dinsdag 23 maart 2021

Wetsvoorstel toekomst pensioenen: wat valt op in reacties?

Kabinet, vakbonden en werkgeversorganisaties bereikten op 15 juni 2019 het pensioenakkoord, sluitstuk van een jarenlange discussie over een nieuw pensioenstelsel en de vormgeving daarvan. Op het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen, waarin de herziening van het pensioenstelsel is uitgewerkt, kwamen maar liefst 500 reacties binnen! Wat valt op en wat mist?

Wat staat er in de Wet toekomst pensioenen?

  • Nieuwe soorten pensioenregelingen op basis van beschikbare premie (premieregelingen);
  • Alle pensioenregelingen krijgen een vlakke, leeftijdsonafhankelijke premiestaffel. Iedere deelnemer ontvangt, ongeacht de leeftijd, dezelfde premie;
  • Pensioenuitkeringen zijn niet langer vast, maar bewegen mee met de economische ontwikkelingen.

Hier vindt u meer informatie over het wetsvoorstel

Openbare consultatie: voltallige pensioensector reageert

Het kabinet heeft niet minder dan 1400 pagina’s aan reacties gekregen op het wetsvoorstel voor een nieuw pensioenstelsel. De pensioenfederatie (koepel van pensioenfondsen) reageert met een document van 300 pagina’s, meer dan de memorie van toelichting en de wetsartikelen bij elkaar. Toegegeven, daar zitten veel gepensioneerden bij die het er niet mee eens zijn dat hun pensioen wordt opgenomen (‘ingevaren’) in het nieuwe stelsel. En overigens ook gepensioneerden die niet kunnen wachten tot hun pensioen wordt ingevaren: zij hebben de afgelopen 10 jaar, of nog langer, geen indexatie ontvangen.

Werkelijk alle organisaties die er toe doen in de pensioensector hebben van zich laten horen. Pensioenfondsen, verzekeraars (inclusief de koepelorganisaties), belangenorganisaties van bijvoorbeeld ouderen, zelfstandigen, financieel onafhankelijk adviseurs, advocatenkantoren, pensioenadvieskantoren, de wetenschap en ga zo maar door. Het onderstreept het belang van deze grootste pensioenstelselherziening sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw. Het gaat immers om een verdeling van €1600 mrd à €1700 mrd aan pensioenvermogen.

Afgelopen vrijdag 19 maart gaf ik tijdens de PensioenFlits een presentatie over de voor werkgevers meest in het oog springende reacties op het wetsvoorstel.
Hier kunt u de presentatie terugkijken.
Bekijk hier de bijbehorende slides.

Het voert te ver hier alle punten langs te lopen. In dit blog vertel ik u welke twee punten mij het meest zijn opgevallen na het lezen van alle reacties op het wetsvoorstel.

Wilt u op de hoogte blijven van alle nieuwe ontwikkelingen rondom het pensioenakkoord? Meld u dan aan voor de volgende PensioenFlits op 16 april a.s.

Compensatie voor overgang naar nieuwe pensioenregeling

In het pensioenakkoord is afgesproken dat deelnemers zo nodig adequaat én kostenneutraal moeten worden gecompenseerd voor de overgang naar de nieuwe regeling. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau en dertien pensioenfondsen bleek dat compensatie, eenvoudig gezegd, kan plaatsvinden vanuit het vermogen van het pensioenfonds als de pensioenen worden ingevaren in de nieuwe regeling. Daarbij is het uitgangspunt: één arbeidsvoorwaardentafel – één pensioenregeling – één pensioenfonds. Denk aan bedrijven die verplicht zijn aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, bijvoorbeeld een van de metaalfondsen. Dat is de situatie waar het wetsvoorstel vooral voor lijkt te zijn geschreven.

Veel bedrijven – ook veel leden van AWVN – hebben hun pensioenregeling echter niet bij één pensioenuitvoerder ondergebracht. Is er in die gevallen voldoende ruimte om binnen de regeling te compenseren? En zo niet, wat zijn dan de consequenties voor de werkgever? Neem de volgende situatie: de werkgever heeft de opgebouwde pensioenen een paar jaar geleden premievrij achtergelaten bij een verzekeraar. Voor de toekomstige pensioenopbouw is het bedrijf vrijwillig aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, zoals PGB, een multisectoraal pensioenfonds. Of de situatie dat de in het verleden opgebouwde pensioenen (bijvoorbeeld vanuit een pensioenfonds dat is geliquideerd) zijn ondergebracht bij een Algemeen Pensioenfonds. De pensioenopbouw vindt plaats bij een andere pensioenuitvoerder. Kunnen deze gesloten regelingen worden meegenomen in de berekening van de hoogte van de eventuele compensatielast? Mogelijk kan dit helpen om de compensatielast voor de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel te verkleinen.

AWVN heeft hier aandacht voor gevraagd. We hopen dat hier meer guidance voor komt, bijvoorbeeld in de lagere regelgeving. De verwachting is dat de discussie met betrekking tot een zo nodig adequate compensatie op de cao- en arbeidsvoorwaardentafel zal belanden. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de afspraak inzake kostenneutraliteit.

Partnerpensioen: onafhankelijk van diensttijd en verzekerd op risicobasis

De vormgeving van het partnerpensioen – een pensioen voor de partner als de deelnemer overlijdt- gaat helemaal veranderen in het nieuwe stelsel. Het huidige partnerpensioen is verworden tot een ‘lappendekken’ en kan leiden tot risico’s van het ontbreken van dekking bij overlijden vóór de pensioendatum. Het nieuwe partnerpensioen wordt diensttijdonafhankelijk, verzekerd op risicobasis en gekoppeld aan het salaris in plaats van rekening te houden met een franchise. Dat betekent dat een deelnemer tijdens het dienstverband verzekerd is tegen overlijden en dat de hoogte van de uitkering onafhankelijk is van de diensttijd. Prachtig, zou je zeggen. Dat klopt. Tegelijkertijd is het nieuwe partnerpensioen in een laat stadium in het wetsvoorstel gekomen, op basis van een advies van de Stichting van de Arbeid.

Er moet dus nog veel worden uitgewerkt. En dat is te merken in de vele reacties op dit onderwerp. Een van de reacties is dat het oorspronkelijke, heldere voorstel, is verworden tot een complex geheel. Aandacht wordt gevraagd voor de risicodekking bij einde dienstverband. Bijvoorbeeld als het gaat om het voortzetten van de risicodekking gedurende een periode van drie maanden tussen twee dienstverbanden. De uitzend- en de horecasector geven aan dat dit niet in verhouding staat tot de lengte van de dienstverbanden in deze sectoren. Daarnaast is er veel aandacht voor de transitie: opgebouwde pensioenen bij pensioenfondsen moeten worden ingevaren, aldus de pensioenfondsen. Verder is een bepaling gewenst die de uitkering maximeert, om heel hoge partnerpensioenen te voorkomen.

Pensioenwet op 1 januari 2022 in werking?

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is druk bezig om alle reacties in kaart te brengen. Ik ben zeer benieuwd welke onderdelen worden verwerkt in het uiteindelijke wetsvoorstel. Minister Koolmees heeft aangegeven dat hij het wetsvoorstel na de zomer wil indienen bij de Tweede Kamer. Er zal nog lagere regelgeving komen. Het streven is dat de wet op 1 januari 2022 in werking treedt. Laten we zeggen dat dit ambitieus is. Ik durf er geen fles wijn op in te zetten dat deze datum wordt gehaald.

Wat betekent het pensioenakkoord voor werkgevers?
Wat betekent het pensioenakkoord voor werkgevers?
0 reacties