Home / Nieuws / Besluit kwalificerende buitenlandse belastingplicht
dinsdag 28 januari 2020

Besluit kwalificerende buitenlandse belastingplicht

Door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, zag Nederland zich genoodzaakt om de regeling rondom de zogeheten kwalificerende buitenlandse belastingplicht aan te passen. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit verduidelijkt aan welke voorwaarden een buitenlands belastingplichtige moet voldoen om in Nederland recht te hebben op aftrekposten.

Verschil tussen binnen- en buitenlands belastingplichtingen
De Nederlandse belastingwetgeving maakt onderscheid tussen binnen- en buitenlands belastingplichtigen. Binnenlands belastingplichtigen zijn personen die fiscaal in Nederland wonen, buitenlands belastingplichtigen doen dat niet.
Een binnenlands belastingplichtige wordt belast voor het wereldinkomen, waar ook ter wereld genoten. Een buitenlands belastingplichtige wordt belast voor het hebben van een Nederlandse bron van inkomen, zoals een dienstbetrekking.

Omdat de buitenlands belastingplichtige minder bijdraagt, heeft hij in principe ook geen recht op aftrekposten, zoals de aftrek van hypotheekrente. Vanuit Europees recht is het maken van onderscheid beperkt. Als de buitenlands belastingplichtige nagenoeg zijn hele (arbeids)inkomen in Nederland verdient, moet hij worden behandeld als een binnenlands belastingplichtige. Immers, in dat geval draagt hij evenveel bij als een binnenlands belastingplichtige.

Bovendien, het inkomen in het thuisland of een ander derde land is zo laag dat redelijkerwijs het te gelde maken van aftrekposten niet mogelijk is. De jurisprudentie schrijft voor dat aftrekposten in een land te gelde moeten kunnen worden gemaakt, normaliter in het woonland van de werknemer.

Sinds 2015 is de regeling rondom de ‘kwalificerende buitenlandse belastingplicht’ in de wet opgenomen. Deze regeling komt erop neer dat als een buitenlands belastingplichtige ten minste 90% van het (gezins)inkomen in Nederland verdient en inwoner is van een EU-lidstaat waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten, hij in aanmerking komt voor alle aftrekposten en heffingskortingen die ook gelden voor binnenlanders. Als niet aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan, bestaat er geen recht op aftrek.

Uitspraak Europese Hof van Justitie
De casus die ertoe leidde dat de staatssecretaris van Financiën heeft moeten verduidelijken aan welke voorwaarden een buitenlands belastingplichtige moet voldoen om in Nederland recht te hebben op aftrekposten, was de volgende. Een inwoner van Spanje had in Spanje geen belastbaar inkomen. Hij werkte voor 60% in Nederland en voor 40% in Zwitserland. Hij kon zijn hypotheekrente in Spanje niet aftrekken vanwege het ontbreken van belastbaar inkomen. In Nederland kwam hij niet in aanmerking voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Daarmee bestond in principe geen recht om aftrekposten te effectueren.
Echter, in februari 2017 besloot het Europese Hof van Justitie dat Nederland niet in overeenstemming met Europees recht handelde door niet pro rata een aftrek van hypotheekrente toe te staan. De vraag werd hoe de regeling zich verhoudt tot de uitspraak van het Europese hof.
In een besluit van 3 december 2019 gaat de staatssecretaris van Financiën daarop in.

Besluit
In het besluit wordt aangegeven dat voor de doorwerking van het arrest twee stappen zijn te onderscheiden, namelijk:
1. toegang: valt de buitenlands belastingplichtige onder de reikwijdte van het arrest?
2. te betalen Nederlandse belasting: bepaling Nederlands inkomen en de belasting over dat inkomen.

Ad.1 Toegang
Een buitenlands belastingplichtige komt op basis hiervan in aanmerking voor toepassing van dit besluit als hij aan de volgende voorwaarden voldoet.
1. De buitenlandse belastingplichtige is als inwoner van de landenkring* in het woonland belast.
2. Het naar Nederlandse maatstaven bepaalde (wereld)inkomen van de belastingplichtige is geheel of nagenoeg geheel in twee of meer andere staten (waaronder Nederland) dan de woonstaat aan een loonbelasting of inkomstenbelasting onderworpen.
3. Het naar Nederlandse maatstaven bepaalde (wereld)inkomen van belastingplichtige is niet geheel of nagenoeg geheel** in een andere bronstaat (dan Nederland) aan een loonbelasting of inkomstenbelasting onderworpen.

Deze voorwaarden komen erop neer dat
(i) de buitenlands belastingplichtige als inwoner is belast in het woonland, en
(ii) zijn inkomen is voor 90% of meer belast in tenminste 2 andere landen (waaronder Nederland), en
(iii) zijn inkomen is niet voor 90% of meer in dat andere bronland belast.
Verder geldt als voorwaarde dat de belastingplichtige een inkomensverklaring van de belastingdienst van de woonstaat kan overleggen.

Ad.2 Te betalen Nederlandse belasting
Bij de aftrekposten gaat het o.a. om de aftrekbare hypotheekrente en het belastingdeel van de heffingskortingen. Ook de aftrekbare zorgkosten vallen hieronder. In een aantal stappen wordt het bedrag van de pro rata aftrek bepaald. Onderdeel van de berekeningen is de berekening van het belastingtarief dat van toepassing is op het Nederlandse inkomen. Volgens het besluit wordt dat vastgesteld door rekening te houden met het wereldinkomen, dat daarmee ook inkomen omvat dat volgens de belastingverdragen niet in Nederland is belast.

Het besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 9 februari 2017, de datum van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

Toepassing besluit
Het besluit kan worden gebruikt voor werknemers die in het buitenland wonen en in tenminste twee landen, waaronder Nederland, werken. Het percentage van de werkzaamheden in Nederland is minder dan 90%. Het percentage van de werkzaamheden in het woonland is niet meer dan 10% en in het andere werkland is de werknemer niet voor 90% of meer belast.
Bovendien mag geen recht op de aftrek van aftrekposten bestaan in het woonland. De mate van aftrek in Nederland is afhankelijk van de uitkomsten van een aantal berekeningen. Het belastingtarief waartegen de Nederlandse inkomsten in de belastingheffing worden betrokken is afhankelijk van de hoogte van het totale inkomen van de werknemer (progressievoorbehoud).

Mening AWVN
Het besluit kan op stevige kritiek in de vakpers rekenen***. Het besluit is te beperkt, want gaat alleen maar uit van twee-landensituaties waarbij het inkomen buiten het woonland voor tenminste 90% is belast. Niet wordt ingegaan op de situatie dat in de werklanden minder dan 90% van het inkomen is belast.
Bovendien wordt de partner ten onrechte niet in de discussie betrokken en is het niet acceptabel dat in alle gevallen een woonlandverklaring nodig is van de buitenlandse belastingdienst. Ook het middel zelf, wetgeving in de vorm van een besluit, stuit op stevige kritiek. Een besluit dient om wetgeving uit te leggen. In dit besluit wordt in feite wetgeving gecreëerd.

De verwachting is dat met dit besluit het pro rata effectueren van aftrekposten bij buitenlands belastingplichtigen nog niet ten einde is.

 

* De landenkring bestaat uit de volgende landen: een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland of de BES eilanden.
** Dat wil zeggen voor tenminste 90%.
*** Vakstudienieuws Tax Live “Langverwachte tegemoetkomingsregels voor buitenlandse belastingplichtigen teleurstellend”, 15 januari 2020