donderdag 21 oktober 2021

Aanpassing Besluit Wfsv op twee punten

Het Besluit Wfsv is op twee punten aangepast. De wijzigingen, gepubliceerd in de Staatskrant, hebben betrekking op de berekening van de premie voor de Werkhervattingskas (Whk). De terugkeerpremie gaat per 1 januari 2024 omhoog naar de volledige sectorale premie, om een zo gelijk mogelijk speelveld op de hybride ZW-markt te creëren. Daarnaast zijn de regels met betrekking tot het nemen van regres en de gevolgen daarvan op de hoogte van de Whk-premie, in lijn gebracht met de bestaande uitvoeringspraktijk.

Eerste aanpassing Besluit Wfsv: terugkeerpremie ZW omhoog

De ZW kent voor de financiering en uitvoering een hybride stelsel. Werkgevers hebben de keuze om zich publiek te verzekeren via Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of om eigenrisicodrager te worden (waarbij zij zich eventueel via een private verzekeraar kunnen verzekeren).  Werkgevers die publiek verzekerd zijn, betalen een premie aan UWV. De manier van vaststellen van de hoogte van die premie is afhankelijk van de grootte van de werkgever.

• Kleine werkgevers met een premieplichtige loonsom tot en met 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon, betalen een premie die gebaseerd is op de sector waar zij zich in bevinden (sectorale premiecomponent).
• Middelgrote werkgevers met een premieplichtige loonsom van meer dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon tot en met 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon, betalen een premie die gedeeltelijk gebaseerd is op de sector waar zij zich in bevinden (sectorale premiecomponent) en gedeeltelijk op de individuele schadelast van deze werkgever uit het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarover premie wordt betaald (t-2) (individuele premiecomponent).
• Grote werkgevers met een premieplichtige loonsom van meer dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon, betalen een premie die volledig gebaseerd is op de individuele schadelast van deze werkgever uit het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarover premie wordt betaald (t-2) (individuele premiecomponent).

De premie voor eigenrisicodragers die terugkeren naar de publieke verzekering bij UWV, wordt op een andere wijze bepaald. UWV heeft namelijk geen inzicht in de ZW-lasten van werkgevers in de periode van eigenrisicodragerschap. Dat komt doordat deze uitgaven in het private domein plaatsvinden.
Omdat UWV geen inzicht heeft in die ZW-lasten, kan er geen individuele premiecomponent vastgesteld worden voor het gros van de werkgevers die vanuit het eigenrisicodragerschap de keuze maken voor publieke verzekering. Bij terugkeer naar een publieke ZW-verzekering bij UWV, geldt voor hen de zogenaamde terugkeerpremie ZW. Deze terugkeerpremie geldt alleen voor de individuele premiecomponent die gebaseerd is op de individuele schadelast van de werkgever. Aangezien de premie voor kleine werkgevers geen individuele premiecomponent kent, betalen zij bij terugkeer altijd de sectorale premie.

Om de terugkeerpremie voor middelgrote en grote werkgevers te berekenen, wordt allereerst bekeken of de individuele premiecomponent te berekenen is op basis van de schadelast van de werkgever. Dit kan als de werkgever recent nog publiek verzekerd is geweest en er in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de premie wordt berekend, nog publieke ZW-lasten waren. UWV heeft immers nog wel inzicht in deze lasten. Als de premie voor de individuele component hoger is dan de halve sectorale premie, wordt de individuele component gehanteerd. Als de individuele component lager uitkomt dan de halve sectorale premie, wordt de halve sectorale premie gehanteerd – totdat de premie kan worden vastgesteld op basis van individuele schadelast van de werkgever. Deze terugkeerpremie geldt maximaal voor twee jaar.

Om te komen tot een zo gelijk mogelijk speelveld, gaat de terugkeerpremie omhoog van de halve sectorale premie naar de gehele sectorale premie. Deze verhoging zorgt ervoor dat er geen premievoordeel meer valt te behalen door regelmatig te wisselen tussen de publieke verzekering en het eigenrisicodragerschap. Voor werkgevers waarvoor de individuele premie hoger uitkomt dan de sectorale premie blijft de individuele premie gelden.

Op macroniveau heeft deze wijziging geen effecten voor werkgevers. De premie voor de werkhervattingskas is namelijk lastendekkend. Nu worden de af te financieren staartlasten grotendeels gefinancierd door het collectief van publiek verzekerde werkgevers en na de beoogde wijziging worden zij voor een groter deel gefinancierd vanuit de terugkeerpremie en minder door het collectief.

Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Dit betekent dat ook werkgevers die per 1 januari of 1 juli 2023 terugkeren naar de publieke verzekering, per 1 januari 2024 de volledige sectorale premie gaan betalen. Zij konden bij de keuze om terug te keren rekening houden met deze verhoging. Werkgevers die per 1 januari of 1 juli 2022 overstappen naar de publieke verzekering, worden niet geraakt door de aanpassing omdat de terugkeerpremie voor hen tot maximaal 1 januari 2024 geldt.

Een verhoging van de terugkeerpremie betekent dat werkgevers die terugkeren naar de publieke ZW-verzekering een hogere, maar meer risicodekkende premie gaan betalen. De staartlasten die de publieke verzekering moet dekken, zijn dan op die manier beter te financieren uit de opbrengsten van de terugkeerpremie. Het collectief van publiek verzekerde werkgevers voor de ZW gaat hiermee een iets lagere premie betalen.

Tweede aanpassing Besluit Wfsv: regres door UWV

Bij de tweede wijziging gaat het om regels omtrent de premievermindering die plaatsvindt als het UWV voor een ZW-uitkering regres neemt.

Als een werknemer van een publiek verzekerde werkgever voor de ZW door een fout van een derde ziek is geworden, dan kan UWV de uitkering verhalen (regres nemen) op die derde partij. In dit geval kan de werkgever niet zelf regres nemen omdat de schade – de ZW-uitkeringslasten – voor rekening van het UWV komt. Omdat een extra ZW-uitkering echter wel doorwerkt in de premie van de publiek verzekerde werkgever, zou een werkgever een verzoek bij UWV kunnen indienen om over te gaan tot regres. UWV heeft een autonome bevoegdheid om wel of niet over te gaan tot het aansprakelijk stellen van een derde partij. UWV kan – bijvoorbeeld in situaties waarin UWV de kans van slagen als klein beoordeelt of als UWV van oordeel is dat de kans van slagen in geen verhouding staat tot de hoogte van de regresclaim – besluiten om niet over te gaan tot het aansprakelijk stellen van een derde partij.
Als UWV erin slaagde om (een gedeelte van) de ZW-uitkering te verhalen op een derde dan moest UWV dit bedrag in mindering brengen op de lasten van een werkgever die relevant zijn voor de component ZW en de component WGA voor zijn Whk-premie.

Om diverse redenen was de premiecompensatieregelgeving, die uitging van individuele regresclaims, niet goed uitvoerbaar. Het UWV compenseert daarom in de praktijk na het overgaan tot een claim (aansprakelijkstelling) volledig de Whk-premie. Op dat moment is waarschijnlijk nog geen vergoeding verkregen en is onduidelijk of – en hoeveel – schadevergoeding de aansprakelijkstelling oplevert. Deze werkwijze voorkomt dat werkgevers waarvoor UWV regres neemt, nadeel ondervinden.

Besloten is om de gevoerde werkwijze van UWV in regelgeving om te zetten. De uitkeringslasten worden na de aansprakelijkstelling volledig in mindering gebracht, ongeacht of UWV voor de volledige uitkering geheel verhaal doet op een derde. Daarmee is de regelgeving in lijn gebracht met de uitvoering en wordt voorkomen dat individuele werkgevers een te laag bedrag gecompenseerd krijgen in het geval van ZW-regres door UWV.

Deze wijziging is inmiddels in werking getreden. De aanpassing van de regels omtrent regres heeft geen feitelijke gevolgen omdat er niets verandert aan de staande uitvoeringspraktijk. Er zijn dan ook geen gevolgen aan verbonden voor werkgevers die de Whk-premie betalen.

0 reacties