Home / Nieuws / Brexit: overgangsregeling voor Britten in Nederland
donderdag 10 januari 2019

Brexit: overgangsregeling voor Britten in Nederland

Nederland loopt vooruit op een harde brexit en zorgt voor een overgangsregeling. Britse onderdanen krijgen 15 maanden verblijfsrecht na 29 maart 2019.

​Britten en hun familieleden die vóór de brexit op 29 maart rechtmatig in Nederland verblijven, mogen in het geval van een no deal in ieder geval nog 15 maanden in Nederland blijven wonen, werken en studeren. Dat heeft het kabinet besloten. De overgangsregeling geldt ook voor familieleden van Britse burgers die zelf geen EU-nationaliteit hebben. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gaat de ongeveer 45.000 Britten die rechtmatig in Nederland verblijven in deze periode (15 maanden) uitnodigen om een aanvraag voor een definitieve verblijfsvergunning in te dienen die nodig is na de overgangsperiode. De IND doet dit verspreid over de overgangsperiode, zodat alle betrokkenen in de gelegenheid worden gesteld om hun toekomstig verblijf in Nederland goed te regelen. Britse burgers komen in aanmerking voor deze vergunning als ze voldoen aan dezelfde verblijfsvoorwaarden die gelden voor EU-burgers. Na deze periode is een definitieve verblijfsvergunning nodig.

Britten die pas na de brexit besluiten in Nederland te willen wonen, werken of studeren, kunnen een verblijfsvergunning als derdelander aanvragen. Zij kunnen een verblijfsvergunning wel in Nederland aanvragen en worden vrijgesteld van het vereiste voor een Machtiging tot Voorlopig Verblijf (MVV).

In de brief die de IND naar de Britse onderdanen gaat sturen staat verder het volgende:
Geen EU onderdaan, wel verbijfsrecht
Bij een harde Brexit zijn de Britten geen EU onderdanen meer. Nederland wil deze uittreding goed laten verlopen. Om dit te doen wordt een overgangsperiode geïntroduceerd van 15 maanden, tot 1 juli 2020. Gedurende deze overgangsperiode behouden de Britten het recht op verblijf, werk en studie in Nederland. Dat geldt ook voor gezinsleden (ook wanneer deze niet een EU nationaliteit hebben. De IND gaat de Britten actief benaderen en een brief sturen die bedoeld is als tijdelijke verblijfsvergunning. Deze brief is het bewijs van de rechten gedurende de overgangsperiode. De Britten hoeven zelf geen actie te ondernemen. Het initiatief gaat uit van de IND.

Na de overgangsperiode
Na de overgangsperiode hebben de Britten een verblijfsvergunning nodig. Deze wordt verleend onder dezelfde voorwaarde als die gelden voor EU onderdanen. Integratieverplichtingen, zoals een inburgeringscursus is niet nodig. De verblijfsvergunning geeft het recht om te verblijven, werken en studeren in Nederland. Een werkgever hoeft geen aparte tewerkstellingsvergunning aan te vragen.

Uitkeringen en prestaties
Britten die momenteel gerechtigd zijn op een verzekering voor de zorgverzekeringswet, een kinderbijslaguitkering, kindgebonden budget of huursubsidie ontvangen, blijven deze ontvangen (blijven hiertoe gerechtigd) gedurende de overgangsperiode, zo lang als men aan de voorwaarden blijft voldoen.

Voor studenten geldt dat recht blijft bestaan op studiefinanciering, net zoals voor andere EU onderdanen.

AWVN is van mening dat met dit soort maatregelen de grootste aanvangsproblemen van een harde Brexit kunnen worden gereguleerd. Op EU niveau is ook aangedrongen op dit soort maatregelen. Wel is het zaak dat het Verenigd Koninkrijk vergelijkbare maatregelen neemt voor EU onderdanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen en werken. Daar is echter thans nog geen zicht op.