Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Samenloop WW en pensioen: lastige materie
maandag 18 september 2017

Samenloop WW en pensioen: lastige materie

Als een werknemer een WW-uitkering heeft, worden inkomsten uit arbeid hierop in mindering gebracht. Wat die inkomsten uit arbeid precies zijn, is uitgewerkt in het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (verder: het Algemeen inkomensbesluit). Dit besluit is niet alleen vrij technisch van aard, maar ook tamelijk ingewikkeld te lezen. Dat geldt met name voor bepalingen over de samenloop van WW en pensioen.

Hoofdregel is dat een pensioenuitkering als inkomen moet worden gezien – en daarom in mindering moet worden gebracht op een WW-uitkering. Maar het Algemeen inkomensbesluit voorziet ook in een aantal uitzonderingen, waardoor het soms moeilijk is om te beoordelen of er nu wel of niet gekort gaat worden. Zo hoort het pensioen niet tot het inkomen als de werknemer al pensioen ontving voordat de werknemer werkloos werd én het betrekking heeft op een eerder verlies aan arbeidsuren.
Wanneer dit zich voordoet. is niet alleen lastig te beoordelen voor werknemers, maar ook voor werkgevers die met hun werknemer de gevolgen van het eindigen van het dienstverband willen bespreken. Onlangs heeft de Centrale Raad van Beroep in een tweetal zaken meer duidelijkheid gegeven over hoe deze bepalingen uit te leggen.

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over de meest actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.

In de eerste uitspraak ging het om een werknemer die twee banen naast elkaar had. Op 1 november 2011 ging hij voor de eerste baan met (pre)pensioen en ontving vanaf dat moment een pensioenuitkering. Daarnaast bleef hij gewoon in zijn tweede baan doorwerken tot het dienstverband per 1 januari 2015 wegens bedrijfseconomische redenen werd beëindigd. Hij kreeg vervolgens een WW-uitkering, waarop het UWV de prepensioenuitkering in mindering bracht. De werknemer was het daar niet mee eens en ging naar de rechter. Uiteindelijk kwam de zaak bij de Centrale Raad van Beroep, die het UWV gelijk geeft.
Volgens de Centrale Raad moet de uitzonderingsregel restrictief worden uitgelegd. Het prepensioen hoort niet tot het inkomen als de werknemer dit al ontving voordat de werknemer werkloos werd én het betrekking heeft op een eerder verlies aan arbeidsuren. Deze uitzonderingsregel is alleen van toepassing als het prepensioen verband houdt met dezelfde dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden. Alleen in dat geval wordt het prepensioen niet op de WW-uitkering in mindering gebracht. In het geval dat het prepensioen verband houdt met een ander dienstverband, moet het wel op de WW-uitkering worden gekort.

Op dezelfde dag deed de Centrale Raad uitspraak in een andere zaak. Daarin was sprake van een samenloop van pensioen en WW. Daar ging het om een werkneemster die een baan had voor 32 uur. Vanaf 1 maart 2015 ging zij 24 uur per week werken en ontving voor de resterende 8 uur een (pre)pensioenuitkering. Vervolgens werd het dienstverband op 1 juni volledig beëindigd. Werkneemster kreeg een WW-uitkering waarop het prepensioen in mindering werd gebracht. In dit geval kreeg de werkneemster gelijk. Omdat het prepensioen betrekking heeft op eerder urenverlies uit hetzelfde dienstverband waaruit later de werkloosheid is ontstaan, mag het prepensioen niet op de WW in mindering worden gebracht. De stelling van het UWV dat deze regeling hier niet opging omdat er sprake was van een beperkt eerste urenverlies, merkte de Centrale Raad als niet ter zake doend aan.

• Link naar eerste uitspraak (uitspraken.rechtspraak.nl)
• Link naar tweede uitspraak (uitspraken.rechtspraak.nl)