Home / ET-regeling

Logo AWVN-werkgeverslijnDe ET-regeling is een in de cao voor uitzendkrachten opgenomen bepaling die het mogelijk maakt om brutoloon uit te ruilen tegen onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de zogenaamde extraterritoriale kosten.

Extraterritoriale kosten zijn extra kosten voor uitzendkrachten van buiten Nederland afkomstig, die tijdelijk in Nederland werken. In de ET-regeling gaat het specifiek om de kosten voor dubbele huisvesting, de vervoerskosten van en naar het land van herkomst en de (hogere) kosten voor levensonderhoud.
Het uitruilen van brutoloon kan zowel voor de uitzendondernemingen als voor de buitenlandse uitzendkrachten voordeel opleveren.

Voor bepaalde, met name hoog gekwalificeerde, buitenlandse werknemers geldt een aparte regeling: de zogeheten 30%-regeling. Bij deze werknemers wordt het niveau van de extraterritoriale kosten gefixeerd op 30% van het loon.

De ET-regeling bestaat sinds eind 2010; de afspraken sluiten aan op het convenant tussen de brancheorganisaties en de Belastingdienst (eveneens in 2010 gesloten).
Recent in werking getreden wetgeving beïnvloedt de toepassing van de ET-regeling.
De Wet aanpak schijnconstructies (WAS, lemma A tot Z) bevat het verbod om inhoudingen op het minimumloon te doen. Uitzonderingen op dit verbod zijn gemaakt voor de wettelijke inhoudingen zoals de loonheffing en pensioenpremies, maar ook voor o.a. huisvestingskosten en premiekosten voor de zorgverzekering. Er gelden wel specifieke voorwaarden voor de omvang en de administratieve verwerking van de inhoudingen.
De aanpassing van de WML op 1 januari 2018 (lemma A tot Z). Tot die tijd viel overwerk niet onder viel overwerk niet onder de Wet op het minimumloon en nominale vakantiebijslag. Een werknemer die voor zijn standaardarbeidsduur het minimumloon verdient, kon met een beroep op de WML geen uitbetaling van overwerk eisen. Sinds 1 januari 2018 is dit anders: overwerk (of meeruren) valt nu ook onder de bescherming van het minimumloon.
Voor de toepassing van de ET-regeling betekent dit dat de ruilruimte beperkt is tot het loon minus 108% maal de normale arbeidsduur plus de gewerkte extra uren. Het aanwenden van het volledige overwerkloon als bron voor de uitruil is met de aanpassing van de WML niet in alle gevallen meer mogelijk.