maandag 08 november 2021

Vaststellingsovereenkomst en bedenktermijn – hoe zit het ook weer?

Hoe zit het ook alweer met de wettelijke bedenktermijn als je een vaststellingsovereenkomst sluit met een werknemer? De bedenktermijn is 14 dagen en gaat in na de dag waarop de overeenkomst tot stand is gekomen. Maar wat is precies het moment dat die tot stand is gekomen?

 

Blog arbeidsrecht
Een werknemer die een vaststellingsovereenkomst voorgelegd krijgt, moet de tijd krijgen om het document te lezen en eventueel door een deskundige te laten toetsen voor hij zijn handtekening plaatst. Dat brengt goed werkgeverschap met zich mee. De werkgever doet een aanbod en de werknemer bepaalt of hij daarmee instemt. Zo ja, dan sluiten zij de overeenkomst. Al enige tijd geldt er op grond van de wet een wettelijke bedenktermijn van 14 dagen, die volgens de wet ingaat na de dag waarop de overeenkomst tot stand is gekomen en in de vaststellingsovereenkomst moet worden vermeld[1].

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen. Hier vindt u alle arbeidsrechtelijke blogs

Maar wanneer is dat moment? Is dat al het geval wanneer partijen over en weer, bijvoorbeeld mondeling of per mail hebben aangegeven dat ze het eens zijn? Of gaat het om het formele moment waarop de overeenkomst is ondertekend? De wet is er vrij vaag over. Rechtspraak kleurt in dit geval de wettekst in. Niet voor niets houdt ons team dit goed bij!

Het startmoment is belangrijk. Binnen de bedenktermijn kan de werknemer namelijk de overeenkomst ongedaan maken door een kort bericht aan zijn werkgever te sturen. De overeenkomst is dan niet langer geldig en de werknemer blijft dan in dienst. In de praktijk komt het voor dat een werknemer van deze mogelijkheid gebruik maakt. Soms omdat hij oprecht spijt heeft van de ondertekening en hij in dienst wil blijven. Soms met het oogmerk zijn onderhandelingspositie te vergroten en een beter aanbod te krijgen. Sluit hij dan wederom een vaststellingsovereenkomst met zijn werkgever, dan kan hij niet voor een tweede keer een beroep doen op de wettelijke bedenktermijn. Althans, niet zolang dit binnen zes maanden gebeurt na de eerste keer.

Soms ontstaat er discussie over het inroepen van de wettelijke bedenktermijn. Of liever gezegd: over de vraag of iemand daar op tijd een beroep op doet en de overeenkomst nog kan vernietigen.

In een zaak die een paar jaar geleden speelde, sloot de rechter aan bij het moment waarop de vaststellingsovereenkomst werd ondertekend. Dit jaar heeft een rechter in een andere zaak echter anders geoordeeld. Die bepaalde dat de termijn gaat lopen op het moment dat schriftelijk overeenstemming is bereikt over de vaststellingsovereenkomst.

In dit geval bleek die overeenstemming uit de correspondentie tussen de werkgever en de advocaat van de werknemer. Vanaf februari 2021 hebben de werkgever en de werknemer met zijn gemachtigde onderhandeld over de voorwaarden van de overeenkomst. De gemachtigde van de werknemer heeft op 1 maart 2021 schriftelijk laten weten dat werknemer akkoord gaat met de vaststellingsovereenkomst, mits aan een aantal nadere voorwaarden zou worden voldaan. Uiteindelijk heeft de werknemer op 8 maart 2021 de vaststellingsovereenkomst ondertekend. Deze was gedateerd op 26 februari 2021.

Op 15 maart 2021 heeft de gemachtigde van de werknemer aan de werkgever kenbaar gemaakt dat de werknemer de vaststellingsovereenkomst wil ontbinden. Hij beriep zich hierbij op de wettelijke bedenktermijn als bedoeld in artikel 7:670b lid 2 BW.

Maar ja, per wanneer is nu de vaststellingsovereenkomst schriftelijk aangegaan? Op 26 februari (datering overeenkomst), 1 maart (bevestiging akkoord) of 8 maart (dag van ondertekening)?

De kantonrechter zegt in deze zaak dat de bedenktermijn begint te lopen als er overeenstemming is bereikt over de zogeheten essentialia van de overeenkomst. De kantonrechter kijkt naar de feitelijke gang van zaken en naar wat er tussen partijen schriftelijk is gecommuniceerd. Hij concludeert dat er op 1 maart 2021 over alle van belang zijnde punten overeenstemming is bereikt en de werknemer heeft ingestemd met de vaststellingsovereenkomst. Het antedateren van de overeenkomst heeft hierop geen invloed. De termijn van 14 dagen begint te lopen op 2 maart. 15 maart ligt binnen de termijn van veertien dagen na de totstandkoming van de overeenkomst. De vaststellingsovereenkomst is dan ook tijdig ontbonden. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd en partijen daar invulling aan moeten geven.

Kortom, let goed op als een werknemer de overeenkomst wil ontbinden. Laat ons gerust meekijken, zodat we kunnen bepalen wat het effect is en hoe u daarop het beste kunt reageren.

[1] Let op: de termijn is drie weken op het moment dat je de bedenktermijn niet vermeldt in de vaststellingsovereenkomst.

0 reacties