Werkgeversaansprakelijkheid

Het aangaan van een arbeidsovereenkomst impliceert voor de werkgever o.a. dat hij te maken krijgt met de wettelijke bepalingen over schade die de werknemer lijdt tijdens het werk.

Werkgeversaansprakelijkheid en schade tijdens werk

De werkgever heeft een zorgplicht voor de veiligheid van de werkomgeving van de werknemer. De werkgever is o.a. verplicht de lokalen waarin, en de werktuigen en gereedschappen waarmee de arbeid wordt verricht op die manier te verzorgen dat voorkomen wordt dat de werknemer schade lijdt. De zorgplicht betreft ook de instructie bij het gebruikmaken van lokalen, werktuigen en gereedschappen, maar ook het naleven van verplichtingen ter zake van arbeidsomstandigheden, zoals de Arbeidsomstandighedenwet.

Bewijslast
Het is in beginsel aan de werknemer om gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat schade is geleden tijdens de uitoefening van het werk en dat er een causaal verband is tussen de schade en de werkzaamheden. Als dat de werknemer lukt, dan is de werkgever aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werk heeft geleden, tenzij de werkgever aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De bewijslast dat de werkgever al zijn zorgplicht is nagekomen, ligt bij de werkgever. Aan deze bewijslast worden zware eisen gesteld.

Het kan lastig zijn voor de werknemer om het causaal verband aan te tonen, zeker bij beroepsziektes die geleidelijk zijn ontstaan. In dat geval kan de omkeringsregel worden toegepast. Dit verlicht de bewijslast van de werknemer. De omkeringsregel houdt in dat als de werknemer kan bewijzen dat hij bij het werk is blootgesteld aan bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen, dan wordt het causaal verband tussen de schade en het werk aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig waren.

Bewuste roekeloosheid van de werknemer
De werkgever hoeft de schade van de werknemer niet te vergoeden als deze schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Van bewuste roekeloosheid is pas sprake als de werknemer zich direct voorafgaand aan het ongeval ervan bewust was dat hij zich roekeloos gedroeg. Het begrip opzet/bewuste roekeloosheid wordt in de rechtspraak zeer beperkt uitgelegd. De bewijslast hiervoor ligt bij de werkgever.

Ook werkgeversaansprakelijkheid voor uitzendkrachten

De aansprakelijkheid van de werkgever kan ook gelden voor niet-werknemers die bij hem werkzaam zijn: bij uitzendarbeid, uitlening en aanneming van werk, maar ook bij stage-overeenkomsten of overeenkomsten met vrijwilligers. Relevant is of diegene zich in een vergelijkbare positie ten opzichte van de werknemers bevindt. Als een niet-werknemer schade lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, en die activiteiten behoren niet tot de werkzaamheden van de inlener, dan kan de niet-werknemer de inlener in beginsel niet aansprakelijk stellen. Bijvoorbeeld de schilder die een ongeval krijgt bij het schilderen van een advocatenkantoor.

Welke schadevergoeding kan een werknemer eisen?
Is de werkgever aansprakelijk voor de door de werknemer in de uitoefening van de functie geleden schade, dan is de werkgever gehouden die schade te vergoeden. De werknemer heeft in dat geval recht op vergoeding van vermogensschade en ander nadeel. Dit betreft onder andere:
• gederfde inkomsten (indien geen loondoorbetaling plaatsvindt)
• ziektekosten
• beschadiging van goederen, zoals een auto of kleding
• kosten voor aanpassen van de woning, huishoudelijke hulp etc.
• immateriële schade.

Werkgeversaansprakelijkheid ten opzichte van uitgeleende werknemers

In de wet is bepaald dat zowel de uitlener (formele werkgever) als de inlener hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade ontstaan bij ingeleende arbeidskrachten (bijvoorbeeld uitzendkrachten) in de uitoefening van de werkzaamheden.
De ingeleende werknemer kan dus zowel zijn formele werkgever als de inlener aansprakelijk stellen. Uitlener en inlener zullen goede afspraken moeten maken omtrent het nemen van veiligheidsmaatregelen en het vergoeden van schade die is opgelopen in het uitoefenen van de werkzaamheden.

Beroepsziekten
De zorgplicht omvat niet alleen het voorkomen van arbeidsongevallen, maar ook het voorkomen van beroepsziekten. Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening die overwegend het gevolg is van het werk. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: huidaandoeningen, slechthorendheid, stoflongen, schildersziekte, rugklachten, RSI, ziekte als gevolg van het werken met asbest, en psychische aandoeningen (bijvoorbeeld burn-out) die zijn te relateren aan de arbeidsomstandigheden.

Het gaat er daarbij om wat de werkgever had behoren te weten omtrent de gevaren van het gebruik van bepaalde stoffen of werkomstandigheden en welke preventieve maatregelen hij had moeten nemen. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de destijds bestaande kennis en inzichten. Daarbij is mede van belang de mate van zekerheid dat het werken gezondheidsrisico’s met zich bracht, de aard en ernst van de risico’s en de duur en intensiteit van de blootstelling.
Als werkgever dient u dus te (laten) onderzoeken en te laten voorlichten door deskundigen omtrent de aan de werkzaamheden (en de daarbij gebruikte grondstoffen) verbonden gevaren en de daaraan te verbinden veiligheidsmaatregelen.

Werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongevallen en bedrijfsuitjes

Wanneer een ongeval niet plaatsvindt ‘in de uitoefening van de werkzaamheden’, maar wel verband houdt met het werk, kan de werkgever onder bepaalde omstandigheden ook aansprakelijk worden gehouden voor de schade die de werknemer lijdt. Denk bijvoorbeeld aan bedrijfsuitjes: je bent niet aan het werk, maar er is toch een zeker verband met het werk. Zeker als het bedrijfsuitje min of meer verplicht wordt gesteld (expliciet of impliciet), dan zal er eerder aansprakelijkheid worden aangenomen. De werkgever is dan niet aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW, maar op basis van het goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW).

Ook houdt goed werkgeverschap volgens de rechtspraak in dat de werkgever moet zorgen voor een behoorlijke verzekering van werknemers van wie de werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als deelnemers aan het wegverkeer betrokken kunnen raken bij een verkeersongeval. Er moet dan wel een behoorlijke verzekering die dekking biedt tegen de schade met betaalbare premie beschikbaar zijn. Indien de werkgever tekort is geschoten in zijn verplichting zorg te dragen voor zo’n behoorlijke verzekering, dan is de werkgever aansprakelijk voor de door de werknemer geleden schade als gevolg van de tekortkoming.

Aansprakelijkheid werknemer voor schade bij de werkgever
De werknemer kan bij de uitoefening van zijn werkzaamheden schade toebrengen aan de werkgever. De werknemer kan bijvoorbeeld schade toebrengen aan zaken van de werkgever of onzorgvuldig handelen waardoor de werkgever nadeel ondervindt. De wet schrijft voor dat de werknemer niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Uitdrukkelijk bepaalt de wet dat uit de omstandigheden van het geval, mede gelet op de aard van de overeenkomst, een andere beslissing kan voortvloeien. Dit betekent dat er omstandigheden kunnen zijn waarin niet altijd de strenge eis van opzet of bewuste roekeloosheid van toepassing is. In dat geval kan ernstige verwijtbaarheid of vergaande nonchalance voldoende zijn om schade op de werknemer te verhalen. Verkeersboetes komen in beginsel wel voor rekening van de werknemer.

Er kan slechts van bovenstaande wettelijke regeling (werknemer is niet-aansprakelijk, tenzij) worden afgeweken voor zover de werknemer hiervoor is verzekerd en de afwijking schriftelijk is overeengekomen.

Update Maaike Hilhorst, 12-2022

0 reacties