Home / Nieuws / De brexit en de overgangsperiode, een update
maandag 24 februari 2020

De brexit en de overgangsperiode, een update

Ook zo moe van de brexit? Ten onrechte! Met het verlaten van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) op 31 januari 2020 is de overgangsfase aangebroken – een nieuwe, spannende fase. Lukt het de EU en het VK om in één jaar een handelsakkoord overeen te komen? Tijd voor een update.

Informatiebijeenkomst
9 april, 13.00-17.00 uur, Houten

Tijdens de informatiebijeenkomst internationale arbeidsmobiliteit die AWVN op 9 april organiseert, praten experts u bij over recente ontwikkelingen op het gebied van de grensoverschrijdende arbeid. De brexit komt uiteraard uitgebreid ter sprake. Andere onderwerpen die aan de orde komen zijn onder andere:
• de afgifte van detacheringsbewijzen
• notificatieplicht voor Nederland per 1 maart
• wijziging detacheringsrichtlijn per 31 juli
• ontwikkelingen rond de 30%-regeling.

Meer informatie en aanmelden

Nu overeenstemming is bereikt over uittreding, is op 1 februari een overgangsperiode aangebroken die loopt tot en met 31 december 2020. In die tijd moet o.a. overeenstemming worden bereikt over het handelsakkoord tussen het VK en de EU. Het handelsakkoord bevat de afspraken die gelden bij het zakendoen met het VK. De overgangsperiode kan op verzoek van het VK worden verlengd, maar premier Johnson heeft al eerder aangegeven geen gebruik te maken van die mogelijkheid. Wat gebeurt er in de overgangsperiode? En wat daarna?

Situatie 1 februari tot en met 31 december
Tijdens de overgangsperiode geldt de afspraak dat het gemeenschapsrecht tot en met 31 december 2020 voor het grootste deel zal blijven gelden ten aanzien van het VK. Tijdens de overgangsperiode wordt het VK aangemerkt als EU-lidstaat. Daarmee blijft ook het vrij verkeer van personen en diensten in stand. Onderdanen van het Verenigd Koninkrijk worden gedurende deze periode beschouwd als EU-onderdanen. Er verandert dus niets tot 1 januari 2021.

Fiscaal Specifiek voor het belastingrecht heeft de staatssecretaris van Financiën in een besluit aangegeven wat de status is van het VK. Hij benadrukt hierin dat inwoners van het VK in de overgangsperiode worden beschouwd als inwoner van een EU-lidstaat.
Dit betekent onder andere het volgende.
• Kwalificerende buitenlandse belastingplicht: EU-inwoners die tenminste 90% van het inkomen in Nederland verdienen, kunnen onder deze status de hypotheekrente aftrekken van het Nederlands belastbaar inkomen. Niet EU-inwoners komen voor deze status niet in aanmerking. Inwoners van het VK kunnen, mits zij aan de voorwaarden voldoen, tijdens de overgangsperiode in aanmerking komen voor de status, waardoor het recht om bepaalde aftrekposten (zoals de aftrek van hypotheekrente) te realiseren behouden blijft.
• Inwoners van het VK behouden gedurende het gehele belastingjaar 2020 het recht op het belastingdeel van de arbeidskorting. Niet EU-inwoners hebben in principe geen recht op de heffingskortingen.
• Bij het opleggen van een eventuele conserverende belastingaanslag voor de inkomstenbelasting in geval van een emigratie naar het VK, behoeft tot en met 31 december 2020 geen zekerheid te worden gesteld. Normaliter geldt voor een emigratie naar een niet EU-lidstaat, dat zekerheid moet worden gesteld.

Pensioen Voor aanvullende pensioenregelingen geldt dat tijdens de overgangsperiode Britse pensioenregelingen voor werknemers die tijdelijk in Nederland werken, kunnen worden aangewezen om fiscaal gefaciliteerd te worden voortgezet. Dat betekent dat, net als voor Nederlandse pensioenregelingen, de omkeerregel (werknemersbijdrage aftrekbaar, werkgeversdeel niet belast) voor Engelse pensioenregelingen van toepassing kan zijn. Daarvoor geldt de procedure zoals die van toepassing is voor EU-lidstaten en niet de meer bewerkelijke procedure voor zogenaamde ‘derde landen’. Ook is de pensioenrichtlijn van toepassing. Hieruit volgt dat als de werknemer voor de detachering deelneemt aan een pensioenregeling in het thuisland, hij niet nogmaals kan worden verplicht deel te nemen aan de aanvullende pensioenregeling in het werkland.

Situatie vanaf 1 januari 2021

• Migratierecht
1. Voor bestaande situaties
De afspraken die met het Verenigd Koninkrijk zijn gemaakt, houden een levenslange garantie in voor de onderdanen van de EU en het Verenigd Koninkrijk die thans reeds wonen en werken in respectievelijk het VK en de EU-lidstaten. Zolang zij aan de voorwaarden voldoen van legaal verblijf en werken op basis van de EU-grondrechten, behouden zij dit recht levenslang. Dat geldt ook voor hun gezinsleden.
De voorwaarde is dat blijvend wordt voldaan aan legaal verblijf en werken op basis van de EU-grondrechten. Wordt hier niet langer aan voldaan, dan houdt deze levenslange garantie op en zal op basis van de nationale wetgeving van het Verenigd Koninkrijk en de EU moeten worden bezien of verblijf en werken vrij is toegestaan.
De levenslange garantie houdt ook in dat enkel een geldig paspoort nodig is voor reizen van en naar het VK en de EU-lidstaten. Er zijn geen visa nodig.
Werknemers en zelfstandigen, zijnde onderdanen van de EU of het Verenigd Koninkrijk, mogen zonder tewerkstellingsvergunning blijven werken in het VK en de EU-lidstaten.
De sociale-zekerheidsverordening, zoals deze van toepassing was, blijft van toepassing. Ook hierbij geldt dat van belang is dat de situatie niet wijzigt.

2. Voor nieuwe situaties
Voor nieuwe situaties moet worden nagegaan of in 2020 alsnog overgangsrecht wordt geformuleerd of niet. Wanneer geen overgangsrecht wordt afgesproken, wordt het Verenigd Koninkrijk een niet-EU-verdragsland en worden de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk niet-EU-onderdanen (derdelanders).
Op de gebruikelijke manier voor niet-EU-onderdanen moeten de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk gaan voldoen aan de vergunningsvoorwaarden per lidstaat. Voor Nederland betekent dit dat ze enkel op basis van de kennismigrantenregeling of de arbeidsmigrantenregeling legaal in Nederland mogen werken. Er moeten dus werk- en/of verblijfsvergunningen worden aangevraagd.

• Sociaal-zekerheidsrecht
De Europese sociale-zekerheidsverordening is niet meer van toepassing. Het VK is een derde-land waarmee geen sociaal-zekerheidsverdrag is gesloten. Bij internationale uitzending van of naar het Verenigd Koninkrijk zullen steeds twee wetgevingen van toepassing zijn, met als gevolg dubbele lasten en eventueel dubbele rechten. Ook de administratieve last zal toenemen.

• Arbeidsrecht/arbeidsvoorwaarden
De Europese grondrechten en het Europese arbeidsrecht zijn niet meer van toepassing. Het is nog niet duidelijk wat dan gaat gelden. Ook de regels voor de Europese ondernemingsraad (EOR) zijn niet meer van toepassing.

• Fiscaal
Het Verenigd Koninkrijk is een derde-land. De inwoners van het Verenigd Koninkrijk zijn geen EU-inwoners. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet langer in aanmerking komen als kwalificerende buitenlands belastingplichtigen en ook dat zij niet langer recht hebben op het belastingdeel van de arbeidskorting. Het belastingverdrag, dat aangeeft welk land belasting mag heffen als een werknemer grensoverschrijdend werkt, blijft in stand. Ook blijft het mogelijk om voor Britse werknemers de 30%-regeling aan te vragen.

• Pensioen
De Europese pensioenrichtlijn is niet langer van toepassing. Op basis van deze richtlijn kan geen extra aansluiting verplicht worden gesteld als men in het eigen land reeds deelneemt aan een aanvullende pensioenregeling. Dit leidt ertoe dat dubbele deelname en dubbele kosten aan de orde kunnen zijn. Het belastingverdrag, dat aangeeft in welk land (staats- en aanvullende) pensioenuitkeringen worden belast, blijft in stand.