Home / Aanpassingen NOW op onderdelen
woensdag 03 februari 2021

Aanpassingen NOW op onderdelen

NOW-1, 2 en 3 zijn op onderdelen aangepast. De aanpassingen betreffen verzoeken tot intrekking van verleningsbeschikkingen voor de derde en vierde tranche van de NOW, de overeenkomst over werkbehoud bij een NOW-aanvraag op het niveau van de werkmaatschappij (voor alle tranches), en aanpassing van de percentages van de vierde tranche van de NOW (o.a. vergoedingspercentage naar maximaal 85%). De wijzigingen zijn op 2 februari 2021 in de Staatscourant gepubliceerd en zijn vanaf vandaag, 3 februari 2021 van kracht.

1. Verzoeken tot intrekking van verleningsbeschikkingen voor derde en vierde tranche
Een verzoek tot intrekking van een verleningsbeschikking kan tot gevolg hebben dat de werkgever de omzetperiode van het opvolgend subsidietijdvak zelf mag kiezen. Dit was tot nu toe steeds het geval als het intrekkingsverzoek werd gedaan voordat de subsidie van het opvolgende tijdvak werd aangevraagd. Die mogelijkheid wordt nu voor intrekkingsverzoeken voor de verleningsbeschikking van de derde en vierde tranche in tijd beperkt.

Verzoeken tot intrekking van de verleningsbeschikking voor de derde tranche subsidie
Het subsidietijdvak van de vierde tranche loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021. Het aanvraagtijdvak voor die tranche loopt van 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021. Als een werkgever voor zowel de derde als de vierde tranche subsidie aanvraagt, geldt in principe de hoofdregel dat de omzetperiodes van beide tranches op elkaar aansluiten. Dat hoeft niet als de werkgever voor 15 februari 2021 UWV heeft verzocht de verleningsbeschikking voor de subsidie van de derde tranche (1 oktober tot en met 31 december 2020) in te trekken.

Verzoeken tot intrekking van de verleningsbeschikking voor de vierde tranche subsidie
Ook hier geldt weer de hoofdregel dat de omzetperiodes van de vierde en de vijfde tranche op elkaar aansluiten. Dat hoeft niet als de werkgever tijdig verzoekt om intrekking van de verleningsbeschikking van de vierde tranche; in dat geval mag hij de omzetperiode van de vijfde tranche zelf kiezen. Tijdig is in dit geval voor 1 april 2021, dus voor het einde van het vierde subsidietijdvak. Doet hij het verzoek tot intrekking op of na 1 april 2021, dan geldt de hoofdregel dat de omzetperiodes van de vierde en de vijfde tranche op elkaar moeten aansluiten.

2. Overeenkomst over werkbehoud voortaan met ten minste één belanghebbende vakbond
Een werkgever die deel uitmaakt van een groep kan verzoeken dat de omzetdaling voor het vaststellen van de NOW-subsidie op het niveau van de werkmaatschappij wordt bepaald, in plaats van op het niveau van de hele groep. Deze mogelijkheid bestaat voor alle subsidietijdvakken. Deel van de voorwaarden waaraan een werkgever dient te voldoen, is dat hij voorafgaand aan de aanvraag van de vaststelling een overeenkomst moet zijn aangegaan met de belanghebbende verenigingen van werknemers, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag (WMCO). Voortaan hoeft hij echter niet meer met alle belanghebbende vakbonden een overeenkomst te sluiten, maar met ten minste één belanghebbende vakbond.

Of een vakbond belanghebbend is in de zin van de WMCO zal doorgaans blijken uit de betrokkenheid bij een cao, eerdere meldingen in het kader van de WMCO of ander eerder overleg met de werkgever.

3. Aanpassing van de percentages van de vierde tranche NOW
Oorspronkelijk was het doel van de NOW om een langzame afbouw in te zetten van de noodsteun op het gebied van de loonkosten. Omdat de impact van het virus weer is toegenomen is ook herijking van de steun geboden. Het percentage omzetdaling wordt daarom weer gelijkgesteld aan de derde tranche, te weten 20%. Wanneer een werkgever wordt geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20% gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021, kan deze werkgever in aanmerking komen voor subsidie.

Het maximale vergoedingspercentage bedraagt 85% van de loonsom in plaats van de beoogde 70%. Het percentage waarmee de loonsom mag dalen is gelijkgesteld aan de derde tranche: het percentage is aangepast van 15% naar 10%. Dit betekent dat als de loonsom van januari tot en met maart 2020 ten opzichte van driemaal de loonsom van juni 2020 is gedaald met maximaal 10%, dit geen effect heeft op de hoogte van de subsidie. Als de loonsom meer dan 10% is gedaald, wordt de subsidie lager vastgesteld op het teveel gedaalde deel.

0 reacties