Home / Nieuws / Heeft de A1-verklaring haar bindende kracht verloren?
donderdag 15 februari 2018

Heeft de A1-verklaring haar bindende kracht verloren?

Het Europese Hof van Justitie heeft in een uitspraak bepaald dat een A1-verklaring kan worden ingetrokken, als sprake is van fraude. In dat geval kan het werkland de verklaring, die bepaalt welke wetgeving van toepassing is bij werken over de grens, naast zich neerleggen. Deze recente uitspraak heeft verstrekkende gevolgen.

Sinds jaar en dag is het Hof van Justitie ervan uitgegaan dat een A1-verklaring (de verklaring die bepaalt welke sociale verzekeringswetgeving van toepassing is bij grensoverschrijdende arbeid) bindend is voor de bevoegde instanties, evenals voor de rechterlijke instanties, van het werkland. Voor de uitvoerende instanties in het werkland is dit veelal een doorn in het oog. Zij willen liever dat in het werkland sociale verzekeringspremies worden betaald in plaats van dat de buitenlandse sociale verzekeringswetgeving wordt voortgezet op basis van de A1-verklaring. Het accepteren van de A1-verklaring is dan ook dikwijls in twijfel getrokken, maar nooit eerder met succes. Tot de meest recente uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Altun van 6 februari 2018 (zaak C-359/16). Het Hof van Justitie heeft in deze zaak beslist dat de nationale rechter van het werkland de A1-verklaring buiten beschouwing mag laten, wanneer sprake is van fraude.

De zaak Altun
Een Bulgaarse onderneming detacheerde haar werknemers naar België en vroeg daarvoor A1-verklaringen aan. De Belgische Sociale Inspectie wilde deze verklaringen niet accepteren en stelde nader onderzoek in naar de invulling van de detacheringsvoorwaarden. Op basis van dit onderzoek werd vastgesteld dat de Bulgaarse onderneming geen activiteiten van betekenis uitvoerde in Bulgarije, terwijl dit een van de voorwaarden voor een bedrijf is om werknemers te kunnen detacheren en gebruik te kunnen maken van A1-verklaringen. De Belgische inspectiedienst verzocht de Bulgaarse bevoegde instantie die de verklaring had afgegeven deze afgifte te heroverwegen of in te trekken, maar daaraan werd geen gehoor gegeven. Vervolgens heeft een Belgische rechterlijke instantie hierover een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie. Die vraag luidde of een rechter in het werkland een A1-verklaring kan vernietigen of buiten beschouwing kan laten als sprake is van fraude.

Uitspraak Hof van Justitie
Het Hof van Justitie oordeelde allereerst dat er een procedure bestaat voor het in twijfel trekken van een A1-verklaring. Hierbij moet overleg met de bevoegde buitenlandse instantie plaatsvinden. Als dit niet leidt tot overeenstemming, moet de Administratieve Commissie en eventueel het Hof van Justitie worden ingeschakeld. Het Hof vervolgde met de overweging dat de rechter van het werkland deze verklaring buiten beschouwing kan laten, wanneer sprake is van fraude of misbruik.

Betekenis van de uitspraak
Het is voor het eerst dat het Hof van Justitie deze mening naar buiten brengt. Tot op heden ging het Hof er vanuit dat de procedure voor intrekking van A1-verklaring zorgvuldig moet worden bewandeld in het kader van een loyale samenwerking tussen lidstaten. Wanneer dat niet gebeurde, hoefde de A1-verklaring niet te worden ingetrokken. De uitvoerende instanties van het werkland konden dan geen premies heffen en de werknemer bleef sociaal verzekerd in het land van waaruit hij was gedetacheerd.

Deze uitspraak maakt het mogelijk de A1-verklaring toch in te trekken. Daarbij moeten de instanties van het werkland de afgevende instantie verzoeken de verklaring te heroverwegen of in te trekken. Ook moet er sprake zijn van een gerechtelijk onderzoek waarin fraude is vastgesteld.

De gevolgen van deze uitspraak zijn verstrekkend. België mag met terugwerkende kracht premies heffen, terwijl in Bulgarije al premies zijn betaald. De vraag is of Bulgarije deze premies gaat terugbetalen. De werknemers zijn voor de periode dat ze in België hebben gewerkt niet meer verzekerd in hun eigen land. Daar hebben ze mogelijk wel prestaties genoten, zoals kinderbijslag of een vergoeding voor artsenbezoek of medicijnen. De vraag is of deze rechten moeten worden terugbetaald. Ook is de vraag of deze rechten alsnog in België kunnen worden gerealiseerd.

Wat vindt AWVN
Het spreekt voor zich dat het onmogelijk zou moeten zijn gebruik te kunnen maken van A1-verklaringen, als sprake is van fraude of misbruik. De vraag is alleen hoe snel lidstaten zullen overgaan tot gerechtelijke procedures om fraude vast te laten stellen. Zullen landen daar snel toe overgaan, omdat ze van mening zijn dat alle buitenlandse werknemers sociaal verzekerd zouden moeten zijn in het werkland? Of respecteert het werkland de voorwaarden die zijn opgenomen in de sociale zekerheidsverordeningen?