dinsdag 17 januari 2023

Actieplan tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag

Het kabinet wil – samen met de samenleving en vele, verschillende organisaties – seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld aanpakken. Hiervoor is een actieplan opgesteld. Onder meer wet- en regelgeving, publiekscampagnes, het realiseren van een veilige werkomgeving, de rol van omstanders en goede hulpverlening moet dit maatschappelijke probleem bestrijden.

 

Vertrouwenspersoon

De voor werkgevers meest ingrijpende maatregel uit het actieprogramma is de aangekondigde wettelijke verplichting om een vertrouwenspersoon aan te wijzen. De huidige Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit verplichten werkgevers om arbeidsomstandighedenbeleid te voeren om psychosociale arbeidsbelasting (PSA) te voorkomen  dan wel te beperken. Onder PSA valt seksuele intimidatie, maar ook pesten, agressie en geweld, discriminatie en werkdruk.
Werkgevers moeten hier aandacht aan besteden in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het plan van aanpak. Op dit moment ligt er een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat werkgevers verplicht één of meer vertrouwenspersonen aan te wijzen. Het kabinet vindt dit een belangrijke eerste stap in de strijd tegen ongewenste omgangsvormen.

Een vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen werkt preventief, bijvoorbeeld door voorlichting te geven aan werkgever en werknemers. Daarnaast kan de vertrouwenspersoon de medewerkers die een melding doen, opvangen. De vertrouwenspersoon kan hun begeleiden, met hen meedenken en hun informeren over (in)formele oplossingen, doorverwijzen en nazorg bieden. Het wetsvoorstel wil de positie van een vertrouwenspersoon versterken door een aantal basistaken en eisen in te voeren. Ook regelt het voorstel bescherming van de vertrouwenspersoon tegen benadeling en ontslag.

Wettelijke maatregelen
Daarnaast wil het kabinet de aanpak van grensoverschrijdend gedrag, door de inzet van andere maatregelen minder vrijblijvend te maken. Het denkt daarbij aan de invoering van een aantal wettelijke verplichtingen:
wettelijke verplichting gedragscode Het opstellen van een gedragscode en het regelmatig onder de aandacht brengen van de gedragscode heeft een preventieve werking. Dit moet bijdragen aan een cultuur op de werkvloer waarin het vanzelfsprekend is om elkaar aan te spreken op gedrag. Leidinggevenden en management hebben daarin een duidelijke voorbeeldfunctie. In 2018 is al onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde van een gedragscode. Vervolgens is met sociale partners een handreiking ontwikkeld over hoe je een gedragscode opstelt en levend houdt in de organisatie. De handreiking zal met sociale partners worden geactualiseerd.
wettelijke verplichting klachtenregeling De minister van Sociale  Zaken en Werkgelegenheid gaat onderzoeken of het mogelijke is om werkgevers wettelijk te verplichten om een klachtenregeling te hebben. Dit moet er aan bijdragen dat formele klachten over ongewenste omgangsvormen binnen bedrijven en inrichtingen op een zorgvuldige wijze worden onderzocht en afgehandeld. Vooraf wordt wel bekeken of verder onderzoek nodig is om tot een goede wettelijke invulling te komen. Daarbij moet bijvoorbeeld ook worden gekeken naar de handhaafbaarheid en zaken als regeldruk en administratieve lasten. Sociale partners worden hierbij betrokken.
ratificatie IAO-verdrag 190 Het kabinet is van plan om in Nederland het op 21 juni 2019 aangenomen IAO-verdrag 190 van de Internationale Arbeidsorganisatie te bekrachtigen, over uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer. Het verdrag betreft maatregelen op de volgende gebieden:
– preventie en bescherming
– handhaving en genoegdoening
– advies en scholing.
Het verdrag raakt regelgeving en beleid van verschillende departementen. Het kabinet wil in de eerste helft van 2023 een wetsvoorstel indienen over het verwerken van het verdrag in regelgeving en beleid.

0 reacties