Home / Nieuws / Kabinet trekt € 425 miljoen uit voor aanpak laaggeletterdheid
dinsdag 26 maart 2019

Kabinet trekt € 425 miljoen uit voor aanpak laaggeletterdheid

In Nederland hebben 1,3 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar moeite met taal en rekenen. Een groot deel van deze groep met laaggeletterdheid heeft bovendien beperkte digitale vaardigheden. In de periode 2020-2024 trekt het kabinet € 425 miljoen uit om dit probleem terug te dringen.

Onderdeel van de nieuwe aanpak is onder andere om meer mensen te bereiken die Nederlands als moedertaal hebben. Ook komt er geld beschikbaar om mensen te leren omgaan met een computer of smartphone.

Ook 3 miljoen voor werkgevers
Gemeenten krijgen meer geld om het bereik en de kwaliteit van hun lesaanbod te vergroten. Per regio komt er een ambitieus plan voor de komende jaren. Het extra budget voor gemeenten loopt op tot € 7,3 miljoen per jaar in 2024. Voor werkgevers komt jaarlijks € 3 miljoen beschikbaar om werknemers cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden aan te bieden. Ook wordt een expertisepunt basisvaardigheden opgericht, dat gaat fungeren als vraagbaak voor wet- en regelgeving op het gebied van volwassenenonderwijs, scholingsregelingen en subsidies. Onder andere gemeenten kunnen bij dit punt terecht met hun vragen.

Laaggeletterdheid
In Nederland hebben 1,3 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar moeite met taal en rekenen en velen van hen hebben bovendien beperkte digitale vaardigheden. Volgens een schatting gaat het om 2,5 miljoen mensen wanneer ook 65-plussers en mensen met uitsluitend lage rekenvaardigheden worden meegeteld. Laaggeletterden ervaren hier dagelijks de gevolgen van: bij het helpen van hun kinderen met schoolwerk, bij het vinden of behouden van werk, bij mobiel bankieren, bij het lezen van de bijsluiter van een medicijn of bij het communiceren met bijvoorbeeld een medewerker bij het gemeenteloket.
Voor de nadere vormgeving en uitvoering van de vervolgaanpak van ‘Tel mee met taal’ wordt samengewerkt met onder andere de doelgroep zelf, gemeenten, werkgevers en werknemers, bibliotheken en tal van maatschappelijke organisaties.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid