Home / blog / Wat werkgevers moeten weten over de nieuwste CPB-raming
maandag 22 juni 2020

Wat werkgevers moeten weten over de nieuwste CPB-raming

Nu de coronagezondheidscrisis minder acuut is en de contactmaatregelen steeds verder worden versoepeld,  komt er meer aandacht voor de vraag hoe bedrijven en de economie als geheel de coronarecessie zo gezond mogelijk doorkomen. Daarvoor is het belangrijk te weten waar de economie staat en zich verder ontwikkelt. De nieuwste economische raming van het Centraal Planbureau (CPB) die op 16 juni werd gepubliceerd geeft daar inzicht in en schetst een somber beeld. Deze blog gaat in op de nieuwe inzichten die de CPB-raming (met vier scenario’s!) oplevert en wat dat betekent voor werkgevers.

Normaal gesproken presenteert het CPB in haar raming één basisscenario. Omdat de onzekerheden in deze raming veel groter zijn dan in andere jaren door de unieke omstandigheden van de coronacrisis, heeft het CPB deze keer ook drie aanvullende scenario’s in kaart gebracht. Het basisscenario rekent op ‘matig herstel’: de economie krimpt met -6,4% in 2020 (een veel grotere krimp dan in 2008) en groeit met 3% in 2021. De werkloosheid loopt op tot 7% in 2021 (iets lager dan het hoogste werkloosheidspercentage tijdens de grote recessie) waarna het weer langzaam afneemt.
De aanname in dit scenario is dat het coronavirus en de gerelateerde contactmaatregelen voortsudderen en er geen grote tweede infectiegolf uitbreekt. Op basis van deze raming is de economische schade in Nederland in 2020 minder groot dan in veel andere Europese landen. Wel duurt het tot 2022 voor de economische schade is ingelopen.

Hoe het herstelpad eruit gaat zien, hangt af van verschillende aannames die eigenlijk niet zijn te voorspellen: hoe lang de contactmaatregelen duren, hoe snel consumenten en producten in Nederland en andere landen weer geld uitgeven, en of de crisis overslaat naar overheidsbegrotingen of de financiële sector. De wildcard is natuurlijk of er een grote tweede golf aan coronabesmettingen komt met alle gevolgen van dien.
Daarom geeft het CPB ook de alternatieve scenario’s veel aandacht: een positief scenario waarin de economie en arbeidsmarkt zich snel aanpassen en de uitgaven van consumenten en producten snel herstellen. En twee negatievere scenario’s: één waarin de problemen bij handelspartners en financiële sector de groei fors vertragen en het wildcard-scenario waarin er een tweede coronagolf komt. Waar het basisscenario somber is zijn de effecten van deze laatste twee scenario’s ronduit rampzalig.

Wat leren we hiervan?
De grote spreiding in uitkomsten qua groei en werkloosheid van de verschillende scenario’s geeft aan hoe groot de onzekerheid is en dus ook hoe moeilijk het is voor werkgevers (en beleidsmakers) om te weten op welke toekomst ze zich moeten richten. Dat betekent niet dat we er niets aan hebben. Als we naar alle scenario’s kijken, leren we een paar dingen.

• De economische klap is groot en een snel herstel – een v-recessie (link) – lijkt niet realistisch meer. Om de klap boven te komen, gaat het niet alleen om herstel van de economische activiteit naar het niveau van begin dit jaar maar ook om de gemiste groei in te halen. In het positieve scenario van het CPB gebeurt dat pas in 2022. In het basisscenario duurt dat veel langer. Dat benadrukt ook de voortdurende en langjarige noodzaak voor overheidsmaatregelen om het herstel te ondersteunen.

• De werkloosheid neemt hard toe in alle scenario’s en raakt volgens het CPB vooral zzp’ers en mensen met een flexibel contract. In het basisscenario verdubbelt de werkloosheid ten opzichte van het laagterecord van begin dit jaar. In de negatieve scenario’s neemt de werkloosheid toe tot boven de 10%, wat substantieel hoger is dan de hoogste werkloosheid tijdens de grote recessie (8%).

• Het steunpakket van de overheid is veel groter van omvang is dan in de vorige crisis, en is ook groot ten opzichte van andere landen. De overheid doet er alles aan om de economische schade te beperken, en de aanpak tot dusver zorgt volgens economen tot betere uitkomsten en een sneller herstel dan zonder steunpakket. Zo is paniek voorkomen en blijven bedrijven en werkgelegenheid in stand. Het CPB geeft aan dat de Nederlandse overheid deze steun en eventuele langdurige steunmaatregelen ook in een slechter scenario dan het basisscenario kan financieren – zonder dat de overheidsbegroting in de gevarenzone komt. Dat is een geruststellend vooruitzicht.

• De verwachting is dat de steunpakketten ook in een volgende fase worden voortgezet, maar in een andere vorm. Het CPB legt daarbij terecht de vinger op de zere plek: in principe is het noodzakelijk dat de steunpakketten zich meer richten op aanpassing aan de nieuwe situatie in plaats van op het behouden van bestaande werkgelegenheid. Tegelijkertijd is het risico dat zo’n aanpak negatief kan uitpakken mocht er een nieuwe coronagolf uitbreken. Het nieuwe steunpakket wordt dus een lastiger puzzel voor de regering dan het vorige pakket.

Drie grote uitdagingen voor werkgevers in de herstelfase
De CPB raming onderstreept de grote uitdagingen waar werkgevers de komende herstelfase voor staan.

1. De economische impact van de crisis is minder snel in te dammen dan we aanvankelijk hoopten en raakt meer sectoren. In eerste instantie was de hoop dat de economische impact kon worden beperkt tot direct getroffen sectoren zoals de horeca, de reissector en de evenementenbranche (en dat tijdelijke steun die dip zou stutten).
Nu de crisisperiode langer duurt wordt steeds duidelijker dat de crisis zich al over grote delen van de economie heeft verspreid. Kortom: bedrijven die in eerste instantie relatief ver van de corona-impact stonden, kunnen ook in zwaar weer terechtkomen of zijn daar al beland. Veel bedrijven zullen dus –al is het uit voorzorg – moeten nadenken over kostenreductie op een manier dat kansen voor potentiële groei mogelijk blijven.

2. De toekomst blijft voorlopig onzeker. Deze coronacrisis kent veel meer onzekere factoren dan andere recessies. De vraag is dus niet zozeer: wat doen we als de economie weer aantrekt, maar hoe gaan we om met het feit dat aantrekken en inkrimpen nauwelijks te voorspellen is en elkaar in rap tempo kunnen afwisselen? Dat maakt vooruitplannen voor werkgevers moeilijk. En toch zal dat moeten. Afgelopen maanden deden veel bedrijven een pas op de plaats (geen nieuwe cao-onderhandelingen, geen nieuwe HR-interventies), maar nu duidelijk is dat er voorlopig geen duidelijkheid komt, moet je toch handelen om vooruit te komen. Deze CPB-scenario’s kunnen daarbij helpen. Daarnaast verwachten we dat steeds meer werkgevers met eigen scenario’s gaan werken.

3. Wendbaarheid is noodzakelijker dan ooit. Zoals hierboven al gesteld: de impact van coronacrisis op je bedrijf of organisatie kan snel veranderen. Waar het vooruitzicht van de marktkansen vandaag pessimistisch zijn, kan dat morgen omslaan in een gunstiger beeld (of omgekeerd). Dat kan komen doordat het economisch beeld verandert maar ook doordat de overheid besluit om maatregelen in te trekken, op te leggen of aan te passen met directe gevolgen voor de activiteiten van je bedrijf. Dat vraagt van HR om bijzonder snel in te spelen op de actuele situatie.

Arbeidsvoorwaarden zijn direct gelinkt aan deze drie uitdagingen. Om werkgevers te gidsen in het vormgeven en aanpassen van arbeidsvoorwaarden in coronatijd doet AWVN in de nieuwe arbeidsvoorwaardennotasuggesties wat werkgevers kunnen doen om zowel gezond de crisis door te komen als op de langere termijn wendbaarder en crisisbestendiger te worden.

Koen van Schie-Akdag

0 reacties