Home / Nieuws / In de media / Pensioenakkoord: effecten voor werkgevers
woensdag 05 juni 2019

Pensioenakkoord: effecten voor werkgevers

Breed pensioenakkoord SER en kabinet | Nieuw Pensioencontract | Effecten voor werkgevers
Het langverwachte pensioenakkoord is er eindelijk. Het akkoord is het sluitstuk van een jarenlange, slepende discussie over de vormgeving van een nieuw pensioenstelsel. Over vier onderwerpen is een akkoord bereikt. Het gaat om een principe-akkoord. Zowel FNV als CNV houden een ledenreferendum waarbij zij het akkoord voorleggen aan de leden. De uitslagen van deze referenda worden op 15 juni verwacht.

In november 2018 liepen de onderhandelingen tussen werkgevers, werknemers en het kabinet nog stuk. Op 1 februari 2019 maakte minister Koolmees zijn plannen voor een nieuw pensioenstelsel bekend. De druk werd steeds hoger: als er geen akkoord zou worden bereikt, liepen ongeveer 10 miljoen werkenden en gepensioneerden het risico dat hun pensioen zou moeten worden verlaagd.
Het akkoord bevat een pakket aan maatregelen: de AOW-leeftijd inclusief de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU), een nieuw pensioencontract, het afschaffen van de doorsneepremie en een pensioenregeling voor ZZP’ers.
Met dit pensioenakkoord kunnen kortingen per 1 januari 2020 worden voorkomen bij pensioenfondsen die een dekkingsgraad boven de 100% hebben, en een eigen vermogen dat onder het wettelijk vereiste minimum (het zogenaamde Minimaal Vereist Eigen Vermogen) ligt.

AWVN vindt het zeer belangrijk dat er alsnog een akkoord is gekomen met een evenwichtig pakket aan maatregelen waarin werkgevers, werknemers en het kabinet elkaar kunnen vinden. Het is van belang dat deelnemers beter inzicht krijgen in wat er met hun pensioenpremie gebeurt en dat het stelsel beter aansluit op de moderne arbeidsmarkt met meer zelfstandigen en mensen die vaker van baan wisselen. Alleen zo kan het vertrouwen in het stelsel terugkeren. Wel is het noodzakelijk dat verder wordt onderzocht wat nodig is voor een overstap op leeftijdsonafhankelijke premies. Ondersteuning daarbij met concrete richtlijnen om te komen tot een kostenneutrale overstap met adequate compensatie, is van groot belang.

Het bereikte akkoord dient nog in wetgeving te worden vertaald. Sociale partners op decentraal niveau zullen de afspraken nog moeten vertalen in hun pensioenregelingen. Ook in het wetgevingsproces dat volgt zullen nog belangrijke keuzes gemaakt moeten worden. Deze processen zullen nog de nodige tijd vragen.

De voorstellen van de minister raken alle pensioenregelingen, dus ook pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij verzekeraars en bij premiepensioeninstellingen. Hoe voordelig of juist nadelig het nieuwe pensioenstelsel voor uw werknemers uitpakt, is op voorhand niet te zeggen. Dat hangt onder meer af van de leeftijdsopbouw en hoe het pensioen nu geregeld is. Afschaffing van de doorsneepremie kan nadelig uitpakken voor met name werknemers met een middenleeftijd (circa 45 jaar) waardoor een roep op compensatie kan ontstaan. De voorstellen leiden tot meer stabiele premies voor werkgevers maar de noodzakelijke overgangsmaatregelen zullen op de cao-tafel terechtkomen. Werkgevers doen er goed aan hier zich van bewust te zijn. Het pensioenteam van AWVN staat klaar om u met raad en daad van dienst te zijn.

Hieronder vindt u, als download in pdf beschikbaar, de Kamerbrief van minister Koolmees aan de Tweede Kamer en een toelichting van VNO-NCW op de thema’s AOW-leeftijd, vervroegde uittreding en arbeidsongeschiktheidsverzekering ZZP’er. Hieraan is op 17 juni het Whitepaper van AWVN over het Pensioenakkoord aan toegevoegd.
Ook vindt u hier het advies van de SER met het bericht van het ministerie van SZW en het bericht van VNO-NCW.