij gaat het om een vervangende auto die mede voor privédoeleinden, waaronder woon-werkverkeer, ter beschikking is gesteld. Als een auto meerdere keren per jaar in onderhoud moet, dan geldt de vrijstelling voor elke periode van vervanging.
Pas op: de uitzondering geldt niet als de vaste auto niet voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld en de vervangende auto wél. In dat geval geldt de pseudo-eindheffing vanaf de eerste dag dat de vervangende fossiele auto ter beschikking is gesteld.
Vrijstelling voor lesauto’s Er komt een generieke vrijstelling voor lesauto’s, ook als deze voor privédoeleinden of voor woon-werkverkeer worden gebruikt.
Verlengen overgangstermijn Voorgesteld wordt om de overgangstermijn van de pseudo-eindheffing te verlengen tot en met 31 december 2030. In het oorspronkelijke plan gold een overgangstermijn tot en met 16 september 2030.
Beperkte vrijstelling voor huurauto’s Er komt een beperkte vrijstelling voor het ter beschikking stellen van een fossiele auto voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze vrijstelling vervalt per 31 december 2030.
Bij het aanbieden van tijdelijk vervoer – zoals huurauto’s – vanaf 1 januari 2027 hoeft de werkgever zich dus niet langer zorgen te maken of het wagenpark van een verhuurder al volledig is geëlektrificeerd.
De werkgever kan tot en met 31 december 2030 per kalenderjaar voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan zijn werknemer of werknemers, zonder dat de werkgever de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s is verschuldigd over deze auto. Dat geldt ook als de huurauto ter beschikking wordt gesteld voor privédoeleinden, waaronder woon-werkverkeer.
Het gaat om een vrijstelling per huurauto. Als de betreffende auto binnen het kalenderjaar ook in andere periodes aan een of meer werknemers ter beschikking is gesteld, dan is het overgangsrecht niet van toepassing. Binnen de periode van zeven aaneengesloten dagen kan de auto ook aan meerdere werknemers, mede voor privégebruik, ter beschikking worden gesteld. Dus: de maximale periode van zeven aaneengesloten dagen geldt per fossiele auto die ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, per werkgever, per kalenderjaar.
Anticumulatie Om te voorkomen dat een werkgever tegelijkertijd de pseudo-eindheffing voor fossiele ter beschikking gestelde auto’s en de pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen verschuldigd is, komt er een anticumulatiebepaling.
Wat vindt AWVN? De wetgever noemt de pseudo-eindheffing voor fossiele leaseauto’s een ingrijpende maatregel. Dat zijn wij met hem eens. Aan de andere kant levert deze een belangrijke bijdrage aan het in het Klimaatakkoord afgesproken klimaatdoel voor de mobiliteitssector. De maatregel zorgt naar verwachting voor een additionele emissiereductie van ongeveer 0,4 Mton (2030).
Het doel van de regeling is dan ook dat werkgevers, verhuurbedrijven en deelautobedrijven versneld overgaan tot elektrificatie van het wagenpark. Met name de werkgevers die niet anders kunnen dan fossiele auto’s aan werknemers ter beschikking te stellen, bijvoorbeeld omdat er bijzondere eisen worden gesteld aan de trekkracht van de auto waaraan elektrische auto’s nog niet kunnen voldoen, worden onevenredig hard geraakt door deze maatregel.
Fiscale behandeling van aandelenopties in start- en scale-ups In een apart wetsvoorstel stelt het kabinet een bijzondere loonbelastingregeling voor die geldt voor aandelenopties van werknemers bij start-ups en scale-ups. De twee belangrijkste voordelen zijn uitstel van belastingheffing tot verkoop van de aandelen en belastingheffing over slechts 65% van het kwalificerende voordeel. Dit wetsvoorstel is al in april 2025 aangekondigd in de Voorjaarsnota 2025.
Maatregelen die per 2027 van kracht worden, maar al eerder zijn aangenomen De volgende maatregelen zijn al eerder aangenomen en worden per 1 januari 2027 van kracht. Ze zijn relevant voor werkgevers.
Versobering expatregeling De expatregeling wordt per 1 januari 2027 versoberd. De maximale onbelaste vergoeding bedraagt per die datum 27% van het loon in plaats van 30%. Ook worden de looneisen verhoogd waaraan een ingekomen werknemer moet voldoen om gebruik te maken van de regeling.
Wijziging inlenersaansprakelijkheid Met ingang van 2027 geldt dat de Belastingdienst makkelijker een inlener aansprakelijk kan stellen als de uitlener de te betalen loonheffingen en/of omzetbelasting niet of niet volledig voldoet. Er wordt verondersteld dat de inlener aansprakelijk is voor 35% van het factuurbedrag.
Vrije ruimte werkkostenregeling De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt in 2027 2,16% van de eerste € 400.000, vermeerderd met 1,18% van de resterende loonsom.
Extra toelichting op Prinsjesdagplannen voor AWVN-leden
Wil je graag uitgebreid bijgepraat worden over de belangrijkste plannen voor werkgevers? Dan kun je deelnemen aan één van de netwerkbijeenkomsten rondom Prinsjesdag. Bekijk onderstaand overzicht voor meer informatie en aanmelden.
Startdata en tijden
24 septemberDonderdag
Netwerk brancheverenigingen | Prinsjesdag en van werk naar werk
Malietoren, Den Haag14.30
1 oktoberDonderdag
Jong AWVN | Prinsjesdag: wat komt er op HR af?
Online15.30
Eerstvolgende bijeenkomst
Netwerk brancheverenigingen | Prinsjesdag en van werk naar werk
24 september 2026
Malietoren, Den Haag
Je hebt nog 9 dagen om in te schrijven voor dit evenement
Wil je meer weten over de (economische) ontwikkeling? Via het AWVN-dataportaal heb je toegang tot verschillende dashboards, onder andere over: economische ontwikkeling, koopkracht, inflatie, loonkosten en cao-lonen.
Nieuwe belastingregels bij het doorbetalen en aanvullen van sociale zekerheidsuitkeringen
Met ingang van 1 januari 2027 veranderen de belastingregels die gelden als je aan een werknemer een UWV-uitkering doorbetaalt en die uitkering aanvult. De werknemer gaat (fors) meer belasting betalen over de uitkering.
leergang
Arbeidsverhoudingen
Leergang arbeidsvoorwaarden en arbeidsvoorwaardenvorming
Leergang arbeidsvoorwaarden en arbeidsvoorwaardenvorming, 5 bijeenkomsten. Start: 29 september 2026.
AWVN kent verschillende digitale nieuwsbrieven.
Alle nieuwsbrieven zijn gratis, en geschikt voor werkgevers en alle (aankomende) HR-professionals van Nederland.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail