maandag 19 december 2022

Werkingssfeerbepaling, verplichtstellingsbesluit: hoe uit te leggen? (deel 2)

Moet een bedrijf dat vleesvervangers (vegetarische frikandellen, gehaktballen en hamburgers) produceert, verplicht worden aangesloten bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees? De rechtbank Den Haag stelt dat vleesvervangende producten niet gelijkgesteld kunnen worden aan vleeshoudende producten en dat er geen sprake is van verplicht aansluiten bij het Bedrijfstakpensioenfonds. In dit blog gaat AWVN-advocaat Jop Ringeling dieper in op hoe de rechtbank tot deze conclusie komt en waarom het voor ondernemingen zo belangrijk is om helderheid te hebben over de juridische positie op dit onderwerp.

AWVN-blog arbeidsrecht

Pannenkoek is geen koek

Eerder al schreef ik op deze plek hoe een werkingssfeerbepaling in een cao moet worden uitgelegd. De aanleiding voor dat blog was een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag. Dat moest de vraag beantwoorden of een fabrikant van kant-en-klare pannenkoeken onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit van Pensioenfonds Zoetwaren viel. Oftewel, is een pannenkoek een soort koek in de zin van het verplichtstellingsbesluit voor de zoetwarenindustrie?

Het Gerechtshof in Den Haag liet bij de beantwoording zowel de letterlijke tekst uit de Van Dale als de maatschappelijke opvatting een rol spelen. Het Gerechtshof oordeelde dat de definitie van het woord ‘koek’ in de Van Dale en andere gezaghebbende woordenboeken, dermate ruim is dat hieraan geen doorslaggevende betekenis moet worden toegekend. Volgens het Gerechtshof ligt het bij de uitleg van het woord ‘koek’ meer voor de hand om aan te sluiten bij de betekenis van het begrip ‘koek’ in de bakkerijsector. Het Gerechtshof gaat ervan uit dat naar algemene maatschappelijke opvattingen een pannenkoek niet als een soort koek wordt gezien. De categorisering van producten in supermarkten bevestigt naar het oordeel van het Gerechtshof dat pannenkoeken naar maatschappelijke opvattingen niet worden gezien als koek.

Een vleesvervanger is geen vlees

In deze recente zaak krijgt Like Meat, een bedrijf dat vegetarische vleesvervangers produceert, van het (bedrijfstak)pensioenfonds VLEP een brief dat zij onder het verplichtstellingsbesluit van het Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees valt. Immers, in dat verplichtstellingsbesluit is opgenomen dat onder gemaksvoeding onder andere wordt verstaan frikandellen, gehaktballen, hamburgers, kant-en-klaarmaaltijden en maaltijdcomponenten die samen een volledige maaltijd vormen. Volgens VLEP bevatte een frikandel, gehaktbal of hamburger vroeger weliswaar altijd vlees, maar die tijd ligt inmiddels achter ons. In het huidige spraakgebruik kunnen frikandellen, gehaktballen en hamburgers net zo goed producten zonder vlees zijn, aldus VLEP. De kantonrechter gaat in die argumentatie niet mee en oordeelt dat, ondanks dat het spraakgebruik is geëvolueerd, daarmee niet ook automatisch niet-vleeshoudende frikandellen, gehaktballen en hamburgers onder de definitie van frikandellen, gehaktballen en hamburgers in de zin van het verplichtstellingsbesluit zijn komen te vallen.

Ook het feit dat een zeker product (bijv. een vegetarische gehaktbal) lijkt op een ander (bekend en/of bestaand) product (bijv. een vleeshoudende gehaktbal) betekent volgens de kantonrechter niet dat die producten ook dezelfde producten zijn.

Een ander argument van het (bedrijfstak)pensioenfonds VLEP is dat de begrippen frikandel, gehaktbal en hamburger al langere tijd ongewijzigd staan opgenomen in het verplichtstellingsbesluit of voorgangers daarvan, wellicht reeds sinds 1956. Deze termen zouden dus eigenlijk moeten mee evolueren met de evolutie van het spraakgebruik.

Als reactie op dat verweer heeft de kantonrechter de ‘Dikke Van Dale’ in de uitgave van 1992 – ruwweg halverwege tussen 1956 en heden – geraadpleegd op de zoektermen: frikandel, gehaktbal en hamburger, met de volgende resultaten:

  • frikandel: worstvormig stuk gebraden gehakt;
  • gehaktbal: bal gehakt;
  • hamburger: rond, plat, gebraden stuk gehakt, waarbij gehakt wordt omschreven als: fijngehakt of fijngemalen vlees.

Onmiskenbaar blijkt hieruit dat in het verleden een frikandel, gehaktbal en/of hamburger steevast vlees bevatte. Van vleesvervangers was destijds waarschijnlijk nog geen sprake, althans werden vleesvervangende producten in het spraakgebruik niet met vleeshoudende producten gelijkgesteld.

Omdat deze definities dateren van voor de evolutie van het spraakgebruik en deze definities niet aan de verandering zijn aangepast, trekt de kantonrechter de conclusie dat de term moet worden uitgelegd aan de hand van hetgeen ten tijde van het opstellen onder de definitie werd verstaan.

In dat licht overweegt de kantonrechter dat met de termen frikandel, gehaktbal en hamburger in het (huidige) verplichtstellingsbesluit, in ieder geval sinds dat deze producten steevast vlees bevatten, producten worden bedoeld die vlees moeten bevatten.

Aangezien de frikandellen, gehaktballen en hamburgers van Like Meat geen vlees bevatten, vallen deze producten dus niet onder de definitie van ‘gemaksvoeding’ in de zin van het Besluit. Like Meat valt dus niet onder de werking van het verplichtstellingsbesluit en hoeft dus niet aan te sluiten bij VLEP.

Valt onderneming onder werkingssfeer cao? Geen eenduidig antwoord

Waar het Gerechtshof Den Haag in de pannenkoek-zaak, de maatschappelijke opvattingen een rol liet spelen, oordeelt de rechtbank Den Haag dat het mee-evolueren van definities met maatschappelijke ontwikkelingen geen automatisme is.

Blijkbaar zien we altijd al dat een pannenkoek niet een soort koek is en zijn vleesvervangers nog niet zo ingeburgerd dat ze ook doorgevoerd worden in de Van Dale, of in de definities van een verplichtstellingsbesluit.

De vraag is of dit laatste oordeel aansluit bij andere rechtspraak. Zo oordeelde de Hoge Raad in de Booking.com-zaak dat Booking.com een reisagent is die bemiddelt. Dat Booking.com die bestaande begrippen op een moderne, digitale wijze invult, maakt dat niet anders. De Hoge Raad zei hierover: “Dat brengt voor een geval als het onderhavige mee dat, ook als de in het verplichtstellingsbesluit omschreven werkzaamheden worden verricht door middel van een technologie die ten tijde van de totstandkoming van het besluit nog niet kenbaar of gangbaar was, toch voldaan kan zijn aan die omschrijving.”

Anderzijds zou je ook kunnen stellen dat de werkingssfeer juist tijdloos is als we tegenwoordig vinden dat er iets anders onder wordt verstaan dan vroeger. De vraag is dan alleen waar het omslagpunt ligt.

Kortom, de vraag of een onderneming wel of niet onder de werking van een bepaalde cao of verplichtstellingsbesluit valt, is en blijft niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Om die reden voert AWVN vaak werkingssfeeronderzoeken uit. Die geven bedrijven helderheid over hun juridische positie. Als u meer wilt lezen over het nut en de noodzaak van zo’n onderzoek, dan kunt u hier meer informatie vinden.

0 reacties