Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Slapende dienstverbanden, eindelijk uitsluitsel?
vrijdag 20 september 2019

Slapende dienstverbanden, eindelijk uitsluitsel?

De Advocaat-Generaal (A-G) heeft op 18 september 2019, naar aanleiding van prejudiciële vragen van de kantonrechter te Maastricht, een belangrijk advies (conclusie) uitgebracht aan de Hoge Raad over slapende dienstverbanden. De A-G is van oordeel dat werkgevers langdurig arbeidsongeschikte werknemers niet in dienst mogen houden (‘slapend dienstverband’) om onder betaling van de transitievergoeding uit te komen.

Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechtbank of gerechtshof aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel. Daaraan kan behoefte zijn als de Hoge Raad over die vraag niet eerder heeft beslist. Wel moet het gaan om vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij een rechtbank of hof in behandeling is.
De A-G heeft naar aanleiding van prejudiciële vragen – kort gezegd – geadviseerd dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een slapend dienstverband te beëindigen onder betaling van de transitievergoeding. De eis van goed werkgeverschap brengt met zich mee dat een werkgever een werknemer niet in een slapend dienstverband mag houden, met als enige reden om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen. Op de werkgever rust dus de verplichting om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het slapende dienstverband te beëindigen, met betaling van de wettelijke transitievergoeding.
Dit kan anders zijn als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden. Want uiteraard kunnen er overwegingen in het spel zijn anders dan de wens de transitievergoeding niet te hoeven betalen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een reëel uitzicht is op re-integratie van de werknemer, of als de werkgever financieel niet in staat is om de transitievergoeding voor te financieren.

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.

Zaken omtrent slapende dienstverbanden heb ik als AWVN-advocaat altijd op de voet gevolgd. Net voor de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) had ik in juni 2015 een zitting bij een kantonrechter over een arbeidsongeschikte werknemer. Ter zitting ontstond een mooie juridische discussie hoe vanaf 1 juli 2015 met deze kwestie zou worden omgegaan. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik, in tegenstelling tot de rechter, er stellig van overtuigd was dat er op basis van de nieuwe wet geen sprake kon zijn van een ontslagverplichting, en dat slapende dienstverbanden ook na 1 juli 2015 mogelijk waren.
De rechter liet echter blijken dat hij dat in strijd zou vinden met goed werkgeverschap. We namen na een prettige zitting afscheid met de woorden dat de rechtspraak het onder de Wwz vast zou uitwijzen. Sinds die tijd heb ik de verschillende uitspraken omtrent de slapende dienstverbanden op de voet gevolgd. De gerechtelijke oordelen waren de afgelopen jaren wisselend. Onze leden raadplegen AWVN-advocaten regelmatig over dergelijke kwesties. De zaak houdt de gemoederen dus bezig.

Wat was er aan de hand in de zaak waar de Advocaat-Generaal advies over heeft uitgebracht? Het dienstverband met een werknemer, die sinds een aantal jaren met ernstige rugklachten thuis zat na tientallen jaren lichamelijk zwaar werk te hebben verricht, wordt door z’n werkgever slapend gehouden. De werknemer heeft schulden en heeft geen financiële mogelijkheden om de schuld maandelijks af te lossen. Vanwege zijn financiële situatie maakt de werknemer gebruik van de voedselbank. De echtgenote van werknemer is ernstig ziek en moet het bed houden. Werknemer verzorgt haar. De werknemer startte een gerechtelijke procedure tegen de werkgever omdat deze niet bereid bleek om het slapende dienstverband te beëindigen onder betaling van de wettelijke transitievergoeding.
De kantonrechter in Maastricht heeft in een vonnis van 10 april 2019 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, een werkgever als ‘goed werkgever’ akkoord moet gaan met het voorstel van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het slapende dienstverband onder betaling van de wettelijke transitievergoeding.

De masterclass ‘De zieke werknemer’ op 19 oktober 2019 zal nader ingaan op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
Ook krijgt u tijdens deze masterclass praktisch inzicht over hoe u wel (en niet) moet omgaan met een zieke werknemer. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn de loondoorbetalingsverplichting, loonsancties (werkgever en UWV), de re-integratieverplichting, passende en bedongen arbeid, privacy, ontslag en de wet Bezava.

U kunt zich nog aanmelden voor de masterclass.

A-G De Bock vindt dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een slapend dienstverband te beëindigen. Door de Regeling compensatie transitievergoeding worden werkgevers in 2020 door het UWV gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers. De A-G geeft aan dat de wetgever door de invoering van de compensatieregeling dus af wil van slapende dienstverbanden. Bij het beantwoorden van de vier prejudiciële vragen dient met deze compensatieregeling, aldus de A-G, rekening te worden gehouden. Ook vindt die dat het leerstuk van de slapende dienstverbanden niet moet worden getoetst aan de vraag of sprake is van gewijzigde omstandigheden als gevolg waarvan de werknemer een redelijk voorstel kan doen aan de werkgever tot beëindiging van het dienstverband (leerstuk van Stoof/Mammoet). Het instandhouden van slapende dienstverbanden dient volgens de A-G te worden getoetst aan het leerstuk van goed werkgeverschap. De eis van goed werkgeverschap brengt met zich mee dat een werkgever een werknemer niet in een slapend dienstverband mag houden met als enige reden om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen.

Het uiteindelijke woord is aan de Hoge Raad. De Hoge Raad kan het advies van de A-G volgen of gemotiveerd afwijken als hij een ander oordeel wenst te geven. De verwachting is dat het arrest binnen vier weken volgt, maar een exacte datum is niet te geven. AWVN-advocaten houdt de ontwikkelingen uiteraard scherp in de gaten.