Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Recht op loon vervalt bij niet verrichten passend werk
dinsdag 27 februari 2018

Recht op loon vervalt bij niet verrichten passend werk

Over de vraag wat passend werk is in het kader van re-integratie bestaat discussie. Het Hof heeft in dit kader een duidelijke uitspraak gedaan in de casus van een timmerman die vanwege spanningen thuis onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. Zijn werkgever zet daarop zijn loonbetaling stop. Een terechte beslissing volgens het Hof: een werknemer die zonder goede reden weigert passende arbeid te verrichten, verspeelt zijn recht op (het volledige) loon.Soms weigert een werknemer om aangeboden werk te verrichten, omdat hij het niet passend vindt. Als de werkgever vindt dat er wel sprake is van passend werk, moet hij de loonbetaling stopzetten. Doet de werkgever dit niet, dan kan het UWV later oordelen dat de werkgever onvoldoende inspanningen voor re-integratie heeft verricht. Dat zal dan tot een loonsanctie leiden. Beide partijen hebben er dus belang bij om te weten of het gaat om passende arbeid. Hierover kan een deskundigenoordeel worden gevraagd aan UWV. Afhankelijk van de uitkomst hiervan zullen werkgever en werknemer een afweging moeten maken. Een verkeerde afweging kan ernstige consequenties hebben, ontdekte de werknemer in onderstaande casus.

De casus

De werknemer, werkzaam als timmerman, meldt zich op 14 juni 2016 ziek. In een email aan de werkgever adviseert de bedrijfsarts op 22 december 2016 dat de werknemer weer twee keer twee uur per week gaat re-integreren. Binnen deze tijd moet worden bekeken wat aan werk lukt. Werkgever en werknemer spreken af dat de werknemer met ingang van 9 januari 2017 twee dagen per week twee uur gaat re-integreren.

Een week later, op maandag 16 januari, geeft de werknemer aan dat zijn zwangere vrouw met complicaties in het ziekenhuis is opgenomen. Werkgever zegt daarop dat de werknemer die week de tweede dag niet hoeft te komen re-integreren. Vervolgens verschijnt de werknemer ook de volgende week niet meer op het werk. Hij zegt de afspraken met de mediator en de bedrijfsarts af. De bedrijfsarts laat in een mail op 24 januari aan de werkgever weten dat het verstandig is om de werknemer aan het werk te houden. Als de werknemer dat om privéredenen niet zou doen, moet hij vrij nemen of zorgverlof opnemen. In een brief van 26 januari 2017 spreekt de werkgever de werknemer hierop aan. Deze geeft ook aan dat het loon volledig zal worden stopgezet vanaf 30 januari, als de werknemer dan niet op het werk verschijnt.

De werknemer heeft zich inmiddels weer ziek gemeld en bezoekt op 27 januari de bedrijfsarts. Die geeft aan dat er sprake is van reële (privé-)spanningen. Toch is dat volgens de bedrijfsarts geen reden om de re-integratie niet voort te zetten. Integendeel: het leidt af en kan bijdragen aan minder piekeren. Maar de werknemer verschijnt niet op het werk, waarop de werkgever de loonbetaling stopzet. De discussie loopt kennelijk door, want op 6 februari 2017 vragen werkgever en werknemer het UWV om een deskundigenoordeel. Het UWV vindt dat de werkgever werk aanbiedt dat passend is en laat de werknemer weten dat hij onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie.

Vervolgens vraagt de werkgever de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair omdat de werknemer niet meewerkt aan zijn re-integratie en subsidiair wegens een verstoorde relatie.

De kantonrechter

Volgens de kantonrechter heeft de werknemer niet voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen, maar kan dat hem – gezien de omstandigheden – niet worden verweten. De kantonrechter stelt ook vast dat er sprake is van een verstoorde relatie en ontbindt om die reden de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2017. De werkgever wordt veroordeeld om de transitievergoeding te betalen.

De werknemer gaat in hoger beroep, omdat hij vindt dat hij recht heeft op een billijke vergoeding. Bovendien vordert hij doorbetaling van het loon tot het einde van het dienstverband. De werknemer vindt dat de werkgever niet het volledige loon had mogen inhouden, maar hooguit het loon over de uren dat hij zou re-integreren. Daarnaast vindt hij dat hij ook over de re-integratie-uren recht heeft op loon. Hij was immers door toegenomen spanningen ziek en dus niet in staat om te re-integreren. Ook deugt het deskundigenoordeel van het UWV niet. Volgens de werknemer zijn in het deskundigenoordeel de spanningen thuis niet (helemaal) meegenomen. Bovendien heeft het UWV geen contact gehad met zijn huisarts. De huisarts heeft bevestigd dat de situatie van de werknemer is verslechterd en heeft hem doorverwezen naar een psycholoog.

Het Hof
Het Hof verwerpt het standpunt van de werknemer dat hij vanaf 25 januari 2017 niet in staat was om twee keer twee uur in de week te werken. Uit het feit dat de werknemer op 25 januari zijn huisarts heeft geraadpleegd en dat die hem heeft doorverwezen naar een psycholoog, kan niet worden geconcludeerd dat de werknemer vanaf dat moment niet meer in staat was om enig werk te verrichten. Het Hof wijst er ook op dat de bedrijfsarts heeft aangegeven dat de werknemer, ondanks de spanningen thuis, nog kon werken. Ook de verzekeringsarts van het UWV zag medisch gezien geen bezwaar tegen een werkhervatting. Gelet op het duidelijke oordeel van zowel het UWV als de bedrijfsarts was de werknemer volgens het Hof in staat om passende werkzaamheden te verrichten gedurende twee keer twee uur. De privésituatie is door UWV en bedrijfsarts in de beoordeling betrokken en vormt volgens het Hof geen deugdelijke grond om het werk niet te verrichten.

Aangezien de werknemer vanaf 30 januari 2017 zonder deugdelijke grond heeft geweigerd om passend werk te verrichten, heeft hij vanaf die datum geen recht op loon. Het Hof wijst erop dat het daarbij op grond van de jurisprudentie gaat om het gehele loon, dus ook het loon over de uren waarvoor hij arbeidsongeschikt was.

De werknemer komt ook niet in aanmerking voor een billijke vergoeding. Een dergelijke vergoeding kan slechts worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig nalatig handelen of nalaten van de werkgever. De werknemer vindt dat hier sprake van is, omdat de werkgever in zijn ogen na 25 januari de verhoudingen (opnieuw) op scherp heeft gezet. Het Hof is het hier niet mee eens. De werkgever heeft de loonbetaling op goede gronden stopgezet. De bedrijfsarts heeft op zich wel geadviseerd om de werknemer verlof toe te kennen, maar de werkgever was niet verplicht om dit advies op te volgen.

Conclusie

Het Hof heeft in deze casus een duidelijke uitspraak gedaan. Een werknemer die zonder goede reden weigert passende arbeid te verrichten, verspeelt zijn recht op (het volledige) loon. Daarbij hoort wel de kanttekening dat het niet aan de werkgever is om ongevraagd verlof toe te kennen. Als de werknemer vraagt om verlof op te mogen nemen, zal de werkgever hierover een beslissing moeten nemen.