donderdag 17 december 2020

Onrust over hoge WW-premie voor overwerk 2021 onnodig

Ook in 2021 zal, als gevolg van de coronapandemie, in bepaalde sectoren nog veel overwerk nodig zijn. Maar sinds de invoering van de Wab, moeten werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie afdragen voor vaste werknemers als blijkt dat die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Zorgen hierover zijn onnodig. De minister van SZW heeft afgelopen najaar reeds aangegeven dat de 30%-herzieningssituatie ook in 2021 zal worden opgeschort; het besluit Wfsv wordt hiertoe nog aangepast.

Sinds 1 januari 2020 betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. Op grond van de Wab is in het Besluit Wfsv ook geregeld dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt.

Eerder dit jaar gaf minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aan dat deze bepaling onbedoelde effecten kan hebben in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is, zoals de zorg. Om deze onbedoelde effecten weg te nemen, is de zogenaamde 30%-herzieningssituatie in 2020 opgeschort.

In een brief van 27 oktober 2020 aan de Tweede Kamer heeft minister Koolmees aangegeven dat ook in 2021 in bepaalde sectoren nog veel overwerk nodig zal zijn als gevolg van corona. De minister meldde in de brief dat de 30%-herzieningssituatie daarom ook in 2021 zal worden opgeschort. Hoewel de minister zei deze aanpassing zo spoedig mogelijk uit te werken, is aanpassing van het besluit Wfsv op dit punt nog niet gerealiseerd.

Sommige werkgevers maken zich hier zorgen over, maar deze zorg is niet nodig. In tegenstelling tot de andere zaken met betrekking tot de premieheffing, hoeft de aanpassing van de 30%-toets niet al per 1 januari 2021 in het Besluit Wfsv te zijn opgenomen. De toets vindt namelijk pas plaats aan het einde van het kalenderjaar. De verwachting is dat de aanpassing de komende maanden gerealiseerd zal worden. Dat is dus ruim op tijd voor de definitieve vaststelling met terugwerkende kracht voor de premie over 2021: die zal pas aan het eind van dat jaar plaatsvinden.

Kennisdocument Premiedifferentiatie WW
Er is dezer dagen opnieuw een nieuwe versie van het Kennisdocument Premiedifferentiatie WW gepubliceerd: versie 1.5, december 2020. Ten opzichte van de vorige versie van het Kennisdocument (versie 1.4 van oktober 2020) zijn de volgende wijzigingen aangebracht:
• Bij vraag 2.8 onder b) is verduidelijkt hoe de uitzondering voor de BBL-leerling moet worden toegepast. De lage WW-premie is pas van toepassing indien de praktijkovereenkomst is ondertekend door alle betrokken partijen en is opgenomen in de administratie van de werkgever. Ook is toegevoegd per wanneer de werkgever bij toepassing van deze uitzondering de lage WW-premie mag afdragen en is verduidelijkt onder welke voorwaarden ook door een formele werkgever – niet zijnde het erkend leerbedrijf – de uitzondering voor de BBL-leerling mag worden toegepast.
• Bij vraag 2.17 is toegevoegd dat de zogenaamde 30% herzieningssituatie ook voor het kalenderjaar 2021 zal worden opgeschort.

0 reacties