Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Kennismigrant door coronavirus terug naar thuisland. Wat nu?
dinsdag 17 maart 2020

Kennismigrant door coronavirus terug naar thuisland. Wat nu?

Veel buitenlandse werknemers zijn door het uitbreken van het coronavirus teruggekeerd naar hun eigen woonland. Veelal is dit overhaast gebeurd in verband met het sluiten van grenzen en vliegverboden. Een aantal juridische aspecten van dit snelle vertrek verdient aandacht. In dit blog laten wij zien waar u op moet letten, om zorgen grotendeels weg te nemen en te voorkomen dat zowel het vertrek als de terugkeer op termijn tot onnodige problemen leiden.

Migratie

Veel kennismigranten maken zich zorgen of ze na vertrek naar het buitenland nog kunnen terugkeren naar Nederland en of dit vertrek gevolgen heeft voor de verblijfsvergunning. Voor kennismigranten moet hierbij aandacht worden besteed aan de relatie met hun werkgever/erkend referent en aan de duur van het buitenlands bedrijf. Voor de kwalificatie van kennismigrant is het van belang dat de werkgever, ook bij verblijf in het buitenland, het kennismigrantensalaris doorbetaalt. Gebeurt dat niet, dan komt de kennismigrant niet meer in aanmerking voor de regeling. Bij terugkeer zou dit kunnen leiden tot de kwalificatie ‘illegale arbeid’ en intrekking van de verblijfsvergunning. Vandaar dat in goed onderling overleg tussen werkgever en kennismigrant het kennismigrantensalaris moet worden doorbetaald op dezelfde wijze als dit voorheen gebeurde.

Zoekt u meer informatie over de invloed van het coronavirus op werk, bijvoorbeeld over het aanvragen van werktijdverkorting, ploegendiensten draaien met minder beschikbare medewerkers of over de omgang met thuiswerkende medewerkers die ook voor de opvang van hun kinderen moeten zorgen? Het antwoord op uw vragen vindt u op onze speciale coronapagina

Hoofdverblijf
Als gevolg van het vertrek naar het buitenland kan de vraag rijzen of de kennismigrant nog in Nederland verblijft. Voor het behouden van de vergunning is namelijk van belang dat het hoofdverblijf in Nederland is, ook al verblijft men tijdelijk in het buitenland. Voor het behouden en verplaatsen van het hoofdverblijf gelden redelijk duidelijke criteria. Voor het vaststellen van het hoofdverblijf is van belang waar de kennismigrant het centrum van zijn activiteiten heeft. Wanneer hij als kennismigrant naar Nederland is gekomen en in Nederland heeft gewerkt, wordt daaraan voldaan. Het hoofdverblijf in Nederland kan verloren gaan als de kennismigrant een aantal acties heeft ondernomen, zoals uitschrijven uit de bevolkingsadministratie, emigratieaangifte bij de belastingdienst, beëindiging van de dienstbetrekking met de werkgever, opzeggen bankrekening etc. Wanneer daar allemaal geen sprake van is, kan er vooralsnog van worden uitgegaan dat het hoofdverblijf nog steeds in Nederland is gelegen en niet in het buitenland, ook al is men daarheen gereisd in verband met de uitbraak van het coronavirus.

Duur van verblijf in het buitenland
Kennismigranten mogen met hun verblijfsvergunning als kennismigrant gedurende kortere periodes in het buitenland verblijven. De duur van deze periode is afhankelijk van het soort vergunning. Voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd geldt dat men tot maximaal 6 maanden in het buitenland mag verblijven. Voor kennismigranten is dit zelfs 8 maanden. Wel blijven de voorwaarden voor de vergunning, zoals een arbeidsovereenkomst met de werkgever en loondoorbetaling, bestaan.

Inreizen in Nederland
Als het bedrijfsleven in Nederland weer op gang komt en reizen weer is toegestaan, kan de kennismigrant terugkeren naar Nederland. Naar Nederland reizen is geen probleem, zolang men in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning als kennismigrant.

Meer informatie over het hoofdverblijf en de duur van verblijf in het buitenland is te vinden op de website van de IND

Sociale verzekeringen

In veel gevallen is een kennismigrant in Nederland gaan wonen. Als dat het geval is en hij heeft een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse werkgever, dan is hij verplicht verzekerd voor de Nederlandse volks- en werknemersverzekeringen, inclusief de Zorgverzekeringswet. Deze verzekeringen lopen bij tijdelijk verblijf in het buitenland gewoon door. Enkel wanneer een kennismigrant niet meer in Nederland woont, of wanneer de arbeidsovereenkomst met de Nederlandse werkgever wordt verbroken, eindigt deze verzekering. De voortzetting van de verzekering betekent ook dat in Nederland nog steeds premies voor de sociale verzekeringen moeten worden ingehouden en afgedragen en dat de werknemer de nominale premies voor de Zorgverzekeringswet moet betalen. Ook wanneer de kennismigrant lang in het buitenland verblijft, loopt de verzekering door. Dit is zelfs aan de orde wanneer de kennismigrant in het buitenland gaat werken. Als hij gaat werken in een land waarmee Nederland geen sociaal zekerheidsverdrag heeft afgesloten, kan dit leiden tot verzekeringsplicht- en premieplicht in dat land. De Nederlandse werkgever zal dan premies in het werkland moeten betalen. Deze extra verplichting ontstaat, omdat er geen sociaal zekerheidsverdrag is dat dubbele verzekering voorkomt. Het is dus van belang dat de werkgever en de kennismigrant afspraken maken over het wel of niet gaan werken in het land waar de kennismigrant naartoe is gereisd.

Als de werkzaamheden over een langere periode zouden worden uitgeoefend in het werkland, terwijl ze voorheen in het werk/woonland Nederland werden uitgevoerd, kunnen op basis van de Europese sociale zekerheidsverordening vragen rijzen over het toepasselijk sociale zekerheidsstelsel, bijvoorbeeld omdat voorzienbaar meer dan 25% in het eigen woonland wordt gewerkt.

Als de kennismigrant bij aanvang van zijn werkzaamheden in Nederland is gedetacheerd door een buitenlandse werkgever en hij op basis van een sociaal zekerheidsverdrag in het buitenland sociaal verzekerd is gebleven, kan de situatie weer anders zijn. In die gevallen is de werknemer veelal voortgezet verzekerd in het land van waaruit hij is uitgezonden.

Arbeidsrecht/arbeidsvoorwaarden

Als de kennismigrant gedurende langere tijd in het buitenland moet verblijven, ontstaan vragen over het doorbetalen van het kennismigrantensalaris, over het wel of niet in het buitenland werken voor de werkgever, etc.

Als de werknemer een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht heeft afgesloten met de Nederlandse werkgever/erkend referent en gewoonlijk in Nederland werkt, is het Nederlandse arbeidsrecht van toepassing. Op basis daarvan moeten de arbeidsrechtelijke aspecten worden beoordeeld. Echter, het behouden van het contract en loondoorbetaling zijn van vitaal belang voor het behouden van de verblijfsvergunning als kennismigrant.

Als voorzien wordt dat het verblijf in het buitenland lang gaat duren, kunnen werkgever en werknemer afspraken maken over het werken in het land van verblijf. Als de werkzaamheden dit mogelijk maken, kunnen in het werkland vragen opkomen: is dit toegestaan als alleen maar sprake is van een in het buitenland gevestigde werkgever? En betreft het werkzaamheden waar ook in het werkland premies sociale verzekeringen en/of belasting voor moeten worden betaald? Ook andere typisch lokale arbeidsrechtelijke en sociaal verzekeringsrechtelijke aspecten kunnen aan de orde zijn, zoals arbeidstijdverkorting, recht op werkloosheidsuitkering, etc.

Voor de arbeidsrechtelijke gevolgen in Nederland kunt u terecht op de speciale coronapagina van AWVN

Vergelijkbare vragen kunnen opkomen die moeten worden beantwoord aan de hand van buitenlands sociaal verzekeringsrecht en arbeidsrecht.

Fiscaal

Laten we er vanuit gaan dat de kennismigrant tot zijn vertrek vanwege het coronavirus in Nederland heeft gewerkt en dat voor hem de 30%-regeling is aangevraagd en gekregen. Op basis daarvan worden hier Nederlandse loonheffingen, dat wil zeggen loonbelasting en premies verzekeringen, op het loon ingehouden en afgedragen. Door de 30%-regeling is het loon arbeidsrechtelijk verlaagd. In ruil voor die verlaging krijgt de kennismigrant de belastingvrije 30%-regeling vergoed. Daarbij is het van belang dat de werknemer zijn hoofdverblijf in Nederland aanhoudt. Daarvan is sprake als hij:
– Blijft ingeschreven in de Nederlandse openbare registers;
– Geen emigratieaangifte heeft gedaan bij de belastingdienst in Nederland;
– Zijn dienstbetrekking met de werkgever/erkent referent aanhoudt;
– Een bankrekening in Nederland aanhoudt.

Dit zijn belangrijke elementen voor de vraag of de werknemer tijdens de tijdelijke Nederlandse tewerkstelling een zogenaamde ‘persoonlijke band van duurzame aard’ met Nederland onderhoudt. Als dat zo is, dan is hij fiscaal inwoner van Nederland. Echter, als hij op basis van het belastingstelsel van het voormalig thuisland fiscaal inwoner is van het buitenland, dan bepaalt de zogenaamde treaty tiebreaker van welk land hij, voor de toepassing van het belastingverdrag, inwoner is. Fiscaal kan hij inwoner van Nederland zijn of inwoner van het voormalig thuisland zijn gebleven.

Als hij fiscaal inwoner van Nederland is, heft Nederland belasting over het wereldinkomen, waar ter wereld genoten. Als een belastingverdrag van toepassing is, dan is het loon in het buitenland belast als hij meer dan 183 dagen per belastingjaar/12-maandsperiode verblijft in het buitenland. Het salaris is zelfs vanaf dag 1 in het buitenland belast als hij werkt voor en in dienst is van een werkgever in het buitenland. Dat is ook aan de orde als hij niet in dienst is van de buitenlandse groepsvennootschap, maar wel werkzaamheden voor die vennootschap verricht en het salaris door Nederland wordt doorbelast aan de werkgever in het buitenland. In dat geval moet wellicht een salarisadministratie ingericht worden, omdat de lokale regels verplichten tot inhoudingen en voorheffingen. De 30%-regeling zal in het buitenlandse belastingstelsel niet worden erkend. Dat betekent dat in het buitenland belasting verschuldigd is over de 30%-vergoeding. De werknemer ontvangt dan minder nettoloon. Afhankelijk van de arbeidsrechtelijke afspraken, een netto- of een brutoloonovereenkomst, kan de werknemer de schade op de werkgever verhalen.

Als hij in het buitenland fiscaal inwoner is, wijst het toepasselijk belastingverdrag Nederland aan als het land dat belasting heft over het arbeidsinkomen, omdat de werknemer in Nederland beschikt over een (materiële) werkgever. Het loon dat kan worden toegerekend aan de werkzaamheden in het buitenland, zijn in het buitenland belastbaar. Misschien moet een salarisadministratie worden ingericht, afhankelijk van de lokale regels. De 30%-regeling is niet van toepassing. Mogelijk zal de werknemer de schade op u verhalen.

Aanvullend pensioen

Als de kennismigrant in dienst is van de Nederlandse werkgever/erkent referent, neemt hij normaliter deel aan de Nederlandse pensioenregeling. Dat blijft ook zo als hij tijdelijk in het buitenland werkt. Echter, als het salaris in het buitenland is belast onder toepassing van de belastingverdragen, dan is de werkgeversbijdrage mogelijk belast als loon en de werknemersbijdrage niet langer aftrekbaar. Ook dat heeft impact op het nettoloon van de werknemer. Mogelijk kan de werknemer het lagere nettoloon op u verhalen.

Conclusie
Het coronavirus en de plotselinge terugkeer van kennismigranten naar hun eigen land brengt tal van vragen met zich. AWVN adviseert werkgever/erkend referent en werknemer in goed overleg met elkaar afspraken te maken over het vertrek naar het land van oorsprong, over het wel of niet werken in het werkland en op termijn terugkeer naar Nederland. Werken in het buitenland kan gevolgen hebben voor de sociale verzekeringen en de belastingheffing.

Hebt u na het lezen van dit blog nog vragen? Neem dan contact op met de AWVN-werkgeverslijn via tel. 070 850 86 05 of werkgeverslijn@awvn.nl