Home / ET-scan

ET-scan

Professionele ondersteuning bij het toepassen van de ET-regeling (ET: extraterritoriale kosten) is geen overbodige luxe: onjuiste toepassing van de regeling kan vervelende (financiële) gevolgen hebben. AWVN heeft daarom een ET-scan voor uitzendondernemingen ontwikkeld om de ABU en haar leden te ondersteunen bij de implementatie en optimalisatie van de ET-regeling.

Wat houdt de ET-scan in?
AWVN voert de ET-scan op locatie uit, bij de uitzendonderneming.  De scan begint met een intakegesprek met de direct verantwoordelijke binnen de onderneming. Bij uitvoering wordt getoetst of voldaan is aan de relevante wet- en regelgeving, waaronder de wet loonbelasting, het convenant over de ET-regeling, de WML, de WAS en de cao voor uitzendkrachten. Een AWVN-adviseur kijkt naar een correcte toepassing en de optimale inrichting van de regeling. Nadien ontvangt u uitgebreide rapportage met bevindingen en adviezen ter verbetering. en een aantal digitale documenten, zoals een op maat gemaakte aanvullende arbeidsovereenkomst en uitleg van de ET-regeling voor de werknemer.
Kosten
€ 3.000, exclusief btw, ABU-leden krijgen € 500 korting. Voor aanvullende dienstverlening, zoals voorbereiden overleg met uw inspecteur en uitwerken specifieke aanbevelingen uit ons rapportage geven wij graag een aanvullende prijsopgave.

De ET-regeling [lemma HR van A tot Z] is een in de cao voor uitzendkrachten opgenomen bepaling die het mogelijk maakt om brutoloon uit te ruilen tegen onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de zogenaamde extraterritoriale kosten. Extraterritoriale kosten zijn extra kosten voor uitzendkrachten van buiten Nederland afkomstig, die tijdelijk in Nederland werken. In de ET-regeling gaat het specifiek om de kosten voor dubbele huisvesting, de vervoerskosten van en naar het land van herkomst en de (hogere) kosten voor levensonderhoud. Het uitruilen van brutoloon kan zowel voor de uitzendondernemingen als voor de buitenlandse uitzendkrachten voordeel opleveren.

Het convenant dat brancheorganisaties ABU en NBBU in december 2010 hebben gesloten met de Belastingdienst biedt op het gebied van extraterritoriale kosten verduidelijking en welke kosten vrij vergoed of verstrekt mogen worden.

In de praktijk blijkt echter dat er open eindjes zijn en dat niet alle uitzendkrachten precies passen binnen de afspraken in het convenant. Zo worden buitenlandse uitzendkrachten steeds vaker geworven via social media, jobboards en mond-tot-mondreclame, en steeds minder via een buitenlandse vestiging of een wervingsbureau. Lastig is dat het convenant niet is geschreven met deze moderne manieren van werving in het achterhoofd. Ook vestigen buitenlandse uitzendkrachten zich vaak voor langere tijd in Nederland; sommigen – zoals achteraf blijkt – zelfs voor onbepaalde tijd. Voor deze situaties biedt het convenant geen oplossing. Dit leidt tot de vraag in hoeverre een uitzendonderneming alsnog gebruik kan maken van de gemaakte afspraken. Een en ander kan het noodzakelijk maken om met de Belastingdienst aanvullende afspraken te maken over hoe kan worden aangetoond dat het gaat om een buitenlandse medewerker.

Andere vragen die in de praktijk rijzen, zijn bijvoorbeeld:
• ik verstrek geen huisvesting, maar ik vergoed de kosten van huisvesting, valt dat ook onder de ET-regeling?
• hoe stel ik de kosten van levensonderhoud vast?
• hoe stel ik de reisfrequentie en de reisafstand tussen Nederland en het woonland vast?
• hoe kan ik de ruilruimte voor toepassing van de regeling berekenen?

Op dergelijke vragen bestaat voor de branche niet eenvoudig een eenduidig antwoord op. Aangezien dit afhankelijk is van de concrete situatie, moet hier op ondernemingsniveau invulling aan worden gegeven.