Home / Schriftelijkheidsvereiste lage WW-premie iets versoepeld
vrijdag 20 december 2019

Schriftelijkheidsvereiste lage WW-premie iets versoepeld

Let op: er is, mede i.v.m. de coronacrisis, inmiddels een nog nieuwere versie van het kennisdocument verschenen. Zie het nieuwsbericht van 22 april 2020.

 

AWVN heeft een voorbeeldcontract opgesteld dat u zou kunnen hanteren als de ingangsdatum van het contract voor onbepaalde tijd in het verleden ligt, met daarin uitleg aan de medewerker waarom dit nodig is. Het voorbeeldcontract kunt u hier downloaden in Word of als PDF (exclusief voor leden, dus achter inlog).

Er is een nieuwe versie van het Kennisdocument premiedifferentiatie WW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) verschenen. Daaruit blijkt dat ook met ‘instemming werknemer via e-mail’ wordt voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste voor de lage WW-premie. Daarnaast verduidelijkt de nieuwe versie een aantal situaties met urenwijzigingen.

Wanneer is aan het schriftelijkheidsvereiste voldaan?
In het nieuwsbericht van 9 december berichtten wij u dat de eis dat er een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd moet zijn om de lage WW-premie te mogen hanteren, overeind blijft. De minister was wel bereid tot een coulanceperiode tot 1 april 2020 om werkgevers in staat te stellen om aan de eis te voldoen. AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland zijn blijven aandringen op minder rigide regels.

Uit een nieuwe versie van Kennisdocument premiedifferentiatie WW blijkt dat de minister het schriftelijkheidsvereiste toch nog verder heeft versoepeld. Niet alleen een schriftelijke door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst of addendum volstaat, maar ook een digitale handtekening, evenals instemming via de e-mail of in een HR-systeem. Dus ook een mail van de werkgever aan de medewerker volstaat, indien de medewerker via de mail terug reageert dat hij/zij – inderdaad – een contract voor onbepaalde tijd heeft (mits geen oproepovereenkomst).
Dat mag ook via een stemknop.
Navraag bij het ministerie SZW leerde dat het bepalende criterium is dat aantoonbaar is dat de werknemer heeft bevestigd dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepovereenkomst is. Dit geldt zowel voor arbeidsovereenkomsten die nu al bestaan, als voor arbeidsovereenkomsten die op of na 1 januari 2020 ingaan.

Voor arbeidsovereenkomsten die zijn ingegaan vóór 1 januari 2020 blijft de coulanceperiode van kracht. Tot 1 april 2020 mag de werkgever de lage premie blijven hanteren, ook als hij het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd nog niet kan aantonen. Kan hij dat op 1 april 2020 nog niet, en duurt de arbeidsovereenkomst voort na 31 maart, dan is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

Welke premie bij een urenwijziging?
In het kennisdocument is ook een bijlage toegevoegd met situaties waarin een werkgever tijdelijk of blijvend het aantal uren wijzigt en de gevolgen die dat heeft voor de hoogte van de WW-premie. Zo blijkt uit de voorbeelden dat als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd via een addendum tijdelijk wordt uitgebreid, (alleen) het addendum met de tijdelijke extra uren als een aparte arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt waarop de hoge WW-premie van toepassing is.

Een op voorhand afgesproken verdere fluctuering van de arbeidsomvang maakt dat er sprake is van een oproepovereenkomst. Dan is niet alleen de hoge premie verschuldigd, maar gelden ook de andere regels die op oproepovereenkomsten van toepassing zijn.

Wordt het aantal uren gewijzigd, zonder dat op voorhand is afgesproken dat dit een tijdelijk wijziging betreft, dan blijft de lage premie verschuldigd.

Laatste versie kennisdocument, maart 2020; toegevoegd: 23 april 2020

Oorspronkelijke downloads bij nieuwsbericht van 20/12/19:

0 reacties