Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Terecht beroep op klokkenluidersregeling
dinsdag 04 juli 2017

Terecht beroep op klokkenluidersregeling

Dat werknemers daadwerkelijk worden beschermd als zij zich beroepen op de klokkenluidersregeling [lemma A tot Z], blijkt uit een recente uitspraak van de kantonrechter Almelo. In deze zaak was aannemelijk dat bij de werknemer, die conform de klokkenluidersregeling had gehandeld, het belang van de organisatie voorop stond. Ontslag van de bezorgde werknemer was daarom niet mogelijk.

De sinds 1 juli 2016 geldende Klokkenluiderswet (Wet Huis voor klokkenluiders) regelt de mogelijkheden en bescherming van werknemers die een misstand willen melden. Werkgevers met 50 of meer werknemers zijn verplicht een klokkenluidersregeling te hebben.
Uitgangspunt van de Klokkenluiderswet is dat er eerst intern een melding van een misstand wordt gedaan. De klokkenluidersregeling moet duidelijk maken bij wie de interne melding kan worden gedaan. Belangrijk onderdeel van de Klokkenluiderswet is dat de werknemer die een misstand meldt, bescherming geniet. De werknemer mag niet worden benadeeld, bijvoorbeeld door ontslag, als hij op een juiste wijze een misstand meldt. Een melding moet betrekking hebben op een misstand met een maatschappelijk belang. Het kan dan gaan om schending van een wettelijk voorschrift, gevaar voor de volksgezondheid, gevaar voor de veiligheid van personen, gevaar voor de aantasting van het milieu of gevaar voor het goed functioneren van overheidsorganisatie of bedrijf als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten.

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.

Dat werknemers daadwerkelijk worden beschermd wanneer zij zich beroepen op de klokkenluidersregeling, blijkt uit de uitspraak van de kantonrechter Almelo van 6 juni 2017. In deze zaak verzocht de werkgever, een coöperatie, ontbinding van de arbeidsovereenkomst met, onder meer, een werkneemster die al 38 jaar in dienst was. Aan het verzoek had de werkgever ten grondslag gelegd dat de werkneemster verwijtbaar had gehandeld dan wel dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie, als gevolg van het feit dat de werkneemster samen met vijf andere werknemers, buiten de directeur om, een gesprek hadden aangevraagd met de Raad van Commissarissen over de positie van de directeur, geëist hadden dat deze op non-actief werd gesteld en hierover de leden van de coöperatie hadden geïnformeerd.

De kantonrechter wees het verzoek af. De werknemers waren oprecht bezorgd en konden zich beroepen op de bij de werkgever geldende klokkenluidersregeling. Zij hadden een gesprek aangevraagd en een brief gestuurd. De werknemers hadden hierbij gehandeld conform artikel 15 van het RvC-reglement (de klokkenluidersregeling), waarin is bepaald dat werknemers zonder gevaar voor hun rechtspositie de mogelijkheid hebben om aan de directie of de RvC te rapporteren over vermeende onregelmatigheden binnen de coöperatie.
Volgens de kantonrechter was aannemelijk dat bij de werknemers het belang van de coöperatie voorop stond. Bovendien hadden zij niet het ontslag van de directeur gevraagd, maar verzocht om hem vrij te stellen van werkzaamheden om de rust in de organisatie te laten weerkeren en om een deugdelijk onderzoek mogelijk te maken. Verder was niet gebleken dat de werknemers informatie met derden hadden gedeeld dan wel dat de coöperatie schade had geleden door de handelwijze van de werknemers.
Omdat aannemelijk was dat de werknemers oprecht bezorgd waren over het reilen en zeilen van de coöperatie, was ontbinding niet aan de orde. De werkgever zal de werkneemster – en haar collega’s – weer moeten toelaten tot hun werkzaamheden.

Uitspraak van de rechtbank Overijssel, 6 juni 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:2320